Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 57. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 57. Alle posts tonen

woensdag 21 mei 2014

De olifant drijft langzaam weg

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik haalde mijn schouders op. Je doet je best maar met die generaal van je, dacht ik. Veel erger dan twee weken in jouw container kan het niet worden.
Intussen gingen de soldaten door met ons water te voeren alsof we baby-plantjes waren. Langzaam werden we minder suf, en de verschrikkelijke hoofdpijn begon weg te trekken.
Wat een bijzonder gevoel was, want ik was al weer vergeten dat ik hoofdpijn hád. Ik bedoel: ik wist ergens wel dat gevoel, dat er een olifant met spijkerschoenen op mijn schedel stond, een beetje ongewoon was. Ik was niet met dat gevoel geboren, dat wist ik tamelijk zeker. Maar alles was zo vies en naar en ellendig geweest dat ik me er geen zorgen over had gemaakt. Ach, had ik gedacht, zo'n olifantje meer of minder, wat maakt dat nou uit? Ik dacht er niet meer aan.
Maar nu de olifant langzaam wegdreef op het water, dat in voorzichtige slokjes door mijn lichaam spoelde, ontdekte ik dat het best wel uitmaakte. Dat het eigenlijk héél fijn is als er geen olifant met spijkerschoenen op je hoofd staat.
Ik voelde me zelfs zo goed dat ik probeerde te gaan zitten.
'Drink een beetje dóór, knul,' zei Snoet. 'De generaal kan elk moment hier zijn.'
'Wij bent heus niet bang voor een generaaltje,' hoorde ik Kwetter zeggen. 'Want mama bent de Donderkat, en zij kunt ons altijd redden. Als jou generaaltje een beetje brutaaltjes wordt, nou, dan boemt zij hem gewoon in stukjes hoor! Geen probleem!'
'Behalve dan jullie moeder geen enkel, maar dan ook geen énkel idee heeft waar jullie gebleven zijn. Sneu hoor. Ze is me toch een partij bezorgd! En huilen dat ze doet!'
'Hebt jij met haar gepraat?' vroeg Kwetter ongelovig.
'Ik? Nee hoor! Maar jullie mama is nu een internationale ster.'
'Dat bende zij altijd al. Een internationale terroristische superster!'
'Dát is ze nu niet meer,' glimlachte Snoet. 'Ze is nu een gewone ster, een huis-tuin-en-keuken-ster, zeg maar. Haar BOF-praatje was een enorm succes, en haar spel is een enorm succes. Ze willen een boek over haar leven maken, en een film, maar voorlopig houdt ze zich daar niet mee bezig. Ze is alleen maar bezig met haar zoektocht naar jullie. In televisieprogramma's, in kranten, op het internet: overal praat ze over jullie. Over hoe graag ze jullie terug wil vinden. Over hoe lief en schattig jullie zijn. Dat jullie met een tank een stad hebben gesloopt, en met kettingzagen een groep houthakkers aan hebben gevallen, dáár hoor je haar niet over. Nee hoor, het is allemaal: oh ze zijn zo lief, snotter snotter, geef me alstublieft mij kindjes terug, snik snik, er is een beloning van twintig miljoen...'
'Twintig miljoen?' vroeg ik. 'En die wil jij niet hebben? Jij leek me nou echt iemand die alles doet voor geld.'
'Ben ik ook,' grijnsde Snoet. 'maar iemand anders biedt me méér als ik jullie voorgoed laat verdwijnen. Iemand die het erg leuk vindt als jullie moeder verdrietig is.'
'Dogger,' gromde ik.
Snoet knikte.
Naast me zei Kwetter zwakjes: 'Mama boemt geen dingen de lucht in?'
'Nee,' grijnsde Snoet. 'Nog geen bushokje. Ze is nu een internationale ster, snap je, en internationale sterren denken altijd dat ze alles kunnen krijgen alleen maar door hun beroemdheid. Internationale sterren hebben geen bommen nodig. Denken ze.'
'Maar... als mama niet boemt... dan bent wij verloren!'
'Dat zijn jullie toch al. Alle bommen van de wereld kunnen jullie niet meer redden. Zien jullie die Jeep daar? Wie denk je dat daar in zit?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 23 januari 2013

Spelletjes voor achttien plus

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Tsk,' deed Michael, 'echt weer een meidenvraag. Ik kan wel zien dat jij nooit Bloederige Mafia-toestanden III gespeeld hebt.'
'Inderdaad,' zei ik liefjes, en ik probeerde te glimlachen zoals mama dat kan. 'Jijzelf hebt dat spel trouwens ook nooit gespeeld, neem ik aan, want het is voor achttien plus, toch? Dacht ik?'
Michael keek even naar papa en mama. Die luisterden vol interesse mee.
'Eh nee,' mompelde hij. 'Ik zelf niet natuurlijk, nee, maar eh, nou ja, het komt erop neer dat iedereen gewoon bang is voor deze lui. Dat ze daarom naar binnen gaan. Waarom anders?'
'Ik kan nog wel een reden verzinnen,' zei papa. 'misschien gaan ze naar binnen vóórdat deze jongens langskomen, zodat ze later kunnen zeggen: “die jongens? Nee hoor, die heb ik niet gezien.” Als de politie langskomt om ernaar te vragen. Misschien zijn deze jongens wel heel populair in deze wijk. En niet zo heel populair bij de politie.'
Zo babbelden we vrolijk verder over onderwerpen als: waar brengen ze ons heen, wat gaan ze met ons doen, zou dat erg veel pijn doen enzovoort. Intussen voerden de jongens ons verder en verder over de onbegrijpelijke weggetjes van de sloppenwijk.
Juist toen ik begin te denken dat ze misschien wel verdwaald waren, kwamen we bij een rijtje huisjes dat tegen een steile heuvelwand was aangebouwd.
'Oeh,' zei Michael, 'een geheim hoofdkwartier!'
'Waar dan?' vroeg Kwetter. 'Ik ziet er nergens één.'
'Nee natuurlijk niet, suffe druif, het is geheim. Maar in één van die huisjes zit een deur, en daardoor kom je in een gang die recht de heuvel in gaat. Naar het geheime hoofdkwartier. Wedden?'
'Dat komt zeker ook weer uit dat bloederige Mafia-spelletje,' zei ik.
'Nee,' antwoordde Michael, 'uit Afschuwelijke Zombie Moorden V. Niet dat ik dat ooit gespeeld heb,' voegde hij er haastig aan toe. 'Achttien plus, he? Dus... Ja...'
Het Zombie-spel was kennelijk realistischer dan het mafia-spel, want dit keer kreeg Michael zonder meer gelijk.
Puntje voor Michael.
De gang achter het huisje was betimmerd met afvalhout: steigerplanken, ouwe deuren en dat soort dingen. Na een meter of tien liep de gang dood, en toen bleek dat één van de ouwe deuren nog steeds een deur was, want er zat een grote kamer achter.
In die kamer zaten nog een tiental jongens. Ze zaten op kussens op de grond, met hun rug tegen de muur. Midden in de kamer stond een brede tafel, waaraan vijf mannen zaten De middelste van hen, een wanstaltig dikke kerel met een hoofd als een pad, stond op en maakt een kleine buiging voor ons.
'Goede middag,' zei hij, 'en welkom bij het Zuid-Mallotische Bevrijdingsleger. Het ZMB. U heeft vast wel eens van ons gehoord.'
'Zeker wel,' antwoordde mama. Mama kan vreselijk goed liegen, namelijk. Maar ze doet het alleen uit beleefdheid.
De dikke man begon te stralen. 'Echt waar? Heeft u van ons gehoord? Eh, ik bedoel, natuurlijk heeft u dat. En wij hebben ook van ú gehoord, mevrouw de Donderkat. Wij zijn dan ook heel blij dat u hier bij ons bent. Kunt u raden waarom?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 4 juni 2012

Soms recht, soms scheef

BEGIN / VORIGE


'Hoho,' riep mama streng, 'wat denken jullie dat je aan het doen bent?'
Kwetter, die al lang met de andere Boegoenezen meedeed, riep behulpzaam: 'Wij speelt met de mooie spulletjes! De spulletjes van de knieënman is prachtig, daar past zo veel water in - veel meer dan in een kokosnoot!'
'Spelen?' riep mijn moeder ontzet. 'Zijn jullie nou helemaal? Er is hier brand! Straks staat het hele bos in de hens! Lieve help, als ik er niet was om de boel de organiseren... Jullie daar, vorm een beetje een nette rij, ja? En dóórgeven, dat water!'
Ze sprak nog steeds geen Boegoenees, dus Kwetter vertaalde braaf wat mama gezegd had en al gauw stonden de Boegoenezen in een nette rij. Ze keken opgetogen, nieuwsgierig naar het nieuwe spelletje dat mama voor hen bedacht had. Ook al leek het in het begin vrij saai, ze hadden goede hoop dat er snel iets interessants zou gebeuren.
En dat gebeurde ook. In zekere zin.
Wat er gebeurde was dat er één stukje van de brand zeer grondig werd geblust – dat was het stukje bij het uiteinde van de rij. Helaas kon op andere plekken het vuur ongehinderd verder woeden, zodat de brand – die al bijna uit was – nieuwe kracht kreeg en zijn gloeiende vingers weer uitstrekte naar het bos.
'Dat gaat niet goed,' zei ik.
'Volgens mij ging het beter toen de Boegoenezen hun gang konden gaan,' knikte Gaby. 'Mama maakt het alleen maar erger.' Ze zwaaide naar mama en riep 'Joehoe, we zijn er weer,' in de hoop dat ze naar ons toe zou komen, zodat de Boegoenezen ongehinderd het vuur konden doven.
Maar helaas. Mama keek even op, zwaaide terug en ging verder met haar werkzaamheden als blusbaas.
'Ik heb mijn arm gebroken!' schreeuwde Gaby.
'Wat?'
'Arm ge-bro-ken!!'
'Dat regelt papa wel,' riep mama terug. 'Ik kan hier even niet gemist worden.'
Daar dachten wij anders over.
Gaby begon zich kwaad te maken. 'Papa regelt niks!' gilde ze. 'Papa zit alleen maar te mokken de hele tijd, omdat jij zo nodig aan zijn kop moest zeuren over dino's, die geeneens bestaan!'
Dat hielp. Met een bezorgd gezicht haastte mama zich naar ons toe. 'Kindje toch, wat zeg je me nou?'
Gaby begon over haar gebroken arm, maar mama zei: 'Dat komt wel goed, het is al gespalkt zie ik dus dat groeit allemaal weer keurig recht. Jullie moeten me straks echt eens vertellen wat er allemaal gebeurd is. Jullie zijn lang weggebleven, dus je hebt vast veel beleefd en dat wil ik allemaal horen straks. Maar wat ik jou niet meer wil horen zeggen, jongedame, is dat er geen dino's bestaan. Die hebben wel degelijk bestaan en dat weet je heel goed.'
'Nou ja, zeg,' protesteerde Gaby, 'het lijkt wel of je die stomme dino's belangrijker vindt dan mij!'
'He? Wat? Oh, in verband met die arm bedoel je. Nou kijk: een gebroken arm, die groeit vanzelf weer aan elkaar. Soms recht, soms scheef, maar met een scheve arm kun je ook nog heel behoorlijk je vork en mes vasthouden. Maar je denkvermogen, dat is een heel ander geval. Met een scheef denkvermogen kun je nooit meer behoorlijk denken namelijk. Dus het is mijn moederplicht om daar extra goed op te letten. Dus onthoud: er zijn talloze bewijzen voor het bestaan van dinosaurussen. En bewijzen mogen wij nooit negeren. Dat dat zou namelijk invloed hebben op de resultaten. Begrepen? En nu ga ik weer blussen.'
Dat leek mij een slecht idee, want het ging net weer de goede kant op.


BEGIN / VORIGE