Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 61. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 61. Alle posts tonen

woensdag 4 juni 2014

Ze poefen niet uit de hemel

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Niks d'r van!' riep Kwetter, en ze wierp zich tussen mij en de generaal in. Of nou ja, werpen – het was meer een vastberaden soort van kruipen. 'Je moog niet op Michael schieten!' kreunde ze fel. 'Michael bent lief!'
'En waarom zou ik niet op jullie allebei schieten?' vroeg de generaal. 'Ik verdien alleen vandaag al dertien miljard Armoestaanse...'
Snoet kuchte. Hij kuchte heel zachtjes – het was echt nauwelijks hoorbaar. Toch ving de generaal het geluidje op. En het was zo'n veelbetekenend kuchje dat de moordlustige dikzak zijn pistool liet zakken, en verontrust naar Snoet ging staan kijken.
Snoet keek terug – op dezelfde vriendelijke, onschuldige manier als altijd.
'Wat?' vroeg de generaal. 'Is er iets met mijn dertien miljard?'
'Het wordt voortaan ietsje minder,' zei Snoet. 'Meneer Clusjes heeft besloten de prijs te verlagen.'
De generaal ontplofte van woede.
'Oh ja?' brulde hij. 'Heeft meneer Clusjes dat besloten? Denkt meneer Clusjes dat hij de prijs mag bepalen? Nou, dan heb ik slecht nieuws voor hem!Het is mijn coltan, en ik bepaal hoeveel geld ik ervoor wil hebben. Ik verkoop ik het spul wel aan iemand anders!'
Verbijsterd keken Gaby en ik elkaar aan. Clusjes? Meneer Clusjes? Onze meneer Clusjes, die de beloning van mama's hoofd had gehaald, die altijd zo ongelooflijk enthousiast was, die voor ieder probleem een oplossing wist, die de hele wereld hoop gaf met zijn BOF-praatjes, die... die meneer Clusjes?'
Snoet begon hardop te lachen.
'Wat nou weer?' snauwde de generaal.
'De gezichten van die kinderen,' hikte Snoet. 'Kostelijk! Oh, wat grappig! Kijk ze nou toch eens op hun neus kijken!'
De generaal keek ons aan en grijnsde. 'Waar zijn ze zo verbaasd over, denk je?'
'Ze hebben net de naam Clusjes gehoord, generaal,' glimlachte Snoet. 'Ze hebben hem gehoord op een plaats, waar ze hem nooit zouden verwachten. Oh nee – die lieve, beste, brave meneer Clusjes! Die hoort thuis in luxe hotels, waar alles van computers gemaakt is. Niet bij een bloeddorstige gek in het stoffige Armoestan... Clusjes zorgt voor vrede en welvaart voor iedereen – denken ze. Hij wil mensen blij maken met zijn uitvindingen – denken ze. Al die computers komen, poef, uit de hemel vallen – denken ze. Maar dan heb ik slecht nieuws voor jullie, kinderen – computers poefen niet uit de hemel. Die worden gemaakt in fabrieken. Nare, akelige, ongezonde fabrieken. En ze worden gemaakt van... nou ja, van alles eigenlijk. Plastic. Koper. Tin. Maar ook van zeldzame dingetjes. Zoals coltan. Coltan wordt maar op een paar plaatsen ter wereld gevonden, wisten jullie dat? Nee, he? Neem het maar van mij aan, hoor. En de grootste vindplaats ter wereld is hier, in Armoestan!'
'In mijn land,' zei de generaal tevreden.
'President M'urdara denkt daar anders over,' zei Snoet met een ondeugende blik.
'Bah,' deed de generaal, en hij maakte een gebaar alsof hij een rotte appel weggooide. 'Die ouwe gek? Die mag dan wel denken dat-ie de baas is over Armoestan, maar mijn dappere leger staat pal. Wij zijn sterker! Wij zijn dapperder! Wij hebben betere wapens!'
'...gekocht met het geld van meneer Clusjes,' vulde Snoet aan. 'Het geld voor de coltan. En dat wordt dus ietsje minder, want de prijs gaat omlaag.'
'Helemaal niet!' snoof de generaal. 'Ik verkoop het spul wel aan iemand anders!'
'Oh ja? Aan wie dan? Wie maakt er zoveel computers als meneer Clusjes?'
De generaal bromde wat.
'Nee, als u al die mooie wapens wilt blijven kopen, dan kunt u beter nog wat meer coltan opgraven. Minder geld per gram, maar meer grammen. Dan verdient u evenveel als eerst. En waarom niet? U laat gewoon uw slaven iets harder werken. Dat kost u toch niks?'
De generaal keek ons peinzend aan.
'Ik schiet jullie toch maar niet dood, denk ik. Ik zet jullie gewoon aan het werk. Hup!'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 1 februari 2013

Beleefdheid komt het verst

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Hij wees op het andere uiteinde van de ondergrondse gang.
Daar stonden tien jongens van het ZMB, met hun geweren in de aanslag.
'Nou mama,' zei ik, 'lijkt me weer hoog tijd voor zo'n wonderflesje van jou.'
Mama stak haar hand in haar tas.
We hoorden tien keer tegelijk 'ke-klik!'
Ik weet niet zoveel van geweren, dus ik weet niet precies wat een geweer doet als het ke-klik doet, maar volgens mij is het een geluidje dat betekent: let op, het geluidje dat hierna komt heet 'pang'.
Heel, heel voorzichtig haalde mama haar hand weer uit haar tas.

Drie kwartier later zaten we op een binnenplaatsje in de open lucht. De veldmaarschalk en zijn luitenants zaten tegenover ons.
Miguel zei kruiperig: 'Mijn excuses voor alles, mevrouw de Donderkat. Dat mijn luitenant dreigende taal tegen u uitsloeg en dat we allemaal zo misselijk werden – ik weet nog steeds niet hoe dat komt, ik denk dat de vis van gisteravond niet helemaal goed was – het was een reeks ongelukkige misverstanden, meer niet. Wij willen echt heel graag met u samenwerken, mevrouw. Als u om een of andere reden liever geen politiebureaus opblaast, dan blazen we toch gewoon iets anders op? Als er maar lekker veel doden en gewonden vallen!'
Mijn moeder zuchtte: 'Dit wordt een lang gesprek, dat hoor ik nu al. Maar mijn kinderen hebben geen tijd voor een lang gesprek. Want het is bedtijd. We hebben een behoorlijk lange dag achter de rug en we hebben nog niet eens gegeten. Dus...'
'Natuurlijk, natuurlijk,' haastte de dikke pad zich te zeggen, 'dat komt allemaal dik in orde...'
Hij blafte een paar bevelen tegen zijn soldaten en even later kwam er een dikke dame binnen met twee grote pannen. Een met rijst en een met bonen.
We kregen allemaal een flink bord vol.
'Is dit alles?' mompelde Michael.
'Niet zo onbeleefd, Michael,' zei mama glimlachend. 'Je mag dat soort dingen wel mompelen, maar alleen als je héél zeker weet dat je gastheer je niet kan verstaan. En je moet er altijd vriendelijk bij glimlachen, zodat je gastheer denkt dat je iets aardigs zegt over het eten.'
'Dat is niet eerlijk,' zei Kwetter.
'Eerlijkheid en beleefdheid gaan zelden hand in hand,' zei mama. 'Jammer genoeg zul je altijd moeten kiezen. En mijn kinderen kiezen beleefdheid, mag ik hopen. Met beleefdheid kom je het verst!'
'Ja,' zei Michael, 'helemaal tot in Zuid-Mallotie, achter een bord met bonen.'
'Deze bonen is lekker,' riep Kwetter enthousiast.
'Goed zo meisje, prees mama haar. 'Lieg er maar flink op los! Zo hoor ik het graag!'
Maar Kwetter loog niet, want de bonen waren echt heel lekker.
Na het eten werden we naar een kamertje gebracht waar vijf hangmatten hingen.
Wij, de kinderen, gingen slapen en papa bleef bij ons, terwijl mama onderhandelde met het ZMB over wat er opgeblazen zou worden, en met hoeveel doden en gewonden.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 13 juni 2012

En de bommen dan?

BEGIN / VORIGE /VOLGENDE


'Wat voor een experimentje?' vroeg mijn moeder scherp.
'Een wetenschappelijk experimentje,' haastte de knieënman zich te zeggen. 'Puur wetenschappelijk. Niks meer en niks minder.'
'Oh,' zei mama. 'dan is het goed.'
Ooh... keej?
'Eh... mama...' merkte ik op, 'jij bent zelf niet zo heel erg kritisch en nieuwsgierig, als ik het even mag zeggen. Ik bedoel: die meneer hoeft alleen maar te zeggen dat het wetenschap is, en jij slikt het meteen! Wetenschap, dat kan iedereen wel zeggen. Maar is het goede wetenschap of slechte wetenschap? Nuttige of zinloze? Veilige of onveilige?'
'Jongen,' antwoordde mama, 'dat soort vragen mogen wetenschappers nooit stellen. Want als ik aan Alexander vraag of zijn plannen wel goed zijn, of nuttig, of veilig, dan is het hek van de dam! Dan kunnen we het wel aan iedereen gaan vragen. Dan gaan mensen het misschien wel aan mij vragen. En als ze dan vinden dat mijn onderzoek slecht is, of nutteloos, dan krijgt mijn laboratorium misschien geen geld meer. En geloof me: dat heeft een e-nor-me invloed op de resultaten.'
'Jouw onderzoek?' vroeg Gaby zich af. 'Jij hebt toch al bijna een jaar geen onderzoek meer gedaan?'
'Dat is waar,' zuchtte mama. Er kwam een wazige, droevige blik in haar ogen. 'Ik mis het wel een beetje, eerlijk gezegd.'
'Mevrouw Laarmans,' zei Alexander met een kleine buiging, 'u hoeft de wetenschap niet langer te missen. Ik ben er nu. We bouwen een nieuw lab en dan begin ik meteen met mijn experiment. Het zou mij een eer en een genoegen zijn, als u mij daarbij behulpzaam was.'
'Hoho,' zei ik, 'en de bommen dan? We moeten toch bommen hebben om de houthakkers tegen te houden?'
Mama haalde haar schouders op. 'Ach, die houthakkers houden zich wel even koest. Ze zijn allemaal gewond, en hun baas is waarschijnlijk op ditzelfde moment op weg naar het ziekenhuis vanwege zijn afgehakte arm. Nee, voorlopig hebben we van die mensen weinig te vrezen.'
'Puh,' zei papa. 'Dat zeg je alleen maar omdat je lekker wilt gaat wetenschappen. Denk je nou echt dat lui als Smek zich laten afschrikken doordat er een paar houthakkers gewond zijn? Ze laten gewoon nieuwe komen. En denk maar niet dat ze voor die gewonden ziektekosten betalen.'
'Dat doet er allemaal niet toe,' wuifde mama. 'Hakmaranman is zelf gewond, en ik heb zo het idee dat-ie dat wél heel erg vindt. Dus we hebben wel even de tijd, hoor.'
'Puh,' deed papa nog eens.
'Ga dan kijken, als je me niet gelooft.'
'Ga ik zeker doen. Gaan jullie mee, jongens?'
Dat deden we. En het klinkt misschien gek, maar ergens hoopten we dat mama ongelijk had. Dat de houthakkers gewoon het bos aan het slopen waren. Dan zou mama lekker bommen gaan maken en dan kon die Alexander de pip krijgen, met zijn experiment.
Het zou ook gewoon fijn zijn voor papa, als hij ook eens een keer gelijk had. Hij zat er al zo vreselijk naast, met die dino's. En hij kon geen bommen maken. Hij kon geeneens liaanzwieren.
Dus ja.
Toen we het houthakkerskamp volkomen verlaten aantroffen, zei Gaby troostend: 'Ze kunnen elk moment terugkomen, hoor.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE