BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Het eten was geen pretje, want het was een soort weeë, gele pap. Het smaakte naar niks en het glibberde je keel in alsof er een leger baby-slakjes naar binnen marcheerde. Heb je wel eens behangers-lijm gezien? Van die dikke smurrie waarmee je ouders behang tegen de muur plakken? En waar geen klontjes in mogen zitten, want dan wordt het behang lelijk, maar waar altijd tóch klontjes in zitten?
Nou, zo'n soort spul was het ongeveer. Maar dan met meer klontjes. Alsof de kok zijn best had gedaan om zoveel mogelijk klontjes te maken.
Terwijl, geloof me: van die klontjes werd het écht niet lekkerder. Integendeel.
Maar het was beter dan doodgaan van de honger, dus... ja...
'Denkt maar dat het lekkere honing-crunchies is,' zei Kwetter behulpzaam. 'Denkt maar: Hmmm, heerlijke honingcruchies!'
'Je wordt bedankt, Kwetter! Nu denk ik aan heerlijke honing-cruchies, en aan het enórm grote verschil tussen deze derrie en heerlijke honingcruchies. Nu vind ik het nog viezer. Ik had niet gedacht, dat dat kon. Maar het is je toch gelukt. Complimenten, hoor!'
'Dank je wel,' zei Kwetter gevleid.
Ze begrijpt nog altijd niet dat mensen soms iets zeggen wat ze niet helemaal menen. Ik had op dit moment niet de puf om het uit te leggen.
Ik had helemaal nergens puf voor.
En het werd avond.
Kortom: ik viel in slaap.
De volgende ochtend werd ik wakker van een verschrikkelijk gehots en gebonk. Alles was donker, en even was ik bang dat we weer in de container zaten.
Toen besefte ik dat ik gewoon mijn ogen nog niet open had gedaan.
Ik deed ze open en dat maakte enorm veel verschil.
We reden over een hobbelweg door een oerwoud.
Ik heb het niet zo op oerwouden. Die zitten vaak barstensvol met enge beesten, zoals reuzen-alligators en giftige wurgslangen en enge spinnen.
Maar dit was een redelijk vriendelijk oerwoud, met hier en daar een giftige boomkikker en hooguit een handjevol mensen-etende panters en zo.
Het was een oerwoud met veel bloemen en vogeltjes.
Giftige bloemen, ongetwijfeld, en gemene bloeddorstige rotvogeltjes, maar het was altijd nog een stuk minder erg dan het oerwoud van Boegoe-Boegoe. Dat kennen wij vrij goed, want Kwetter is daar geboren en we hebben er een half jaar gewoond.
Gaby en ik keken elkaar aan en zeiden: 'Dit valt nog best mee, voor een oerwoud. Het is hier eigenlijk best mooi.'
Kwetter staarde sip naar de bomen.
'Het lijk op thuis,' mompelde ze. 'Maar het bent niet thuis. Dit bos hebt helemaal geen pit. Het probeer geeneens ons dood te maken, en we rijdt hier nu al een half uur!'
We lagen achterop een platte vrachtwagen, tussen kisten en jute zakken. Onze benen en armen waren vastgebonden.
'Waar brengen ze ons heen?' vroeg ik.
Kwetter haalde haar schouders op. 'Denkt je soms, dat ze ons dat vertelt? Ze bindt ons vast als een worstje, en ze gooit ons op de wagen, en broem broem, daar gaat wij.'
Gaby zuchtte. 'Hebben jullie dan helemaal niet opgelet? Ze hebben het duidelijk gezegd, gisteren.'
'Toen was ik er met mijn hoofd niet bij,' bromde ik. 'Ik was veel te druk bezig met niet doodgaan, als ik 't me goed herinner.'
'We gaan naar...'
En op dat moment waren we er.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 63. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 63. Alle posts tonen
woensdag 11 juni 2014
woensdag 6 februari 2013
Maikool!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij pakte zijn bord op en liep ermee naar de jongens die met hun geweren op schoot naar ons zaten te kijken. Ze keken met open monden en gestrekte nekken naar het bord met bonen; hun gezichten straalden van verlangen en ongeloof. Een bord vol met ontbijt, dat zomaar vanzelf hun kant op kwam! Zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt. Als de Heilige Maagd Maria plotseling tussen hen in verschenen was, hadden ze haar op precies dezelfde manier aangestaard, dat weet ik zeker.
'Smakelijk eten,' zei Michael, en hij gaf het bord aan de dichtstbijzijnde jongen.
Die nam het dankbaar in ontvangst, zette de rand van het bord tegen zijn lippen en schoof met zijn hand alle bonen zijn keel in. De hele lading in één keer, haastig en zonder te kauwen, zodat zijn vrienden geen tijd hadden ze van hem af te pakken.
'Jemig,' zei papa, 'wat zal die een buikpijn krijgen!'
'Ik hoop het maar,' zei mama, 'Dat zal hem leren dat hij met mes en vork hoort te eten.'
Ik hoopte niet dat die arme jongen last van zijn buik zou krijgen. Dat vond ik zielig, want die jongen had al zo'n rottig leven. Ik bedoel: als je van een ontbijt van kouwe rijst met bonenprut al blij wordt, dan vraag ik me af waar je eigenlijk verdrietig van word.
Aan de andere kant kon deze knaap wel een lesje in tafelmanieren gebruiken, want hij begon zijn bord af te likken tot er geen spoortje prut mee aan zat.
Mama wendde haar hoofd af, kneep haar ogen dicht en deed haar handen voor haar gezicht. Dat vond ik dan weer een beetje overdreven.
De jongen bracht het bord terug naar de tafel, en begon Michael op de schouders te slaan, knipogen te geven, zijn hand te schudden en op allerlei andere manieren te laten merken dat hij Michael een aardige knaap vond.
Michael keek een beetje vies, want de jongen had hem precies die hand gegeven waar hij daarnet de bonen mee naar binnen had geschoven. Er zaten weliswaar geen bonen meer aan de hand, want die was óók zorgvuldig afgelikt, maar echt fris was het allemaal niet.
De jongen leek Michaels afkeer niet te merken. Blij wees hij op zichzelf en zei 'Jamal.' Hij herhaalde het net zo lang tot Michael begreep dat dat zijn naam was.
'Oh, eh... Michael,' antwoordde hij en hij wees op zichzelf.
'Maikool!' riep de jongen blij. Hij wees op mijn broer en riep naar zijn medestrijders: 'Maikool!!' en stak twee duimen tegelijk op, om hen te vertellen dat hij een nieuwe vriend had die Maikool heettte en die heel erg aardig was.
De jongens keken alsof zo vonden dat Maikool nog een stuk aardiger had kunnen zijn. Bijvoorbeeld door de bonen aan hén te geven.
'Ja hoor,' zuchtte Michael, 'dat heb ik weer. Ik had al een Boegoeneesje, en nou zit ik ook nog met een Zuid-Malloot opgescheept.'
'Eén ding is duidelijk,' zei mama. 'Jij zoekt je vrienden niet uit op hun tafelmanieren!'
'Ik zoek ze so wie so niet uit,' bromde Michael. 'Ze zoeken mij uit.'
'Gelukkig wel, knul,' zei papa. 'Vrienden kunnen we goed gebruiken. Zeker nu.' Hij draaide zich naar mama en zei: 'Vertel maar eens wat je gisteren besproken hebt met de veldmaarschalk.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij pakte zijn bord op en liep ermee naar de jongens die met hun geweren op schoot naar ons zaten te kijken. Ze keken met open monden en gestrekte nekken naar het bord met bonen; hun gezichten straalden van verlangen en ongeloof. Een bord vol met ontbijt, dat zomaar vanzelf hun kant op kwam! Zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt. Als de Heilige Maagd Maria plotseling tussen hen in verschenen was, hadden ze haar op precies dezelfde manier aangestaard, dat weet ik zeker.
'Smakelijk eten,' zei Michael, en hij gaf het bord aan de dichtstbijzijnde jongen.
Die nam het dankbaar in ontvangst, zette de rand van het bord tegen zijn lippen en schoof met zijn hand alle bonen zijn keel in. De hele lading in één keer, haastig en zonder te kauwen, zodat zijn vrienden geen tijd hadden ze van hem af te pakken.
'Jemig,' zei papa, 'wat zal die een buikpijn krijgen!'
'Ik hoop het maar,' zei mama, 'Dat zal hem leren dat hij met mes en vork hoort te eten.'
Ik hoopte niet dat die arme jongen last van zijn buik zou krijgen. Dat vond ik zielig, want die jongen had al zo'n rottig leven. Ik bedoel: als je van een ontbijt van kouwe rijst met bonenprut al blij wordt, dan vraag ik me af waar je eigenlijk verdrietig van word.
Aan de andere kant kon deze knaap wel een lesje in tafelmanieren gebruiken, want hij begon zijn bord af te likken tot er geen spoortje prut mee aan zat.
Mama wendde haar hoofd af, kneep haar ogen dicht en deed haar handen voor haar gezicht. Dat vond ik dan weer een beetje overdreven.
De jongen bracht het bord terug naar de tafel, en begon Michael op de schouders te slaan, knipogen te geven, zijn hand te schudden en op allerlei andere manieren te laten merken dat hij Michael een aardige knaap vond.
Michael keek een beetje vies, want de jongen had hem precies die hand gegeven waar hij daarnet de bonen mee naar binnen had geschoven. Er zaten weliswaar geen bonen meer aan de hand, want die was óók zorgvuldig afgelikt, maar echt fris was het allemaal niet.
De jongen leek Michaels afkeer niet te merken. Blij wees hij op zichzelf en zei 'Jamal.' Hij herhaalde het net zo lang tot Michael begreep dat dat zijn naam was.
'Oh, eh... Michael,' antwoordde hij en hij wees op zichzelf.
'Maikool!' riep de jongen blij. Hij wees op mijn broer en riep naar zijn medestrijders: 'Maikool!!' en stak twee duimen tegelijk op, om hen te vertellen dat hij een nieuwe vriend had die Maikool heettte en die heel erg aardig was.
De jongens keken alsof zo vonden dat Maikool nog een stuk aardiger had kunnen zijn. Bijvoorbeeld door de bonen aan hén te geven.
'Ja hoor,' zuchtte Michael, 'dat heb ik weer. Ik had al een Boegoeneesje, en nou zit ik ook nog met een Zuid-Malloot opgescheept.'
'Eén ding is duidelijk,' zei mama. 'Jij zoekt je vrienden niet uit op hun tafelmanieren!'
'Ik zoek ze so wie so niet uit,' bromde Michael. 'Ze zoeken mij uit.'
'Gelukkig wel, knul,' zei papa. 'Vrienden kunnen we goed gebruiken. Zeker nu.' Hij draaide zich naar mama en zei: 'Vertel maar eens wat je gisteren besproken hebt met de veldmaarschalk.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 25 juli 2012
Onze ouders hebben vreemde hobby's
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Papa keek ons nijdig aan. 'Als mama zo nodig de wetenschapper wil uithangen, met die Alexander van d'r, dan mag ik toch wel lekker bankiertje doen?'
Tja. Daar konden we weinig tegen inbrengen.
We hadden geen dringende bezigheden, nu de houthakkers verjaagd waren.
De hele dag in een boomtop zitten ouwehoeren met een stel Boegoenezen die je niet eens verstaat, dat gaat een beetje vervelen na een half jaar.
'Onze ouders hebben vreemde hobby's,' zei ik toen we de container uit liepen.
'Die wetenschap, dat snap ik nog wel. Maar wie bekijkt er nou voor zijn lol de beursberichten?'
'Niemand,' zei Gaby kattig. 'Papa ook niet. Maar hij moet iets te doen hebben, anders gaat hij teveel piekeren. Over mama en die Alexander.'
'Is hij bang dat zij zichzelf opblaast?' vroeg Kwetter. 'Dat doet zij heus niet, hoor. Zij stook alleen het laboratorium nog een paar keer in de fik, denkt ik.'
'Ben ik dan de enige die er iets van begrijpt?' riep Gaby. 'Papa is bang dat mama die Alexander leuker vindt dan hem! Dat mama hem dom vindt, vanwege die stomme dino's! Met Alexander kan ze fijn proefjes doen, dat vindt ze leuk. Maar wat heeft papa haar te bieden?'
'Nou ja, zeg,' sputterde ik, 'hij is, ik bedoel, het is papa, hij is met haar getrouwd. En zo.'
'Soms gaan mensen scheiden,' zei Gaby duister.
'Huh. Mama wil echt niet van papa scheiden,' zei ik.
'Maar papa denkt van wel. En daar wil hij niet aan denken. Dus gaat hij maar iets anders doen. De beursberichten. Snap je het nou?'
'Nee,' zei ik. 'Ik snap er niks van Als papa bang is dat mama, nou ja, weet ik veel wat, waarom zegt hij dat dan niet gewoon tegen haar. Je kunt dat toch gewoon zeggen?'
'Soms is dat moeilijk,' zei Gaby betweterig. 'Waarom zeg jij bijvoorbeeld niet tegen Kwetter dat je verliefd bent op haar?'
'Ik... wat? Ik bén helemaal niet op haar!'
'Welwaar.'
'Niet.'
Ze zei nog een keer van welles, en toen ik haar stompte stompte ze gewoon terug, dus toen moest ik haar op de grond gooien. Iemand die op de grond ligt mag je niet slaan, zelfs niet als het je zus is, dus ik gaf haar de kieteldood tot ze hikte: 'Nee, hihihi, hou op, genade, hihi, je bent niet op Kwetter, je hebt een hihihi een hekel aan haar.'
'Nou,' zei ik, 'dat nou ook weer niet. Dat nou ook weer niet hoor, Kwetter!'
Maar Kwetter hoorde me niet meer, want ze was verdwenen. Het oerwoud in.
'Heb je nou je zin, idioot,' snauwde Gaby terwijl ze opstond. 'Geef het dan gewoon toe. Ze is ook op jou hoor, als je het nog niet doorhad.'
'Dat had ik allang door, maar ik ben niet op haar. En als jij me niet had gedwongen dat te zeggen dan was ze nou nog hier. Jij hebt haar verdrietig gemaakt.'
'Ach, ze komt heus wel weer terug hoor.'
Maar Kwetter kwam niet terug, urenlang niet.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Papa keek ons nijdig aan. 'Als mama zo nodig de wetenschapper wil uithangen, met die Alexander van d'r, dan mag ik toch wel lekker bankiertje doen?'
Tja. Daar konden we weinig tegen inbrengen.
We hadden geen dringende bezigheden, nu de houthakkers verjaagd waren.
De hele dag in een boomtop zitten ouwehoeren met een stel Boegoenezen die je niet eens verstaat, dat gaat een beetje vervelen na een half jaar.
'Onze ouders hebben vreemde hobby's,' zei ik toen we de container uit liepen.
'Die wetenschap, dat snap ik nog wel. Maar wie bekijkt er nou voor zijn lol de beursberichten?'
'Niemand,' zei Gaby kattig. 'Papa ook niet. Maar hij moet iets te doen hebben, anders gaat hij teveel piekeren. Over mama en die Alexander.'
'Is hij bang dat zij zichzelf opblaast?' vroeg Kwetter. 'Dat doet zij heus niet, hoor. Zij stook alleen het laboratorium nog een paar keer in de fik, denkt ik.'
'Ben ik dan de enige die er iets van begrijpt?' riep Gaby. 'Papa is bang dat mama die Alexander leuker vindt dan hem! Dat mama hem dom vindt, vanwege die stomme dino's! Met Alexander kan ze fijn proefjes doen, dat vindt ze leuk. Maar wat heeft papa haar te bieden?'
'Nou ja, zeg,' sputterde ik, 'hij is, ik bedoel, het is papa, hij is met haar getrouwd. En zo.'
'Soms gaan mensen scheiden,' zei Gaby duister.
'Huh. Mama wil echt niet van papa scheiden,' zei ik.
'Maar papa denkt van wel. En daar wil hij niet aan denken. Dus gaat hij maar iets anders doen. De beursberichten. Snap je het nou?'
'Nee,' zei ik. 'Ik snap er niks van Als papa bang is dat mama, nou ja, weet ik veel wat, waarom zegt hij dat dan niet gewoon tegen haar. Je kunt dat toch gewoon zeggen?'
'Soms is dat moeilijk,' zei Gaby betweterig. 'Waarom zeg jij bijvoorbeeld niet tegen Kwetter dat je verliefd bent op haar?'
'Ik... wat? Ik bén helemaal niet op haar!'
'Welwaar.'
'Niet.'
Ze zei nog een keer van welles, en toen ik haar stompte stompte ze gewoon terug, dus toen moest ik haar op de grond gooien. Iemand die op de grond ligt mag je niet slaan, zelfs niet als het je zus is, dus ik gaf haar de kieteldood tot ze hikte: 'Nee, hihihi, hou op, genade, hihi, je bent niet op Kwetter, je hebt een hihihi een hekel aan haar.'
'Nou,' zei ik, 'dat nou ook weer niet. Dat nou ook weer niet hoor, Kwetter!'
Maar Kwetter hoorde me niet meer, want ze was verdwenen. Het oerwoud in.
'Heb je nou je zin, idioot,' snauwde Gaby terwijl ze opstond. 'Geef het dan gewoon toe. Ze is ook op jou hoor, als je het nog niet doorhad.'
'Dat had ik allang door, maar ik ben niet op haar. En als jij me niet had gedwongen dat te zeggen dan was ze nou nog hier. Jij hebt haar verdrietig gemaakt.'
'Ach, ze komt heus wel weer terug hoor.'
Maar Kwetter kwam niet terug, urenlang niet.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)