Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 66. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 66. Alle posts tonen

woensdag 18 juni 2014

Ik ben hier de enige vogel!

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Ik ben een vogel!' riep de ene. 'Een prachtige paradijsvogel met veren en vleugels! Ik heb honderd duizend miljoen kleuren!'
'Nee man, doe normaal,' zei de ander. 'Je lijkt geeneens op een vogel. Kijk. Zie je dat beest, boven in die boom? Dát is een vogel.'
De ene keek naar het beest in de boom. Ik ook. Het was inderdaad een vogel. Een hele grote sierlijke vogel, met rode en zwarte veren. Hij leek he-le-maal niet jongen één, dat was duidelijk.
PANG!
De jongen schoot zonder aarzeling de vogel van zijn tak. Als een bloederig vodje met veren tuimelde het dier naar beneden.
'Ik zie niks hoor, in die boom,' zei de jongen ijskoud.
De andere jongen lachte zich een ongeluk. 'Oh, Zoezoe, het is ook altijd wat met jou! Wat wou je doen, alle vogels in het oerwoud afknallen? No veel, succes – in die boom daarachter zitten er wel honderd, en ze...'
BRRRRAT-AT-AT-AT deed het geweer van jongen één. Drie of vier kleine vogeltjes ploften op de grond. De rest vloog er in paniek vandoor.
Jongen nummer twee lachte wel een minuut lang. Daarna veegde hij de lach-tranen uit zijn ogen en zei: 'Hè, nou heb ik ook zin om iets dood te schieten.'
'Als je maar niet op een vogel schiet,' zei Zoezoe.
'Waarom niet?'
'Omdat ik de enige vogel ben hier in de buurt, man!'
Zijn kameraad barstte weer in lachen uit. Daarna stond hij een tijdje om zich heen te kijken. Tenslotte zei hij langzaam: 'Ik heb wel zin om een kindje dood te schieten, geloof ik.'
'Mag niet van de generaal,' zei Zoezoe.
'Wel als ze weglopen,' zei zijn makker.
'Ja, maar ze lopen niet weg. Ze zijn niet gek.'
'Niet zo gek als wij, in elk geval.' De jongens lachten weer. Ze lachten hard, veel te hard. Zo lach je niet als je pret hebt. Ze lachten alsof ze bang waren dat ze zouden ophouden met bestaan, als ze zichzelf niet meer konden horen.
'Kwetter?' zei ik 'Gaby?'
'Ja?' zeiden de meiden.
'Ik ben nu bijna dertien. Veel mensen krijgen, na hun dertiende, domme ideeën in hun kop...'
'Wees maar niet bang hoor,' zei Gaby. 'Dommer dan nu kun je echt niet worden.'
'Eeeeeeeen dankjewel. Wat ik eigenlijk wilde zeggen: veel mensen krijgen na hun dertiende het idee dat het stoer is om bier te drinken of drugs te gebruiken. Nu heb ik een vraag aan jullie. Als ik, in de komende jaren, begin te zeggen dat ik wel een biertje zou lusten, of iets van drugs... willen jullie mij dan herinneren aan deze twee geschifte engerds?'
'Natuurlijk,' zei Gaby. 'Hoewel ik... lieve help!'
'Wat?'
'Die twee geschifte engerds zijn opeens een heel stuk geschifter geworden. En een heel stuk enger! Moet je kijken wat ze doen!'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 13 februari 2013

Twee dingen met één kogel

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Het was Jamal, en hij begon enthousiast tegen Michael te praten. In het Zuid-Mallotisch, helaas, dus we verstonden er geen bal van. Behalve dan dat hij heel vaak 'Maikool' zei. Hij wees blij naar mijn broer, en naar zijn geweer. En naar de deur van de binnenplaats.
'Ja hoor,' knikte Michael, 'van mij mag je de deur doodschieten. Of je geweer achter de deur leggen. Of de deur eruit slopen en er je geweer mee plat slaan. Zie maar wat je doet.'
Toen hij Michael zo goedkeurend zag knikken, rende Jamal vrolijk naar binnen.
'Heb ik weer,' zei Michael.
Even later kwam Jamal terug met een oud, leeg blikje. Hij zette het op de grond, bij de achterste muur van de binnenplaats, en wenkte ons. We slenterden naar hem toe.
Hij drukte Michael het geweer in de handen en wees op het blikje.
Toen begreep mijn broer wat de bedoeling was.
Zijn ogen werden groot van blije verbazing. 'Mag... mag ik op dat blikje schieten? Met jouw geweer? Woooow!'
Ik zuchtte. Mijn broer denkt dat schieten met een geweer iets moois is. Dat komt doordat hij een jongetje is en zoals je misschien weet zijn alle jongetjes op een haartje na maniakken. Bij het minste of geringste krijgen ze de behoefte om een machinegeweer te grijpen, of een kettingzaag, en dan gaat het van hatsekidee.
Tenminste, dat denken jongens. En dat zeggen jongens. Mijn broer vertelt soms hele verhalen, over hoe hij met een kettingzaag een bende schurken te lijf ging, maar Kwetter was erbij en die vertelt dat het meer een kwestie was van een op hol geslagen kettingzaag die met mijn broer aan de haal ging.
Michael had daar niet veel van geleerd, kennelijk. Hij dacht: dat blikje, dat zal ik wel eens even schieten, en hij haalde de trekker over.
Je kunt wel raden wat er gebeurde.
Helemaal niets.
De vijf jongens van het ZMB lachten zich een ongeluk, en Jamal liet grijnzend zien welke piefje er op welke manier moest klikken om de beveiliging eraf te halen.
Michael klikte het piefje in de juiste stand en haalde nog een keer de trekker over.
Het volgende moment lag hij huilend op de grond.
'Wie deed dat?' vroeg hij onder boos gesnik. 'Ik hou van een grapje, en ik kan best tegen een beetje stompen als het erop aankomt, maar dit was echt hard.'
'Niemand heeft jou gestompt, hoor,' zei ik. 'Je viel helemaal vanzelf om. Ik zag niet precies wat er gebeurde, maar ik heb wel eens iets gehoord over, eh... de... terugklap?'
'Terugslag,' mompelde Michael. 'Dezelfde kracht die de kogel vooruit heeft, heeft de geweerkolf achteruit. Maar omdat een geweer een stuk zwaarder is dan een kogel, gaat-ie minder hard. Of zoiets. Maar toch nog een stuk harder dan ik dacht. Nou ja... heb ik dan ik elk geval dat blikje geraakt?'
Tot mijn grote vreugde moest ik helaas zeggen: 'Je hebt helemaal niets geraakt.'
'Behalve dan de muur,' zei Michael moedeloos.
'Nuh-uh,' deed grijnzend. 'De lucht, die heb je geraakt. Maar maak je geen zorgen, een kogel die omhoog gaat komt vanzelf weer naar beneden, en dan heb je twee dingen geraakt: de lucht en de grond. Knap hoor.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 1 augustus 2012

Gaby verricht een wonder

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE



Gaby zag haar het eerst. Ze zat op een tak in een boom tegenover ons. Ze zei niks een keek ons met droevige ogen aan, maar daar letten wij niet op. We hadden net een slang in de fik gestoken en we waren in een uitgelaten stemming.
'Hee, Kwetter,' wuifde Gaby enthousiast. 'Kom erbij! We steken slangen in de fik. Dikke pret!'
Kwetter schudde haar hoofd.
'Het is hartstikke makkelijk!' riep ik. 'Je hoeft er alleen maar een noko-nootje in te gooien. We hebben nootjes zat, kom maar!'
Kwetter schudde zwijgend haar hoofd.
Gaby en ik keken elkaar aan. Wat was dit nou? Normaal was Kwetter altijd vrolijk, en altijd de eerste die zich in allerlei rare en gevaarlijk plannen wilde storten. En nu zat ze daar maar te sippen.
Het duurde wel een halve minuut voor ik dacht: oh ja. Zij is op mij, en ik liep daarstraks te schreeuwen dat ik helemaal niet op haar was. Misschien vond ze dat wel niet zo leuk.
Gaby dacht hetzelfde. 'Ga dan naar haar toe,' siste ze. 'Geef gewoon toe dat je op haar bent, dan is ze weer vrolijk.'
'Echt niet,' fluisterde ik terug. 'Ik ben niet op haar namelijk. Dit is allemaal jouw schuld. Los jij het maar op.'
Gaby dacht even na. 'Okee,' zei ze. 'Maar dan moet jij niet meer zeggen dat je niet op haar bent. Want dan is het jouw fout en dan los jij het maar op.'
'Geen probleem,' zei ik. 'Als jij er ook niet meer over praat.'
Gaby knikte, greep een liaan en zwierde naar Kwetter toe. Ze sloeg een arm om haar heen en begon op haar in te praten. Ik kon niet horen wat ze zei, maar na een zinnetje of drie leek Kwetter helemaal op te fleuren.
Wat is dat toch wonderlijk, dacht ik. Ik zou geen idee hebben wat ik moest zeggen, maar Gaby bokst het toch maar mooi voor elkaar. Ze heeft daar vast allerlei geheime meidenwoorden voor. Toch wel handig. Weliswaar is Kwetter ook een meisje, dus het enige waar meidenwoorden echt nuttig voor zijn is voor het oplossen van meidenproblemen, maar goed. Beter dan niks.
Daar kwamen ze al aangezwierd, Gaby en Kwetter. Kwetter zag er vrolijk uit. Vrolijker dan ik haar ooit gezien had eigenlijk. Wat een wonder had Gaby verricht!
Kwetter gaf mij een voorzichtige knuffel en fluisterde in mijn oor: 'Ik snapt het wel hoor, dat jij het niet wilt zeggen. Is goed. Is ons geheimpje.'
WAT!?
Die rat van een Gaby! Ze had gewoon tegen Kwetter staan liegen, gezegd dat ik tóch op haar was... Niks geheime meidenwoorden!
Ja, zo kon ik het ook!
Over Kwetters schouder heen keek ik woedend naar Gaby. Ze keek me aan als een onschuldig engeltje en legde haar vinger op haar lippen. Om mij eraan te herinneren dat ik er niks meer over zou zeggen.
Ik maakte me los uit Kwetters omhelzing en mompelde: 'Kom, we gaan een slang in de fik steken. Ik heb zin om héél veel dingen in de fik te steken.'
'Mag niet,' zei Kwetter


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE