BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We lieten de half-volle vuilniszak naar boven zweven. Met een lang stuk touw eraan gebonden, zodat we 'm een beetje konden sturen. Gelukkig slaagde ik erin hem tussen de andere zak en de takken te krijgen.
'Keurig op z'n plek,' zei ik. 'Klaar voor de knal.'
'En nu?' vroeg Zoezoe. 'Steken we de lont aan, of wat?' Hij wees op het touwtje.
'Dat is een touwtje,' zei ik. 'Dat werkt niet, als lont.'
'Oh. Hoe steken we de boel dan in de fik?'
'Dat moog jij doen,' zei Kwetter, 'hè Michael? Dat moog hij toch doen? Met zijn geweer?'
'Precies Kwetter. Jij snapt 'm. Luister, vriend. Wij gaan op een flinke afstand staan. En dan pak jij dat monsterlijk grote geweer van je en je schiet één kogel in die vuilniszakken.'
'Maar dan wordt iedereen wakker,' zei Abel zenuwachtig.
'Dat worden ze so wie so,' grijnsde Gaby. 'Hoe stilletjes je de boel ook aansteekt, daarna gaat het van boem.'
Zoezoe en Abel keken elkaar aan. Het idee dat iedereen wakker zou worden, en in paniek zou komen kijken waar die knal vandaan kwam, en dat daarna iedereen zou zien dat Zoezoe en Abel een accu en allerlei andere spullen hadden gegapt – dat idee stond hen helemaal niet aan. Kennelijk hadden ze daar nog niet over nagedacht.
Ze leken me van zichzelf al niet zo slim, en dat was er zeker niet beter op geworden toen ze in het leger van de generaal terecht kwamen.
De generaal vond het leuk als zijn soldaatjes nog geschifter en gewelddadiger waren dan hij zelf was, en daarom voerde hij hen bier en drugs tot hun hersens in gatenkaas veranderden.
Verder dan een kwartiertje vooruit denken, dat konden deze jongens niet.
Daar kwam nog bij dat wij jongens, hoe slim we ook zijn, meestal ons vermogen tot nadenken verliezen als er wat te knallen valt. Plan A is altijd Piew-piew-piew. Als dat niet lukt kun je altijd nog een plan B verzinnen.
'Uh...'zei Abel tegen Zoezoe.
'Uhhhh...'zei Zoezoe terug.
'Maak je maar geen zorgen, jongens,' zei ik. 'Ik heb allang een plan B bedacht.'
De twee soldaten haalden opgelucht adem. Iemand die het denkwerk voor hen deed, bij voorkeur iemand zonder gatenkaas in zijn hoofd, dat was precies waar ze behoefte aan hadden.
We gaan er zelfs nog op vooruit, zag je ze denken. Want het denkwerk in het leger werd meestal door de generaal gedaan, en die z'n hersens waren meer gat dan kaas.
'We gaan schieten,' zei ik. 'Vanaf een flinke afstand. Daarna komt plan B. Akoord?'
De jongens knikten blij. Eerst schieten en ontploffen, en daarna nog een plan B ook. Het kon niet op vannacht. Ze liepen terug in de richting van de tenten.
'Neenee,' wees ik, 'de andere kant op. Daarzo! Naar de bomen! Gaby, Kwetter, jullie ook!'
We kozen een plekje uit aan de rand van het oerwoud.
Zoezoe keek zorgvuldig door het vizier van zijn geweer.
'Ze 'm op jongen,' fluisterde ik. 'Midden in de kleine vuilniszak. In één keer!'
Zoezoe knikte, maar zei niks.
Pang!
B-BOEM!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 73. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 73. Alle posts tonen
vrijdag 4 juli 2014
vrijdag 1 maart 2013
Een bak vol piranha's, natuurlijk
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Maar het was te laat, natuurlijk.
Een van de jongens slofte onze kant op en trok de keukendeur open. Hij grijnsde toen hij ons zag en riep iets in het Zuid-Mallotisch. Zijn kameraden keken onze kant op, glimlachten en wandelden verder.
De jongen haalde zijn schouders op, aaide Kwetter over haar bol en voegde zich weer zijn zijn vrienden.
'Nou jaaa!' riep Michael verontwaardigd. 'We zijn hier aan het spioneren! We ontdekken een duister geheim! We rukken het masker af, en zien het monster dat zich erachter verbergt... En wat doet het monster? Niets! Alsof wij helemaal niet interessant zijn! Ik... ik... grrrrrargh!' Met gebalde vuisten stond hij te stampvoeten. Alsof hij liever was gevangengenomen en aan een dun touw boven een bak met piranha's gehangen.
Jongens hebben soms de raarste ideeën.
'Dit hoeven we niet te pikken,' snoof Michael. 'Kijken deze lui geen films, of zo? De dappere kinderen winnen het altijd van de schurken. Als je een schurk bent, een een groepje dappere kinderen ontdekt wat je van plan bent, dan ben je verloren. Dat weet iedere fatsoenlijke schurk. Dus dan moet je in paniek raken en proberen die kinderen iets vreselijks aan te doen. Een bak met piranha's is wel het minste!'
'Ik wist het,' mompelde ik. 'Jongens zijn zooo voorspelbaar.'
'Oh ja?' vroeg Kwetter 'Ik denkte: hij wilt een bak met haaien. Niet van die, eh...'
'Piranha's,' vertelde ik. 'Vleesetende vissen. Zoiets als haaien, maar dan veel kleiner, en met ene heleboel tegelijk.'
'Ach, bestaat die? Dat weette ik niet. Ja, nee, dan denkt ik ook piranha's natuurlijk.'
Michael was intussen met woedende stampstappen achter de de ZMB-soldaten aangelopen. Kwetter en ik haalden hem pas in toen hij al buiten stond.
Met zijn armen in zijn zij stond hij pal voor de neus van veldmaarschalk Miguel, en hij vroeg op hoge toon: 'Zeg, meneertje, wat is hier aan de hand? Denk je soms dat wij idioten zijn? Dat wij niet zien wat er hier aan de hand is?'
Miguel krabde zich achter zijn oren. 'Hoezo? Wat is er dan aan de hand, volgens jou?'
'Die maar niet zo onschuldig,' siste Michael. 'In die pakketjes zit heus geen zelfrijzend bakmeel!'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Miguel. 'Zelfrijzend bakmeel, daar verdien je geen bal aan. Drugs leveren veel meer op.'
Michael was sprakeloos. Met open mond stond hij de baas van het Zuid-Mallotische Bevrijdingsleger aan te staren. 'U... u geeft het gewoon toe?' stamelde hij. 'U zegt gewoon recht in mijn gezicht dat u een drugshandelaar bent?'
'Ja, natuurlijk. Dat zijn alle terroristen – of we nou voor hun godsdienst vechten, of voor de vrijheid van hun land, of voor een beter leven voor de armen... Het is een dure hobby hoor, terrorisme! Wapens, bommen, een geheim hoofdkwartier... dat kost allemaal geld. Dat geld moet ergens vandaan komen, nietwaar? Ik bedoel, jullie doen toch zeker hetzelfde?'
'Zeker niet,' zei ik boos. 'Drugshandel is gemeen en slecht en laf. Het is het laagste van het laagste. Als je denkt dat mijn moeder zich daarmee inlaat...'
'Nee,' zei een stem achter ons. 'Mevrouw de Donderkat heeft andere inkomsten.'
IJskoude rillingen liepen over mijn rug.
Ik kende deze stem.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Maar het was te laat, natuurlijk.
Een van de jongens slofte onze kant op en trok de keukendeur open. Hij grijnsde toen hij ons zag en riep iets in het Zuid-Mallotisch. Zijn kameraden keken onze kant op, glimlachten en wandelden verder.
De jongen haalde zijn schouders op, aaide Kwetter over haar bol en voegde zich weer zijn zijn vrienden.
'Nou jaaa!' riep Michael verontwaardigd. 'We zijn hier aan het spioneren! We ontdekken een duister geheim! We rukken het masker af, en zien het monster dat zich erachter verbergt... En wat doet het monster? Niets! Alsof wij helemaal niet interessant zijn! Ik... ik... grrrrrargh!' Met gebalde vuisten stond hij te stampvoeten. Alsof hij liever was gevangengenomen en aan een dun touw boven een bak met piranha's gehangen.
Jongens hebben soms de raarste ideeën.
'Dit hoeven we niet te pikken,' snoof Michael. 'Kijken deze lui geen films, of zo? De dappere kinderen winnen het altijd van de schurken. Als je een schurk bent, een een groepje dappere kinderen ontdekt wat je van plan bent, dan ben je verloren. Dat weet iedere fatsoenlijke schurk. Dus dan moet je in paniek raken en proberen die kinderen iets vreselijks aan te doen. Een bak met piranha's is wel het minste!'
'Ik wist het,' mompelde ik. 'Jongens zijn zooo voorspelbaar.'
'Oh ja?' vroeg Kwetter 'Ik denkte: hij wilt een bak met haaien. Niet van die, eh...'
'Piranha's,' vertelde ik. 'Vleesetende vissen. Zoiets als haaien, maar dan veel kleiner, en met ene heleboel tegelijk.'
'Ach, bestaat die? Dat weette ik niet. Ja, nee, dan denkt ik ook piranha's natuurlijk.'
Michael was intussen met woedende stampstappen achter de de ZMB-soldaten aangelopen. Kwetter en ik haalden hem pas in toen hij al buiten stond.
Met zijn armen in zijn zij stond hij pal voor de neus van veldmaarschalk Miguel, en hij vroeg op hoge toon: 'Zeg, meneertje, wat is hier aan de hand? Denk je soms dat wij idioten zijn? Dat wij niet zien wat er hier aan de hand is?'
Miguel krabde zich achter zijn oren. 'Hoezo? Wat is er dan aan de hand, volgens jou?'
'Die maar niet zo onschuldig,' siste Michael. 'In die pakketjes zit heus geen zelfrijzend bakmeel!'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Miguel. 'Zelfrijzend bakmeel, daar verdien je geen bal aan. Drugs leveren veel meer op.'
Michael was sprakeloos. Met open mond stond hij de baas van het Zuid-Mallotische Bevrijdingsleger aan te staren. 'U... u geeft het gewoon toe?' stamelde hij. 'U zegt gewoon recht in mijn gezicht dat u een drugshandelaar bent?'
'Ja, natuurlijk. Dat zijn alle terroristen – of we nou voor hun godsdienst vechten, of voor de vrijheid van hun land, of voor een beter leven voor de armen... Het is een dure hobby hoor, terrorisme! Wapens, bommen, een geheim hoofdkwartier... dat kost allemaal geld. Dat geld moet ergens vandaan komen, nietwaar? Ik bedoel, jullie doen toch zeker hetzelfde?'
'Zeker niet,' zei ik boos. 'Drugshandel is gemeen en slecht en laf. Het is het laagste van het laagste. Als je denkt dat mijn moeder zich daarmee inlaat...'
'Nee,' zei een stem achter ons. 'Mevrouw de Donderkat heeft andere inkomsten.'
IJskoude rillingen liepen over mijn rug.
Ik kende deze stem.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 15 juni 2012
Met een luidkeels 'Woei'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Een uurtje later zaten we in een boom bij het houthakkerskamp. Niet al te dicht bij, natuurlijk, want de bomen dicht bij het kamp gingen als eerste tegen de vlakte. Het ging langzaam – van de meeste houthakkers ontbraken een paar stukjes, zoals armen of benen, en dan gaat alles wat minder vlot. Ze zaagden er lekker op los, dat wel, maar in dit tempo zou het nog maanden duren voordat ze heel Boegoe-Boegoe van bomen hadden ontdaan.
Toch was er, rondom het houthakkerskamp, al een grote kale vlakte ontstaan. Alleen vlak naast de containers stonden nog een paar vreemde, heel grote struiken.
Van de helikopter was nergens een spoor te bekennen.
Die wist natuurlijk nog niet dat wij hem al hadden gezien, dus die vloog nog ergens boven Boegoe-boegoe, met papa eronder als een worm aan een vishaakje.
'Goed,'zei Gaby. 'Wat doen we nou?'
'Wij heeft toch al een plannetje?' vroeg Kwetter. Ze klonk een beetje teleurgesteld. 'Mijn plannetje heeft wij.'
'Ja maar Kwetter,' zei mijn zus zo lief mogelijk, 'weet je nog dat mijn broer het slechtste plan aller tijden had? Toen met die alligatorhuiden?'
'Dat was een prima plan,' bromde ik. 'Het is toch gelukt allemaal? We hebben het ei, we zijn er allemaal heelhuids vanaf gekomen...'
'Ahum!?' Gaby keek nadrukkelijk naar haar arm. Die was heel aardig genezen intussen, maar ze kon er nog altijd niet mee liaanzwieren.
'Nou ja,' zei ik ongemakkelijk, 'ik bedoel, we zijn niet tot mjamburger gehakt. Dus het heeft best goed gewerkt.'
'We hebben heel veel mazzel gehad, zul je bedoelen. De enige reden dat jouw plan niet het stomste aller tijden was, is dat er sinds kort een nog stommer plan bestaat. Namelijk het plannetje van Kwetter.'
'Mijn plan is niet stom!' Kwetter keek niet boos. Kwetter keek sip.
'Het spijt me, Kwetter, maar “wij gooit gewoon de houthakkers in de mjamburgermachine”, dat is... het is niet eens een plan!'
'Is welles.'
'Is nietes. Een plan gaat van ik doe dit, dan doe jij dat, dan doen die anderen zus of zo, en dan gebeurt er weet ik veel en dan kunnen wij... enzovoort. Begrijp je?'
Kwetter knikte ernstig. 'Ik dit, dan jij dat, dan zij zus of zo en dán gooit we ze in de vleeshakker. Beter. Veel beter.'
'Luister nou eens even,' zei Gaby wanhopig. 'Stel: we krijgen ze die machine in. En dan? Dat ding staat niet eens aan! En we kunnen hem ook niet aanzetten, want we weten niet hoe-die werkt.'
'Oh,' zei Kwetter luchtig, 'dat doet Michael wel. Michael kunt alles.'
Euh...
Wat kon ik daar nou op zeggen?
Ik zei wat elke verstandige elfjarige jongen zou zeggen: 'Nou, ik kan heus niet alles hoor. Maar zo'n machine, ach, hoe ingewikkeld kan dat nou helemaal zijn? Gewoon een kwestie van knopjes en hendeltjes en dingetjes. Als je maar lang genoeg probeert, dan doet-ie het vanzelf. Net als in een computerspelletje.'
Daarmee hadden we alle mogelijke problemen grondig besproken, dus ons plan was wel zo ongeveer af.
Vond Kwetter.
Ze greep een liaan en met een luidkeels 'Woeiiii!' zwierde ze in de richting van het houthakkerskamp.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Een uurtje later zaten we in een boom bij het houthakkerskamp. Niet al te dicht bij, natuurlijk, want de bomen dicht bij het kamp gingen als eerste tegen de vlakte. Het ging langzaam – van de meeste houthakkers ontbraken een paar stukjes, zoals armen of benen, en dan gaat alles wat minder vlot. Ze zaagden er lekker op los, dat wel, maar in dit tempo zou het nog maanden duren voordat ze heel Boegoe-Boegoe van bomen hadden ontdaan.
Toch was er, rondom het houthakkerskamp, al een grote kale vlakte ontstaan. Alleen vlak naast de containers stonden nog een paar vreemde, heel grote struiken.
Van de helikopter was nergens een spoor te bekennen.
Die wist natuurlijk nog niet dat wij hem al hadden gezien, dus die vloog nog ergens boven Boegoe-boegoe, met papa eronder als een worm aan een vishaakje.
'Goed,'zei Gaby. 'Wat doen we nou?'
'Wij heeft toch al een plannetje?' vroeg Kwetter. Ze klonk een beetje teleurgesteld. 'Mijn plannetje heeft wij.'
'Ja maar Kwetter,' zei mijn zus zo lief mogelijk, 'weet je nog dat mijn broer het slechtste plan aller tijden had? Toen met die alligatorhuiden?'
'Dat was een prima plan,' bromde ik. 'Het is toch gelukt allemaal? We hebben het ei, we zijn er allemaal heelhuids vanaf gekomen...'
'Ahum!?' Gaby keek nadrukkelijk naar haar arm. Die was heel aardig genezen intussen, maar ze kon er nog altijd niet mee liaanzwieren.
'Nou ja,' zei ik ongemakkelijk, 'ik bedoel, we zijn niet tot mjamburger gehakt. Dus het heeft best goed gewerkt.'
'We hebben heel veel mazzel gehad, zul je bedoelen. De enige reden dat jouw plan niet het stomste aller tijden was, is dat er sinds kort een nog stommer plan bestaat. Namelijk het plannetje van Kwetter.'
'Mijn plan is niet stom!' Kwetter keek niet boos. Kwetter keek sip.
'Het spijt me, Kwetter, maar “wij gooit gewoon de houthakkers in de mjamburgermachine”, dat is... het is niet eens een plan!'
'Is welles.'
'Is nietes. Een plan gaat van ik doe dit, dan doe jij dat, dan doen die anderen zus of zo, en dan gebeurt er weet ik veel en dan kunnen wij... enzovoort. Begrijp je?'
Kwetter knikte ernstig. 'Ik dit, dan jij dat, dan zij zus of zo en dán gooit we ze in de vleeshakker. Beter. Veel beter.'
'Luister nou eens even,' zei Gaby wanhopig. 'Stel: we krijgen ze die machine in. En dan? Dat ding staat niet eens aan! En we kunnen hem ook niet aanzetten, want we weten niet hoe-die werkt.'
'Oh,' zei Kwetter luchtig, 'dat doet Michael wel. Michael kunt alles.'
Euh...
Wat kon ik daar nou op zeggen?
Ik zei wat elke verstandige elfjarige jongen zou zeggen: 'Nou, ik kan heus niet alles hoor. Maar zo'n machine, ach, hoe ingewikkeld kan dat nou helemaal zijn? Gewoon een kwestie van knopjes en hendeltjes en dingetjes. Als je maar lang genoeg probeert, dan doet-ie het vanzelf. Net als in een computerspelletje.'
Daarmee hadden we alle mogelijke problemen grondig besproken, dus ons plan was wel zo ongeveer af.
Vond Kwetter.
Ze greep een liaan en met een luidkeels 'Woeiiii!' zwierde ze in de richting van het houthakkerskamp.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)