BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Sommige kinderen van tien zijn dol op auto's. Ze kennen alle merken uit hun hoofd en weten precies hoe een motor eruit ziet en waar elk dingetje voor dient.
Zo'n kind ben ik niet.
Ik kan nog geen voorwiel van een achterwiel onderscheiden.
Ja, het voorwiel zit vooraan en het achterwiel achteraan, zover kom ik ook nog wel, maar als je ze van de auto afhaalt zie ik geen verschil meer.
Misschien is er dan ook geen verschil meer. Dat zou kunnen. Maar dat weet ik dus niet.
Toch zijn er dingen die zelfs ik je kan vertellen over auto's.
Een van die dingen is dat je het stuur niet los moet rukken tijdens het rijden.
Daar komen namelijk ongelukken van.
En ja hoor, we botsten al meteen tegen een huis aan. Op zich was dat niks nieuws, want we deden al een kwartier lang niks anders; ook dit hutje, gemaakt van oude pallets en sloophout, ging finaal aan splinters onder de voorwielen van onze terreinwagen.
Wij zaten niet in een auto, we zaten in een roestvrij-stalen neushoorn.
Een op hol geslagen neushoorn, om precies te zijn, want zonder stuur doet zo'n wagen lekker wat-ie zelf wil. In een kaarsrechte lijn doorrijden, dwars door alles en iedereen heen.
Of, als je toevallig net aan een bocht bezig was: in een grote kring rondjes rijden, dwars door alles en iedereen heen.
Wij gingen dus in rondjes.
Het eerste rondje was het ergst. Want tijdens het eerste rondje knalden we tegen allerlei huizen en hokken en weet ik veel wat.
Het tweede rondje was al beter; toen botsten we alleen nog maar tegen de brokstukken van de huizen die we de eerste keer hadden gesloopt.
Tijdens het derde rondje reden we alleen nog maar de restjes van de brokstukken tot gruis.
Na een rondje of vijf reden we over een cirkelvormige weg, precies even breed als onze auto, keurig netjes geplaveid met aangeplempte stukjes huis.
Na het zesde rondje stopten we.
'Hehe,' zei ik, 'eindelijk! Ik begon al te denken dat de benzine nooit op zou raken.'
'De benzine ís ook niet op,' zei Michael. 'Kijk maar naar het wijzertje.'
Hij wees op het dashboard. Daar zaten vier of vijf verschillende wijzertjes, allemaal druk bezig met wijzen.
Één wijzertje wees naar het getal nul. Dat was dus waarschijnlijk het wijzertje voor hoe hard we gingen, want we gingen nul hard. De andere wijzertjes wezen ongeveer naar het midden van hun wijzerplaatjes, en dat is meestal niet nul, dus waarschijnlijk hadden we meer dan nul benzine. Waarom waren we dan gestopt?
Verveeld en sjaggerijnig keek Jamal voor zich uit.
Aha.
Kennelijk vond hij het saai om steeds hetzelfde rondje te rijden.
Mama stapte uit, deed Jamal's deur open en trok hem aan zijn oor van de bestuurdersstoel.
Niet heel hard, hoor. Kinderen pijn doen, daar houdt ze niet van. Daar is ze heel erg tegen. Als ze ziet dat iemand kindren pijn doet dan wordt ze zó boos, dat ze dingen op gaat blazen.
Nee, ze trok hem zachtjes aan zijn oor omdat het geen zin had om te zeggen: ga eens opzij, want ik wil het stuur repareren.
Dat verstond hij toch niet. En mama wilde wél het stuur repareren, want de schurken konden ieder moment achter ons opduiken.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 89. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 89. Alle posts tonen
maandag 8 april 2013
maandag 3 september 2012
Ontzettend veel zin om iets op te blazen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Toen begon ze te lachen. Zo hard dat ze bijna uit de boom viel. 'Och schatje toch,' hikte ze. 'Hoe kom je dáár nou bij?'
'Nou ja,' zei papa, 'je vindt hem vast slimmer dan mij, en, en, jullie kunnen samen zo lekker wetenschappen, en hij gelooft in dino's en zo...'
'Lieve schat,' zei mama op een toon die geen tegenspraak verdroeg, 'van alle domme dingen, die ik je ooit heb horen zeggen, is dit wel de allerdomste. Je zou toch onderhand moeten weten dat wij, wat er ook gebeurt, altijd bij elkaar blijven. Jij bent, denk ik, de enige man ter wereld die mij kan verdragen. Maar wat nog belangrijker is: jij bent mijn enige echte liefde, en daar komt niets of niemand ooit tussen. En zeker Alexander niet! Ik bedoel: hij is inderdaad wel veel slimmer dan jij, maar ja – dat zegt niks. Er zijn zoveel mensen slimmer dan jij. Maar jij hebt iets wat Alexander niet heeft, en dat is –'
'Mijn excuses, hoor,' klonk het uit de andere hoek van het lab. 'Ik zit jullie niet af te luisteren of zo, maar als jullie zo hard praten hoor ik dus wel alles wat jullie zeggen. Ik denk: ik meld het maar even. Excuses hoor.'
Wat er daarna nog gezegd werd weet ik niet, want plotseling viel ik in een diepe, tevreden slaap. Alsof er net iets gebeurd was waar ik gespannen op gewacht had.
Geen idee wat dat iets zou kunnen zijn, maar zo voelde het.
Gek, he?
De volgende morgen, bij het ontbijt, zei mama: 'Lieve schatten, ik weet niet hoe jullie erover denken, maar ik heb ontzettend veel zin om iets op te blazen. Wat vinden jullie, zullen we dat vreselijke apparaat van Smek vandaag eens de lucht in laten vliegen?'
Dat vonden we allemaal een uitstekend idee, maar dat konden we niet zeggen want Kwetter stond heel hard op en neer te springen en te gillen van 'jaaaa! Joewieieie! Boemmm!' en daar ging ze wel tien minuten mee door.
In een vrolijke, vakantie-achtige stemming vertrokken we naar het houthakkerskamp. Papa en Alexander zaten in de kano met de bommen. Alexander zag bijna groen van de zenuwen, want hij was bang dat de boel zou ontploffen.
Papa probeerde hem gerust te stellen: 'Het ergste wat er kan gebeuren is dat je doodgaat. Nou en? De dood is geen einde, het is een nieuw begin!'
'Kan wel wezen,' zei Alexander, 'maar als we ontploffen gaat mijn experiment stuk.' Hij wees naar de kist, waar hij op zat. 'En dat is wél erg. Jij en ik zijn – excuses, hoor – wij zijn vervangbaar. Wij zijn niet zo bijzonder, maar dit experiment is uniek! Hoho, jij boefje, wat zijn wij van plan?' Dat laatste zei hij tegen een reuzenalligator, die plotseling opdook uit de modder. Hij kneep het monster speels in de neus en het maakte zich piepend uit de voeten.
'Kennelijk heeft dat omaatje de alligators weer vrijgelaten. Fijn hoor, voor ze. Ze zullen wel flink honger hebben onderhand.'
'Aaaaargh!' zei mijn vader.
'Ja inderdaad,' knikte Alexander, 'daar is d'r weer een! Zal ik die rakker eens even wegjagen?'
Hoe het afliep kon ik niet precies volgen, want ik moest gauw mama gaan redden. Die had weer eens geprobeerd verder te zwieren dan ze kon, en Kwetter kon haar niet helpen. Die trok net een boomleeuw aan zijn staart, om Gaby uit de puree te halen. Kortom: het leven in Boegoe-Boegoe ging weer zijn oude, vertrouwde gangetje.
Bij het houthakkerskamp wachtten ons echter een paar verrassingen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Toen begon ze te lachen. Zo hard dat ze bijna uit de boom viel. 'Och schatje toch,' hikte ze. 'Hoe kom je dáár nou bij?'
'Nou ja,' zei papa, 'je vindt hem vast slimmer dan mij, en, en, jullie kunnen samen zo lekker wetenschappen, en hij gelooft in dino's en zo...'
'Lieve schat,' zei mama op een toon die geen tegenspraak verdroeg, 'van alle domme dingen, die ik je ooit heb horen zeggen, is dit wel de allerdomste. Je zou toch onderhand moeten weten dat wij, wat er ook gebeurt, altijd bij elkaar blijven. Jij bent, denk ik, de enige man ter wereld die mij kan verdragen. Maar wat nog belangrijker is: jij bent mijn enige echte liefde, en daar komt niets of niemand ooit tussen. En zeker Alexander niet! Ik bedoel: hij is inderdaad wel veel slimmer dan jij, maar ja – dat zegt niks. Er zijn zoveel mensen slimmer dan jij. Maar jij hebt iets wat Alexander niet heeft, en dat is –'
'Mijn excuses, hoor,' klonk het uit de andere hoek van het lab. 'Ik zit jullie niet af te luisteren of zo, maar als jullie zo hard praten hoor ik dus wel alles wat jullie zeggen. Ik denk: ik meld het maar even. Excuses hoor.'
Wat er daarna nog gezegd werd weet ik niet, want plotseling viel ik in een diepe, tevreden slaap. Alsof er net iets gebeurd was waar ik gespannen op gewacht had.
Geen idee wat dat iets zou kunnen zijn, maar zo voelde het.
Gek, he?
De volgende morgen, bij het ontbijt, zei mama: 'Lieve schatten, ik weet niet hoe jullie erover denken, maar ik heb ontzettend veel zin om iets op te blazen. Wat vinden jullie, zullen we dat vreselijke apparaat van Smek vandaag eens de lucht in laten vliegen?'
Dat vonden we allemaal een uitstekend idee, maar dat konden we niet zeggen want Kwetter stond heel hard op en neer te springen en te gillen van 'jaaaa! Joewieieie! Boemmm!' en daar ging ze wel tien minuten mee door.
In een vrolijke, vakantie-achtige stemming vertrokken we naar het houthakkerskamp. Papa en Alexander zaten in de kano met de bommen. Alexander zag bijna groen van de zenuwen, want hij was bang dat de boel zou ontploffen.
Papa probeerde hem gerust te stellen: 'Het ergste wat er kan gebeuren is dat je doodgaat. Nou en? De dood is geen einde, het is een nieuw begin!'
'Kan wel wezen,' zei Alexander, 'maar als we ontploffen gaat mijn experiment stuk.' Hij wees naar de kist, waar hij op zat. 'En dat is wél erg. Jij en ik zijn – excuses, hoor – wij zijn vervangbaar. Wij zijn niet zo bijzonder, maar dit experiment is uniek! Hoho, jij boefje, wat zijn wij van plan?' Dat laatste zei hij tegen een reuzenalligator, die plotseling opdook uit de modder. Hij kneep het monster speels in de neus en het maakte zich piepend uit de voeten.
'Kennelijk heeft dat omaatje de alligators weer vrijgelaten. Fijn hoor, voor ze. Ze zullen wel flink honger hebben onderhand.'
'Aaaaargh!' zei mijn vader.
'Ja inderdaad,' knikte Alexander, 'daar is d'r weer een! Zal ik die rakker eens even wegjagen?'
Hoe het afliep kon ik niet precies volgen, want ik moest gauw mama gaan redden. Die had weer eens geprobeerd verder te zwieren dan ze kon, en Kwetter kon haar niet helpen. Die trok net een boomleeuw aan zijn staart, om Gaby uit de puree te halen. Kortom: het leven in Boegoe-Boegoe ging weer zijn oude, vertrouwde gangetje.
Bij het houthakkerskamp wachtten ons echter een paar verrassingen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)