Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 60. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 60. Alle posts tonen

woensdag 28 mei 2014

Nauwelijks een geit

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Ze zijn alleen per drie te koop,' zei Snoet.
'Nou en? Ik heb geld zat!' De generaal lachte. Zijn enorme lijf schudde ervan. 'Ik bied u vijf miljoen Armoestaanse dollars.'
Snoet maakte een kort rekensommetje in zijn hoofd en zei toen: 'Vijf miljoen Armoestaanse dollars? Daar kun je nauwelijks een geit voor kopen!'
'Geiten geven melk. Daar heb ik nog wat aan.'
'Nou, koop dan maar een geit. Schiet die dan maar dood, als je daar pret in hebt. Deze kinderen krijg je niet voor minder dan tien miljoen.'
'Zeven en een half.'
'Akkoord.'
'Chauffeur! Geef die man effe zeveneneenhalf miljoen.'
De chauffeur rommelde wat in een portemonnee en zei: 'Heeft u terug van acht?'
'Ja hoor,' zei Snoet. Hij liep naar de jeep en nam zijn geld in ontvangst. Daarna keek hij ons aan en lachte gemeen.
'Ik heb jullie zojuist verkocht voor nog geen vijf tientjes,' grinnikte hij. 'Is het geen reuze mop? Jullie moeder looft tien miljoen uit, en ik verkoop jullie voor vijf tientjes!'
Ik was nog veel te zwak om op te staan, anders had ik hem in zijn open, vriendelijke, betrouwbare gezicht gemept. Net zo lang en net zo hard tot ik zijn vriendelijke, betrouwbare neus had gebroken. En daarna nog een beetje extra. Wat een schurk was die man!
'Mooi,' zei de generaal. 'Dan ga ik nou dat jongetje doodschieten.'
'Niet doen!' riep ik. 'Mijn moeder geeft u tien miljoen als u ons bij haar terugbrengt. En dan heb ik het niet over Armoestaanse Dollars. In Armoestaanse dollars is dat... eh...' Dit kon ik eigenlijk best uitrekenen. Maar ik werd een beetje afgeleid door het feit dat ik halfdood was van de dorst en de honger, en doordat een gek met een pistool mij dood wilde schieten. Ik was, kun je wel zeggen, op drie verschillende manieren in levensgevaar. Dus... ja...
'Ongeveer honderddertig miljard,' zei de generaal kalm. 'Da's een aardige smak geld. Mar ik zei al: ik heb geld genoeg. En dat meende ik. Honderddertig miljard zal mij echt niet beletten om een jongetje dood te schieten dat... dat... Wat had je ook alweer gedaan?'
Ik had geen idee. Er was nogal veel gebeurd in de afgelopen vijf minuten, en ik kon niet zo helder denken op het moment. Met dat levensgevaar en zo. Ik haalde mijn schouders op.
'Oh ja,' riep de generaal, 'dat was het! Je had je schouders opgehaald. En nou doe je het wéér. Maar je zult het geen derde keer doen...' Hij pakte het pistool van zijn riem.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 30 januari 2013

De wankelende luitenant

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ze haalde zo onopvallend mogelijk een flesje uit haar schoudertas en hield het achter haar rug. Het was een flesje met een dunne hals en, zo te zien, niks erin. Ze hield allebei haar handen achter haar rug en ging aan de kruk van het flesje zitten pulken.
De kurk zat er niet heel stevig in, gelukkig, en al snel fluisterde mama: 'Diep inademen, jongens, en zo lang mogelijk inhouden. Nú.'
We ademden allemaal diep in.
Er klonk een heel zacht plopje toen de kurk uit de fles kwam. Niemand hoorde het, want Ernesto en Miguel waren op volle kracht tegen elkaar aan het schreeuwen: 'En waarom heeft het ZMB honderd soldaten en vier luitenants en één veldmaarschalk!?' wilde Ernesto weten. 'Boven luitenant komt kapitein, iedereen weet dat, veldmaarschalk is krankzinnig hoog, dat jij een veldmaarschalk zou moeten zijn dat slaat helemaal nergens op!' Nu eens sloeg hij met zijn vuisten op tafel, dan weer zwaaide hij ze heen en weer voor het gezicht van zijn hooggeplaatste kameraad.
Die brulde woedend: 'Dat slaat wél ergens op! Dat slaat op mijn tactisch en strategisch inzicht! En zal ik je eens wat zeggen?' Hij greep zijn opstandige luitenant bij de kraag van diens overhemd. 'Voor iemand met mijn intelligentie is veldmaarschalk eigenlijk nog niet eens... Wacht even...' Hij liet zijn vriend los en wreef over zijn enorme buik. 'Ik voel me niet zo goed,' mompelde hij. Inderdaad zag hij heel erg bleek, en zweetdruppeltjes glommen op zijn voorhoofd.
'Ik ook niet,' gaf Ernesto toe. De luitenant van het ZMB stond te wankelen op zijn benen. 'Ik moet geloof ik een beetje...'
'Ik ook,' zei Miguel, en toen begonnen ze precies tegelijk over te geven.
Alsof dit het teken was waarop iedereen had zitten wachten begon de rest van de aanwezigen ook over te geven. Het hele hoofdkwartier werd één grote, ongelooflijk vieze kledderboel.
Mama stond op en liep naar de deur.
Opgelucht liepen wij achter haar aan – we begonnen het zo onderhand behoorlijk benauwd te krijgen, bij gebrek aan ademhaling.
Niemand hield ons tegen. De legertop en hun lijfwachten lagen machteloos kreunend op de vloer. Ze voelden zich te misselijk om ons zelfs maar op te merken. Dat kwam niet alleen door mama's flesje – het begon inmiddels behoorlijk onfris te ruiken in de geheime kamer. Tenminste, dat denk ik, want ik haalde nog steeds geen adem dus ik rook niks.
Pas toen we de kamer uit waren en de deur achter ons gesloten hadden, zogen we weer wat lucht in onze longen.
Dat is lekker spul joh, lucht!
Ik dacht altijd dat ik pannenkoeken lekker vond, en chocolade-ijs, en aardbeienlimonade, maar nu weet ik dat lucht véél en véél lekkerder is. Ook al smaakt het naar niks.
'Heerlijk,' zei mama. 'Wat vinden jullie, jongens, zullen we hier maar eens vertrekken?'
'Dat lijkt me een heel slecht idee,' zei papa ernstig.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 11 juni 2012

Altijd is alle tijd

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Even plotseling als hij was begonnen, hield de knieënman weer op met zijn gespring en zijn ge-mwoehaha. Met haastige stem zei hij tegen mama: 'Nou, waar wachten we nog op? We moeten een nieuw lab hebben, we kunnen hier niet de hele dag staan babbelen!'
'Je heb gelijk,' zei mama, 'die bommen maken zichzelf niet.'
'Bommen?' Alexander keek warrig in het rond. 'Welke bommen? Wat voor bommen?'
'De bommen,' herhaalde mijn moeder. 'De bommen om de mjamburgermachine op te blazen. En de autoweg van de houthakkers. De bommen waarmee we de alligators gaan redden.'
'Alligators?' de knieënman keek nog warriger dan daarnet.
Mama tikte met een vinger op zijn ei.
'Ohhh,' zei de knieënman, 'die alligators. Tja, die redden zichzelf wel hoor. Ze zijn groot en sterk genoeg om... En dat ouwe omaatje is er ook nog, vergeet het ouwe omaatje niet. Die beesten zijn in goede handen, er is geen enkele haast bij die bommen. Nou, aan het werk!'
'Hoho,' zei Gaby, 'hier klopt iets niet.'
Ik gaf haar een schop. 'Dat wou ik zeggen!'
'Au,' riep Gaby verontwaardigd. 'Doe effe normaal, joh!'
'Ik doe ook normaal,' snoof ik. 'Ik doe hartstikke normaal. Jij zit toch altijd te klagen toch dat ik jou altijd schop? Nou, dan is het dus heel normaal als ik jou schop.'
'Ik zeg helemaal niet dat je mij altijd schopt!
'Jawel. Toen we op vakantie waren in Duitsland, toen zei je dat.'
'Ja, toen schopte je ook de hele tijd. Maar dat is alweer twee jaar geleden.'
'Nou en? Altijd is altijd. Als je twee jaar gelden altijd zei, dan geldt het nu ook nog. Want altijd is alle tijd, dus ook twee jaar later.'
'Okee,' zei Gaby, 'maar jij zei dat ik altijd zat te klagen, en niet alleen twee jaar geleden. Altijd is alle tijd heb je zelf gezegd, dus...'
'Kinderen,' zei mama, 'ik ben trots op jullie.'
Daar werden we even stil van. Meestal zegt ze precies het tegenovergestelde, als we zo ruziën om niks.
'Jazeker, trots! Jullie hebben allebei gezien dat er iets niet klopt – dat is ding één om trots op te zijn. En ding twee is dat jullie het niet alleen hebben gezien, maar er ook iets aan willen doen. Jullie willen het zeggen. Jullie willen uitzoeken wat er aan de hand is. Kortom: jullie zijn kritisch en slim en nieuwsgierig, en dat is precies wat kinderen moeten zijn. Zeg samen maar tegen Alexander wat jullie wilden zeggen.'
'Als u niet...' begon Gaby.
'…geïnteresseerd bent...' ging ik verder.
'…in het maken...'
'...van bommen...'
'...waarom wilt u dan...'
'...het laboratorium...'
'...weer opbouwen?' besloot Gaby.
'Legt u dat maar eens uit,' zei ik haastig, want anders had Gaby het laatste woord.
'En een beetje snel,' plakte Gaby er snel aan vast.
'A.u.b.' wist ik er nog achteraan te foefelen, en toen was de zin echt helemaal af dus ik had gewonnen.
We keken allemaal naar de knieënman. Die glimlachte vaagjes en keek verliefd naar zijn ei. Geloof het of niet: hij aaide zijn ei alsof het een baby was. 'Ik wil graag een proefneming doen,' zei hij. 'Gewoon, een klein experimentje.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE