BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Zoezoe liep naar de oever van de rivier, naar de plek waar wij kinderen aan het graven waren. Tegen een jongetje van een jaar of negen, dat een eindje bij ons vandaan stond, zei hij: 'Ik heb goed nieuws voor je. We laten je vrij.'
Het jongetje keek hem ongelovig aan.
'Nee, echt,' zei Zoezoe vol overtuiging. 'Je bent vrij. We hebben besloten dat het niet eerlijk is, zo'n jongetje als jij hier gevangen te houden. Je mag zo het oerwoud in lopen, en op zoek gaan naar je papa en mama.'
'Dat kan niet,' zei het jongetje droevig. 'Die hebben jullie overhoop geschoten, toen jullie mij meenamen.'
'Oh ja? Nou, eh... sorry hoor. Ga dan maar op zoek naar een oom. Of een tante of zo. Zie maar. Je bent in ieder geval vrij. Vrij, snap je?'
'En de anderen?' vroeg het jongetje. Hij wees op de ongeveer vijftig kinderen die in de rivier stonden te graven.
'Die niet,' gromde Zoezoe, die langzaam zijn geduld begon te verliezen.
'Ja maar...'
'Niks te maren!' blafte Zoezoe. 'Ren maar gauw het oerwoud in.'
'Ik vind het oerwoud eng. Daar wonen gevaarlijke beesten.'
'Die zijn niet half eng als ik!' krijste Zoezoe. 'En als je nou niet snel dat bos in rent, dan zul je het merken!'
Dat werkte. Het jongetje liep op een halfslachtig drafje naar de bosrand.
'Nou,' riep Zoezoe naar zijn kameraad. 'Het kostte wat moeite, maar ik heb 'm zo ver, hoor! Hij rent weg! Ik zou zeggen: schiet 'm maar lekker dood!'
'Dank je wel, Zoezoe,' zei zijn kameraad ontroerd. 'Je bent een echte vriend. Daar gaat-ie!' Hij legde zijn geweer aan de schouder en mikte zorgvuldig.
Maar voordat hij kon schieten stuiterde er iets tegen hem aan. Iets dat heel erg snel was en heel erg oranje en ongeveer zo groot als Kwetter.
Zeg maar gerust: precies net zo groot als Kwetter.
Pang, zei het geweer, maar de kogel verdween schadeloos de lucht in. Want de jongen lag op de grond, en Kwetter stond met allebei haar voetjes op zijn buik, terwijl ze probeerde het wapen uit zijn handen te trekken.
De soldaat was geen slapjanus, en hij was erg gehecht aan zijn geweer.
Maar Kwetter was óók geen slapjanus. Het werd een heel geworstel en gesleur, en het hield pas op toen Zoezoe tussenbeide kwam.
Hij greep Kwetter met twee handen vast en tilde haar van zijn makker af. Tenminste, dat was zijn bedoeling. Maar er is een truukje dat elke peuter in Boegoe-Boegoe leert – hoe je jezelf moet bevrijden uit de wurggreep van een Sissipi-slang. Je maakt jezelf heel lang en dun, op één of andere manier. Vraag me niet hoe; mij is het nooit gelukt. Je maakt jezelf heel lang en dun, zodat de wurgende greep van de slag om je heen floddert als een veel te grote laars. Je moet het zo verschrikkelijk snel doen, dat de slang geen tijd heeft om zijn greep te verstevigen, en dan glip je weg voor het monster begrijpt wat er gebeurt.
Het lukt niet altijd hoor, dit truukje. Maar soms wel.
Nu bijvoorbeeld. Kwetter strekte en slonk en glipte en een kwart seconde later stond Zoezoe naar zijn lege handen te staren, met een grappig maar dom gezicht.
Maar Zoezoe was geen Sissipi-slang. Dat maakte het glippen een stuk makkelijker. Geen probleem.
Daartegenover staat dat Slangen geen geweren hebben. En Zoezoe wel.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 67. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 67. Alle posts tonen
vrijdag 20 juni 2014
zaterdag 16 februari 2013
Vormpjes en kleurtjes
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Jamal deed Michael voor hoe je moest staan. Ze oefenden de hele dag, en op het laatst kon Michael schieten zonder om te vallen en hij wist bijna elke keer de muur te raken. Soms zelfs in de buurt van het blikje.
Bij het avondeten vertelde hij trots aan mama wat hij die dag geleerd had.
Mama vond het niet zo leuk om te horen.
'Mijn eigen kind,' zei ze ontdaan, 'een kindsoldaat... wat afschuwelijk. Weten jullie wel dat dat één van de ergste dingen is die er zijn, kindsoldaten?'
'Weet jij wel dat je ons de hele dag met vijf kindsoldaten op de binnenplaats hebt laten zitten?' vroeg ik boos.
'Ja, ik dacht, die kinderen gaan leuk met elkaar spelen, wie weet hebben die van mij een goede invloed op die soldaatjes...'
'Andersom dus,' stelde Michael droog vast.
'Daar zullen we dan eens gauw iets aan veranderen,' besloot mama. 'Verrukkelijke rijst met bonen, trouwens,' zei ze tegen de dikke dame die het eten bracht. 'Maar niet nóg een portie, dank u wel.'
De volgende dag, na het ontbijt ( Rijst. Bonen. Koud. Jamal kreeg die van Michael.) bracht mama twee laptops naar de binnenplaats.
'Kijk eens wat ik geregeld heb? Nu kunnen jullie de hele dag spellingsoefeningen maken. Jullie zijn nu al zo lang niet naar school geweest... Kom jij eens hier, jongeman!' Ze wekte Jamal. 'Ja, ik bedoel jou. Nee, leg dat geweer maar weg. Wegleggen, zei ik. Pangpang oppe grond, ja?'
Een beetje beduusd kwam de jongen naar mama toe. Ze zette hem met zijn kont op een stoel en schoof een laptop voor zijn neus. 'Zuid-Mallotische spellingsoefeningen,' zei ze tevreden. 'Een goeie terrorist kan lezen en schrijven. En rekenen, maar dat komt morgen wel. Over een uur kom ik kijken of jullie een beetje zijn opgeschoten.'
Ze had haar hielen nog niet gelicht of Michael ging op zoek naar een website met schietspelletjes. Maar zodra hij een website probeerde op te starten, verscheen er in grote letters op het scherm : SPELLINGSOEFENINGEN ZEI IK.
Jamal had van hetzelfde laken een pak, aan zijn teleurgestelde gezicht te zien.
Na een uur was mama terug, samen met luitenant Ernesto. Mama controleerde de Nederlandse spellingsoefeningen en Ernesto de Zuid-Mallotische.
Tenminste, dat was de bedoeling. Maar Ernesto keek zo onzeker naar de laptop van Jamal, dat het mijn moeder al snel duidelijk werd dat hij zelf ook niet bepaald een talenwonder was. Toen moest Ernesto ook spellingsoefeningen maken.
De volgende dag waren er nog zeven extra laptops.
Die middag kwam de veldmaarschalk naar de binnenplaats, op zoek naar zijn luitenants. Toen hij zag dat iedereen vlijtig taal- een rekenoefeningen zat te maken, werd hij pimpelpaars van woede.
'Wat is dit!?' bulderde hij. 'Ik heb hier een terroristenleger, geen kleuterklasje!'
'Oh, maar ze maken ook geen kleuter-werkjes,' zei mama. 'Sommige van uw soldaten zijn al slim genoeg voor groep vijf, wist u dat? Hoewel,' fluisterde ze, 'die luitenant Ernesto, die heb ik terug moeten zetten naar de kleuters.'
Toevallig stak net op dat moment Ernesto zijn vinger op.
'Ik moet plassen, mevrouw!'
'Alweer? Je bent een kwartier geleden nog geweest! Maak nou eerst even de oefening af, dan krijg je een sticker. Goed?'
Met hernieuwd enthousiasme wierp Ernesto zich op zijn oefening (vormpjes en kleurtjes herkennen). De veldmaarschalk ontplofte bijna, maar mama zei: 'Hoho! Wie is hier de internationale ster? Juist. En de internationale ster zegt: een terroristenleger moet een goede basis hebben. En onderwijs is de beste basis. En nu moet ik ergens stickers vandaan zien te halen, anders zitten we straks met een huilende Ernesto.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Jamal deed Michael voor hoe je moest staan. Ze oefenden de hele dag, en op het laatst kon Michael schieten zonder om te vallen en hij wist bijna elke keer de muur te raken. Soms zelfs in de buurt van het blikje.
Bij het avondeten vertelde hij trots aan mama wat hij die dag geleerd had.
Mama vond het niet zo leuk om te horen.
'Mijn eigen kind,' zei ze ontdaan, 'een kindsoldaat... wat afschuwelijk. Weten jullie wel dat dat één van de ergste dingen is die er zijn, kindsoldaten?'
'Weet jij wel dat je ons de hele dag met vijf kindsoldaten op de binnenplaats hebt laten zitten?' vroeg ik boos.
'Ja, ik dacht, die kinderen gaan leuk met elkaar spelen, wie weet hebben die van mij een goede invloed op die soldaatjes...'
'Andersom dus,' stelde Michael droog vast.
'Daar zullen we dan eens gauw iets aan veranderen,' besloot mama. 'Verrukkelijke rijst met bonen, trouwens,' zei ze tegen de dikke dame die het eten bracht. 'Maar niet nóg een portie, dank u wel.'
De volgende dag, na het ontbijt ( Rijst. Bonen. Koud. Jamal kreeg die van Michael.) bracht mama twee laptops naar de binnenplaats.
'Kijk eens wat ik geregeld heb? Nu kunnen jullie de hele dag spellingsoefeningen maken. Jullie zijn nu al zo lang niet naar school geweest... Kom jij eens hier, jongeman!' Ze wekte Jamal. 'Ja, ik bedoel jou. Nee, leg dat geweer maar weg. Wegleggen, zei ik. Pangpang oppe grond, ja?'
Een beetje beduusd kwam de jongen naar mama toe. Ze zette hem met zijn kont op een stoel en schoof een laptop voor zijn neus. 'Zuid-Mallotische spellingsoefeningen,' zei ze tevreden. 'Een goeie terrorist kan lezen en schrijven. En rekenen, maar dat komt morgen wel. Over een uur kom ik kijken of jullie een beetje zijn opgeschoten.'
Ze had haar hielen nog niet gelicht of Michael ging op zoek naar een website met schietspelletjes. Maar zodra hij een website probeerde op te starten, verscheen er in grote letters op het scherm : SPELLINGSOEFENINGEN ZEI IK.
Jamal had van hetzelfde laken een pak, aan zijn teleurgestelde gezicht te zien.
Na een uur was mama terug, samen met luitenant Ernesto. Mama controleerde de Nederlandse spellingsoefeningen en Ernesto de Zuid-Mallotische.
Tenminste, dat was de bedoeling. Maar Ernesto keek zo onzeker naar de laptop van Jamal, dat het mijn moeder al snel duidelijk werd dat hij zelf ook niet bepaald een talenwonder was. Toen moest Ernesto ook spellingsoefeningen maken.
De volgende dag waren er nog zeven extra laptops.
Die middag kwam de veldmaarschalk naar de binnenplaats, op zoek naar zijn luitenants. Toen hij zag dat iedereen vlijtig taal- een rekenoefeningen zat te maken, werd hij pimpelpaars van woede.
'Wat is dit!?' bulderde hij. 'Ik heb hier een terroristenleger, geen kleuterklasje!'
'Oh, maar ze maken ook geen kleuter-werkjes,' zei mama. 'Sommige van uw soldaten zijn al slim genoeg voor groep vijf, wist u dat? Hoewel,' fluisterde ze, 'die luitenant Ernesto, die heb ik terug moeten zetten naar de kleuters.'
Toevallig stak net op dat moment Ernesto zijn vinger op.
'Ik moet plassen, mevrouw!'
'Alweer? Je bent een kwartier geleden nog geweest! Maak nou eerst even de oefening af, dan krijg je een sticker. Goed?'
Met hernieuwd enthousiasme wierp Ernesto zich op zijn oefening (vormpjes en kleurtjes herkennen). De veldmaarschalk ontplofte bijna, maar mama zei: 'Hoho! Wie is hier de internationale ster? Juist. En de internationale ster zegt: een terroristenleger moet een goede basis hebben. En onderwijs is de beste basis. En nu moet ik ergens stickers vandaan zien te halen, anders zitten we straks met een huilende Ernesto.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 6 augustus 2012
Hele dure maatpakken
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Mag niet?' vroeg ik chagrijning. 'Van wie niet?'
'Van Oma niet,' zei Kwetter. 'Oma zegt: als er geen slangen meer is, komt er teveel boomkonijntjes.'
'Ja, en? Ik dacht dat we het erover eens waren dat boomkonijntjes schattig waren. En slangen niet. Dus ik zie geen probleem.'
'Als er teveel boomkonijntjes is, is er geen plaats meer voor de Pluizige Knabbeldiertjes.'
'Nou, jammer dan.'
'En op de Pluizige Knabbeldiertjes woont de Boegoenese Rotvlooi. Dus die is dan ook weg.'
'Ja, en?'
'De Boegeonese Rotvooien verspreidt de Gore Tongschurft. En als zij dat niet meer doet, dan gaat daar geen Boomleeuwen meer aan dood. En dan komt er heel veel leeuwen en die eet alle lieve Boegoeneesjes op. Zoals ik. Dus: niet slangen doodmaken.'
'Af en toe ééntje mag toch wel?' zeurde ik.
'Ik denkt van wel,' zei ze. Maar ze wist het niet zeker.
'Nou,' zuchtte ik, 'vandaag heb ik er al zeven in de fik gezet. Dus dan moest ik er voorlopig maar even mee ophouden.'
'Jij wilt niet dat ik opgegeten wordt,' jubelde Kwetter. 'Dat is lief!' En hup, daar had ik een zoen op mijn oor te pakken.
'Hee,' riep ik snel, 'wat ruik ik daar? Staat mama's lab weer in brand?´
'Nee,' mummelde Kwetter met haar gezicht in het holletje tussen mijn nek en mijn schouder.
Maar we gingen toch kijken, voor de zekerheid.
Het laboratorium lag er rustigjes bij in de late middagzon. Mama en Alexander waren druk bezig. De ene roerde in een potje, dat wil zeggen een halve kokosnoot, en de ander stond in een microscoop te turen. Af en toe mompelden ze zinnetjes als: 'Ik wil het wel steriel hebben natuurlijk.'
'Kun je niet iets destilleren?'
'Je maakt een grapje zeker? Ik heb hier geen destilleerkolf, ik heb alleen halve kokosnoten. Mengen en roeren, daar zullen we het mee moeten doen.'
Zo ging het de hele verdere dag door, zonder ontploffingen of branden. Doodsaai.
Die avond kwam papa niet bij ons om te eten, en hij sliep niet in onze boom, dus de volgende dag gingen we kijken hoe het ermee stond.
Hij zat nog altijd in de luxe container achter het computerscherm. Maar wat zag hij er anders uit! Hij was voor het eerst sinds maanden gladgeschoren en hij had zijn haar gekamd. Bovendien had hij kleren aan. Een zwarte broek, een overhemd en een witte jas. De broek zat veel te krap en het jasje veel te ruim. Dat kwam doordat de broek van de lange, magere Smek was geweest en het jasje van de kleine, breedgeschouderde Hakmaranman.
'Pap,' zei Gaby streng, 'je ziet er niet uit.'
'Hmm?' deed papa. 'Oh, dag meidje, ben jij het. Leuk jullie even te zien jongens. Ik ben even aan het werk. Ga maar fijn spelen.'
'Die kleren,' verduidelijkte Gaby. 'Het ziet er niet uit. Het zijn trouwens de kleren van schurken. Waarom trek jij de broek van een moordenaar aan?'
'Hmmm? Ach, dat begrijp jij natuurlijk niet. Dit zijn hele dure pakken, snap je, dus daar is niets mis mee. Hele dure maatpakken.'
'Kan wel wezen,' zei ik, 'maar het is niet jouw maat.'
Daar moest papa om lachen. 'Dat doet er niet toe, jongen. Als het maar duur is, dan stellen ze verder geen vragen.'
'Stellen wie geen vragen?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Mag niet?' vroeg ik chagrijning. 'Van wie niet?'
'Van Oma niet,' zei Kwetter. 'Oma zegt: als er geen slangen meer is, komt er teveel boomkonijntjes.'
'Ja, en? Ik dacht dat we het erover eens waren dat boomkonijntjes schattig waren. En slangen niet. Dus ik zie geen probleem.'
'Als er teveel boomkonijntjes is, is er geen plaats meer voor de Pluizige Knabbeldiertjes.'
'Nou, jammer dan.'
'En op de Pluizige Knabbeldiertjes woont de Boegoenese Rotvlooi. Dus die is dan ook weg.'
'Ja, en?'
'De Boegeonese Rotvooien verspreidt de Gore Tongschurft. En als zij dat niet meer doet, dan gaat daar geen Boomleeuwen meer aan dood. En dan komt er heel veel leeuwen en die eet alle lieve Boegoeneesjes op. Zoals ik. Dus: niet slangen doodmaken.'
'Af en toe ééntje mag toch wel?' zeurde ik.
'Ik denkt van wel,' zei ze. Maar ze wist het niet zeker.
'Nou,' zuchtte ik, 'vandaag heb ik er al zeven in de fik gezet. Dus dan moest ik er voorlopig maar even mee ophouden.'
'Jij wilt niet dat ik opgegeten wordt,' jubelde Kwetter. 'Dat is lief!' En hup, daar had ik een zoen op mijn oor te pakken.
'Hee,' riep ik snel, 'wat ruik ik daar? Staat mama's lab weer in brand?´
'Nee,' mummelde Kwetter met haar gezicht in het holletje tussen mijn nek en mijn schouder.
Maar we gingen toch kijken, voor de zekerheid.
Het laboratorium lag er rustigjes bij in de late middagzon. Mama en Alexander waren druk bezig. De ene roerde in een potje, dat wil zeggen een halve kokosnoot, en de ander stond in een microscoop te turen. Af en toe mompelden ze zinnetjes als: 'Ik wil het wel steriel hebben natuurlijk.'
'Kun je niet iets destilleren?'
'Je maakt een grapje zeker? Ik heb hier geen destilleerkolf, ik heb alleen halve kokosnoten. Mengen en roeren, daar zullen we het mee moeten doen.'
Zo ging het de hele verdere dag door, zonder ontploffingen of branden. Doodsaai.
Die avond kwam papa niet bij ons om te eten, en hij sliep niet in onze boom, dus de volgende dag gingen we kijken hoe het ermee stond.
Hij zat nog altijd in de luxe container achter het computerscherm. Maar wat zag hij er anders uit! Hij was voor het eerst sinds maanden gladgeschoren en hij had zijn haar gekamd. Bovendien had hij kleren aan. Een zwarte broek, een overhemd en een witte jas. De broek zat veel te krap en het jasje veel te ruim. Dat kwam doordat de broek van de lange, magere Smek was geweest en het jasje van de kleine, breedgeschouderde Hakmaranman.
'Pap,' zei Gaby streng, 'je ziet er niet uit.'
'Hmm?' deed papa. 'Oh, dag meidje, ben jij het. Leuk jullie even te zien jongens. Ik ben even aan het werk. Ga maar fijn spelen.'
'Die kleren,' verduidelijkte Gaby. 'Het ziet er niet uit. Het zijn trouwens de kleren van schurken. Waarom trek jij de broek van een moordenaar aan?'
'Hmmm? Ach, dat begrijp jij natuurlijk niet. Dit zijn hele dure pakken, snap je, dus daar is niets mis mee. Hele dure maatpakken.'
'Kan wel wezen,' zei ik, 'maar het is niet jouw maat.'
Daar moest papa om lachen. 'Dat doet er niet toe, jongen. Als het maar duur is, dan stellen ze verder geen vragen.'
'Stellen wie geen vragen?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)