BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij keek mij aan met een blik van bloeddorstige waanzin in zijn ogen, en dat bracht me op een idee. Want, hoe vreemd het ook klinkt: ik had het idee dat ik hem begreep. Misschien kwam het omdat ik een jongen was, net als hij. Misschien heeft mijn zusje toch een beetje gelijk, en zijn alle jongens in wezen een ietsiepietsie geschift.
Ik wist hoe deze jongen zich voelde. Zo voel ik me namelijk ook, als ik Bloederige Mafiatoestanden IV speel. Of Afschuwelijke Zombie-moorden III, of een van al die andere spelletjes. Die spelletjes die allemaal om hetzelfde ding gaan: hier heb je een geweer, daar is je tegenstander, en nu knallen maar!
Dat is lekker. Daar word je gelukkig van.
Er was natuurlijk wel een verschil tussen mij en deze jongen. Dat verschil was, dat ik geen gevaarlijke gek was en hij wel. Een kleinigheidje, misschien maar wel een belangrijk kleinigheidje. Ik weet dat een computerspelletje niet echt is, en als ik lekker piew-piew-piew een computer-mannetje overhoop schiet, dat er dan geen echt mens doodgaat.
Dat is nou juist de lol. Wel lekker piew-piew-piew doen, maar toch geen slechterik zijn.
Als ik niet wist dat het maar computermannetjes waren, dan schoot ik natuurlijk niet op hen. Anders ben je een slechterik.
Maar Zoezoe en zijn kameraad waren zo in de war van alle bier en andere drugs, dat ze het verschil niet meer zagen tussen wat echt was en wat niet. Ze geloofden niet meer dat andere mensen of dieren echt bestonden. En dat je er dus op mocht schieten, voor de grap.
Zoals ik ook wel eens, voor de grap, per ongeluk expres een paar onschuldige voorbijgangers overhoop schiet als ik Bloederige Mafiatoestanden speel. Want daar verlies je geen punten met onschuldige voorbijgangers, dus... ja...
Ik wil alleen maar zeggen: ik begreep wel zo'n beetje wat Zoezoe leuk vond.
Ik wist wat hij wilde.
Dus ik wist wat ik hem te bieden had.
'Oh?' riep Zoezoe met een hoop gespeelde verbazing. 'Kan ik dat beter niet doen, jou in dobbelsteentjes snijden? En waarom dan wel niet?'
'Omdat wij jou iets kunnen bezorgen wat je hebben wilt. Iets leuks. Iets wat nog leuker is dan kinderen overhoop schieten.'
Daar moest Zoezoe even over nadenken. 'Nóg leuker dan schieten?' vroeg hij wantrouwig. 'Wat is er nou leuker dan schieten?'
'Opblazen,' zei ik.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 69. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 69. Alle posts tonen
woensdag 25 juni 2014
woensdag 20 februari 2013
Kanoënde zombies en alles-etende konijnen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Na het eten zei mama: "Ik zal vanavond maar eens wat bommen gaan maken, dan hebben we die alvast.' Ze gaf Michael en mij en Kwetter alledrie een kus op ons hoofd, zei dat we nog anderhalf uur computerspelletjes mochten doen en dat we daarna braaf moesten gaan slapen.
Wij konden onze oren niet geloven. Computerspelletjes? Anderhalf uur lang? Dat was drie keer zo veel als thuis! We renden naar de computers en zochten een site met leuke spelletjes. Helaas konden we maar twee sites openen. De ene heette "Letterpret" en had niks anders dan spellingsoefeningen die dunnetjes vermomd waren als spelletjes. Dat er bijvoorbeeld een zombie door het beeld liep, met een praatwolkje waar een werkwoord in stond ("Kanoën" bijvoorbeeld. Welke zombie zegt er nou Kanoën? Ze zeggen dingen als Hongerrr en Herrrsensss, bij mijn weten. Maar ja, dat zijn geen werkwoorden) Als je het voltooid deelwoord intypte viel de zombie om. Helemaal vanzelf, met geeneens bloed of losse stukjes.
Bleek staarde Michael naar het scherm. 'Dit... dit is afschuwelijk,' mompelde hij. 'Hoe kunnen mensen zo wreed zijn? Onschuldige zombies inzetten om voltooid deelwoorden te leren... Monsters. Monsters zijn het, zeg ik je!'
De tweede site was nog erger. Die heette 'Rekenvreugd' en daar was je een boer die vijf konijnen had, die elk een kwart krop sla aten, en zeven geiten die elk tweederde krop aten, en dan moest je intypen hoeveel kroppen sla er van het land gehaald moesten worden. Als je het goed had sprongen de konijntjes op en neer, en de geiten kwispelden. Dat was dan het hele spel, en daarna kwam er een nieuwe opgave maar dan met pompoenen en aubergines en aardappels, allemaal dingen die konijnen niet eens lusten (ik had vroeger een vriendinnetje dat thuis twee dwergkonijntjes had, daarom weet ik dat allemaal).
Na tien minuten verveelden we ons helemaal kapot.
'Michael,' zei ik, 'ik ga iets anders doen. Ik ga uitzoeken wat die veldmaarschalk aan het uitspoken is.'
'Hoezo?'
'Hoezo, hoezo?'
Al snel bleek dat Michael tijdens het eten niet op had gelet, en de opmerking over de neus-poederende dame niet gehoord had.
'Ik denk dat het een soort code was,' verklaarde ik. 'Zo keek hij er wel bij, namelijk. De veldmaarschalk.'
'Grote hemel,' zei Michael geringschattend. 'Ik kan wel zien dat jij nooit een echt leerzaam computerspelletje hebt gespeeld. Zoals Bloederige Maffia-toestanden III. Anders had je wel geweten wat Miguel bedoelde. Poeder voor je neus, dat is cocaïne. Een van de ergste drugs.'
'Nu wil ik zéker weten wat die Miguel van plan is,' zei ik.
Michael en Kwetter knikten.
Er waren nog maar twee jongens op de binnenplaats: Jamal en iemand die wij meestal Sukkal noemden, omdat hij nog dommer was dan luitenant Ernesto. Verder was iedereen met Miguel meegegaan. Jamal en Sukkal waren druk bezig met spellingsoefeningen.
Jamal, die een engelengeduld had, blééf de boel maar uitleggen.
Ze keken niet eens op van hun werk toen Michael en ik op onze tenen de binnenplaats verlieten.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Na het eten zei mama: "Ik zal vanavond maar eens wat bommen gaan maken, dan hebben we die alvast.' Ze gaf Michael en mij en Kwetter alledrie een kus op ons hoofd, zei dat we nog anderhalf uur computerspelletjes mochten doen en dat we daarna braaf moesten gaan slapen.
Wij konden onze oren niet geloven. Computerspelletjes? Anderhalf uur lang? Dat was drie keer zo veel als thuis! We renden naar de computers en zochten een site met leuke spelletjes. Helaas konden we maar twee sites openen. De ene heette "Letterpret" en had niks anders dan spellingsoefeningen die dunnetjes vermomd waren als spelletjes. Dat er bijvoorbeeld een zombie door het beeld liep, met een praatwolkje waar een werkwoord in stond ("Kanoën" bijvoorbeeld. Welke zombie zegt er nou Kanoën? Ze zeggen dingen als Hongerrr en Herrrsensss, bij mijn weten. Maar ja, dat zijn geen werkwoorden) Als je het voltooid deelwoord intypte viel de zombie om. Helemaal vanzelf, met geeneens bloed of losse stukjes.
Bleek staarde Michael naar het scherm. 'Dit... dit is afschuwelijk,' mompelde hij. 'Hoe kunnen mensen zo wreed zijn? Onschuldige zombies inzetten om voltooid deelwoorden te leren... Monsters. Monsters zijn het, zeg ik je!'
De tweede site was nog erger. Die heette 'Rekenvreugd' en daar was je een boer die vijf konijnen had, die elk een kwart krop sla aten, en zeven geiten die elk tweederde krop aten, en dan moest je intypen hoeveel kroppen sla er van het land gehaald moesten worden. Als je het goed had sprongen de konijntjes op en neer, en de geiten kwispelden. Dat was dan het hele spel, en daarna kwam er een nieuwe opgave maar dan met pompoenen en aubergines en aardappels, allemaal dingen die konijnen niet eens lusten (ik had vroeger een vriendinnetje dat thuis twee dwergkonijntjes had, daarom weet ik dat allemaal).
Na tien minuten verveelden we ons helemaal kapot.
'Michael,' zei ik, 'ik ga iets anders doen. Ik ga uitzoeken wat die veldmaarschalk aan het uitspoken is.'
'Hoezo?'
'Hoezo, hoezo?'
Al snel bleek dat Michael tijdens het eten niet op had gelet, en de opmerking over de neus-poederende dame niet gehoord had.
'Ik denk dat het een soort code was,' verklaarde ik. 'Zo keek hij er wel bij, namelijk. De veldmaarschalk.'
'Grote hemel,' zei Michael geringschattend. 'Ik kan wel zien dat jij nooit een echt leerzaam computerspelletje hebt gespeeld. Zoals Bloederige Maffia-toestanden III. Anders had je wel geweten wat Miguel bedoelde. Poeder voor je neus, dat is cocaïne. Een van de ergste drugs.'
'Nu wil ik zéker weten wat die Miguel van plan is,' zei ik.
Michael en Kwetter knikten.
Er waren nog maar twee jongens op de binnenplaats: Jamal en iemand die wij meestal Sukkal noemden, omdat hij nog dommer was dan luitenant Ernesto. Verder was iedereen met Miguel meegegaan. Jamal en Sukkal waren druk bezig met spellingsoefeningen.
Jamal, die een engelengeduld had, blééf de boel maar uitleggen.
Ze keken niet eens op van hun werk toen Michael en ik op onze tenen de binnenplaats verlieten.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 10 augustus 2012
Ze zijn wat ze doen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'… verrassing,' viel Alexander haar in de rede. 'Ook voor onszelf. We weten pas over een paar weken of het gelukt is.'
'Inderdaad,' zei mama. 'En in de tussentijd hebben we mooi de gelegenheid om een paar bommen te maken.'
'Hoe komen jullie eigenlijk aan die metertjes?' vroeg Gaby. 'En die buisjes?'
'Niet al mijn apparaten zijn gesneuveld bij het blussen,' zei Alexander gewichtig.
'Ze wil eigenlijk vragen,' legde ik uit, 'hebben jullie die dingen niet nodig voor het maken van bommen?'
'Eigenlijk wel,' gaf mama toe. 'Maar het experiment gaat altijd voor. Oh kinderen, het was zo heerlijk om weer eens echte wetenschap te doen!'
'Fijn voor je,' zei Gaby koeltjes. 'Zeg, weet je wel dat papa in schurkenkleren de beursberichten zit te bekijken? Al dagen lang?'
'Nee, dat wist ik niet. Wordt hij er erg gelukkig van?'
'Gelukkig!?' schreeuwde ik, 'Gelukkig!? Hij is half gek geworden! Hij zit daar maar naar die laptop te staren! Hij eet alleen maar toast met kaviaar!'
'Kaviaar is voedzaam genoeg,' zei mama schouderophalend. 'En lekker is het ook. Ik ken jullie vader al een hele tijd, en geloof me maar: van beursberichten wordt hij echt gelukkig. Grote mensen hebben vaak een bijzondere band met hun werk. Krijgen jullie zelf ook, als je groot bent. Nou, kinders, mama gaat aan de slag. Er moeten bommen zijn voordat die schurken terugkomen. Alexander, help je een handje?'
'Maar natuurlijk, meid. Beloofd is beloofd.'
Mama wreef in haar handen. 'Nou, lieverds, jullie horen het. Mama gaat aan de slag. Gaan jullie maar fijn spelen.'
Dat deden we. Een week lang.
Twee weken.
Drie.
En al die tijd zat papa in de container van de schurken de beursberichten te bekijken.
En al die tijd zaten mama en Alexander in hun laboratorium.
Dat vloog wel tien keer in brand, met steeds fellere steekvlammen.
'We zijn op de goede weg!' juichte mijn moeder dan.
'Maar we zijn er nog niet!' viel Alexander in.
'We gaan nog even door! Hoera!' riepen ze in koor. 'Moewhahaha!'
Papa, in zijn container, riep voortdurend dingen als: 'Eén komma nul twee procent, haha, van zevenentwintig komma zes naar zevenentwintig komma achtentachtig! Ja, nu piepen jullie wel anders! Hahaha!'
Kwetter nam ons mee naar Oma.
'Oma,' zei ze somber. 'De papa en mama van Michael zijn gek geworden.'
Gaby en ik probeerden aan Oma uit te leggen wat er aan de hand was, maar dat was niet eenvoudig. Oma had nog nooit van beursberichten gehoord, en van wetenschap had ze ook geen flauw benul.
Toch knikte ze langzaam en peinzend en zei: 'Ik begrijp het. Kinderen zijn wie ze zijn, maar grote mensen zijn wat ze doen. Als je een groot mens zijn werk afpakt, heeft hij het gevoel dat hij niemand meer is.'
'Wat belachelijk,' zei Gaby, en 'Waarom zijn dat?' vroeg ik.
'Om heel veel redenen.' zei Oma achteloos. 'Dingen waar kinderen zich niet mee bezig hoeven te houden. Sterfelijkheid. Schuldgevoel. Laat ze maar even lekker werken, jongens, daar knappen ze van op en dan doen ze wel weer gewoon.'
'En u?' vroeg ik. 'U zitten hier de hele dag in de grot, en u werken niet. Toch zijn u grote mens. Hoe kunnen dat?'
'Ik werk heel hard,' glimlachte het oudje. 'Ik ben degene die zorgt. Voor de alligators. Voor de meisjes met gebroken armpjes. Voor de nieuwsgierige jongetjes.'
'Dus papa en mama zijn niet gek?' vroeg Gaby voor de zekerheid.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'… verrassing,' viel Alexander haar in de rede. 'Ook voor onszelf. We weten pas over een paar weken of het gelukt is.'
'Inderdaad,' zei mama. 'En in de tussentijd hebben we mooi de gelegenheid om een paar bommen te maken.'
'Hoe komen jullie eigenlijk aan die metertjes?' vroeg Gaby. 'En die buisjes?'
'Niet al mijn apparaten zijn gesneuveld bij het blussen,' zei Alexander gewichtig.
'Ze wil eigenlijk vragen,' legde ik uit, 'hebben jullie die dingen niet nodig voor het maken van bommen?'
'Eigenlijk wel,' gaf mama toe. 'Maar het experiment gaat altijd voor. Oh kinderen, het was zo heerlijk om weer eens echte wetenschap te doen!'
'Fijn voor je,' zei Gaby koeltjes. 'Zeg, weet je wel dat papa in schurkenkleren de beursberichten zit te bekijken? Al dagen lang?'
'Nee, dat wist ik niet. Wordt hij er erg gelukkig van?'
'Gelukkig!?' schreeuwde ik, 'Gelukkig!? Hij is half gek geworden! Hij zit daar maar naar die laptop te staren! Hij eet alleen maar toast met kaviaar!'
'Kaviaar is voedzaam genoeg,' zei mama schouderophalend. 'En lekker is het ook. Ik ken jullie vader al een hele tijd, en geloof me maar: van beursberichten wordt hij echt gelukkig. Grote mensen hebben vaak een bijzondere band met hun werk. Krijgen jullie zelf ook, als je groot bent. Nou, kinders, mama gaat aan de slag. Er moeten bommen zijn voordat die schurken terugkomen. Alexander, help je een handje?'
'Maar natuurlijk, meid. Beloofd is beloofd.'
Mama wreef in haar handen. 'Nou, lieverds, jullie horen het. Mama gaat aan de slag. Gaan jullie maar fijn spelen.'
Dat deden we. Een week lang.
Twee weken.
Drie.
En al die tijd zat papa in de container van de schurken de beursberichten te bekijken.
En al die tijd zaten mama en Alexander in hun laboratorium.
Dat vloog wel tien keer in brand, met steeds fellere steekvlammen.
'We zijn op de goede weg!' juichte mijn moeder dan.
'Maar we zijn er nog niet!' viel Alexander in.
'We gaan nog even door! Hoera!' riepen ze in koor. 'Moewhahaha!'
Papa, in zijn container, riep voortdurend dingen als: 'Eén komma nul twee procent, haha, van zevenentwintig komma zes naar zevenentwintig komma achtentachtig! Ja, nu piepen jullie wel anders! Hahaha!'
Kwetter nam ons mee naar Oma.
'Oma,' zei ze somber. 'De papa en mama van Michael zijn gek geworden.'
Gaby en ik probeerden aan Oma uit te leggen wat er aan de hand was, maar dat was niet eenvoudig. Oma had nog nooit van beursberichten gehoord, en van wetenschap had ze ook geen flauw benul.
Toch knikte ze langzaam en peinzend en zei: 'Ik begrijp het. Kinderen zijn wie ze zijn, maar grote mensen zijn wat ze doen. Als je een groot mens zijn werk afpakt, heeft hij het gevoel dat hij niemand meer is.'
'Wat belachelijk,' zei Gaby, en 'Waarom zijn dat?' vroeg ik.
'Om heel veel redenen.' zei Oma achteloos. 'Dingen waar kinderen zich niet mee bezig hoeven te houden. Sterfelijkheid. Schuldgevoel. Laat ze maar even lekker werken, jongens, daar knappen ze van op en dan doen ze wel weer gewoon.'
'En u?' vroeg ik. 'U zitten hier de hele dag in de grot, en u werken niet. Toch zijn u grote mens. Hoe kunnen dat?'
'Ik werk heel hard,' glimlachte het oudje. 'Ik ben degene die zorgt. Voor de alligators. Voor de meisjes met gebroken armpjes. Voor de nieuwsgierige jongetjes.'
'Dus papa en mama zijn niet gek?' vroeg Gaby voor de zekerheid.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)