Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 72. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 72. Alle posts tonen

woensdag 2 juli 2014

Hoeveel knal voor een boom?

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Wij kwamen natuurlijk mee.
Zoezoe en Abel brachten ons naar dedoor Abel zo gehate boom.
'Blaas die maar eens op,' beval Zoezoe.
'Hebben jullie de spullen?' vroeg ik.
'Die liggen klaar onder de boom,' wees Abel. 'En als je echt denkt dat dit soort spullen makkelijk te krijgen is, dan moet je je laten nakijken. Water is makkelijk zat, met zo'n rivier in de buurt. Maar plastic vuilniszakken zijn een luxe die alleen de rijkste Armoestanen zich kunnen veroorloven. En 'een paar' accu's, dat kunnen we al helemaal vergeten. We hebben met veel moeite en gevaar voor eigen leven één accu uit een auto kunnen slopen, maar dat is dan ook alles. Dus jullie kunnen er maar beter voor zorgen dat het de moeite waard is allemaal. Anders...' Hij grijnsde met tanden die glommen in het maanlicht, en aaide over zijn geweer.
Gaby en ik keken elkaar aan. Eén enkele accu, die misschien niet eens helemaal vol was... Dat zou wel eens veel te weinig kunnen wezen.
Maar veel keus hadden we niet, dus we gingen aan het werk.
We maakten waterstofgas. Ik had geen idee hoeveel we nodig hadden om een boom op te blazen. Dat was wel een nadeel van mama's computerspelletje: we wisten nu wel hoe de moleculen van al die bommen in elkaar zaten, en waar je ze van kon maken, maar het echt doen, dat leer je niet van een computerspel. Hoeveel waterstof heb je nodig voor een knal? Hoeveel knal heb je nodig voor een boom? Hoe zorg je dat alle waterstof in de vuilniszakken terechtkomt, en niet ernaast?
Bovendien had het computerspel ons niet voorbereid op het feit dat een vuilniszak vol waterstof in feite niks anders is dan een hele grote ballon. En dan bedoel ik geen zelf opgeblazen feestballonnetje. Dan bedoel ik een luchtballon.
Toen we eindelijk, na veel gehannes, één zak vol waterstof hadden, bonden we die dicht. We legden hem even opzij, zodat we een tweede konden maken. Dat was niet slim. Zak nummer één vloog onmiddellijk omhoog.
'Was dat de bedoeling?' vroeg Zoezoe wantrouwend.
'Geen stomme vragen,' snauwde ik. 'Grijp dat ding!' Het was misschien onverstandig om een gevaarlijke gek zo aan te spreken, maar ik had nu even niet de tijd om daar over na te denken.
Beduusd graaide Zoezoe naar de wegvliegende zak. Te laat. Het ding verhief zich schommelend in de nachtlucht en zweefde langs de stam omhoog, totdat het tussen een paar takken bleef hangen.
'Zul ik naar boven klimmen?' bood Kwetter aan. 'Ik haalt 'm d'r zó uit hoor, dat kunt ik makkelijk!'
'Laat maar hangen,' zei ik. 'Dat ding hangt daar prima, eigenlijk.'
Gaby dacht even na en fluisterde in mijn oor: 'Als we die boom omver willen hebben, zullen we hem toch echt onderaan de stam op moeten blazen.'
'Geen idee of we genoeg waterstof hebben voor de hele boom,' fluisterde ik terug. 'Met een paar takjes ben ik al blij.'
Inderdaad was even later de accu leeg. De tweede vuilniszak was nog maar half vol, en er kwam geen molecuultje waterstof meer bij.
Dit moet 'm dan maar worden, dacht ik. Als dit niet flink knalt, heb ik zometeen twee hele kwaaie maniakken achter me aan.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 27 februari 2013

Pang pang, hartstikke dood, haha!

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE



Ik was de eerste die bedacht dat er in de keukendeur een sleutelgat zat, en dat sleutelgaten zijn gemaakt om doorheen te kijken. Ik was dan ook de eerste die keek, en toen Michael probeerde mij weg te duwen deed ik van sssst, straks horen ze ons, dus ik was zelfs de enige die keek.
Helaas was er niet veel te zien. De ZMB-knullen kwamen met kratten op hun schouders binnen, liepen de gang door en verdwenen uit het zicht.
Er was maar één manier om te ontdekken waar ze de geheimzinnige pakketjes naar toe brachten: de keuken uit komen en achter ze aan sluipen. Zoals een held uit een film of een boek. Een geheim agent bijvoorbeeld. Of een paar slimme, dappere kinderen die met gevaar voor eigen leven een boevenbende te grazen nemen.
Nou, daar ging ik dus niet aan beginnen. Vooral vanwege dat 'gevaar voor eigen leven'. In de films en boeken loopt het altijd wel goed af, maar ja, ze maken natuurlijk geen films of over de keren dat het niet goed afloopt. Of misschien maken ze die wel, maar worden ze pas uitgezonden als kinderen al in bed liggen. Misschien is het iets wat grote mensen leuk vinden om te zien: haha, die stomme dappere kinderen, wie gaat er nou achter een bende gewapende schurken aansluipen door een huis dat hij niet kent? Pang pang, ja hoor, daar heb je het al, hartstikke dood, hahaha, eigen schuld sukkels.
Kinderen mogen alleen de films zien waarin het wel goed afloopt. Lekker onverantwoordelijk, mensen van de TV! Nu denken alle kinderen: ik sluip wel even achter die lui aan, er gebeurt toch niks ergs...
Michael en Kwetter en ik hebben al heel wat meegemaakt: kettingzagen, alligators, een reusachtige gehaktmolen, een bazooka en weet ik veel wat. Geloof me, als je een paar keer bijna door schurken om zeep geholpen bent, in het echt bedoel ik, dan denk je niet zo snel: oh, dat komt wel goed. Dan denk je: dit wil ik dus nooit meer meemaken.
Dus je gaat niet achter een bende aansluipen.
'Wat zie je?' fluisterde Michael.
'Ze zijn naar binnen gegaan,' fluisterde ik terug. 'Ik zie ze niet meer.'
'Waar wachten we nog op?' vroeg Michael verontwaardigd. 'Achter ze aan, slome!'
Ik schudde zuchtend mijn hoofd. 'Dat computerspelletje van jou,' vroeg ik, 'verlies je dat ook wel eens?'
'Oh ja, zo vaak. Ik word meestal binnen een half uur al doodgeschoten. Maar wat heeft dat er mee te maken? Laten we achter die schurken aansluipen!'
'Zou het misschien kunnen dat je steeds doodgeschoten wordt, omdat je altijd zulke domme beslissingen neemt?'
'Kijk eens aan,' fluisterde ik zo zacht als ik kon, 'daar hebben we de ZMB-ers weer. Terug voor de tweede lading. Die waren we dus recht in de armen gelopen, als we zo dom waren geweest om...'
Michael zei niks.
Maar hij gaf me wel een stomp. Een harde.
'Au!' riep ik.
'Sssst!' deed Michael.
'Als je niet wilt dat ik au roep, moet me niet stompen, idioot!'
'Houd nou je muil, straks horen ze ons!'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 17 augustus 2012

Wij moeten weer eens een boodschapje doen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE



'Ik kan wel raden wat jullie mij wilden vertellen,' zuchtte mijn moeder. 'Waarom zeiden jullie dat niet meteen?'
'Mocht niet van jou,' zeiden Gaby en ik in koor.
'Ja, nou en?' zei mijn moeder geprikkeld. 'Je hoeft toch niet altijd te doen wat ik zeg?'
Gaby en ik keken elkaar aan. Deze uitspraak gingen we heel, héél goed onthouden.
'Hoe dan ook,' zei mama, 'We moeten hem redden. Gelukkig heb ik nu een idee hoe ik bommen kan maken, dus dat komt goed. Maar dan moeten we wel onmiddellijk aan het werk. We hebben maar een paar uur om een behoorlijke voorraad bommen te maken. Alexander!'
Alexander, die dromerig naar zijn kist zat te kijken, schrok op en mompelde: 'Eh, jaja, natuurlijk, mijn excuses. Ik, eh... wat zei je precies? Iets met bommen, neem ik aan?'
'Inderdaad,' zei mama. 'Bommen. Nu. Kinderen, willen jullie even een paar van die slangen voor ons halen? En een stapel noko-nootjes.'
'Zorgt wij voor,' zei Kwetter, en ze slingerde weg tussen de bomen.
Gaby en ik slingerden achter haar aan.
'Even een paar slangen halen,' mopperde Gaby. 'Waarom krijgen wij altijd die rotklusjes? Eerst dat alligator-ei en nu weer “een paar slangen,” en dan bedoelt ze dus de dodelijkste slangen ter wereld, he?'
'Maakt maar geen zorgjes,' zei Kwetter. Wij gaat niet slangen halen. En ook niet nootjes. Ze landde op een tak, stak twee vingers in haar mond en floot. Lang, schel en keihard.
Het duurde niet lang of er doken links en rechts allerlei Boegoenezen op tussen het geboomte.
Snel vertelde Kwetter hen dat mama nu eindelijk de langverwachte boemen zou gaan maken, als ze een paar sissipi's en nokonootjes kreeg. De Boegoenezen, die al wekenlang laboratria hadden geblust en nu eindelijk wel eens resultaat wilden zien, gingen meteen aan het werk. Hun gezichten straalden blijdschap uit, en hooggespannen verwachting – kennelijk had Kwetter hen al die tijd grootse verhalen verteld over de geweldigheid van mama's “boemen”.
In een oogwenk waren de Boegoenezen uit het zicht verdwenen.
'Nootjes en slangen komt goed,' zei Kwetter. 'Nu kunt wij aan de slag.'
'Aan de slag?' zeiden Gaby en ik verbaasd. 'Wat wil je gaan doen, dan?'
'Wij gaat papa redden. Wat als mama de boemen niet vóóŕ het donker af heeft, wat dan? Mama kunt alles, dat weet wij allemaal, maar ze kunt niet alles meteen. Want er moet nog heel veel gebeuren: Slangen moet gevangen worden, nokonootjes onderzoekt, lab in fik gestookt, lab geblust, bommen gemaakt... Veel werk! Is misschien wel teveel, zodat het niet lukt vóór het donker. En dan gaat papa in de hakker. Dus moet wij papa redden.'
'Natuurlijk,' zei ik. 'Doen we even. Ik start de tank vast op, halen jullie de bazooka's?'
Onzeker keek Kwetter Gaby aan. Ze fluisterde: 'Dat hebt wij toch niet? Een tank?'
'Nee,' zei Gaby verveeld. 'Dit is mijn broer zijn humor. Zijn manier om te zeggen dat het ons niet gaat lukken, omdat we geen tank hebben en zo.'
'Inderdaad,' zei ik. Die houthakkers hebben geweren en kettingzagen en een helikopter. Wij hebben helemaal niks. Niet eens een onderbroek.'
'Ik wel,' zei Kwetter.
'Heb jij een onderbroek?' vroegen wij, verbaasd en in koor.
Ze schudde van nee. 'Ik hebt wat beters. Ik hebt een plannetje.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE