Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 79. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 79. Alle posts tonen

vrijdag 8 augustus 2014

De Einstein van de stomme plannen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ze had gelijk. Het waren soldaten. Het oerwoud was zo dicht, dat we hen pas zagen toen ze vlak onder onze boom door liepen. Waren ze op zoek naar ons? Ik durfde nauwelijks adem te halen.
Naast me zag ik, tot mijn grote schrik, dat Abel zijn geweer pakte en met een grote grijns op zijn oude kameraden begon te mikken. Was die jongen helemaal geschift? Stiekem mensen in de rug schieten – dat hóórt niet.
Mensen doodschieten hoort trouwens so wie so niet, nu ik er nog eens over nadenk.
Maar los daarvan: de soldaten waren met z'n zessen en ze hadden allemaal geweren. Het zou een ongelooflijk slecht idee zijn om nu met ze te gaan vechten.
En dat kon ik allemaal onmogelijk uitleggen aan die stomme Abel, want de soldaten waren heel dichtbij en ze zouden ons horen als ik ruzie ging zitten maken.
Maar géén ruzie maken betekende dat ze heel binnenkort heel hard PANG zouden horen en dat valt ook nogal op. Wat moest ik nou doen?
Kwetter stak rustigjes haar vinger in de loop van Abels geweer. Haar andere hand legde ze op Abels mond, zodat hij niet kon protesteren.
Abel keek heel kwaad, maar het werkte wel.
Een half uurtje later kwamen de soldaten terug. Ze droegen twee grote kisten.
'Zagen jullie dat? ' vroeg ik toen ze ons niet meer konden horen. 'Ze waren niet op zoek naar ons, het was toeval dat ze hier langs kwamen. Is dat een opluchting of wat is het?'
'Wat zou er in die kisten zitten?' vroeg Gaby zich af.
We keken naar Abel en Zoezoe. Die haalden hun schouders op. Ze waren maar kleine soldaatjes tenslotte, nauwelijks goed genoeg om een geweer vast te houden en gevangenen te bewaken. Goed genoeg om voorop te lopen in een gevecht, en goed genoeg om overhoop geschoten te worden. Niet goed genoeg om aan te vertellen wat de plannen van de generaal zijn en wat het leger zoal uitspookt.
'Dat gaan we uitzoeken,' zei ik. 'Die kerels met die zware kisten hebben een spoor achtergelaten dat zelfs een blinde nog kan volgen. Kom mee!'
'Goed plan,' knikte Gaby. Ze wendde zich tot Abel en Zoezoe. 'Jullie kennen mijn broer nog niet zo goed,' zei ze, 'maar ik kan jullie vertellen: hij heeft altijd briljante ideeën. Zelfs als je in een compleet hopeloze situatie zit, waaruit je geen enkele uitweg kunt vinden zodat je zeker weet dat je binnen een dag afschuwelijk dood zult gaan, weet hij toch weer een maniertje te vinden om nóg dieper in de problemen te komen. Knap he? Ik bedoel: hier zitten we dan, midden in een oerwoud dat we niet kennen, in een land met een burger-oorlog, we worden opgejaagd door soldaten, en wat bedenkt meneer? Laten we op zoek gaan naar nóg meer soldaten. Hoe kom je d'r op, he? Echt, lieve, Michael, jij bent de Einstein van de stomme plannen, ik kan het niet anders zeggen.'
'Ja,' knikte Kwetter zuchtend, 'knap is-ie he?'
'Wat is een einstein?' vroeg Zoezoe.
Gaby schudde moedeloos het hoofd en mompelde: 'Ach, wat kan het mij ook allemaal schelen. Als we allemaal doodgaan, gaat in elk geval de gemiddelde intelligentie op deze wereld omhoog en dat is ook wat waard. Laten we dat spoor maar volgen.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 15 maart 2013

Het AVBFLM(Z) grijpt in

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Miguel viel op de grond. Hij had nog steeds mijn schouder vast, dus ik werd mee naar beneden gesleurd. Gelukkig kwam ik zacht terecht: bovenop Miguel's moddervette pens.
'Aaaauw!' brulde Miguel. 'Mijn been! Auw auw auw!'
Hee, dacht ik, dat is gek. Miguel was toch degene die schoot? Ik zag hem op mijn moeder mikken – hoe kan hij dan zijn eigen been hebben geraakt?
Ik keek om me heen en zag hoe luitenant Ernesto met een tevreden gezicht de rook van zijn pistool blies. Wat was hier aan de hand? Waarom schoot die man op zijn eigen baas?
Dat wilde Miguel ook wel eens weten.
'Wat doe je nou, stomme debiel?' krijste hij.
'Het spijt me, chef,' grijnsde Ernesto, 'maar die dame is een internationale superster! Een mega-terrorist. Zij kan ons helpen om eindelijk eens de Zuid-Mallotische regering omver te werpen. Dat willen we toch zo graag?'
'Welnee, achterlijke idioot die je bent, dat willen we helemaal niet! Wij willen veel geld verdienen met drugshandel, dát willen we. Dat gedoe met de bevrijding van het Zuid-Mallotische volk was alleen maar een smoesje.'
'Voor mij niet, hoor,' giechelde Ernesto. 'Ik wil echt de regering omver werpen. Want ik ben... een dubbelspion! Hahaaa! Ik werk voor de Noord-Mallotische geheime dienst! Dat had je niet gedacht, he? Nou, ik kan je vertellen: dat doe ik al jaren. En mijn bazen in het Noorden begonnen erg ongeduldig te worden. Wanneer doen jullie nou eens iets, vroegen ze. Dus toen ik ze liet weten dat de Donderkat bij ons was, waren ze heel tevreden. Want waar de Donderkat komt, wordt het al gauw een ontploffende puinzooi. En dat is precies wat de Noordelingen willen: een puinzooi bij hun Zuidelijke vijanden. Dus...'
Klik, klonk het achter hem.
Het was de klik van een pistool. Ik weet niet eens wat voor een klik dat precies is, want ik weet niks van pistolen, maar er is zo'n klik die je soms hoort in films en zo. Zo'n klik die betekent: er heeft hier iemand een pistool, en die is nu klaar om te gaan schieten. Meestal gaan ze gewoon meteen knallen, in films, maar soms hoor je eerst even 'klik'.
Misschien is het niet eens een klik die ergens voor nodig is, misschien is het gewoon een waarschuwings-klik of zo. In ieder geval: hij klonk nu achter Ernesto z'n rug. Want daar stond Pepe, de andere luitenant, met zijn pistool naar Ernesto te wijzen.
'Het spijt me, kameraad,' grijnsde Pepe. 'Maar ik werk toevallig voor de Zuid-Mallotische geheime dienst. En die heeft helemaal geen behoefte aan een ontploffende puinzooi. Dus...'
Klik. Één van de kindsoldaten stond achter Pepe's rug en grijnsde. Hij stak een heel verhaal af in het Mallotisch. Dat verstonden wij niet, maar ik kon wel raden waar het over ging.
'Zeg het maar,' gromde Dogger tegen Miguel. 'Voor wie werkt hij nou weer?'
'Voor het BZM, het Bevrijdingsfront van Zuid-Mallotië.'
'Maar... dat zijn jullie toch?'
'Nee, wij zijn het ZMB. Niet het BZM.'
Klik. Klik. Klik.
Om een lang verhaal kort te maken: de andere soldaten werkten voor de Amerikaanse en de Chinese geheime diensten, voor de concurrerende drugsbendes van Dikke Hamza en “de Colombiaan”, voor Cockel's Oliemaatschappij, voor de CHOAM-handelsonderneming en voor het VZM (Volksleger van Zuid-Mallotië), het ZMV (Zuid-Mallotische Volksleger) en het Algemeen Volks Bevrijdings Front Leger Mallotië(Zuid), oftewel het AVBFLM(Z).
'Is er hier dan helemaal niemand die voor mij werkt?' riep de veldmaarschalk bijna huilend.
'Jawel,' zei een stem.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 29 juni 2012

Als een berkenboompje in de wind

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE



Daar had ik mooi mazzel. Ik bedoel: als die man een gewone zaag had genomen, had hij me zonder moeite in mootjes gehakt. Maar ja, je bent een maniak of je bent het niet.
Dus hij ging staan schutteren met dat gi-gan-tische ding. Hij had net zoveel moeite met het hanteren van zijn zaag, als ik met de mijne. Nauwelijks had hij het loodzware apparaat aangezet, of het ging er met hem vandoor. Naar links.
En mijn zaag wilde naar rechts.
Vond ik helemaal niet erg.
Die maniak was nogal gevaarlijk bezig.
Hij was tamelijk sterk, en daardoor slaagde hij er soms in zijn zaag van de grond te tillen. Maar dat kostte hem zoveel kracht, dat hij daarna niet meer in staat was het bakbeest onder controle te houden. Hij stond te zwaaien op zijn benen als een berkenboompje in de stormwind. Zijn zaag zwaaide lustig mee.
Alle kanten op.
Bijvoorbeeld vlak over de hoofden van zijn twee mede-maniakken. Die doken net op tijd weg. Jammer genoeg. Ik bedoel: ik gun het niemand om geraakt te worden door een kettingzaag, dat moet heel akelig wezen, maar als ik moet kiezen zeg ik: zij liever dan ik.
De twee maniakken dachten daar heel anders over.
Nadat ze voor het enorme apparaat van hun vriend waren weggedoken kwamen ze achter mij aan. En omdat ze groter waren dan ik haalden ze me vrij snel in.
Gelukkig was dat precies het moment waarop mijn zaag tegen een steen ketste. Of tegen een stuk metaal of weet ik veel wat.
In ieder geval, het ding deed ping en veranderde van richting. Vrij plotseling. Ik kon 'm nog maar net vasthouden; het scheelde maar weinig of ik vloog over de kop. Met een woeste zwaai schoot de zaag in de richting van de maniakken.
Die hadden zoiets niet verwacht, en ze sprongen in paniek achteruit. Daarbij hakte de ene, met de middelgrote zaag, bijna de ander doormidden. Die andere, degene met de zaag-die-niet-vanzelf-uitging, kromp echter in elkaar als een opgerolde egel. Hij bleef ongedeerd, maar moest wel zijn zaag laten vallen.
En wat denk je? Bleef het ding rustig op zijn plaats liggen njengen? Hahaha! Natuurlijk niet!
Nee, het kreng ging ervandoor.
Al met al werd de situatie een beetje onoverzichtelijk. We hadden nu 1 losse kettingzaag, 1 kettingzaag plus jongetje en 1 reuzenzaag plus maniak. Alle drie scheurden ze volkomen onvoorspelbaar het kamp door. Splinters hout en kluiten aarde vlogen her en der. Soms waren het zelfs behoorlijk grote splinters hout, die je niet – bijvoorbeeld – in de richting van je ogen wilde zien vliegen. De drie maniakken hadden, ondanks alle chaos en gevaren, dikke pret. Daar ben je tenslotte maniak voor. Brullend van enthousiasme renden ze rond, en ze probeerden mij en elkaar pootje te haken en in het pad van de losgeslagen zagen te duwen.
Op een veilige afstand van het kamp stonden alle andere houthakkers te kijken naar het gevecht tussen de drie maniakken en het veren-schuimrubber-kettingzaag-duiveltje. Ze porden elkaar zacht in de zij en mompelden. 'Ga eens een geweer halen, dan houden ze wel op.' 'Ach man, ga zelf een geweer halen.' Ze durfden geen van allen, want de geweren lagen in een container midden in het kamp en daar was het gevaarlijk.
Daar kwam meneer Smek ook achter.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE