Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 83. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 83. Alle posts tonen

maandag 25 augustus 2014

Helaas ben ik opgevoed

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Zeg het maar,' zei ik zonder me om te draaien. 'We zitten in de problemen, he?'
'Nou en of,' zei een stem achter ons. 'Diep in de problemen. Wij houden hier niet van pottenkijkers. We houden wel van kinderen die helemaal vrijwillig komen werken in de goudmijnen van generaal Killa.'
Een andere stem barstte in lachen uit. 'Ja, hahaha, vrijwillig! Omdat de generaal vecht tegen de gemene president M'Urdara. Voor de goede zaak, hahahaha!'
'Precies,' zei de eerste stem met een enigszins vermoeide zucht. 'Dus nu is de vraag: wat hebben we hier? Pottenkijkers of vrijwillige medewerkers?'
'Doe maar dat laatste, dan,' zei Gaby, en ik knikte om te te bevestigen.
Zo kwamen we voor de tweede keer in een mijn te werken.
'We moeten meteen vanavond ontsnappen,' zei ik tijdens het sjouwen tegen Gaby. 'Anders wordt Kwetter ongerust, en dan komt ze ons zoeken.'
'Vind je het echt zo erg om door een meisje gered te worden? Kan je jongetjestrots daar niet tegen?'
'Gered worden vind ik geen ramp. Maar ene mislukte reddingspoging, dat zou niet best zijn. Deze kerels schieten maar al te graag op ongewapende kinderen.
'Kwetter kan...'
'Kwetter kan heus geen kogels ontwijken.'
Daarna zeiden we niets meer want we moesten onze bekken dicht houden van de bewakers.
'Monden,' mompelde ik zonder nadenken. Bek, dat mogen we van mama niet zeggen namelijk. Na een jaar of dertien gaat dat in je hoofd zitten. Opvoeden, noemt mama dat. Ik zeg: hersenspoelen.
Opvoeden is dat je kinderen dingen leert die belangrijk zijn, die ze kunnen gebruiken wanneer ze ze nodig hebben. Hersenspoelen is wanneer je kinderen gewoontes aanleert waar ze niet aan kunnen ontsnappen, en die nog gevaarlijk zijn ook.
En reken maar dat het gevaarlijk was om 'monden' te zeggen.
Pats!
'En?' vroeg de soldaat. 'Was dat een klap voor je mond?'
'Nee meneer. Dat was een klap voor mijn bek, meneer.'
'In één keer goed. Dat was snel. Ik ben een geboren onderwijzer, al zeg ik het zelf. Als ik je nog een keer iets moet uitleggen, dan zeg je het wel, he?'
'Ja meneer. Ik wil nu graag vrijwillig aan het werk, meneer,' slijmde ik. De soldaten lachten en zeiden dat ik een snelle leerling was.
Daarna was het weer een hele dag sjouwen in de brandende zon. Dat was geluk hebben, want deze mijn bleek anders te zijn dan de vorige: dit was een échte mijn, met tunnels onder de grond en zo. En ik kon me niet voorstellen dat die tunnels erg veilig waren. Laat mij maar lekker hier buiten sjouwen, dacht ik. Dat is wel vermoeiend, maar het is altijd beter dan een mijngang op je kop te krijgen.
Bovendien: in die mijngangen is het donker, en zelfs als het licht was, zou je er niks anders zien dan de muren van de mijngang.
Maar hier boven de grond was van alles te zien. Alles wat ik moest weten om te kunnen ontsnappen.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 25 maart 2013

Dingen die mama niet kan

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE



Pistolen, zo bleek, kunnen helemaal niet tegen wapperen. Als je eenmaal het klikje gedaan hebt, kunnen ze bijna nergens meer tegen. Ze gaan om de haverklap af.
Dus pang! Pang! Pang! Kogels vlogen her en der.
Ik kan me vergissen, maar ik geloof dat ik er eentje vlak langs mijn oor hoorde suizen.
Zoiets kan niet lang goed blijven gaan, natuurlijk. Als je zomaar in het wilde weg gaat lopen schieten, dan wordt er vroeg of laat wel iemand geraakt.
Gelukkig was het in dit geval meneer Dogger zelf.
'Auw! Mijn voet! Nonde-nonde-nonde!' Hij liet het pistool vallen, greep zijn voet vast en lette niet meer op ons of op wat dan ook. Hij dacht alleen nog maar aan zijn voet. Dat was ook wel begrijpelijk, want zijn kleine teentje was eraf. Zo'n teentje is echt een kleinigheid, en je kunt prima leven zonder, maar als het je eigen teentje is dat er plotseling vandoorgaat vind je zoiets toch heel interessant.
'Kinderen,' zei mama, 'dit lijkt me een uitstekend moment om te vertrekken. Eigenlijk horen we het ZMB te bedanken voor hun gastvrijheid, want dat is beleefd, maar ze hebben het op dit moment heel druk met andere dingen.' Ze wees vaag in de richting van de vechtende kluwen verraders. 'Dus wat vinden jullie: moeten we ze storen voor een bedankje? Of sturen we later een kaartje?'
'Kaartje,' zeiden Kwetter en ik in koor.
'Goed,' zei mama. 'Ik pak nog even wat spullen. Wachten jullie buiten bij de deur?' Ze verdween in de richting van het ondergrondse gedeelte van het hoofdkwartier. Kwetter sprong van meneer Dogger's gezicht af en we wandelden tussen de smeulende balken en brokstukken door naar de buitendeur.
Daar buiten lagen ook nogal wat stukken metselwerk, want mama's ontploffingen zijn vaak nogal hard en de resten van het hoofdkwartier waren alle kanten op gevlogen, dus ook over de muur.
We gingen op een dik brok beton zitten, dat ongeveer tien meter bij de deur vandaan geslingerd was. Er stak een balk uit die mooi als rugleuning kon dienen.
'Wat voor spullen gaat mama pakken?' vroeg Kwetter zich af.
'Schoon ondergoed, deodorant, een voorraadje bommen,' somde ik op. 'Dat soort dingen.'
'Zou er nog boemen over zijn, denkt je? Na al die ontploffingen?'
'Tuurlijk,' zei ik ruimhartig. 'Ze heeft ruim een week zitten knutselen! Mama kan een hoop bommen maken hoor, in een week!'
'Is waar,' knikte Kwetter. 'Mama kunt alles.'
Dat was niet helemaal waar natuurlijk. Er is een hoop wat mama niet kan. Zingen, bijvoorbeeld, of een gebroken arm in het gips zetten. Of opschieten. We zaten wel een half uur op haar te wachten. Gok ik.
Helemaal zeker weet ik het niet, want we vielen allebei in slaap. Het was midden in de nacht, tenslotte, en we hadden best een drukke dag gehad.
Mama schudde ons wakker. Ze had twee grote tassen bij zich.
'Lieve schatten,' zei ze, 'we kunnen vertrekken.'
'Dat hadden jullie gedacht,' zei de Moeflon achter ons.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 20 augustus 2012

Met kettingzagen heb ik het he-le-maal gehad

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE




'Blijft jij maar af,' riep Kwetter terug. 'Blijft van mijn vriend af! Anders hebt ik straks verkering met een half jongetje!'
Hm. Dat van die verkering, dat wist ik nog zo net niet. Maar verder was ik blij dat Kwetter er was. Ze zat op de rug van de maniak en ze hield haar handen over zijn ogen. Hij probeerde haar af te schudden, maar haar greep is sterker dan die van een boomkonijntje. Met zijn kettingzaag maakte hij een paar halfslachtig dreigende bewegingen, maar Kwetter liet zich niet bang maken. Hij zou haar handjes er wel af kunnen zagen, natuurlijk – maar die handjes zaten wel erg dicht bij zijn hoofd, en hij had geen zin zijn eigen kop eraf te hakken.
Hij moest zijn zaag laten vallen, om Kwetter met zijn handen van zich af te peuteren.
Gelukkig ging de zaag vanzelf uit – nóg zo'n los rondracend monster, daar had ik geen behoefte aan.
Zonder na te denken pakte ik het ding op.
Tenminste, dat probeerde ik. Het was nog veel zwaarder dan mijn vorige zaag. Zou het wel verstandig zijn om dit ding aan te zetten?
Het antwoord op die vraag zou ik nooit ontdekken. Want voordat ik beslissing kon nemen riep een opgewonden stem: 'Joehoe! Kijk eens wat ik gevonden heb?'
Het was de maniak zonder zaag, dat wil zeggen de maniak wiens zaag er op eigen houtje vandoor was gegaan. Hij stond voor de deur van een kleine container zonder raampjes. Dat was de opslagruimte, voor de geweren en dergelijke. De maniak had een kanjer van een mitrailleur gevonden en stond nu liefdevol over de loop te aaien. 'Wat is-ie groot, he?' kirde hij. 'En wat glanst-ie mooi. Veel mooier dan een kettingzaag. Met kettingzagen heb ik het he-le-maal gehad. Schieten, dat is pas mooi! Wie zal ik eens...'
Verder kwam hij niet. Want de laatste maniak, degene die zijn reuzenzaag maar niet in bedwang kon houden, botste tegen hem aan. 'Sorry,' gilde hij, 'Ik kan er niks aan doen, het komt door mijn zaa-aaaaargh!'
De twee maniakken donderden samen de container in, mét de gigantische kettingzaag. En de mitrailleur. De mitrailleur, die al helemaal schiet-klaar was.
Dus... ja...
Ratatata, hoorden we uit de container. En njengggg!
En dat was dus de container waar de geweren lagen. En een paar vaten met benzine, voor de kettingzagen. En de munitie. De munitie zat in stevige ijzeren kisten, maar die konden niet op tegen de combinatie van kettingzaag en mitrailleur. In een regen van vonken en gloeiend lood stuiterden de losse patronen over de vloer.
De gevolgen kun je wel raden.
Pang, deed het eerste patroon.
Pang-pang-pang, deden de volgende drie.
'Liggen!' riep ik. We lieten ons op de grond vallen, Kwetter en ik.
'Handen op je oren en mond open,' beval ik.
Net op tijd.
Een vreselijk geratel steeg op uit de container. Honderden ladingen buskruit ontploften, zo snel na elkaar dat het wel één grote, langdurige ontploffing leek. Met donderend geraas knalden de vaten benzine uit elkaar.
Zelfs het gejank van de gigantische maniakkenzaag was niet meer te horen. Ik zag sterretjes van de herrie, ik had geen idee meer waar ik was of hoe ik heette, golven van vuur rolden door de lucht, kogels floten over ons heen, de container werd finaal uit elkaar geblazen en flarden roodgloeiend metaal dwarrelden als herfstbladeren rond in de zengende wind van de ontploffing.
Daarna werd het min of meer stil.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE