BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Gedwee stapte Jamal uit de wagen. Mama klom op de bestuurdersstoel, vroeg om Michael's zakmes (waar, onder andere, een schroevendraaiertje op zit. Een stuk of drie schroevendraaiertjes, om precies te zijn – het is zo'n zakmes) en begon aan het stuur te prutsen.
En te prutsen.
En te prutsen.
'Eh, mam,' vroeg ik voorzichtig, 'ben je alleen maar aan het repareren? Of maak je tegelijkertijd een paar, eh... verbeteringen?'
'Wat denk je?' vroeg mama terwijl ze geconcentreerd verder werkte. 'Dat ik helemaal krankzinnig ben? Ik weet heus wel dat we geen tijd hebben voor dat soort dingen – hoewel een klein kind nog kan zien dat dit mechaniekje veel beter kan. Als ik bijvoorbeeld... nou eens... dit schroefje...'
'Ma-ham!' riep Michael ongeduldig.
'Jaja, je hebt gelijk, ik zal er niet aan beginnen.' Ze zette vlot het stuur op zijn plek en tien seconden later konden we vertrekken.
Dat was helaas nét een paar seconden teveel.
In de verte kwam een auto aangereden. De auto van de Moeflon.
Kwetter en ik sleurden Jamal naar binnen en mama gaf gas.
Jamal leunde met een grote grijns tussen de stoelen door naar voren om het stuur vast te grijpen, net zoals mama bij hem had gedaan. Kwetter en ik wisten hem nog net op tijd tegen te houden.
Daardoor kon mama ongehinderd proberen om geen enkel huisje omver te rijden.
Soms waren de straatjes domweg te smal, en dan kon het even niet anders. Ze draaide het raampje naar beneden, en elke keer als ze iemands huisje in puin reed riep ze heel hard 'Sorry!' Dat dan weer wel.
'Waar is eigenlijk het plan, mam?' vroeg Michael.
'Goeie vraag,' zei mama. 'Om te beginnen wilde ik maar eens op weg naar de snelweg. Die is tenminste breed genoeg voor deze wagen, dus dan hoef ik niet de hele tijd huizen te vergruizen. Eigenlijk is huizen kapot beuken heel onbeleefd, namelijk. Wisten jullie dat?'
'Ik wist het niet zeker,' zei ik, 'maar ik dacht wel al zoiets.'
Michael mompelde iets onverstaanbaars. Het klonk verdacht veel als 'ja, er zal ook eens iets leuks zijn wat beleefd is'.
Jamal keek regelrecht teleurgesteld. Niet dat hij kon verstaan wat mama zei, maar ik vermeld het toch even. Want hij keek naar de huizen die we volledig intact achter ons lieten; het was duidelijk dat zijn teleurstelling veroorzaakt werd door een jammerlijk gebrek aan botsingen en brokstukken.
'Via de snelweg,' ging mama verder, 'wilde ik gewoon teruggaan naar Willem. Want dat is de enige plek in Zuid-Mallotië waar we met z'n allen zijn geweest, dus ik denk dat Eduard daar vroeg of laat heen zal komen om ons te zoeken.'
'Goed plan,' zei ik. 'Ik vroeg me al af hoe papa ons ooit weer terug moest vinden.'
'Da's inderdaad een puik plan voor het terugvinden van papa,' zei Michael. 'Maar wat ik eigenlijk bedoelde', is...'
Achter ons klonk een knal.
De knal van een pistool.
'...wat doen we met Dogger en de Moeflon?'
'Oh, bedoelde je dát,' zei mama. 'Daar heb ik nog geen idee voor, eerlijk gezegd.'
'Pang,' klonk het achter ons. 'Pang, pang!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 90. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 90. Alle posts tonen
woensdag 10 april 2013
woensdag 5 september 2012
Geen vierhonderd miljoen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ten eerste: er stonden honderden Boegoenezen op ons te wachten. Kwetter had ze verteld dat mama boem ging doen, en ze waren heel benieuwd. Ze wilden nou eindelijk wel eens zien waar dat gedoe met die laboratoria goed voor was geweest.
Ten tweede: er was niks om boem tegen te doen. De Mjamburger-Maak-Machine was nergens te bekennen. Er stonden alleen nog een paar containers en de luxe jeep van Hakmaranman.
'Ik denk,' zei papa bedachtzaam, 'dat Dogger het ding heeft laten weghalen. Hij was misschien bang dat wij het stuk zouden maken of zo.'
'Ja... hoe komt-ie d'r bij!' grijnsde Gaby.
'Maar waarom hebben ze de jeep dan niet meegenomen?' vroeg ik me af. 'Of de containers?'
Papa haalde zijn schouders op. 'De vleeshakker is nog niet afbetaald, denk ik, dus eigenlijk is dat ding van Dogger. De rest is eigendom van Hakmaraman, en wat daarmee gebeurt interesseert Dogger geen lor.'
'Dat kan allemaal wel wezen,' zei mama, 'maar ik wil nou eindelijk wel eens iets opblazen. Wat dachten jullie van zo'n container?'
'Jaaaa! Boemmm!' riep Kwetter.
De Boegoenezen keken geïnteresseerd toe hoe mama een kokosnoot vol springstof in een container legde en de lont aanstak.
'Iets naar achteren, jongens,' zei mama, 'zo meteen regent het hier gloeiend metaal.'
De Boegoenezen knikten vriendelijk, en toen Kwetter de boel vertaald had stapten ze netjes achteruit.
Arme drommels, dacht ik bij mezelf. Ze hebben nog nooit een explosie gezien, natuurlijk. Zelfs niet op TV... Ze zullen niet weten wat hen overkomt! Waarschijnlijk schrikken ze zich dood en kronen ze mijn moeder tot dondergodin of zoiets.
WHAAMMM! Daar ging de container.
Het was een prachtige klap. Veel groter dan je zou verwachten bij zo'n kleine hoeveelheid springstof – ik ben een beetje een kenner intussen.
Met een glimlachje keerde ik mij naar de doodsbange Boegoenezen.
Die waren eigenlijk, uhm... helemaal niet doodsbang. Ze stonden te lachen en te klappen en te roepen van 'Jaaa! Joewieieie! Boemmm!'
Dus... Ja...
Daarna moest mama nog een container opblazen, en nog een, en daarna de jeep.
'Hoho, liefje, ' zei papa. 'Laat die Jeep maar heel. Die kunnen we nog goed gebruiken.'
'Waarvoor?' vroeg mama. 'Er zijn hier geen wegen of niks.'
'Inderdaad. Maar wordt het niet eens tijd dat we hier vandaan gaan? Ik bedoel dit: Dogger en zijn vrienden zullen het hier niet bij laten zitten. Ze zijn in staat om de hele oerwoud met brandbommen in de as te leggen. Alleen maar om jou te pakken te krijgen. Wij brengen de mensen hier serieus in gevaar, lieverd.'
'Ja,' zei mama, 'maar buiten het bos zijn wij in gevaar. Ik ben de vrouw van tien miljoen, weet je nog? De hele wereld jaagt op ons. En wij hebben niets! Geen huis, geen laboratorium, niet eens een onderbroek!'
'Die onderbroek kopen we gewoon,' zei papa. 'En dat laboratorium ook. Dat huis, dat lijkt me niet zo'n goed idee. We zullen de rest van ons leven op de vlucht zijn, en dan moet je niet in een huis gaan zitten. Ik dacht meer aan een onderzeeboot. Of een straalvliegtuig of zo. Je kunt een hoop veiligheid kopen voor vierhonderd miljoen!'
'Da's waar, ' zei mama. 'Alleen hebben we helaas geen vierhonderd miljoen.'
'Klopt,' zei mijn vader. 'We hebben vierhondertweeëndertig miljoen, achthonderdvijftienduizend zevenhonderd en één dollar en twaalf cent.'
Wij keken hem aan met wijdopen monden en knipperende ogen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ten eerste: er stonden honderden Boegoenezen op ons te wachten. Kwetter had ze verteld dat mama boem ging doen, en ze waren heel benieuwd. Ze wilden nou eindelijk wel eens zien waar dat gedoe met die laboratoria goed voor was geweest.
Ten tweede: er was niks om boem tegen te doen. De Mjamburger-Maak-Machine was nergens te bekennen. Er stonden alleen nog een paar containers en de luxe jeep van Hakmaranman.
'Ik denk,' zei papa bedachtzaam, 'dat Dogger het ding heeft laten weghalen. Hij was misschien bang dat wij het stuk zouden maken of zo.'
'Ja... hoe komt-ie d'r bij!' grijnsde Gaby.
'Maar waarom hebben ze de jeep dan niet meegenomen?' vroeg ik me af. 'Of de containers?'
Papa haalde zijn schouders op. 'De vleeshakker is nog niet afbetaald, denk ik, dus eigenlijk is dat ding van Dogger. De rest is eigendom van Hakmaraman, en wat daarmee gebeurt interesseert Dogger geen lor.'
'Dat kan allemaal wel wezen,' zei mama, 'maar ik wil nou eindelijk wel eens iets opblazen. Wat dachten jullie van zo'n container?'
'Jaaaa! Boemmm!' riep Kwetter.
De Boegoenezen keken geïnteresseerd toe hoe mama een kokosnoot vol springstof in een container legde en de lont aanstak.
'Iets naar achteren, jongens,' zei mama, 'zo meteen regent het hier gloeiend metaal.'
De Boegoenezen knikten vriendelijk, en toen Kwetter de boel vertaald had stapten ze netjes achteruit.
Arme drommels, dacht ik bij mezelf. Ze hebben nog nooit een explosie gezien, natuurlijk. Zelfs niet op TV... Ze zullen niet weten wat hen overkomt! Waarschijnlijk schrikken ze zich dood en kronen ze mijn moeder tot dondergodin of zoiets.
WHAAMMM! Daar ging de container.
Het was een prachtige klap. Veel groter dan je zou verwachten bij zo'n kleine hoeveelheid springstof – ik ben een beetje een kenner intussen.
Met een glimlachje keerde ik mij naar de doodsbange Boegoenezen.
Die waren eigenlijk, uhm... helemaal niet doodsbang. Ze stonden te lachen en te klappen en te roepen van 'Jaaa! Joewieieie! Boemmm!'
Dus... Ja...
Daarna moest mama nog een container opblazen, en nog een, en daarna de jeep.
'Hoho, liefje, ' zei papa. 'Laat die Jeep maar heel. Die kunnen we nog goed gebruiken.'
'Waarvoor?' vroeg mama. 'Er zijn hier geen wegen of niks.'
'Inderdaad. Maar wordt het niet eens tijd dat we hier vandaan gaan? Ik bedoel dit: Dogger en zijn vrienden zullen het hier niet bij laten zitten. Ze zijn in staat om de hele oerwoud met brandbommen in de as te leggen. Alleen maar om jou te pakken te krijgen. Wij brengen de mensen hier serieus in gevaar, lieverd.'
'Ja,' zei mama, 'maar buiten het bos zijn wij in gevaar. Ik ben de vrouw van tien miljoen, weet je nog? De hele wereld jaagt op ons. En wij hebben niets! Geen huis, geen laboratorium, niet eens een onderbroek!'
'Die onderbroek kopen we gewoon,' zei papa. 'En dat laboratorium ook. Dat huis, dat lijkt me niet zo'n goed idee. We zullen de rest van ons leven op de vlucht zijn, en dan moet je niet in een huis gaan zitten. Ik dacht meer aan een onderzeeboot. Of een straalvliegtuig of zo. Je kunt een hoop veiligheid kopen voor vierhonderd miljoen!'
'Da's waar, ' zei mama. 'Alleen hebben we helaas geen vierhonderd miljoen.'
'Klopt,' zei mijn vader. 'We hebben vierhondertweeëndertig miljoen, achthonderdvijftienduizend zevenhonderd en één dollar en twaalf cent.'
Wij keken hem aan met wijdopen monden en knipperende ogen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)