Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 91. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 91. Alle posts tonen

vrijdag 12 april 2013

Je mag het wel hopen maar niet hardop zeggen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Pling,' klonk het om ons heen. 'Pling, pling!'
Pling is niet helemaal het goede woord, maar het geluid dat ik bedoel was het geluid van kogels die afketsen op een dikke stalen pantserlaag, en/of een dikke ruit van kogelvrij gepantserd glas.
'Lachen, dit!' merkte Michael op.
'Ja,' grijnsde Kwetter, 'de pistooltje van de Moeflon is zo slap, dat hij niet eens door een auto heen kan schieten.”
'Het is nog veel leuker dan je denkt, lieve Kwetter,' grijnsde mama. 'Het pistooltje is niet heel slap, maar deze auto is heel sterk. Het is natuurlijk ook de auto van een terroristische drugshandelaar. Zulke mensen hebben veel vijanden. Beschoten worden, dat hoort gewoon bij hun beroep. Staat waarschijnlijk in hun contract: “tot uw taken behoren het omverwerpen van de regering, het verkopen van drugs en het beschoten worden”. Ik stel me zo voor dat Miguel zei: “dat vind ik allemaal prima, maar dan wil ik wel een kogelvrije auto van de zaak.” Ja, onze veldmaarschalk keek niet op een paar centen, als het om zijn eigen veiligheid ging. En de grap is dat hij naar het ziekenhuis moet, met een voet die hij hoogstpersoonlijk in puin heeft geschoten, terwijl wij lekker veilig in zijn gepantserde wagen zitten.
'Weet je,' ging ze verder terwijl de auto moeiteloos door een kleine boom heen reed, 'ik had al zo'n idee dat dit geen gewone terreinwagen was. Ik bedoel: de huisjes hier zijn misschien niet zo stevig gebouwd, maar een halve wijk in stukken rijden zonder krasjes op de lak? Dat lukt je niet met een gewone auto.
En het mooiste van alles vind ik nog wel dat Miguel deze wagen waarschijnlijk gekocht heeft met geld, dat hij van meneer Dogger heeft geleend.'
'Zou Dogger het weten?' giechelde ik. 'Dat wij veilig voor hem zijn dankzij zijn eigen zaakjes?'
'Ik denk het wel,' zei Michael. 'Het zou me niks verbazen als hij naast de Moeflon in die auto zat, vloekend van nond-nonde-hier-en-gunter.'
Even waren dachten we allemaal in een gelukzalige stilte aan het kwabbige, grauwe hoofd van meneer Dogger, dat zo'n mooie ongezonde paarse kleur kon krijgen als hij zich echt kwaad maakte.
'Misschien stikt hij er wel in,' mijmerde ik.
'Foei Gaby,' zei mama. 'Hopen dat mensen dood gaan is he-le-maal niet netjes. Ik bedoel natuurlijk: je mag dat wel hopen, maar het is bepaald onfatsoenlijk om het hardop te zeggen. Dus dat soort dingen wil ik niet meer horen, begrepen?'
'Ja mama.'
Intussen hadden we de snelweg bereikt. Nu we niet meer door huizen heen hoefden te rijden, drukte mama het gaspedaal eens lekker diep in, en nu bleek dat de wagen van de veldmaarschalk niet alleen heel sterk was, maar ook heel erg snel.
Met een noodgang denderden we over het wegdek. Gelukkig was het niet druk op de weg, omdat het midden in de nacht was, anders hadden we ongetwijfeld vreselijke ongelukken veroorzaakt.
Jammer genoeg was dat ook in het voordeel van de Moeflon.
Onze terreinwagen was heel geschikt om door huizen en over brokstukken te rijden; de auto van de Moeflon had daar veel meer moeite mee gehad. Maar nu, nu we op een mooi glad recht stuk weg reden, begon hij behoorlijk op ons in te lopen.
Nou ja, dat was geen ramp natuurlijk: wij zaten lekker veilig in onze gepantserde wagen. Laat die Moeflon ons maar inhalen, dacht ik! Wat kan hij nou helemaal doen? Onze weg blokkeren, met dat sportwagentje van hem? Haha! Daar rijden we dwars doorheen!
Maar mama dacht er anders over.
'Lieverds,' zei ze met een zorgelijk gezicht, 'we hebben een probleem,' en ze wees op het dashboard.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 7 september 2012

Onverwacht schattig

BEGIN / VORIGE


Wij keken hem aan met wijdopen monden en knipperende ogen.
'Ja, hoor eens,' lachte hij triomfantelijk, 'wat dachten jullie dat ik daar drie weken lang zat te doen, met die beursberichten? Alleen maar kijken? Nee hoor, ik heb gehandeld alsof mijn leven ervan af hing. En ook wel een beetje gezwendeld, hier en daar, en gelogen en opgelicht en het een en ander gestolen. Maar ik heb alleen van slechteriken gepikt en het was vor een goed doel, dus mijn geweten is rein.'
'Schat,' zei mama, 'wat hou ik toch van je.'
'Zullen we dan maar?'
'Meteen,' zei mama. 'En weet je wat we doen? We blazen de weg door de bergen op, dat kan makkelijk met de voorraad bommen die ik heb gemaakt. Dan kan er voorlopig niemand meer hierheen komen.' Ze draaide zich naar Kwetter. 'Lieve, Kwetter,' zei ze, 'jullie zullen hier veilig wonen, dat beloof ik. Ik vond het heel fijn je te leren kennen. Vaarwel, lief meisje!' Ze pinkte een traantje weg en zei tegen de Boegoenezen: 'Zorg heel goed voor haar, anders krijgen jullie met mij te doen!' De Boegoenezen knikten vriendelijk en keken geïnteresseerd. Daarna wilde mama nog iets tegen Kwetter zeggen.
Maar Kwetter was verdwenen.
'Ach ja,' zei mama, 'voor haar is het natuurlijk ook een emotioneel moment...'
'Gaat wij nou nog?' klonk het vanuit de jeep.
'Hoera!' riep Gaby. 'Kwetter gaat mee!'
'Is dat wel zo'n goed idee?' riep ik haastig. 'Ik bedoel, ze valt nogal op en zo, enneh... ze hoort hier thuis, enneh... ze heeft vast familie die ze zal missen, enneh...'
'Wat ben je toch lief bezorgd om haar,' glimlachte papa. 'Kom, we gaan.'
We gingen.
De explosie, waarmee we de weg door de bergen afsloten, was werkelijk gi-gan-tisch. Het soort explosie waarna je hele nieuwe landkaarten moet maken, omdat de oude niet meer kloppen. Mooi hoor.
De klap dreunde nog na in onze oren toen we terugreden naar de bewoonde wereld.
Opeens zei Gaby: 'Wat is dat voor een geluid?'
We luisterden allemaal en inderdaad: er klonk een raar geluid. Een soort gescharrel en getik en gekrabbel en geklop. En een geluid alsof er een eierschaal brak.
'Mijn experiment!' riep Alexander. Hij deed met trillende handen de houten kist open. Daar lag het alligator-ei. Er kwam scheur na scheur in de schaal, en uiteindelijk stak een klein diertje zijn kopje naar buiten.
'Gelukt,' fluisterde Alexander hees. 'Het is me gelukt! Dat wordt een Nobelprijs, ik zweer het je.'
'Jeetje,' zei Gaby. 'Wat is-ie klein, zeg.'
'Dit ga je niet leuk vinden, pap,' riep ik tegen mijn vader, die achter het stuur zat.
'Hoezo, jongen?'
'Geloof me nou maar, dit ga je he-le-maal niet leuk vinden.'
'Ik vind 'm schattig,' zei Gaby. 'Dat had ik nou echt nooit verwacht. Dat een dinosaurus ook schattig kon zijn.'
Papa zei niks. Sjaggerijnig trapte hij het gaspedaal in, en zo keerden we terug naar de beschaafde wereld.


BEGIN / VORIGE