BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ik was blij dat ik intussen wist dat hij geen maniak was, anders was ik me dood geschrokken.
Hoewel... geen maniak?
Hij maakte zijn zin af: '...op die plekken slapen de matrozen. Helaas draaien ze ploegendiensten, dus we kunnen ze niet allemaal in één keer dood krijgen, maar...'
'Hohoho, meneer de kapitein,' onderbrak ik hem. 'Nou dacht ik toch werkelijk even dat uw eigen matrozen dood wilde maken.'
Verbaasd keek hij mij aan. 'Maar natuurlijk wil ik dat! Dat zou jij ook willen, als je ze maar half zo goed kende als ik. Ik ben doodsbang voor die lui! Het zijn stuk voor stuk afschuwelijke boeven, de meesten hebben wel een paar moorden op hun geweten, dus het is hun verdiende loon. Bovendien: de wereld gaat er behoorlijk op vooruit, als zij verdwijnen.'
'Dat kan wel wezen,' zei ik, 'maar de Donderkat blaast geen mensen op. Nooit.'
'Ja hoor,' zei de kapitein spottend, een terrorist met een geweten! Geloof je het zelf?'
'Ik heb geen geweten!' bemoeide mama zich ermee. Ze stond aan de andere kant van de kapiteinshut, waar een aanrechtje stond, en goot met haar ene hand een soort schuimend spul in een koffiekopje terwijl ze met haar andere hand een koperdraad in het stopcontact stak.
'Is dat niet gevaarlijk, mevrouw?' zei de kapitein bezorgd. 'Ik bedoel: als het mislukt bent u dood! En wie kan mij dan nog helpen?'
'Ik zal u eens wat vertellen,' glimlachte mama. 'Dit is inderdaad heel gevaarlijk, als het mislukt. En weet u? Het is nog véél gevaarlijker als het lukt! Want dan sta ik hier zometeen met een paar kilo hoogst ontplofbare nitroglycerine in mijn handen. Maar wat ik even zeggen wilde: de Donderkat heeft geen geweten. Maar ze heeft wél goede manieren. Dus wij gaan geen mensen opblazen, want dat is verschrikkelijk onbeleefd. Begrijpt u?'
'Ja maar...' begon de kapitein.
'Nu even niet zeuren,' zei mama terwijl er een wolk gele rook uit haar kopje omhoog opsteeg, 'Dit is een moeilijk stukje. Zo'n stukje waar je mij geen 'oeps' wilt horen zeggen. Omdat 'oeps' dan het laatste is wat je hoort in je leven, en dat lijkt me toch zó sneu. Sterven met een 'oeps' op de lippen is de nachtmerrie van elke wetenschapper! Dus nu even het snuitje dicht, graag, en niet stiekem matrozen doodmaken als ik niet kijk!'
De kapitein haalde zijn schouders op.
'Zelf weten,' zei hij. 'Maar als er problemen van komen, moet u bij mij niet komen klagen!'
'Mama klaagt nooit,' zei ik. 'Zij vindt: problemen, daar moet je niet over zeuren. Die moet je gewoon opblazen.'
'Maar dat wilde ik nou juist...' riep Leeghwater geërgerd.
'U wilde geen problemen opblazen, u wilde matrozen opblazen En dat is heel wat anders. En nu aan het werk! We moeten een manier bedenken om het schip te vernietigen, zonder de matrozen teveel te beschadigen.'
Maar dat bleek nog niet zo eenvoudig.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
woensdag 23 oktober 2013
maandag 21 oktober 2013
Het duistere vuur ontbrandt
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Mama stond op, rekte zich uit en schudde even flink met haar hoofd. Ze had heel diep geslapen, en gisteren was het nogal een veelbewogen dagje geweest. Ze was dus nog niet helemaal wakker; daardoor was ze eventjes minder beleefd dan gewoonlijk. Maar nu kneep ze zichzelf in het velletje van haar arm, zo hard dat de tranen in haar ogen sprongen, en daardoor werd haar hoofd weer helemaal helder. Ze plooide haar gezicht in haar beleefdste glimlach en zei: 'De vis ruikt héérlijk, mijn beste kapitein! Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog nooit ontbeten heb met vis en koffie – helemaal mijn fout, natuurlijk – maar ik weet nú al dat ik mij deze ochtend nog lang zal herinneren als dag dat ik voor het eerst mocht proeven van die buitengewoon originele combinatie. Kortom: aan tafel, Gaby!'
Er was geen redden meer aan. Ik hoefde geen koffie te drinken, maar tegen mama zei de kapitein: 'Gelukkig lusten alle grote mensen koffie, nietwaar?' Dus voor haar was er geen ontkomen aan.
Na een paar minuten zei mama bleekjes: 'De combinatie is... nog origineler dan ik had gedacht.'
Kapitein Leeghwater knikte trots. 'Weet je wat pas écht lekker is? Let op!' Hij sneed een groot stuk vis af, knapperig bruin en druipend van het vet, en doopte het in zijn koffie. 'Probeer maar eens! Het zal u verbazen!'
Mama probeerde het. Haar gezicht werd nog bleker en ze zei: 'Verbazen is niet het juiste woord. Het is... verbijsterend. Nee, dat nog veel te zwak uitgedrukt. Mijn wereld schudt op zijn grondvesten. Ik...'
'Dan moet u dít eens proberen!' De kapitein goot zijn halve kop koffie leeg op zijn bord en begon met zijn vork de vis en de koffie door elkaar te prakken.
Mama was opeens niet bleek meer. De kleur van haar gezicht begon meer op groen te lijken. Ze mompelde: 'Dat ziet er buitengewoon smakelijk uit. Ik zou het heel graag eens proberen, maar ik heb, geloof ik, opeens een aanval van zeeziekte.'
Ik voelde mij ook niet meer zo lekker. De aanblik en de geur van de smurrie die Leeghwater had geproduceerd benam mij alle eetlust, dus daarmee eindigde het ontbijt.
'En nu aan het werk,' zei mama. 'Kapitein, is het u gelukt om de spullen te vinden waar ik om gevraagd heb?'
'Zeker wel,' zei de kapitein. 'Het was nogal een raar boodschappenlijstje, dat wel. Maar ik heb het gewoon aan een paar matrozen gegeven, en die dachten dat ik het allemaal nodig had om jullie op één of andere akelige manier te mishandelen. Ze zijn nu nog banger voor me dan ooit – een kapitein die mensen martelt met walvisvet, koperdraad, lucifers, koffiekopjes, keukenzout en al die andere dingen, dat is duidelijk een kapitein waar je voor op moet passen.' Hij grijnsde tevreden.
'Uitstekend,' zei mama. 'Dan ga ik aan de slag. Wilt u ondertussen een paar plannen maken, met Gaby? Maakt u zich niet ongerust hoor, ze ziet er misschien uit als een onschuldige elfjarige, maar ze is een door de wol geverfde terrorist'
De kapitein knikte, liep naar zijn bureau en haalde er een grote plattegrond uit tevoorschijn. Die spreidde hij uit op de tafel. 'Let op, meidje! Hier, hier en hier moeten bommen komen. Want op die plekken...' Hij keek mij aan met woest glimmende ogen. Het duistere vuur in zijn binnenste leek opeens weer ontstoken.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Mama stond op, rekte zich uit en schudde even flink met haar hoofd. Ze had heel diep geslapen, en gisteren was het nogal een veelbewogen dagje geweest. Ze was dus nog niet helemaal wakker; daardoor was ze eventjes minder beleefd dan gewoonlijk. Maar nu kneep ze zichzelf in het velletje van haar arm, zo hard dat de tranen in haar ogen sprongen, en daardoor werd haar hoofd weer helemaal helder. Ze plooide haar gezicht in haar beleefdste glimlach en zei: 'De vis ruikt héérlijk, mijn beste kapitein! Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog nooit ontbeten heb met vis en koffie – helemaal mijn fout, natuurlijk – maar ik weet nú al dat ik mij deze ochtend nog lang zal herinneren als dag dat ik voor het eerst mocht proeven van die buitengewoon originele combinatie. Kortom: aan tafel, Gaby!'
Er was geen redden meer aan. Ik hoefde geen koffie te drinken, maar tegen mama zei de kapitein: 'Gelukkig lusten alle grote mensen koffie, nietwaar?' Dus voor haar was er geen ontkomen aan.
Na een paar minuten zei mama bleekjes: 'De combinatie is... nog origineler dan ik had gedacht.'
Kapitein Leeghwater knikte trots. 'Weet je wat pas écht lekker is? Let op!' Hij sneed een groot stuk vis af, knapperig bruin en druipend van het vet, en doopte het in zijn koffie. 'Probeer maar eens! Het zal u verbazen!'
Mama probeerde het. Haar gezicht werd nog bleker en ze zei: 'Verbazen is niet het juiste woord. Het is... verbijsterend. Nee, dat nog veel te zwak uitgedrukt. Mijn wereld schudt op zijn grondvesten. Ik...'
'Dan moet u dít eens proberen!' De kapitein goot zijn halve kop koffie leeg op zijn bord en begon met zijn vork de vis en de koffie door elkaar te prakken.
Mama was opeens niet bleek meer. De kleur van haar gezicht begon meer op groen te lijken. Ze mompelde: 'Dat ziet er buitengewoon smakelijk uit. Ik zou het heel graag eens proberen, maar ik heb, geloof ik, opeens een aanval van zeeziekte.'
Ik voelde mij ook niet meer zo lekker. De aanblik en de geur van de smurrie die Leeghwater had geproduceerd benam mij alle eetlust, dus daarmee eindigde het ontbijt.
'En nu aan het werk,' zei mama. 'Kapitein, is het u gelukt om de spullen te vinden waar ik om gevraagd heb?'
'Zeker wel,' zei de kapitein. 'Het was nogal een raar boodschappenlijstje, dat wel. Maar ik heb het gewoon aan een paar matrozen gegeven, en die dachten dat ik het allemaal nodig had om jullie op één of andere akelige manier te mishandelen. Ze zijn nu nog banger voor me dan ooit – een kapitein die mensen martelt met walvisvet, koperdraad, lucifers, koffiekopjes, keukenzout en al die andere dingen, dat is duidelijk een kapitein waar je voor op moet passen.' Hij grijnsde tevreden.
'Uitstekend,' zei mama. 'Dan ga ik aan de slag. Wilt u ondertussen een paar plannen maken, met Gaby? Maakt u zich niet ongerust hoor, ze ziet er misschien uit als een onschuldige elfjarige, maar ze is een door de wol geverfde terrorist'
De kapitein knikte, liep naar zijn bureau en haalde er een grote plattegrond uit tevoorschijn. Die spreidde hij uit op de tafel. 'Let op, meidje! Hier, hier en hier moeten bommen komen. Want op die plekken...' Hij keek mij aan met woest glimmende ogen. Het duistere vuur in zijn binnenste leek opeens weer ontstoken.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 18 oktober 2013
Het luxe ontbijt
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Waar ik wel wakker van werd, uiteindelijk, was de geur van gebakken vis.
Er stond een tafeltje in de hoek van de kapiteinshut, recht onder het pijltjesbord. Op het tafeltje stonden ontbijtbordjes, koffiekopjes, een broodrooster, een zak brood en en koffiepot. Kapitein Leeghwater stond ernaast, met een grote koekenpan in zijn handen. In de pan lagen glimmend gebakken visjes, nog spetterend van de hete olie.
'Vis!' riep hij trots. 'En koffie!'
Mama, die kennelijk ook pas net wakker was, wreef in haar ogen en zei 'Wuh?'
'Ja, inderdaad,' mompelde ik 'Wuh?'
'Vis! Koffie!' herhaalde Leeghwater stralend.
Mama rilde. 'Koffie bij het ontbijt, dat snap ik heel goed. Maar vis?'
'Ten eerste is dit niet jullie ontbijt,' zei de kapitein. 'Want het is al lang tijd voor het middageten. Omdat het middag is. Ten tweede: als het ochtend was geweest, dan hadden jullie hetzelfde gekregen. Want jullie zijn mijn gasten, dus jullie krijgen het luxe ontbijt. Vis, in plaats van mjamburger! En geroosterd brood, in plaats van nog meer mjamburger.'
'Wacht even,' zei mama en ze rekte zich uit. 'Ik ben nog niet helemaal wakker, geloof ik. Nou dacht ik toch werkelijk dat je zei, dat jullie ontbijten met alleen maar mjamburgers.'
'En koffie,' zei de kapitein. 'Vergeet de koffie niet. Onze kok was een keer de koffie vergeten, en we ontdekten het pas toen we op volle zee waren. De matrozen waren zó kwaad, dat ze hem het hele dek over joegen, en ze hadden hem in de vleeshakker gegooid als we niet waren omgekeerd om koffie te halen. Heeft me klauwen vol met geld gekost – twee dagen varen zonder een cent te verdienen...'
'Ja maar...' zei ik. 'Je kunt toch niet ontbijten met mjamburgers?'
'Kan best,' zei de kapitein. 'Het is alleen niet zo gezond. En ook niet zo lekker, maar daar wen je wel aan. Als de koffie maar sterk genoeg is. En het is goedkoop, he? Ik bedoel: we vangen het allemaal zelf. Op zee is vis makkelijker te krijgen dan groente.'
'Behalve zeewier,' grapte ik.
'Zeewier hebben we alleen bij het avondeten,' zei de kapitein bloedserieus. 'Want dan drinken de mannen geen koffie. Dan drinken ze wat pittigers. Iets waar je na een paar glazen zo dronken wordt, dat je niet eens meer merkt dat iemand een bord vol zeewier voor je neus zet. En zeewier zit vol vitaminen en mineralen. Als ze dat niet zouden eten, werden ze allemaal ziek.'
'Je zou ze ook spinazie kunnen geven,' zei mama. 'En aardappelen en af en toe een kippenboutje.'
'Te duur,' zei Leeghwater. 'Vis en zeewier zijn bijna gratis voor ons. En nou ophouden met zeuren, anders wordt de vis koud. En ik kan je vertellen: als je denkt dat gebakken vis bij het ontbijt niet lekker is, dan heb je nog nooit ontbeten met afgekoelde gebakken vis.' Hij huiverde even. 'Daar helpt geen honderd liter koffie tegen.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Waar ik wel wakker van werd, uiteindelijk, was de geur van gebakken vis.
Er stond een tafeltje in de hoek van de kapiteinshut, recht onder het pijltjesbord. Op het tafeltje stonden ontbijtbordjes, koffiekopjes, een broodrooster, een zak brood en en koffiepot. Kapitein Leeghwater stond ernaast, met een grote koekenpan in zijn handen. In de pan lagen glimmend gebakken visjes, nog spetterend van de hete olie.
'Vis!' riep hij trots. 'En koffie!'
Mama, die kennelijk ook pas net wakker was, wreef in haar ogen en zei 'Wuh?'
'Ja, inderdaad,' mompelde ik 'Wuh?'
'Vis! Koffie!' herhaalde Leeghwater stralend.
Mama rilde. 'Koffie bij het ontbijt, dat snap ik heel goed. Maar vis?'
'Ten eerste is dit niet jullie ontbijt,' zei de kapitein. 'Want het is al lang tijd voor het middageten. Omdat het middag is. Ten tweede: als het ochtend was geweest, dan hadden jullie hetzelfde gekregen. Want jullie zijn mijn gasten, dus jullie krijgen het luxe ontbijt. Vis, in plaats van mjamburger! En geroosterd brood, in plaats van nog meer mjamburger.'
'Wacht even,' zei mama en ze rekte zich uit. 'Ik ben nog niet helemaal wakker, geloof ik. Nou dacht ik toch werkelijk dat je zei, dat jullie ontbijten met alleen maar mjamburgers.'
'En koffie,' zei de kapitein. 'Vergeet de koffie niet. Onze kok was een keer de koffie vergeten, en we ontdekten het pas toen we op volle zee waren. De matrozen waren zó kwaad, dat ze hem het hele dek over joegen, en ze hadden hem in de vleeshakker gegooid als we niet waren omgekeerd om koffie te halen. Heeft me klauwen vol met geld gekost – twee dagen varen zonder een cent te verdienen...'
'Ja maar...' zei ik. 'Je kunt toch niet ontbijten met mjamburgers?'
'Kan best,' zei de kapitein. 'Het is alleen niet zo gezond. En ook niet zo lekker, maar daar wen je wel aan. Als de koffie maar sterk genoeg is. En het is goedkoop, he? Ik bedoel: we vangen het allemaal zelf. Op zee is vis makkelijker te krijgen dan groente.'
'Behalve zeewier,' grapte ik.
'Zeewier hebben we alleen bij het avondeten,' zei de kapitein bloedserieus. 'Want dan drinken de mannen geen koffie. Dan drinken ze wat pittigers. Iets waar je na een paar glazen zo dronken wordt, dat je niet eens meer merkt dat iemand een bord vol zeewier voor je neus zet. En zeewier zit vol vitaminen en mineralen. Als ze dat niet zouden eten, werden ze allemaal ziek.'
'Je zou ze ook spinazie kunnen geven,' zei mama. 'En aardappelen en af en toe een kippenboutje.'
'Te duur,' zei Leeghwater. 'Vis en zeewier zijn bijna gratis voor ons. En nou ophouden met zeuren, anders wordt de vis koud. En ik kan je vertellen: als je denkt dat gebakken vis bij het ontbijt niet lekker is, dan heb je nog nooit ontbeten met afgekoelde gebakken vis.' Hij huiverde even. 'Daar helpt geen honderd liter koffie tegen.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 16 oktober 2013
U, mevrouw?
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
De kapitein begon zachtjes te huilen. 'Ja,' snikte hij. 'Ik ben héél goed verzekerd. Dat moest van meneer Dogger. Ik ben verzekerd bij zijn bank, namelijk, en ik moet elke maand zo ontzettend veel geld betalen dat ik... dat ik...'
Mama zat zowat te spinnen in haar stoel.
'Kijk eens aan,' zei ze tevreden. 'U bent verzekerd bij de Doggersbank, hmmm? Dat verbaast me niks. Dogger dacht waarschijnlijk: zo kan ik nóg meer poen uit dat kapiteintje persen. Dat is goed nieuws, dat is héél goed nieuws. Meneer Dogger zal slachtoffer worden van zijn eigen hebzucht – precies zoals het hoort!'
'Wat bedoelt u?' vroeg de kapitein.
'Het is heel simpel. Dogger heeft iets doms gedaan. Stel dat deze boot iets akeligs overkomt. Stel. Hij zinkt, bijvoorbeeld. Zou kunnen, nietwaar?'
'Nee hoor,' zei de kapitein, 'daar is-ie veel te groot en te stevig voor.'
'We zullen zien,' grijnsde mama. 'Stel dat deze boot iets overkomt, zei ik, dan heeft u niets meer. En dan kan Dogger fluiten naar zijn geld. De verzekering betaalt de schade, natuurlijk, maar de verzekering is óók meneer Dogger, dus Dogger moet aan zichzelf betalen! En u bent overal vanaf, u kunt weer gewoon matroos worden en zonder zorgen verder varen over uw geliefde zee. Snapt u?'
'Nee,' zei kapitein Leeghwater. 'Ik snap niet waarom u denkt dat mijn boot zal zinken. Dat gaat echt niet gebeuren, hoor!'
Mama dronk met een heel, heel erg tevreden gezicht van haar chocolademelk. 'Laat dat maar over aan de Donderkat,' zei ze
De kapitein keek op. 'Donderkat? Wacht eens even... die naam heb ik vaker gehoord. Was de Donderkat niet iets van een... een terrorist of zo? Iets met bommen?'
Mama zette verontwaardigd haar kopje chocolademelk neer. 'Nee,' sprak ze streng. 'De Donderkat is niet “iets van een terrorist of zo” – de Donderkat is de terrorist. De beroemdste terrorist ter wereld! De meest gezochte! En ook de intelligentste, zou ik willen zeggen. Maar dat zeg ik niet, want het is niet beleefd om over jezelf op te scheppen.'
De kaiptein zat een volle minuut met zijn ogen te knipperen, voordat hij het doorhad. 'U, mevrouw?' stamelde hij. 'Bent... bent u de Donderkat?'
'Niemand anders,' zei mama. Ze stond op en wreef in haar handen. 'En het is tijd om aan de slag te gaan. Plannetjes maken, en dan bommetjes maken, en dan...' Ze geeuwde en ging weer zitten.
'Jongens toch, jongens toch,' mompelde ze. 'Wat heb ik een vermoeiende dag achter de rug.'
'Tja,' zei de kapitein, 'het is ook al behoorlijk laat. Na twaalven.'
'En ik ben al de hele dag bezig geweest met zeilen, en ontsnappen aan de vleeshakker, en ronddwalen door het donkere ruim, en...' ze zei nog iets, maar dat kon ik niet zo goed verstaan. Want toen mama begon te geeuwen, voelde ik zelf opeens ook hoe moe ik was. Behoorlijk moe namelijk. Zo moe dat ik in mijn stoel in slaap viel, en als de kapitein mijn in de vleeshakker had gesmeten, denk ik niet dat ik daar wakker van zou zijn geworden.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
De kapitein begon zachtjes te huilen. 'Ja,' snikte hij. 'Ik ben héél goed verzekerd. Dat moest van meneer Dogger. Ik ben verzekerd bij zijn bank, namelijk, en ik moet elke maand zo ontzettend veel geld betalen dat ik... dat ik...'
Mama zat zowat te spinnen in haar stoel.
'Kijk eens aan,' zei ze tevreden. 'U bent verzekerd bij de Doggersbank, hmmm? Dat verbaast me niks. Dogger dacht waarschijnlijk: zo kan ik nóg meer poen uit dat kapiteintje persen. Dat is goed nieuws, dat is héél goed nieuws. Meneer Dogger zal slachtoffer worden van zijn eigen hebzucht – precies zoals het hoort!'
'Wat bedoelt u?' vroeg de kapitein.
'Het is heel simpel. Dogger heeft iets doms gedaan. Stel dat deze boot iets akeligs overkomt. Stel. Hij zinkt, bijvoorbeeld. Zou kunnen, nietwaar?'
'Nee hoor,' zei de kapitein, 'daar is-ie veel te groot en te stevig voor.'
'We zullen zien,' grijnsde mama. 'Stel dat deze boot iets overkomt, zei ik, dan heeft u niets meer. En dan kan Dogger fluiten naar zijn geld. De verzekering betaalt de schade, natuurlijk, maar de verzekering is óók meneer Dogger, dus Dogger moet aan zichzelf betalen! En u bent overal vanaf, u kunt weer gewoon matroos worden en zonder zorgen verder varen over uw geliefde zee. Snapt u?'
'Nee,' zei kapitein Leeghwater. 'Ik snap niet waarom u denkt dat mijn boot zal zinken. Dat gaat echt niet gebeuren, hoor!'
Mama dronk met een heel, heel erg tevreden gezicht van haar chocolademelk. 'Laat dat maar over aan de Donderkat,' zei ze
De kapitein keek op. 'Donderkat? Wacht eens even... die naam heb ik vaker gehoord. Was de Donderkat niet iets van een... een terrorist of zo? Iets met bommen?'
Mama zette verontwaardigd haar kopje chocolademelk neer. 'Nee,' sprak ze streng. 'De Donderkat is niet “iets van een terrorist of zo” – de Donderkat is de terrorist. De beroemdste terrorist ter wereld! De meest gezochte! En ook de intelligentste, zou ik willen zeggen. Maar dat zeg ik niet, want het is niet beleefd om over jezelf op te scheppen.'
De kaiptein zat een volle minuut met zijn ogen te knipperen, voordat hij het doorhad. 'U, mevrouw?' stamelde hij. 'Bent... bent u de Donderkat?'
'Niemand anders,' zei mama. Ze stond op en wreef in haar handen. 'En het is tijd om aan de slag te gaan. Plannetjes maken, en dan bommetjes maken, en dan...' Ze geeuwde en ging weer zitten.
'Jongens toch, jongens toch,' mompelde ze. 'Wat heb ik een vermoeiende dag achter de rug.'
'Tja,' zei de kapitein, 'het is ook al behoorlijk laat. Na twaalven.'
'En ik ben al de hele dag bezig geweest met zeilen, en ontsnappen aan de vleeshakker, en ronddwalen door het donkere ruim, en...' ze zei nog iets, maar dat kon ik niet zo goed verstaan. Want toen mama begon te geeuwen, voelde ik zelf opeens ook hoe moe ik was. Behoorlijk moe namelijk. Zo moe dat ik in mijn stoel in slaap viel, en als de kapitein mijn in de vleeshakker had gesmeten, denk ik niet dat ik daar wakker van zou zijn geworden.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 14 oktober 2013
Waar gaat dat geld heen?
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Heel simpel,' zei mama, 'Als u deze boot niet had, had u ook geen problemen meer. Geen schulden. Geen gezeur met de bank. Kortom: u moet deze boot kwijt zien te raken.'
De kapitein knikte. 'Dat weet ik natuurlijk ook wel, mevrouw. Ik heb ook echt wel geprobeerd om de Engel des Doods te verkopen. Maar niemand wil haar hebben. Of nou ja, er zijn genoeg lui die d'r willen hebben. Maar niemand kan d'r betalen. Niemand heeft geld genoeg.' Hij zuchtte.
'Dát ziet u fout,' glimlachte mama. 'Er zijn heus wel mensen die geld genoeg hebben. Maar ja, die willen geen kapitein worden. Nu ken ik toevallig iemand die geld genoeg heeft, en die óók geen kapitein wil worden, maar die best wel eens bereid zou kunnen zijn om dit schip te kopen. Gewoon, om een einde te maken aan uw praktijken. Aan het doodmaken van schattige dieren en zeilmeisjes en zo. En die persoon zou wel eens dichterbij kunnen zijn dan u denkt.' Met een dramatisch gebaar haalde ze een enorm pak bankbiljetten uit haar handtas.
'Een half miljoen,' zei ze triomfantelijk.
De kapitein glimlachte droevig. 'Een half miljoen, toe maar. Daar zou ik wel een maandje de premies van kunnen betalen. Maar om deze boot te kopen is méér nodig, vrees ik.'
'Hoe veel dan?'
De kapitein noemde een bedrag.
Mama verbleekte. 'Dat heb ik niet bij me,' mompelde ze. 'Ik weet zelfs niet of... grutjes, wat een geld! Misschien dat mijn man dat wel bij elkaar kan, eh... krijgen...'
Op dat moment bedacht ik me iets. Iets waar mama blijkbaar niet bij had stilgestaan. Ik was er best wel trots op, want meestal is mama alles en iedereen te slim af.
'Mamaatje-lief,' zei ik dan ook, 'denk nou eens even rustig na. Stel nou eens dat papa al dat geld bij elkaar jat. En dat jullie de boot kopen van kapitein Leeghwater. Waar gaat dat geld dan heen?'
'Daar betaalt hij dan zijn schuld mee af,' legde mama uit, met zo'n gezicht van tjonge-jonge-kinderen-snappen-ook-nooit-wat.
'En,' zei ik met zo'n gezicht van haha-sommige-kinderen-zijn-slimmer-dan-je-denkt, 'aan wie geeft hij het dan dus?'
'Aan meneer Dogger, natuurlijk,' zei kapitein Leeghwater.
'Precies,' zei ik. 'Aan de grootste schurk die er op twee benen rondwandelt. Willen wij die boef nou echt zo'n bom duiten kado doen?'
'Verhip,' zei mama. 'Zo had ik nog niet over nagedacht. Je hebt gelijk, natuurlijk. Tja. Er is nog een andere oplossing natuurlijk, maar die is niet zo netjes. Ik weet niet of kapitein Leeghwater...'
'Niet netjes?' lachte de kapitein hol. 'Denkt u werkelijk, dat mij dat wat kan schelen? Kom maar op met die oplossing.'
Mama glimlachte. Ze glimlachte haar meest verontrustende kattenglimlach.
'Bent u goed verzekerd?' vroeg ze.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Heel simpel,' zei mama, 'Als u deze boot niet had, had u ook geen problemen meer. Geen schulden. Geen gezeur met de bank. Kortom: u moet deze boot kwijt zien te raken.'
De kapitein knikte. 'Dat weet ik natuurlijk ook wel, mevrouw. Ik heb ook echt wel geprobeerd om de Engel des Doods te verkopen. Maar niemand wil haar hebben. Of nou ja, er zijn genoeg lui die d'r willen hebben. Maar niemand kan d'r betalen. Niemand heeft geld genoeg.' Hij zuchtte.
'Dát ziet u fout,' glimlachte mama. 'Er zijn heus wel mensen die geld genoeg hebben. Maar ja, die willen geen kapitein worden. Nu ken ik toevallig iemand die geld genoeg heeft, en die óók geen kapitein wil worden, maar die best wel eens bereid zou kunnen zijn om dit schip te kopen. Gewoon, om een einde te maken aan uw praktijken. Aan het doodmaken van schattige dieren en zeilmeisjes en zo. En die persoon zou wel eens dichterbij kunnen zijn dan u denkt.' Met een dramatisch gebaar haalde ze een enorm pak bankbiljetten uit haar handtas.
'Een half miljoen,' zei ze triomfantelijk.
De kapitein glimlachte droevig. 'Een half miljoen, toe maar. Daar zou ik wel een maandje de premies van kunnen betalen. Maar om deze boot te kopen is méér nodig, vrees ik.'
'Hoe veel dan?'
De kapitein noemde een bedrag.
Mama verbleekte. 'Dat heb ik niet bij me,' mompelde ze. 'Ik weet zelfs niet of... grutjes, wat een geld! Misschien dat mijn man dat wel bij elkaar kan, eh... krijgen...'
Op dat moment bedacht ik me iets. Iets waar mama blijkbaar niet bij had stilgestaan. Ik was er best wel trots op, want meestal is mama alles en iedereen te slim af.
'Mamaatje-lief,' zei ik dan ook, 'denk nou eens even rustig na. Stel nou eens dat papa al dat geld bij elkaar jat. En dat jullie de boot kopen van kapitein Leeghwater. Waar gaat dat geld dan heen?'
'Daar betaalt hij dan zijn schuld mee af,' legde mama uit, met zo'n gezicht van tjonge-jonge-kinderen-snappen-ook-nooit-wat.
'En,' zei ik met zo'n gezicht van haha-sommige-kinderen-zijn-slimmer-dan-je-denkt, 'aan wie geeft hij het dan dus?'
'Aan meneer Dogger, natuurlijk,' zei kapitein Leeghwater.
'Precies,' zei ik. 'Aan de grootste schurk die er op twee benen rondwandelt. Willen wij die boef nou echt zo'n bom duiten kado doen?'
'Verhip,' zei mama. 'Zo had ik nog niet over nagedacht. Je hebt gelijk, natuurlijk. Tja. Er is nog een andere oplossing natuurlijk, maar die is niet zo netjes. Ik weet niet of kapitein Leeghwater...'
'Niet netjes?' lachte de kapitein hol. 'Denkt u werkelijk, dat mij dat wat kan schelen? Kom maar op met die oplossing.'
Mama glimlachte. Ze glimlachte haar meest verontrustende kattenglimlach.
'Bent u goed verzekerd?' vroeg ze.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 11 oktober 2013
De hamsters doen de rest
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'U vist met krankzinnig grote netten,' zei ze. 'Het voordeel daarvan is dat je, vroeg of laat, álles vangt. Alles – dus ook de oplossing voor je problemen! En dat is vandaag gebeurd. Want, meneer Leeghwater, ik ben de enige die u kan helpen. Ik ben namelijk niemand minder dan...'
Ik viel haar haastig in de rede. 'Hoho, mama! Voordat je dat vertelt, wil ik nog even iets weten. Is de kapitein nou een maniak of niet? Want dat zou hij vertellen, met een lang en droevig verhaal, en het verhaal was redelijk lang en de kapitein is heel droevig nu, maar of hij wel of niet een maniak is, dát heeft hij nog niet gezegd!'
Kapitein Leeghwater wuifde vaagjes met zijn hand. 'Oh, dat is makkelijk uitgelegd. Kijk: ik vis de hele zee leeg. Dat is slecht en misdadig, maar is niet verboden. Ik moet het wel doen, anders ga ik bankroet. Maar ik vang niet alleen vissen; ik vang ook allerlei andere dieren zoals zeeschildpadden en walvissen. Die zijn al bijna uitgestorven, die staan op de lijst, die mag je niet vangen. Dat is wel verboden. Af en toe vang ik ook een zeilmeisje of een walvisredder, en die gaan zonder pardon de vleeshakker in. Is ook verboden. Ik vang ook dieren die niet op de lijst staan maar wel schattig zijn, zoals zeehondjes en dolfijnen en baby-pinguïns. Eigenlijk vind ik dat nog het ergst, ook al is het niet verboden.
Kortom, ik moet heel wat schurkenstreken uithalen om mijn boot af te betalen. Ik heb dus een bemanning nodig die niet terugschrikt voor een schurkenstreekje of drie, vier.
Mijn bemanning bestaat dan ook uit wanhopige, gewetenloze slechteriken. Kun je je dat voorstellen? Dag en nacht te moeten leven op een stalen boot, midden op zee, tussen genadeloze schurken? Ik kan nergens heen, en ik ben doodsbenauwd voor mijn eigen bemanning! De enige manier om ze onder de duim te houden, is: zorgen dat ze banger zijn voor mij, dan ik voor hen. Dáárom doe ik alsof ik een gevaarlijke gek ben. Er zijn meer dan genoeg boeken en films over krankzinnige kapiteins, dus elke zeeman is diep in zijn hart al bang om vroeger of later op een schip terecht te komen waarvan de kapitein een maniak is. Een zeeman die voor het eerst op een nieuw schip komt, denkt als eerste: Oh, als de kapitein maar geen orgel heeft!
In boeken en films hebben gekke gezagvoerders bijna altijd een orgel namelijk.
Ik heb een hekel aan dat ding, ik speel er heus niet voor mijn plezier op, maar het werkt uitstékend. Elke nieuwe matroos die hier aan boord komt doet het compleet in zijn broek, als hij voor het eerst de jammerende klanken van dit kreng hoort. En...' hij gebaarde door de kapiteinshut, 'de hamsters doen de rest. De hamsters, en mijn acteertalent. Begrijp je het nu, jongedame?'
Ik knikte.
'Mooi.' Leeghwater wendde zich naar mama. 'En dan zou ik nu wel eens willen weten: hoe denkt u mij te kunnen helpen?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'U vist met krankzinnig grote netten,' zei ze. 'Het voordeel daarvan is dat je, vroeg of laat, álles vangt. Alles – dus ook de oplossing voor je problemen! En dat is vandaag gebeurd. Want, meneer Leeghwater, ik ben de enige die u kan helpen. Ik ben namelijk niemand minder dan...'
Ik viel haar haastig in de rede. 'Hoho, mama! Voordat je dat vertelt, wil ik nog even iets weten. Is de kapitein nou een maniak of niet? Want dat zou hij vertellen, met een lang en droevig verhaal, en het verhaal was redelijk lang en de kapitein is heel droevig nu, maar of hij wel of niet een maniak is, dát heeft hij nog niet gezegd!'
Kapitein Leeghwater wuifde vaagjes met zijn hand. 'Oh, dat is makkelijk uitgelegd. Kijk: ik vis de hele zee leeg. Dat is slecht en misdadig, maar is niet verboden. Ik moet het wel doen, anders ga ik bankroet. Maar ik vang niet alleen vissen; ik vang ook allerlei andere dieren zoals zeeschildpadden en walvissen. Die zijn al bijna uitgestorven, die staan op de lijst, die mag je niet vangen. Dat is wel verboden. Af en toe vang ik ook een zeilmeisje of een walvisredder, en die gaan zonder pardon de vleeshakker in. Is ook verboden. Ik vang ook dieren die niet op de lijst staan maar wel schattig zijn, zoals zeehondjes en dolfijnen en baby-pinguïns. Eigenlijk vind ik dat nog het ergst, ook al is het niet verboden.
Kortom, ik moet heel wat schurkenstreken uithalen om mijn boot af te betalen. Ik heb dus een bemanning nodig die niet terugschrikt voor een schurkenstreekje of drie, vier.
Mijn bemanning bestaat dan ook uit wanhopige, gewetenloze slechteriken. Kun je je dat voorstellen? Dag en nacht te moeten leven op een stalen boot, midden op zee, tussen genadeloze schurken? Ik kan nergens heen, en ik ben doodsbenauwd voor mijn eigen bemanning! De enige manier om ze onder de duim te houden, is: zorgen dat ze banger zijn voor mij, dan ik voor hen. Dáárom doe ik alsof ik een gevaarlijke gek ben. Er zijn meer dan genoeg boeken en films over krankzinnige kapiteins, dus elke zeeman is diep in zijn hart al bang om vroeger of later op een schip terecht te komen waarvan de kapitein een maniak is. Een zeeman die voor het eerst op een nieuw schip komt, denkt als eerste: Oh, als de kapitein maar geen orgel heeft!
In boeken en films hebben gekke gezagvoerders bijna altijd een orgel namelijk.
Ik heb een hekel aan dat ding, ik speel er heus niet voor mijn plezier op, maar het werkt uitstékend. Elke nieuwe matroos die hier aan boord komt doet het compleet in zijn broek, als hij voor het eerst de jammerende klanken van dit kreng hoort. En...' hij gebaarde door de kapiteinshut, 'de hamsters doen de rest. De hamsters, en mijn acteertalent. Begrijp je het nu, jongedame?'
Ik knikte.
'Mooi.' Leeghwater wendde zich naar mama. 'En dan zou ik nu wel eens willen weten: hoe denkt u mij te kunnen helpen?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 9 oktober 2013
Mama gokt goed. Ik ook.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Eh.. nee,' zei kapitein Leeghwater,' Dat nou ook weer niet. Ik probeer alleen te omschrijven hoe gelukkig ik was, toen ik op zee ging. Ik nam mij onmiddellijk voor om nooit, nooit, nooit meer voet aan land te zetten. En dat heb ik ook niet gedaan. Als we in een haven kwamen gingen mijn maats aan wal, om langs de kroegen te zwalken met een lellebel. Vonden die mannen leuk. Ik niet. Ik bleef aan boord. Gaf het dek een extra sopje, schuurde het koperwerk, oefende touwknopen en leerde zeekaarten uit mijn hoofd.
Ik werd al snel bevorderd tot matroos en daarna tot bootsman, stuurman en – ten slotte – tot kapitein.
Nog geen twintig jaar oud was ik, en ik was al kapitein! Van een heel klein vissersbootje maar, en toch was ik zo trots als een pauw die net het wereldkampioenschap pronken heeft gewonnen. Het was niet eens mijn eigen boot - hij was van de vishandel. Ik wilde hem kopen, van de visbaas, maar hij vroeg een hoge prijs. Ik werkte als een bezetene, ik viste hij dag en bij nacht, op zon- en feestdagen en tijdens vliegende stormen. Maar het ging mij niet snel genoeg. Het zou wel tien jaar duren, berekende ik, voor ik mijn bootje kon kopen.
En toen kwam ik hém tegen. En ik deed iets doms.'
'Hem?' vroeg ik. 'Wie, hem?'
'Ik kan het wel raden,' zei mama. 'Ik denk, dat het een bankdirecteur was. Waar of niet?'
'Inderdaad,' sprak de kapitein verrast. 'Hoe weet u dat?'
'Gewoon, gegokt.'
Nou, dan durfde ik ook wel een gokje te wagen. 'Was het meneer Dogger?'
'Inderdaad,' zei Leeghwater. 'Ongelooflijk, zo goed als jullie kunnen gokken.'
'Oh, maar dit is nog niks,' lachte mijn moeder grimmig. 'Ik denk dat ik wel weet hoe uw verhaal verder gaat. Dogger wilde u het geld lenen om het bootje te kopen, denk ik? Juist. Maar de rente was hoog?'
'Heel hoog,' knikte de kapitein droevig.
'En toch hebt u het geld geleend,' zei mama. 'U kocht het bootje. En u werkte wel twee keer zo hard als daarvoor, maar het was nog steeds niet genoeg. Dus na een jaar of drie was u bankroet.'
'Bijna bankroet,' verbeterde Leeghwater haar somber.
'Bijna bankroet dan. En toen kwam Dogger naar u toe met een plan. Hij wilde u nóg een keer geld lenen, zodat u een grotere boot kon kopen. Want met een grotere boot vang je meer vissen, en meer vissen is meer geld.'
'Zo is het precies,' stamelde Leeghwater. 'Het lijkt wel of u er bij bent geweest!'
'In zekere zin was ik dat ook,' zei mama. 'Mijn man werkte vroeger voor de Doggersbank. Dus ik weet wel wat voor streken hij uithaalde.
Laat me raden: die grote boot was zo duur geweest, dat u na drie jaar alwéér bijna bankroet ging. Toen leende u nog meer geld voor een nóg grotere boot. Enzovoort, enzovoort. En nu zitten we hier, aan boord van de Engel des Doods, en er is in zee haast geen visje meer te vinden en u bent al wéér bijna bankroet.'
'Zo is het,' snikte Leeghwater, 'zo is het! Ach! Wie oh, wie kan mij helpen?'
Mama glimlachte tevreden.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Eh.. nee,' zei kapitein Leeghwater,' Dat nou ook weer niet. Ik probeer alleen te omschrijven hoe gelukkig ik was, toen ik op zee ging. Ik nam mij onmiddellijk voor om nooit, nooit, nooit meer voet aan land te zetten. En dat heb ik ook niet gedaan. Als we in een haven kwamen gingen mijn maats aan wal, om langs de kroegen te zwalken met een lellebel. Vonden die mannen leuk. Ik niet. Ik bleef aan boord. Gaf het dek een extra sopje, schuurde het koperwerk, oefende touwknopen en leerde zeekaarten uit mijn hoofd.
Ik werd al snel bevorderd tot matroos en daarna tot bootsman, stuurman en – ten slotte – tot kapitein.
Nog geen twintig jaar oud was ik, en ik was al kapitein! Van een heel klein vissersbootje maar, en toch was ik zo trots als een pauw die net het wereldkampioenschap pronken heeft gewonnen. Het was niet eens mijn eigen boot - hij was van de vishandel. Ik wilde hem kopen, van de visbaas, maar hij vroeg een hoge prijs. Ik werkte als een bezetene, ik viste hij dag en bij nacht, op zon- en feestdagen en tijdens vliegende stormen. Maar het ging mij niet snel genoeg. Het zou wel tien jaar duren, berekende ik, voor ik mijn bootje kon kopen.
En toen kwam ik hém tegen. En ik deed iets doms.'
'Hem?' vroeg ik. 'Wie, hem?'
'Ik kan het wel raden,' zei mama. 'Ik denk, dat het een bankdirecteur was. Waar of niet?'
'Inderdaad,' sprak de kapitein verrast. 'Hoe weet u dat?'
'Gewoon, gegokt.'
Nou, dan durfde ik ook wel een gokje te wagen. 'Was het meneer Dogger?'
'Inderdaad,' zei Leeghwater. 'Ongelooflijk, zo goed als jullie kunnen gokken.'
'Oh, maar dit is nog niks,' lachte mijn moeder grimmig. 'Ik denk dat ik wel weet hoe uw verhaal verder gaat. Dogger wilde u het geld lenen om het bootje te kopen, denk ik? Juist. Maar de rente was hoog?'
'Heel hoog,' knikte de kapitein droevig.
'En toch hebt u het geld geleend,' zei mama. 'U kocht het bootje. En u werkte wel twee keer zo hard als daarvoor, maar het was nog steeds niet genoeg. Dus na een jaar of drie was u bankroet.'
'Bijna bankroet,' verbeterde Leeghwater haar somber.
'Bijna bankroet dan. En toen kwam Dogger naar u toe met een plan. Hij wilde u nóg een keer geld lenen, zodat u een grotere boot kon kopen. Want met een grotere boot vang je meer vissen, en meer vissen is meer geld.'
'Zo is het precies,' stamelde Leeghwater. 'Het lijkt wel of u er bij bent geweest!'
'In zekere zin was ik dat ook,' zei mama. 'Mijn man werkte vroeger voor de Doggersbank. Dus ik weet wel wat voor streken hij uithaalde.
Laat me raden: die grote boot was zo duur geweest, dat u na drie jaar alwéér bijna bankroet ging. Toen leende u nog meer geld voor een nóg grotere boot. Enzovoort, enzovoort. En nu zitten we hier, aan boord van de Engel des Doods, en er is in zee haast geen visje meer te vinden en u bent al wéér bijna bankroet.'
'Zo is het,' snikte Leeghwater, 'zo is het! Ach! Wie oh, wie kan mij helpen?'
Mama glimlachte tevreden.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)