Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!

woensdag 30 oktober 2013

Het blijft onbeleefd

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Jullie onderzeeboot ligt bij de gevonden voorwerpen, natuurlijk. Waar anders?'
'Gevonden voorwerpen? Hebben jullie een afdeling gevonden voorwerpen?'
'Ja, natuurlijk. Je kunt op zee een hoop voorwerpen vinden hoor. Voornamelijk boten, meestal met de bemanning er nog op. Maar ook andere dingen: ouwe schatkisten van piraten, zee-mijnen, boeien, drijfhout... Alles wat geld op zou kunnen brengen bewaren we, om het later te verkopen.'
'Behalve de boten met bemanning,' zei ik. Ik zei het eigenlijk voor de grap, maar de kapitein begon te blozen en antwoordde: 'Dat hangt er een beetje vanaf. Als ze via de radio een bericht hebben verstuurd, dat ze in onze netten terecht zijn gekomen, dan laten we ze natuurlijk gaan. Maar als niemand weet dat wij er iets mee te maken hebben, dan gaan ze bij de gevonden voorwerpen.'
'Ja maar... de bemanning...' begon ik, en ik had al meteen spijt dat ik erover begonnen was. Want ik wist eigenlijk al wat het antwoord zou zijn.
De kapitein werd nog roder en mompelde: 'Ja hoor eens, we hebben die dure vleeshakker niet voor niets aan boord, natuurlijk.'
'U gooit die mensen gewoon in de vleeshakker? Maar.. dat is...'
'Lieve schat,' zei mama, 'gisteren lagen we zélf nog in de vleeshakker. Ben je dat nu alweer vergeten?'
'Ja maar,' protesteerde ik, 'dat is iets ánders. Wij zijn vijanden van meneer Dogger. Hij en zijn vrienden proberen altijd om ons in vleeshakkers te gooien. Dat is... Dat ís nou eenmaal zo. Maar onschuldige zeelui...'
'Nou, ze zijn niet allemaal even onschuldig hoor,' zei de kapitein vlug. 'Soms vangen we wel eens piraten. Dan mag het, vind ik. En we vangen ook vaak vissers die precies hetzelfde doen als wij, maar dan met een kleinere boot. Als we die niet in de hakker gooien, worden ze over een paar jaar net als ik, met een boot zo groot als de Engel des Doods.'
'Dat kan allemaal wel zijn,' mengde mama zich in het gesprek, 'maar het blijft onbeleefd om mensen in vleeshakkers te gooien. Aan de andere kant: we wisten al lang, dat u dat deed, dus we hoeven daar verder niet al te lang over te praten. Datr zou óók onbeleefd zijn. Kunnen we niet eens gaan kijken bij die gevonden voorwerpen?' Die laatste vraag sprak ze uit met een onverwachte gretigheid. Heeft ze de Tsaar Peter zó ontzettend gemist, vroeg ik me af – maar toen ik wat beter naar haar gezicht keek, zag ik in haar ogen de Donderkat. En ik begreep plotseling welk woord van de kapitein haar aandacht getrokken had. Zee-mijnen.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 28 oktober 2013

We verven ze wit!

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Maar dat was buiten mama gerekend.
'Ik moet mij verkleden?' vroeg ze vol afschuw. 'Als wat?'
'Zeelui zijn heel bijgelovig,' legde ik uit. 'Ze zullen denken dat de onschuldige dieren, die ze hebben doodgemaakt, als spook zijn teruggekomen om wraak te nemen.'
'En de enige dierenhuiden die ik heb liggen, zijn nu eenmaal walrushuiden,' vulde de kapitein aan. 'We verven ze wit en...'
'Ab-so-luut niet,' zei mijn moeder ferm. 'Geen sprake van. Ik ga niet als een witgeverfde walrus door de ruimen rondhopsen. Er zijn grenzen. We sturen gewoon alle matrozen naar de reddingsboten...'
'Die zijn er niet, mam.'
'Nou jaaa, zeg! Dit schip heeft een orgel, een vleeshakker, opgezette hamsters, zelfs een vliegveld, maar geen reddingsboten? Welke idioot heeft dit ontworpen?'
Beschaamd stak de kapitein zijn vinger op.
'Oh sorry,' zei mama. 'Ik wilde u niet beledigen. U bent tenslotte mijn gastheer, en die beledig je niet. Dat hóórt niet. En, eh, eh, eigenlijk is dit schip zo slecht nog niet, hoor. Wie heeft er nou behoefte aan een reddingsboot, als je ook gebruik kunt maken van...'
'...opgezette hamsters!' vulde de kapitein enthousiast aan. 'We verven ze wit en...'
'...een vliegveld,' verbeterde mama. 'Dat is het! We sturen de matrozen gewoon met het vliegtuig naar huis.'
De kapitein schudde zijn hoofd. 'We hebben maar één vliegtuig,' zei hij, 'en dat hebben we zelf nodig. Ik wil namelijk wel graag van de boot af zijn, als-ie zinkt. En we kunnen moeilijk met de matrozen in één vliegtuig gaan zitten, als we net de boot hebben opgeblazen. Dat wordt heibel; er zitten akelige kerels bij.'
'Maakt u zich daar maar geen zorgen over,' glimlachte mijn moeder. 'Wij gaan niet met het vliegtuig. Wij gaan met de onderzeeboot.'
'Met de... wat? Heeft u hier ergens een onderzeeboot?' De kapitein keek een beetje warrig om zich heen, alsof hij verwachtte dat mama de Tsaar Peter ergens onder een kleedje had weggemoffeld, of achter een stoel of zo.
'Nee, meneer Leeghwater. Wij hebben hier nergens een onderzeeboot. U heeft hier een onderzeeboot. Die is van ons, maar u heeft 'm. Ik heb zo'n vermoeden dat u, een paar weken geleden, een onderzeeboot vond in uw netten. Een onderzeeboot zonder bemanning.'
'Nee hoor,' zei de kapitein. 'Geen onderzeeboot. Niets wat ook maar enigszins lijkt op een...'
'Kanariegele onderzeeboot,' hielp ik hem. 'Hij was kanariegeel.'
'Oh, dát malle ding! Ja hoor, die hebben we gevangen. Maar ja, da's geen serieuze onderzeeër natuurlijk.'
'Je kunt er anders uit-ste-kend mee varen,' zei mama. 'Onder zee. Als dat niet genoeg is om onderzeeboot te heten...'
'Jaja, u heeft helemaal gelijk,' zei de kapitein haastig. 'Nee, ik bedoel: we dachten dat-ie van één of andere ouwe popster zou zijn. Er is een popmuziek-liedje over een gele onderzeeboot namelijk, dat is heel beroemd, en...'
'Beroemd onder bejaarden, ja,' mompelde ik.
De kapitein wreef even door zijn witte baard en zuchtte. 'Bejaarden,' zei hij schamper. 'Wel ja. Die jeugd van tegenwoordig heeft geen respect meer.'
'Dat zeggen bejaarden altijd,' zei mama luchtig. 'Ikzelf zeg dat dus nooit. Maar daar gaat het nu niet om. Waar het om gaat is: onze onderzeeër. Wat hebt u daarmee gedaan?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 25 oktober 2013

De nadelen van het onzinkbaar zijn

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Om zoveel mogelijk visjes te kunnen vangen en verwerken, moest de Engel des Doods dag en nacht doorgaan. De machines mochten geen seconde stilstaan; elke seconde betekende honderden euro's verlies. En omdat het hele schip vol machines zat, en die machines allemaal gecontroleerd moesten worden, liepen er dag en nacht mensen rond. Het waren er niet véél, maar ze waren verspreid over het hele schip. Je kon geen enkel stukje van het schip opblazen zonder een matroos méé te ploffen.
'Kunnen we ze niet allemaal weglokken? Bijvoorbeeld door het alarm?'
'Het alarm? Welk alarm?' vroeg de kapitein.
'Nou ja, ik neem aan dat er een alarm is voor als je gaat zinken of zo? Iedereen naar de reddingsboten, zoiets?'
'Lastig,' fronste de kapitein. 'We hebben geen reddingsboten. Die kosten geld namelijk. En de Engel is toch onzinkbaar, dus...'
'Maar wat doen jullie dan, als het alarm gaat?'
'Nou niks, want we hebben dus geen alarm. Een alarm kost geld, begrijp je, en omdat er toch geen reddingsboten zijn om heen te gaan, heeft een alarm ook geen nut.'
'Kunt u de manschappen dan bij mekaar roepen via de radio of zoiets?'
'Eh nee. Ik kan de manschappen niet bij elkaar roepen. Dat leek iedereen beter, omdat ze allemaal denken dat ik een gevaarlijke maniak ben, snap je?'
Hoe langer ik met hem sprak, hoe duidelijker werd dat kapitein Leeghwater eigenlijk niks te vertellen had aan boord. Hij had de hele dag niks anders te doen dan orgel spelen. 'En u bent nog steeds net verder gekomen dan de Vlooienmars?' vroeg ik verbijsterd.
'Tja,' zuchtte de kapitein. 'Ik heb nou eenmaal een hekel aan dat ding. Dus ik doe niet heel erg mijn best, snap je.'
Pfff... de hele dag op een orgel spelen waar je een hekel aan hebt, en verder niks anders te doen hebben dan piekeren over je schulden, en manieren verzinnen om nóg meer geld uit de zee te persen... 'Dat u daar niet hartstikke krankzinnig van wordt!' riep ik.
Leeghwater bloosde. 'Het is ook niet alléén maar toneelspel, dat ik mij soms als een maniak gedraag. Ik ben geen gevaarlijke gek, hoor, heus niet, maar... soms moet ik erg mijn best doen om er geen te wórden.
'Gelukkig zijn wij er nu,' zei ik troostend.
De rest van de dag besteedden we aan de plannenmakerij.
We werden wel steeds afgeleid door de kwalijke geuren en de kleurige lichtflitsen die mama steeds produceerde bij het aanrechtje, maar uiteindelijk hadden we toch wel een idee. Ik vond het een tamelijk stom en ingewikkeld plan, maar Leeghwater was er erg mee in zijn nopjes.
'Geloof me maar, meisje, ik weet hoe zeelui denken... dat weet ik maar al te goed! Nee, dit plan wordt een knaller, een absolute top-show! Reken daar maar op!'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 23 oktober 2013

Een terrorist zonder geweten

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik was blij dat ik intussen wist dat hij geen maniak was, anders was ik me dood geschrokken.
Hoewel... geen maniak?
Hij maakte zijn zin af: '...op die plekken slapen de matrozen. Helaas draaien ze ploegendiensten, dus we kunnen ze niet allemaal in één keer dood krijgen, maar...'
'Hohoho, meneer de kapitein,' onderbrak ik hem. 'Nou dacht ik toch werkelijk even dat uw eigen matrozen dood wilde maken.'
Verbaasd keek hij mij aan. 'Maar natuurlijk wil ik dat! Dat zou jij ook willen, als je ze maar half zo goed kende als ik. Ik ben doodsbang voor die lui! Het zijn stuk voor stuk afschuwelijke boeven, de meesten hebben wel een paar moorden op hun geweten, dus het is hun verdiende loon. Bovendien: de wereld gaat er behoorlijk op vooruit, als zij verdwijnen.'
'Dat kan wel wezen,' zei ik, 'maar de Donderkat blaast geen mensen op. Nooit.'
'Ja hoor,' zei de kapitein spottend, een terrorist met een geweten! Geloof je het zelf?'
'Ik heb geen geweten!' bemoeide mama zich ermee. Ze stond aan de andere kant van de kapiteinshut, waar een aanrechtje stond, en goot met haar ene hand een soort schuimend spul in een koffiekopje terwijl ze met haar andere hand een koperdraad in het stopcontact stak.
'Is dat niet gevaarlijk, mevrouw?' zei de kapitein bezorgd. 'Ik bedoel: als het mislukt bent u dood! En wie kan mij dan nog helpen?'
'Ik zal u eens wat vertellen,' glimlachte mama. 'Dit is inderdaad heel gevaarlijk, als het mislukt. En weet u? Het is nog véél gevaarlijker als het lukt! Want dan sta ik hier zometeen met een paar kilo hoogst ontplofbare nitroglycerine in mijn handen. Maar wat ik even zeggen wilde: de Donderkat heeft geen geweten. Maar ze heeft wél goede manieren. Dus wij gaan geen mensen opblazen, want dat is verschrikkelijk onbeleefd. Begrijpt u?'
'Ja maar...' begon de kapitein.
'Nu even niet zeuren,' zei mama terwijl er een wolk gele rook uit haar kopje omhoog opsteeg, 'Dit is een moeilijk stukje. Zo'n stukje waar je mij geen 'oeps' wilt horen zeggen. Omdat 'oeps' dan het laatste is wat je hoort in je leven, en dat lijkt me toch zó sneu. Sterven met een 'oeps' op de lippen is de nachtmerrie van elke wetenschapper! Dus nu even het snuitje dicht, graag, en niet stiekem matrozen doodmaken als ik niet kijk!'
De kapitein haalde zijn schouders op.
'Zelf weten,' zei hij. 'Maar als er problemen van komen, moet u bij mij niet komen klagen!'
'Mama klaagt nooit,' zei ik. 'Zij vindt: problemen, daar moet je niet over zeuren. Die moet je gewoon opblazen.'
'Maar dat wilde ik nou juist...' riep Leeghwater geërgerd.
'U wilde geen problemen opblazen, u wilde matrozen opblazen En dat is heel wat anders. En nu aan het werk! We moeten een manier bedenken om het schip te vernietigen, zonder de matrozen teveel te beschadigen.'
Maar dat bleek nog niet zo eenvoudig.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 21 oktober 2013

Het duistere vuur ontbrandt

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Mama stond op, rekte zich uit en schudde even flink met haar hoofd. Ze had heel diep geslapen, en gisteren was het nogal een veelbewogen dagje geweest. Ze was dus nog niet helemaal wakker; daardoor was ze eventjes minder beleefd dan gewoonlijk. Maar nu kneep ze zichzelf in het velletje van haar arm, zo hard dat de tranen in haar ogen sprongen, en daardoor werd haar hoofd weer helemaal helder. Ze plooide haar gezicht in haar beleefdste glimlach en zei: 'De vis ruikt héérlijk, mijn beste kapitein! Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog nooit ontbeten heb met vis en koffie – helemaal mijn fout, natuurlijk – maar ik weet nú al dat ik mij deze ochtend nog lang zal herinneren als dag dat ik voor het eerst mocht proeven van die buitengewoon originele combinatie. Kortom: aan tafel, Gaby!'
Er was geen redden meer aan. Ik hoefde geen koffie te drinken, maar tegen mama zei de kapitein: 'Gelukkig lusten alle grote mensen koffie, nietwaar?' Dus voor haar was er geen ontkomen aan.
Na een paar minuten zei mama bleekjes: 'De combinatie is... nog origineler dan ik had gedacht.'
Kapitein Leeghwater knikte trots. 'Weet je wat pas écht lekker is? Let op!' Hij sneed een groot stuk vis af, knapperig bruin en druipend van het vet, en doopte het in zijn koffie. 'Probeer maar eens! Het zal u verbazen!'
Mama probeerde het. Haar gezicht werd nog bleker en ze zei: 'Verbazen is niet het juiste woord. Het is... verbijsterend. Nee, dat nog veel te zwak uitgedrukt. Mijn wereld schudt op zijn grondvesten. Ik...'
'Dan moet u dít eens proberen!' De kapitein goot zijn halve kop koffie leeg op zijn bord en begon met zijn vork de vis en de koffie door elkaar te prakken.
Mama was opeens niet bleek meer. De kleur van haar gezicht begon meer op groen te lijken. Ze mompelde: 'Dat ziet er buitengewoon smakelijk uit. Ik zou het heel graag eens proberen, maar ik heb, geloof ik, opeens een aanval van zeeziekte.'
Ik voelde mij ook niet meer zo lekker. De aanblik en de geur van de smurrie die Leeghwater had geproduceerd benam mij alle eetlust, dus daarmee eindigde het ontbijt.
'En nu aan het werk,' zei mama. 'Kapitein, is het u gelukt om de spullen te vinden waar ik om gevraagd heb?'
'Zeker wel,' zei de kapitein. 'Het was nogal een raar boodschappenlijstje, dat wel. Maar ik heb het gewoon aan een paar matrozen gegeven, en die dachten dat ik het allemaal nodig had om jullie op één of andere akelige manier te mishandelen. Ze zijn nu nog banger voor me dan ooit – een kapitein die mensen martelt met walvisvet, koperdraad, lucifers, koffiekopjes, keukenzout en al die andere dingen, dat is duidelijk een kapitein waar je voor op moet passen.' Hij grijnsde tevreden.
'Uitstekend,' zei mama. 'Dan ga ik aan de slag. Wilt u ondertussen een paar plannen maken, met Gaby? Maakt u zich niet ongerust hoor, ze ziet er misschien uit als een onschuldige elfjarige, maar ze is een door de wol geverfde terrorist'
De kapitein knikte, liep naar zijn bureau en haalde er een grote plattegrond uit tevoorschijn. Die spreidde hij uit op de tafel. 'Let op, meidje! Hier, hier en hier moeten bommen komen. Want op die plekken...' Hij keek mij aan met woest glimmende ogen. Het duistere vuur in zijn binnenste leek opeens weer ontstoken.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 18 oktober 2013

Het luxe ontbijt

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Waar ik wel wakker van werd, uiteindelijk, was de geur van gebakken vis.
Er stond een tafeltje in de hoek van de kapiteinshut, recht onder het pijltjesbord. Op het tafeltje stonden ontbijtbordjes, koffiekopjes, een broodrooster, een zak brood en en koffiepot. Kapitein Leeghwater stond ernaast, met een grote koekenpan in zijn handen. In de pan lagen glimmend gebakken visjes, nog spetterend van de hete olie.
'Vis!' riep hij trots. 'En koffie!'
Mama, die kennelijk ook pas net wakker was, wreef in haar ogen en zei 'Wuh?'
'Ja, inderdaad,' mompelde ik 'Wuh?'
'Vis! Koffie!' herhaalde Leeghwater stralend.
Mama rilde. 'Koffie bij het ontbijt, dat snap ik heel goed. Maar vis?'
'Ten eerste is dit niet jullie ontbijt,' zei de kapitein. 'Want het is al lang tijd voor het middageten. Omdat het middag is. Ten tweede: als het ochtend was geweest, dan hadden jullie hetzelfde gekregen. Want jullie zijn mijn gasten, dus jullie krijgen het luxe ontbijt. Vis, in plaats van mjamburger! En geroosterd brood, in plaats van nog meer mjamburger.'
'Wacht even,' zei mama en ze rekte zich uit. 'Ik ben nog niet helemaal wakker, geloof ik. Nou dacht ik toch werkelijk dat je zei, dat jullie ontbijten met alleen maar mjamburgers.'
'En koffie,' zei de kapitein. 'Vergeet de koffie niet. Onze kok was een keer de koffie vergeten, en we ontdekten het pas toen we op volle zee waren. De matrozen waren zó kwaad, dat ze hem het hele dek over joegen, en ze hadden hem in de vleeshakker gegooid als we niet waren omgekeerd om koffie te halen. Heeft me klauwen vol met geld gekost – twee dagen varen zonder een cent te verdienen...'
'Ja maar...' zei ik. 'Je kunt toch niet ontbijten met mjamburgers?'
'Kan best,' zei de kapitein. 'Het is alleen niet zo gezond. En ook niet zo lekker, maar daar wen je wel aan. Als de koffie maar sterk genoeg is. En het is goedkoop, he? Ik bedoel: we vangen het allemaal zelf. Op zee is vis makkelijker te krijgen dan groente.'
'Behalve zeewier,' grapte ik.
'Zeewier hebben we alleen bij het avondeten,' zei de kapitein bloedserieus. 'Want dan drinken de mannen geen koffie. Dan drinken ze wat pittigers. Iets waar je na een paar glazen zo dronken wordt, dat je niet eens meer merkt dat iemand een bord vol zeewier voor je neus zet. En zeewier zit vol vitaminen en mineralen. Als ze dat niet zouden eten, werden ze allemaal ziek.'
'Je zou ze ook spinazie kunnen geven,' zei mama. 'En aardappelen en af en toe een kippenboutje.'
'Te duur,' zei Leeghwater. 'Vis en zeewier zijn bijna gratis voor ons. En nou ophouden met zeuren, anders wordt de vis koud. En ik kan je vertellen: als je denkt dat gebakken vis bij het ontbijt niet lekker is, dan heb je nog nooit ontbeten met afgekoelde gebakken vis.' Hij huiverde even. 'Daar helpt geen honderd liter koffie tegen.'



BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 16 oktober 2013

U, mevrouw?

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


De kapitein begon zachtjes te huilen. 'Ja,' snikte hij. 'Ik ben héél goed verzekerd. Dat moest van meneer Dogger. Ik ben verzekerd bij zijn bank, namelijk, en ik moet elke maand zo ontzettend veel geld betalen dat ik... dat ik...'
Mama zat zowat te spinnen in haar stoel.
'Kijk eens aan,' zei ze tevreden. 'U bent verzekerd bij de Doggersbank, hmmm? Dat verbaast me niks. Dogger dacht waarschijnlijk: zo kan ik nóg meer poen uit dat kapiteintje persen. Dat is goed nieuws, dat is héél goed nieuws. Meneer Dogger zal slachtoffer worden van zijn eigen hebzucht – precies zoals het hoort!'
'Wat bedoelt u?' vroeg de kapitein.
'Het is heel simpel. Dogger heeft iets doms gedaan. Stel dat deze boot iets akeligs overkomt. Stel. Hij zinkt, bijvoorbeeld. Zou kunnen, nietwaar?'
'Nee hoor,' zei de kapitein, 'daar is-ie veel te groot en te stevig voor.'
'We zullen zien,' grijnsde mama. 'Stel dat deze boot iets overkomt, zei ik, dan heeft u niets meer. En dan kan Dogger fluiten naar zijn geld. De verzekering betaalt de schade, natuurlijk, maar de verzekering is óók meneer Dogger, dus Dogger moet aan zichzelf betalen! En u bent overal vanaf, u kunt weer gewoon matroos worden en zonder zorgen verder varen over uw geliefde zee. Snapt u?'
'Nee,' zei kapitein Leeghwater. 'Ik snap niet waarom u denkt dat mijn boot zal zinken. Dat gaat echt niet gebeuren, hoor!'
Mama dronk met een heel, heel erg tevreden gezicht van haar chocolademelk. 'Laat dat maar over aan de Donderkat,' zei ze
De kapitein keek op. 'Donderkat? Wacht eens even... die naam heb ik vaker gehoord. Was de Donderkat niet iets van een... een terrorist of zo? Iets met bommen?'
Mama zette verontwaardigd haar kopje chocolademelk neer. 'Nee,' sprak ze streng. 'De Donderkat is niet “iets van een terrorist of zo” – de Donderkat is de terrorist. De beroemdste terrorist ter wereld! De meest gezochte! En ook de intelligentste, zou ik willen zeggen. Maar dat zeg ik niet, want het is niet beleefd om over jezelf op te scheppen.'
De kaiptein zat een volle minuut met zijn ogen te knipperen, voordat hij het doorhad. 'U, mevrouw?' stamelde hij. 'Bent... bent u de Donderkat?'
'Niemand anders,' zei mama. Ze stond op en wreef in haar handen. 'En het is tijd om aan de slag te gaan. Plannetjes maken, en dan bommetjes maken, en dan...' Ze geeuwde en ging weer zitten.
'Jongens toch, jongens toch,' mompelde ze. 'Wat heb ik een vermoeiende dag achter de rug.'
'Tja,' zei de kapitein, 'het is ook al behoorlijk laat. Na twaalven.'
'En ik ben al de hele dag bezig geweest met zeilen, en ontsnappen aan de vleeshakker, en ronddwalen door het donkere ruim, en...' ze zei nog iets, maar dat kon ik niet zo goed verstaan. Want toen mama begon te geeuwen, voelde ik zelf opeens ook hoe moe ik was. Behoorlijk moe namelijk. Zo moe dat ik in mijn stoel in slaap viel, en als de kapitein mijn in de vleeshakker had gesmeten, denk ik niet dat ik daar wakker van zou zijn geworden.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE