BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij had zijn geweer even op zijn rug gehangen, om Kwetter te kunnen grijpen, maar nu zij hem ontglipt was had hij natuurlijk zijn handen vrij.
'Oh jongens,' mompelde hij, 'wat heb ik een leuke dag vandaag.'
Nu is Kwetter natuurlijk zo snel als de wind en zo lenig als een elastieken aap, maar kogels ontwijken? Nee. Dat kan niemand. Zelfs zij niet niet.
Het was dus maar goed dat ik, terwijl zij met de soldaten aan het stoeien was, naar hen toe was gelopen. Met de rustige, grote passen van iemand die de situatie volledig onder controle heeft en die precies weet, wat hij gaat doen.
Helaas had ik nog niet echt een idee. Wat ik ga doen, dacht ik, is waarschijnlijk: overhoop geschoten worden. Maar Gaby en Kwetter zijn kleiner dan ik, en ik ben een jongen, dus ik moest voor hen zorgen. Zo zit dat nu eenmaal in elkaar.
Geloof me: ik zou gráág willen dat het anders was.
Gaby vindt mij altijd maar stom en ouderwets, als ik dit soort dingen zeg, maar nu zat ze wel me een soort bewondering naar me te kijken: wauw, hij gaat Kwetter redden!
Misschien deed ik het daar wel om. Om te bewijzen dat, in tegenstelling tot wat mijn zusje zegt, jongens niet allemaal krankzinnig zijn. Dat ze soms wel krankzinnig lijken, maar dat dat alleen maar voorbereiding is op een moment als dit.
Het moment waarop ze iets heel heldhaftigs doen.
Dat wil zeggen: iets heel, heel doms.
Dus... ja...
Iedere vastberaden stap bracht me dichter bij Zoezoe.
Helaas bracht geen enkele stap me dichter bij een idee.
Ik kwam net op tijd bij Zoezoe aan. Net op tijd om mijn hand op de loop van zijn geweer te leggen en die zachtjes naar beneden te duwen.
Zoezoe was ouder en sterker dan ik, maar toch kon hij mij niet tegenhouden. Dat kwam door de kracht van mijn vastberadenheid, daar was ik vast van overtuigd. Later ontdekte ik dat het kwam doordat de loop van het geweer als een soort hefboom werkte, waardoor zelfs een kleuter dat ding nog naar beneden had kunnen duwen.
Nou ja... vastberadenheid, hefboom – da's bijna hetzelfde.
Zoezoe, die net op dat moment de trekker overhaalde, schoot een stukje van de Armoestaanse grond overhoop. Vlak bij Kwetters voeten. Het was een zwaar kaliber geweer, dus dat stukje Armoestan was min of meer morsdood. Pech dan. Zo lang het Kwetter maar niet was.
Kwetter, die druk bezig was met wegrennen, keek even om toen ze het schot hoorde. 'Jij heeft lekker mis gepoest!' riep ze pesterig. Toen pas zag ze dat ik haar gered had. 'Michael!' riep ze ontzet. Bent jij nou helemaal! Jij hebde wel dood kunnen zijn!'
Nee, jij wint de eerste prijs voor voorzichtigheid, dacht ik bitter. Maar ik zei het niet, want ik had wel wat anders aan mijn hoofd.
Een pisnijdige Zoezoe stond tegen mij te schreeuwen: 'Dat zal je berouwen, slaaf! Ik schiet je dood! Nee, schieten is zo voorbij, weet je wat ik ga doen? Ik snijd je in dobbelsteentjes.'
'Kun je beter niet doen,' zei ik zo kalm mogelijk. Ik keek hem uitdagend recht in de ogen. Dat durfde ik eigenlijk niet, maar ik wilde niet wegkijken.
Zo lang we elkaar in de ogen keken, zag hij in elk geval niet dat ik in mijn broek had geplast van angst.
Ik vergat even dat hij dat toch al niet kon zien, want mijn broek was nog druipnat van het rivierwater.
Was dat even mazzel.
Want in zijn ogen zag ik iets wat onze redding kon betekenen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 68. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 68. Alle posts tonen
maandag 23 juni 2014
maandag 18 februari 2013
Dames poederen hun neus
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Zo ging er een week voorbij. In de ochtend moest iedereen schoolwerkjes doen en in de middag gaf mijn moeder les in 'hoe hoort het eigenlijk'.
'Want dat is nog veel belangrijker,' vond ze.
Veldmaarschalk Miguel was het niet met haar eens, zozeer zelfs dat hij helemaal paars werd en we dachten dat hij ter plekke dood zou vallen. Maar met kleinigheden als paars worden en doodvallen win je het niet van onze moeder, dus aan het eind van de week kon het hele Zuid-Mallotische Bevrijdingsleger met mes en vork eten zonder zijn ellebogen op tafel te zetten.
Mama had ze trouwens ook nog les gegeven in 'hoe hoort het in Boegoe-Boegoe' dus eten in elkaars keel spugen konden ze ook. Maar ze aten liever met mes en vork.
Luitenant Ernesto kon al plus-sommen onder de tien, maar het alfabet bleef hij lastig vinden.
Toen de week voorbij was, kwam de veldmaarschalk naar ons toe om te vragen of we nou eindelijk eens klaar waren met die school-flauwekul.
'Oh nee,' lachte mama, 'dat gaat nog járen duren.'
'Maar wanneer gaan we dan dingen opblazen?' vroeg hij wanhopig.
'Op woensdagmiddag,' zei mama, 'want dan is er geen school. Dat kan ieder kind je uitleggen.'
'Hoera!' riep Miguel, en zijn luitenants riepen nog veel harder hoera. Vooral omdat er op woensdagmiddag geen school was.
'Vanavond gaan we plannen maken,' zei mama. 'En dinsdag maak ik bommen.'
'Vanavond plannen?' vroeg Miguel. Hij keek opeens een beetje zenuwachtig. 'Vanavond kan ik niet. Dan, eh, dan heb ik een afspraakje. Met een dame.'
'Dan morgenavond,' zei mama en ze haalde haar schouders op.
'Een afspraakje met een dame?' grijnsde Ernesto. 'Dan kunt u beter niet naar een restaurant gaan, baas! U bent de enige die nog niet met mes en vork eet. En dames houden van nette manieren, hè, mevrouw de Donderkat?'
'Zeker,' zei mijn moeder.
'Deze dame maakt het geen bal uit waar ik mee eet,' zei Miguel. 'Als zij maar af en toe haar neus kan poederen.'
'Heel goed, Miguel!' prees mijn moeder hem blij verrast. 'Zó zeg je dat. Dames gaan niet naar het wc, dames gaan “even hun neus poederen”. En heren gaan “even hun handen wassen”. Oh, verhip, handen wassen, nu ik het zeg zie ik het opeens! Altijd even je handen wassen voordat je aan tafel gaat, Miguel! Vooral wanneer je een afsprak hebt met een dame.'
'Zal ik doen,' zei Miguel met een vreemd glimlachje.
Mama keek tevreden.
Maar mama had ook niet gezien wat ik had gezien.
Bij de woorden “neus” en “poederen” had Miguel hele dikke knipogen gegeven aan zijn luitenants. Was het een soort code? Over iets wat mama niet mocht weten?
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Zo ging er een week voorbij. In de ochtend moest iedereen schoolwerkjes doen en in de middag gaf mijn moeder les in 'hoe hoort het eigenlijk'.
'Want dat is nog veel belangrijker,' vond ze.
Veldmaarschalk Miguel was het niet met haar eens, zozeer zelfs dat hij helemaal paars werd en we dachten dat hij ter plekke dood zou vallen. Maar met kleinigheden als paars worden en doodvallen win je het niet van onze moeder, dus aan het eind van de week kon het hele Zuid-Mallotische Bevrijdingsleger met mes en vork eten zonder zijn ellebogen op tafel te zetten.
Mama had ze trouwens ook nog les gegeven in 'hoe hoort het in Boegoe-Boegoe' dus eten in elkaars keel spugen konden ze ook. Maar ze aten liever met mes en vork.
Luitenant Ernesto kon al plus-sommen onder de tien, maar het alfabet bleef hij lastig vinden.
Toen de week voorbij was, kwam de veldmaarschalk naar ons toe om te vragen of we nou eindelijk eens klaar waren met die school-flauwekul.
'Oh nee,' lachte mama, 'dat gaat nog járen duren.'
'Maar wanneer gaan we dan dingen opblazen?' vroeg hij wanhopig.
'Op woensdagmiddag,' zei mama, 'want dan is er geen school. Dat kan ieder kind je uitleggen.'
'Hoera!' riep Miguel, en zijn luitenants riepen nog veel harder hoera. Vooral omdat er op woensdagmiddag geen school was.
'Vanavond gaan we plannen maken,' zei mama. 'En dinsdag maak ik bommen.'
'Vanavond plannen?' vroeg Miguel. Hij keek opeens een beetje zenuwachtig. 'Vanavond kan ik niet. Dan, eh, dan heb ik een afspraakje. Met een dame.'
'Dan morgenavond,' zei mama en ze haalde haar schouders op.
'Een afspraakje met een dame?' grijnsde Ernesto. 'Dan kunt u beter niet naar een restaurant gaan, baas! U bent de enige die nog niet met mes en vork eet. En dames houden van nette manieren, hè, mevrouw de Donderkat?'
'Zeker,' zei mijn moeder.
'Deze dame maakt het geen bal uit waar ik mee eet,' zei Miguel. 'Als zij maar af en toe haar neus kan poederen.'
'Heel goed, Miguel!' prees mijn moeder hem blij verrast. 'Zó zeg je dat. Dames gaan niet naar het wc, dames gaan “even hun neus poederen”. En heren gaan “even hun handen wassen”. Oh, verhip, handen wassen, nu ik het zeg zie ik het opeens! Altijd even je handen wassen voordat je aan tafel gaat, Miguel! Vooral wanneer je een afsprak hebt met een dame.'
'Zal ik doen,' zei Miguel met een vreemd glimlachje.
Mama keek tevreden.
Maar mama had ook niet gezien wat ik had gezien.
Bij de woorden “neus” en “poederen” had Miguel hele dikke knipogen gegeven aan zijn luitenants. Was het een soort code? Over iets wat mama niet mocht weten?
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 8 augustus 2012
Wat Oma at
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'De mensen van de beurs,' zei papa. 'De mensen van de bank. De mensen die er toe doen.'
Gaby en ik keken elkaar met grote, bezorgde ogen aan.
Daarna keken we zorgvuldig rond in de container. En we zagen precies wat we verwachtten: nergens iemand van de bank. Of de beurs.
Papa glimlachte: 'Ik weet het ook wel, jongens: er zijn hier geen bank- of beurslui. Maar geloof me nou maar gewoon, beursberichten zijn leuker als je ze leest in een duur pak. En nu spelen jongens, papa moet werken.'
Och ja, dachten wij. Als hij dit leuk vindt, waarom ook niet?
'Kunnen we nog iets voor je doen?' vroeg Gaby. 'Iets te eten halen of zo?'
'Nee hoor lieverd, er staat hier een koelkast vol kaviaar en genoeg toastjes voor een maand of twee. Ik zal me wel redden, denk ik.'
Dus ja.
Toen gingen we maar spelen.
En de dag daarna ook en de dag dáárna plukten we bloemen voor Oma. Om te bedanken dat ze Gaby zo goed geholpen had met haar gebroken arm. Het was Kwetters idee – Oma was dol op bloemen, zei ze. Ik kon me niet herinneren dat ik ergens een vaas had gezien in die grot, maar Kwetter had gelijk. Oma keek heel blij toen ze de bloemen kreeg, en een vaas had ze niet nodig. Ze verdeelde ons boeketje zorgvuldig in twee stapeltjes. Het ene stapeltje legde ze te drogen bij haar voorraad genezende kruiden. De andere helft stak ze in haar mond. Smakkend ging ze ons voor naar de uitgang.
'Nou jaaaa, zeg,' mompelde ik terwijl we door de alligatorzee heen waadden, 'die geven we dus nooit meer bloemen.'
'Waarom niet?' vroeg Gaby. 'Weet je nog van vorig jaar moederdag? Toen je geen zin had om een kadootje te knutselen en op het laatste moment nog even een reep chocola kocht?'
'Eh, ja, maar wat heeft dat er nou mee te...'
'Wat deed mama met die reep?'
'Ik neem eigenlijk aan dat ze 'm heeft opgegeten,' gaf ik toe. 'Maar dat was de bedoeling. Daar zijn die repen voor. Bloemen zijn voor vazen.'
'Bij ons thuis, ja,´ zei Gaby, 'maar in Boegoe-Boegoe –' en zo kibbelden we verder tot we terug waren bij het laboratorium.
Ik had de hele tijd ongelijk, dat wist ik ook wel, maar soms heb je gewoon zin in ruzie met je zusje. Vooral als de grote mensen weer eens niet normaal kunnen doen.
'Moewhahaha,' hoorden we Alexander al van verre lachen, en uit het laboratorium steeg ook nog een akelig 'Bwiehihihi' op en dat was onze moeder.
'Gelukt,' juichten de wetenschappers in koor, 'het is ons gelukt!'
'Wat is jullie gelukt?' vroegen wij, terwijl het het laboratorium binnen klauterden.
'Oh, niks bijzonders,' giechelde mama. 'Gewoon, Alexanders proefje. We weten het nog niet zeker, maar het ziet er goed uit.' Ze wees op een houten kist met een paar wijzertjes erop. Buisjes liepen erin en eruit.
'Wat is dat voor een ding?' vroeg ik.
'Gewoon een kist, knul,' zei Alexander. 'Een kist die van binnen steeds de goeie temperatuur en vochtigheid houdt.'
'En dat was jullie proef?'
'Welnee, schat,' riep mama, 'onze proef is een –'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'De mensen van de beurs,' zei papa. 'De mensen van de bank. De mensen die er toe doen.'
Gaby en ik keken elkaar met grote, bezorgde ogen aan.
Daarna keken we zorgvuldig rond in de container. En we zagen precies wat we verwachtten: nergens iemand van de bank. Of de beurs.
Papa glimlachte: 'Ik weet het ook wel, jongens: er zijn hier geen bank- of beurslui. Maar geloof me nou maar gewoon, beursberichten zijn leuker als je ze leest in een duur pak. En nu spelen jongens, papa moet werken.'
Och ja, dachten wij. Als hij dit leuk vindt, waarom ook niet?
'Kunnen we nog iets voor je doen?' vroeg Gaby. 'Iets te eten halen of zo?'
'Nee hoor lieverd, er staat hier een koelkast vol kaviaar en genoeg toastjes voor een maand of twee. Ik zal me wel redden, denk ik.'
Dus ja.
Toen gingen we maar spelen.
En de dag daarna ook en de dag dáárna plukten we bloemen voor Oma. Om te bedanken dat ze Gaby zo goed geholpen had met haar gebroken arm. Het was Kwetters idee – Oma was dol op bloemen, zei ze. Ik kon me niet herinneren dat ik ergens een vaas had gezien in die grot, maar Kwetter had gelijk. Oma keek heel blij toen ze de bloemen kreeg, en een vaas had ze niet nodig. Ze verdeelde ons boeketje zorgvuldig in twee stapeltjes. Het ene stapeltje legde ze te drogen bij haar voorraad genezende kruiden. De andere helft stak ze in haar mond. Smakkend ging ze ons voor naar de uitgang.
'Nou jaaaa, zeg,' mompelde ik terwijl we door de alligatorzee heen waadden, 'die geven we dus nooit meer bloemen.'
'Waarom niet?' vroeg Gaby. 'Weet je nog van vorig jaar moederdag? Toen je geen zin had om een kadootje te knutselen en op het laatste moment nog even een reep chocola kocht?'
'Eh, ja, maar wat heeft dat er nou mee te...'
'Wat deed mama met die reep?'
'Ik neem eigenlijk aan dat ze 'm heeft opgegeten,' gaf ik toe. 'Maar dat was de bedoeling. Daar zijn die repen voor. Bloemen zijn voor vazen.'
'Bij ons thuis, ja,´ zei Gaby, 'maar in Boegoe-Boegoe –' en zo kibbelden we verder tot we terug waren bij het laboratorium.
Ik had de hele tijd ongelijk, dat wist ik ook wel, maar soms heb je gewoon zin in ruzie met je zusje. Vooral als de grote mensen weer eens niet normaal kunnen doen.
'Moewhahaha,' hoorden we Alexander al van verre lachen, en uit het laboratorium steeg ook nog een akelig 'Bwiehihihi' op en dat was onze moeder.
'Gelukt,' juichten de wetenschappers in koor, 'het is ons gelukt!'
'Wat is jullie gelukt?' vroegen wij, terwijl het het laboratorium binnen klauterden.
'Oh, niks bijzonders,' giechelde mama. 'Gewoon, Alexanders proefje. We weten het nog niet zeker, maar het ziet er goed uit.' Ze wees op een houten kist met een paar wijzertjes erop. Buisjes liepen erin en eruit.
'Wat is dat voor een ding?' vroeg ik.
'Gewoon een kist, knul,' zei Alexander. 'Een kist die van binnen steeds de goeie temperatuur en vochtigheid houdt.'
'En dat was jullie proef?'
'Welnee, schat,' riep mama, 'onze proef is een –'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)