Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 74. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 74. Alle posts tonen

maandag 7 juli 2014

Paniek in de nacht

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Het was een mooie knal, dat wel. Maar de boom was groot en sterk, en echte woudreus en die kunnen in het oerwoud heel groot worden. Dus hij ging zeker niet om. Maar er brak wel een dikke tak af.
En met een dikke tak bedoel ik: een tak die dik genoeg was om voor boom door te gaan. Als ik die tak rechtop in de tuin van ons oude huis had gezet, en ik had je verteld dat het een boom was die mijn opa nog geplant had, dan had je me zonder twijfel geloofd.
Een boom die van twintig meter naar beneden valt, die maakt nogal een klap bij het neerkomen. Dat deed deze tak dus ook. En dan heb ik het nog niet eens over het gekraak en geruis en gesuis dat hij maakte op zijn weg naar beneden: hij dreunde tegen andere takken aan, er braken stukken af hier en daar, en de blaadjes woeien als in een stormwind.
Het regende bladeren en hout.
Zoezoe en Abel vonden het prachtig. Ze stonden te juichen en te klappen en ze vergaten helemaal dat eigenlijk die hele boom kapot had gemoeten. Dat was precies waar ik op gehoopt had.
Ze dachten zo'n beetje in dezelfde richting als ik, maar dan met hersens van gatenkaas dus ze kwamen niet ver. Het was voor mij niet moeilijk om te voorspellen hoe ze zouden reageren op een goeie ontploffing.
En er gebeurde nog iets anders waarop ik gehoopt had.
De soldaten en de mijnwerkers werden wakker van de knal. Paniek! Geschreeuw!
Ze dachten dat ze aangevallen werden. De domsten begonnen onmiddellijk hun geweren leeg te schieten op het nachtelijk oerwoud, en dat maakte de verwarring bepaald niet kleiner.
'Ze schieten op ons!' riep Zoezoe.
'Geweldig!' antwoordde Abel. 'Dan mogen we terugschieten!'
Ze begonnen meteen enthousiast te knallen in de richting van hun collega's.
Sommigen van die collega's hadden intussen wat lampen aangestoken, om te kunnen zien wat er aan de hand was.
Op zich een goed idee.
Maar het wilde wel zeggen dat iedereen in het soldatenkamp buitengewoon goed te zien was. Tot grote vreugde van Abel en Zoezoe. Die riepen vijf of zes keer 'Joepie!' en uit het kamp klonk vijf of zes keer 'Au!' Toen pas kregen de soldaten door dat het idee van die lampen misschien niet zo'n heel goed idee was geweest.
Ze deden de lampen uit.
Iemand riep: 'Wie is daar?'
Iemand anders riep: 'Kan me niet schelen wie het zijn, schiet ze overhoop, die smeerlappen hebben mijn oor eraf geschoten!'
Abel en Zoezoe keken elkaar aan en zeiden 'Oeps.'
'Jongens,' zei ik tegen hen, 'jullie hebben een probleempje.' Ik kon een tevreden grijns niet onderdrukken. Tot nu toe ging alles min of meer volgens mijn plan.
'Waarom, ' kreunde Gaby, 'zijn wij terecht gekomen in iets wat nog het meest lijkt op een slecht geschreven actie-film? Zo'n typische jongetjes-film die nergens op slaat en die van geen kanten klopt en die alleen maar bedoeld is om zoveel mogelijk schieten en ontploffen en achtervolgen in beeld te brengen?'
'Geen idee,' antwoordde ik. 'Maar dat doet er nu niet toe, want de soldaten komen deze kant op, dus het wordt tijd voor Plan B.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 4 maart 2013

Miguel doet een superzaak

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Michael had hem ook herkend, zag ik – tenminste, hij zag zo bleek als een spook in een sneeuwstorm. Zelfs Kwetter verbleekte van sinaasappel- tot citroenkleurig. Voorzichtig draaiden we ons om. En daar stond hij. Met zijn moddervette buik, zijn bevlekte overhemd, zijn antieke, foeilelijke flodderbroek, zijn brokkelige nagels met hun vuilzwarte randjes en een gemene, gierige, gulzige grijns op zijn gezicht: meneer Dogger.
Onze oude achterbuurman.
De meest schurkachtige bankdirecteur ter wereld (en dat wil wat zeggen).
'U...' stamelde ik.
'Wat...' voegde Michael toe.
'Wat ik hier doe?' vroeg Dogger. 'Dat is wat jullie wilden vragen, hè? Nou, niet dat jullie er iets mee te maken hebben, maar ik ben hier op bezoek bij een zeer gewaardeerde zakenpartner. Miguel hier. Miguel is de directeur – pardon, ik bedoel natuurlijk: de veldmaarschalk – van een buitengewoon winstgevende drugsbende, pardon: bevrijdingsleger. Ik zal jullie eens iets grappigs vertellen. Jullie staan hier, zoals je weet, midden in de armste wijk van Jalsk, dat wil zeggen, zo ongeveer de aller-armste wijk te wereld. Jij en ik zouden zeggen: De mensen hier hebben zo ongeveer niks, dus er valt hier niks te verdienen. Maar Miguel is een slimmerik. Hij weet dat er één ding is waarvoor een arme sloeber zijn allerlaatste cent nog zou uitgeven. Drugs. Oh jaaaah, jongens, verslaving is een prachtig iets! Het maakt mensen nog lager dan beesten. Kinderen bestelen hun eigen oma – voor drugs. Moeders verkopen hun kinderen – voor drugs. Geliefden verraden elkaar, vrienden steken elkaar een mes in de rug – voor drugs. Is het niet fantastisch? Is het niet wonderbaarlijk, dat er een manier bestaat om zelfs aan deze arme sloebers nog grof geld te verdienen?'
Hij boog zich voorover om ons een geheimpje in te fluisteren. Dat was geen pretje, want hij rook niet bepaald fris.
'En weten jullie' vroeg hij, 'wat het allermooiste is? Van drugs word je dom. Dus de sloebertjes hier hebben niet eens in de gaten dat hun land bestolen word door mijn vrienden. Vrienden zoals meneer Cockel, die hier voor een spotprijsje alle olie uit de grond mag pompen. Oh jaaaah, als er iemand is die het Zuid-Mallotische volk onder de duim helpt te houden, dan is het wel het Zuid-Mallotische Bevrijdingsleger. Is het niet verrukkelijk?' Hij ging weer rechtop staan en wreef zich in de handen. 'En nu gaat mijn vriend Miguel een heel voordelig zaakje doen. Hij gaat zonder moeite tien miljoen verdienen. Want hij gaat de Donderkat aan mij geven. Hè Miguel?'
'Dat gaat hij helemaal niet!' riep Kwetter. Ze nam een geweldige sprong, zette zich met één voet af op Doggers hoofd en maakte een achterwaartse salto over de muur. De muur waarachter de binnenplaats lag. De binnenplaats waarachter het geheime hoofdkwartier lag. Het hoofdkwartier waarin mama, ergens ( maar waar?), in een laboratorium haar bommen zat te maken.
'Mama!' hoorden we haar roepen. 'Wij heeft een probleempje! Dogger is hier!'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 18 juni 2012

Een gebrek aan boomtoppen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

Even keken Gaby en ik elkaar aan.
Wat moesten we nou? We konden haar toch niet in haar eentje op die houthakkers af laten gaan?
Gaby zuchtte moedeloos en keek naar de arm, waar ze niet mee zwieren kon.
'Ik red Kwetter wel,' zei ik uitgeblust. 'Nou... woeii dan maar...' Ik greep ook een liaan en zwierde in de richting van de houthakkers.
Het zou niet makkelijk worden, zag ik al snel, om hun kamp te naderen. Want wij gingen altijd door de boomtoppen, en in de buurt van het kamp waren er geen boomtoppen. De houthakkers hadden alles omgehakt wat binnen handbereik stond, en nu waren ze begonnen aan de bomen verderop. Ze maakten de boomstammen met lange touwen vast aan een bulldozer, waar een draaiding op stond. Het draaiding rolde het touw op, trok zo de boomstam naar het kamp en dan tilde de bulldozer hem op een vrachtwagen, die klaarstond om te vertrekken. Naar de kozijnenfabriek of zo.
Houthakkers, draaiding, bulldozer, vrachtwagen; tot zover alles duidelijk. Maar... waar was Kwetter?
Ik zat in een boom aan de rand van de, inmiddels behoorlijk grote, open plek en ik speurde het hele kamp af. Geen Kwetter. Zat ze misschien op of onder of in de mjamburgermachine? Ach nee, hoe zou ze daar moeten komen? De open plek was zo groot dat je onmogelijk ongezien naar het kamp toe kon sluipen.
Het duurde een hele poos voordat ik haar zag.
Terwijl ze eigenlijk vlakbij zat.
Ze zat op de domste, gevaarlijkste plaats die ze had kunnen verzinnen (afgezien van: tussen de draaiende mjamburgermessen).
Ze zat in een boomtop, goed verstopt tussen de blaadjes. Net als ik. Maar haar boom, in tegenstelling tot de mijne, stond een beetje te wankelen. Want hij werd op datzelfde ogenblik door een houthakker omgezaagd.
'Kwetter! Idioot! Weet je dan niet meer hoe Gaby haar arm heeft gebroken!?' wilde ik roepen.
Maar dat riep ik niet.
Ik deed alleen maar zachtjes 'Iep!'
Kwetter hoorde me wel, want ze gaf me een knipoog en legde haar vinger tegen haar lippen. Ze wees naar mij en maakte een paar draaiende gebaren met haar vingers. Ik krabde op mijn hoofd. Geen idee wat ze bedoelde.
En ze kreeg geen kans het nog eens uit te leggen, want op dat moment stortte haar boom onder woest gekraak op de grond en ik verloor haar uit het oog.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE