Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 75. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 75. Alle posts tonen

woensdag 9 juli 2014

Even door dat oerwoudje heen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Aha,' zei Gaby vermoeid. 'Plan B. Jouw plan B. Is dat toevallig iets met een achtervolging? Is dat zeg maar zoiets als: we rennen het bos in, en daarna zijn we lekker ontsnapt haha, en dan zien we wel weer verder? We hebben Kwetter bij ons, die helpt ons wel door het oerwoud heen en als de soldaten achter ons aankomen doet ze gewoon iets heel spectaculairs wat ik nu nog niet verzonnen heb en waardoor we pats boem gered worden?'
'Eh...' zei ik. 'Daar zou het op kunnen lijken, ja. Ik had nog één of twee andere ideetjes, maar...'
'Oh. Ja. Mag ik gokken? Het is maar één ander idee, en het is: we maken een paar bommen onderweg en we blazen dingen op.'
'Dát bent nog eens een goed idee!' juichte Kwetter. 'Boemmm! Boemmm!'
'Wij doen mee,' zeiden Abel en Zoezoe enthousiast.
'Ik sleept ons wel even door dat oerwoudje heen, hoor,' zei Kwetter op geruststellende toon.
'Lieve help,'zuchtte Gaby. 'Ik weet niet waar jij last van hebt, Michael, maar het is kennelijk besmettelijk. En ik ben immuun. Ik ben hier de enige die nog een beetje gezond verstand...'
'Gebruik dat dan maar gauw,' zei ik vals. 'Er komt een troep soldaten aan, dus we moeten nu kiezen: het bos in of ons laten pakken. Rennen, jongens!' Ik zette het op een lopen, op de voet gevolgd door Kwetter en de twee gatenkazen.
Gaby dacht er langer over na dan ik gedacht had, voor ze ons achterna kwam. Ze deed er wel een kwart seconde over.
'Fijn he,' zei Kwetter onder het lopen tegen onze nieuwe vrienden, 'dat Michael altijd van die goeie ideeën hebt?'
Abel en Zoezoe knikten hijgend.
'Springen!' riep Kwetter ineens.
De jongens kenden Kwetter nog niet zo goed, dus ze wisten niet dat je in een oerwoud altijd onmiddellijk moet doen wat Kwetter zegt. Ze sprongen niet. Ze renden rechtdoor, het nest van een bende insecten in.
Ik weet niet wat voor insecten het waren. Mieren of termieten of bijen of weet ik veel. Maar aan de geluiden van Abel en Zoezoe te horen waren het in elk geval insecten die heel gemeen konden steken of bijten of zo.
'Jullie hebt geluk,' zei Kwetter tegen Abel. 'In Boegoe-Boegoe, waar ik vandaan komt, hebt je ook zulke nesten. Daar woont de Boegoenese Varkensmier in, en als die in je hap, nou, dan gilt jij niet meer, hoor! Dan ligt jij alleen nog maar stilletjes op de grond te hopen dat jij snel dood gaat. En dat gaat jij ook, dat bent dan weer het voordeel.'
Ze pakte een mier zo groot als een baby-duimpje van Zoezoe's arm af en stak hem in haar mond.
'Lekker?' vroeg Gaby. Ze hijgde, want we waren nog steeds aan het rennen.
'Mwoa,' deed Kwetter. 'Het ga mij vooral om het idee. Als hier iemand iemand anders bijt, dan wil ik graag de iemand zijn die bijt. Niet de iemand die gebijt wordt.'
'Groot gelijk,' zei ik. 'Ach, dat doet me eraan denken. Ik heb hetzelfde, maar dan met schieten. Ik heb he-le-maal geen zin om doodgeschoten te worden door de soldaten van generaal Killa. Zou jij even iets spectaculairs willen doen om ons te redden?'
'Soldaten? Welke soldaten? Die bent allang weg, hoor.'
'Waarom rennen we dan nog?'
'Hihi,' deed Kwetter. 'Jij maakt grapjes. Wat is jij toch leuk. Of ziet jij het echt niet?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 6 maart 2013

Schattige Plastic Ponies

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Houd haar tegen!' brulde Dogger. 'Schiet haar overhoop, verdekke!'
De soldaten van het ZMB verroerden geen vinger. Verveeld keken ze hem aan. Niet alleen verstonden ze niet wat hij zei, het was ook overduidelijk dat ze helemaal niet van plan waren naar hem te luisteren, zelfs niet als hij vloeiend Mallotisch sprak. De enige die dat niet begreep, was meneer Dogger zelf.
'Schie-hie-ten!' schreeuwde hij. Hij wees naar de automatische geweren die om hun schouders hingen. 'Pang-pang, jij begrijpen? Pang-pang op kleine meisje die maken salto, ja?' Hij draaide wat onduidelijke rondjes met zijn handen, om de salto uit te beelden.
De soldaten keken hem aan of hij een Schattige Plastic Pony was. Ik bedoel: zelfs ik ben niet geïnteresseerd in Schattige Plastic Ponies. En ik ben een klein meisje, dus voor mij zijn die dingen bedoeld. Kun je nagaan.
Dogger vond het niet leuk, dat er niet naar hem geluisterd werd. Hij werd akelig rood, zwaaide met zijn vuisten, stampte op de grond als een kleuter en bulderde een paar onduidelijke zinnen waar veel pang-pang in voorkwam.
'Rustig maar, waarde heer,' suste Miguel. 'Dat meisje kan nergens heen. Ze zal ons niet ontsnappen, hoor.'
'Ontsnappen?' lachte Dogger hysterisch. 'Weet je wel met wie je te maken hebt? Als de Donderkat zich kwaad maakt, dan zul je haar nog smeken of ze alsjeblieft wil ontsnappen! Ze is in staat om je hele hoofdkwatier in honderdmiljoen kleine stukjes te blazen, met iedereen die erin is.'
'Tsk tsk tsk,' schudde Miguel. 'U kent haar slecht, merk ik. Ik zit al een week met haar te overleggen, en er is maar één ding dat ze belangrijker vindt dan dingen opblazen, en dat is dat er geen slachtoffers vallen. Ze wil domweg geen gebouwen opblazen met mensen erin. Zelfs niet met dieren erin. Het allerliefst zou ze willen dat elk muisje persoonlijk naar buiten wordt gesleept, voordat ze een gebouw in de als legt. Dus zo lang mijn soldaten binnen zijn, is mijn hoofdkwartier volkomen veilig.'
Hij pakte een pistool. 'Ikzelf,' ging hij verder, 'zit heel anders in elkaar. Ik heb er geen enkel probleem mee om mensen te vermoorden. Allemaal voor het goede doel natuurlijk, he, voor de bevrijding van het zielige Zuid-Mallotische volk.' Hij grijnsde. 'Dat je niet denkt dat ik een slechterik ben, of zo. Hoe dan ook: de Donderkat weet ook wel dat ik een genadeloze moordenaar ben. Ze weet dus heel goed dat ik het meen als ik zeg...' Met een snelheid die je van zo'n dikzak nooit zou verwachten greep hij mijn schouder vast. En als ik zeg vast, dan bedoel ik echt muurvast. Ik kreeg buikpijn van angst, want ik had al wel zo'n vermoeden wat hij ging zeggen. En ja hoor: '...dat ik haar schattige dochtertje op een paar blauwe bonen trakteer als ze zich niet onmiddellijk overgeeft.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 20 juni 2012

Dat typische trillen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Er werden touwen aan de boom vastgemaakt, de touwen gingen aan het draaiding, en daar ging de boom: glibber-glij door de modder op weg naar het houthakkerskamp. Onderweg sprong er een man op. Een houthakker die met een draaiende kettingzaag op de gladde ronde stam sprong en daar levensgevaarlijke toeren uithaalde: terwijl de boom in de richting van het kamp gleed, zaagde hij één voor één de takken eraf. Telkens als er een tak op de grond plonsde, schokte de boom in een iets snellere vaart en moest de man moeite doen zijn evenwicht te bewaren. Dat lukte hem elke keer weer. Hoe dichter hij bij de top van de boom kwam, hoe dunner de stam werd en hoe dichter de takken op elkaar zaten. De bovenste kruin zaagde de man er in één keer af, takken en stam en al. Precies toen de stam de bulldozer bereikte kwam dat laatste gedeelte los – 't zag eruit als een grote struik, die een paar keer zacht in elkaar veerde en tenslotte bleef liggen aan de rand van het kamp.
Op geen van de losgezaagde takken had ik Kwetter gezien, dus die kruin, daar zat ze in.
Of ze was onder de boom terecht gekomen en ze lag nu zo dun als pindakaas uitgesmeerd op de grond, ergens onder de modder. Dat kon natuurlijk ook.
Maar stel nou eens. Stel nou eens dat ze in die boomkruin zat. Dan zat ze wel perfect: goed verstopt en vlak bij de Mjamburgermachine.
Nu pas zag ik dat de vreemde struiken, die ik bij het kamp had gezien, eigenlijk losse boomkruinen waren.
Kennelijk deden de houthakkers het elke keer zo: de kruin als laatste eraf, vlakbij het kamp.
Intussen was mijn boom beginnen te trillen.
Dat typische trillen dat je alleen voelt als de boom waarin je zit met een kettingzaag wordt bewerkt.
Dus... Ja...
Zo dadelijk ging ik tegen de vlakte.
Zou ik proberen te ontsnappen?
Of zou ik dezelfde truuk proberen uit te halen als Kwetter?
Eenvoudige keus: Kwetter had mij hard nodig. Zelfs als ze de mjamburgermachine heelhuids zou bereiken, kon ze er niets mee beginnen zonder mij. Ik was de enige die wist hoe je dat ding aan kon zetten.
Om helemaal precies te zijn, ik wist niet hoe je dat ding aan moest zetten. Maar Kwetter geloofde dat ik het kon. En papa zegt vaak: als je iets maar hard genoeg gelooft, dan is het ook zo.
Nu maar hopen dat Kwetter het hard genoeg geloofde.
De boom begon al aardig te schudden. Het was bijna wankelen, en ik wist wat dat betekende: ik ging binnenkort vallen.
Ik zocht een zo hoog mogelijke tak op, pakte een liaan en bond mezelf vast. Dat was het, besefte ik, wat Kwetter had geprobeerd uit te leggen: dat ik mij moest vastbinden.
Ha! Alsof ik dat zelf niet wist! Het was heus niet de eerste keer dat ik in een omgezaagde boom zat, hoor. En...
En daar ging ik.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE