BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij sloot ons op in het keuken-gebouwtje. Krik-krak, deed de sleutel in het slot. De raampjes van de keuken waren klein, en er zaten tralies voor.
'Niet eerlijk,' mompelde ik. 'Waarom zitten er nou tralies voor een keukenraam? Dat slaat nergens op. Als de mannen van Killa gewoon, netjes, alleen dingen deden die ergens op sloegen, dan konden we nu mooi ontsnappen.'
'Als de mannen van Killa dingen deden die ergens op sloegen,' wees Gaby mij terecht, 'dan zaten we nu niet in de keuken opgesloten.'
Daar had ze dan wel weer gelijk in.
Als ze serieuze schurken waren geweest, hadden ze ons aan zware kettingen in de mijn laten werken. Of ze hadden ons meteen doodgemaakt. Nee, hier in de keuken hadden we niet echt reden tot klagen.
'Je hebt gelijk,' zei ik dan ook. 'Sterker nog: die idioot zal er nog heel veel spijt van krijgen, dat hij de Donderkittens in de keuken heeft opgesloten.'
'De wát?' vroeg Gaby op luide toon.
'De keuken!' riep ik. 'Maar je hebt gelijk: dit is geen keuken. Dit is een laboratorium. We hebben hier stroom! En lucifers! En gas! En allerlei chemicaliën, beter bekend als, bijvoorbeeld: zout, azijn en water. Jaha, een keuken is geen keuken meer, als je de Donderkittens erin opsluit!'
'Nu weet ik het zeker,' kreunde Gaby. 'Je zei: donderkittens. Ontken het maar niet. Je zei het twee keer. Dus het was niet per ongeluk.'
'Goed he?' straalde ik. 'Wij zijn de kinderen van de Donderkat, dus de Donderkittens. En die naam is ook terecht, want net als de Donderkat gaan wij nu bommen maken en spectaculair ontsnappen.'
Gaby zuchtte. 'Dat laatste moet ik nog maar zien. De kans is vrij groot dat we spectaculair gaan ontploffen. Een verschil van vijf kleine lettertjes, maar niet onbelangrijk. En mag ik even zeggen dat het woord “Donderkittens”... dat is zo... zo stom. Zo flauw. Het is het soort grapje dat papa had kunnen maken.'
'Nou ja, zeg! Het was helemaal niet bedoeld als grapje!'
'Nee. En het klonk ook niet als een grapje. Dat heeft het dus met de grapjes van papa gemeen.'
Ik snapte wel zo'n beetje wat ze bedoelde. Ik vond het geen aardige opmerking van haar. Maar daar ging het nu niet om. Waar het om ging was dat we gingen ontsnappen. En/of ontploffen.
'Aan het werk,' zei ik dus. 'Spullen zoeken. Spullen waar we bommen van kunnen maken.'
Ik begon de keuken te doorzoeken. Daar was van alles te vinden, maar het zou een hoop tijd en moeite kosten om er een bom van te maken. Voor mama zou het ongetwijfeld een makkie zijn, maar...
'Michael?' zei Gaby met een dun stemmetje. 'Hou maar op met zoeken. Denk ik. Um. Hum.'
'Waar zit je?'
Naast de keuken waren nog een paar kamertjes. Een slaaphok, een wc.
En het kamertje waar Gaby nu zat.
In dat kamertje was een laboratorium.
'Oh ja,' zei ik.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 86. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 86. Alle posts tonen
maandag 1 september 2014
maandag 1 april 2013
Huisjes, berekend op aardbevingen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Zo gaat het de hele tijd,' zei Michael. 'Gelukkig is dit een hele stevige auto. En de gebouwen hier in de buurt zijn heel erg gammel. Huizen van golfplaat, daar rijd je dwars door heen als het moet. En het moet heel vaak.'
Precies op dat moment nam Jamal een iets te krappe bocht. Onder luid gekraak brak onze grote sterke bumper de hoek van een huisje in stukken. Wij reden ongedeerd verder, maar een huisje zonder hoek – dat blijft niet staan. In onze achteruitkijkspiegels zagen we hoe het huisje langzaam maar zeker scheef overhelde en instortte.
'Zouden er geen mensen in dat huisje zitten?' vroeg ik me bezorgd af.
'Nee, natuurlijk zitten daar geen mensen in,' antwoordde Michael. 'Ze liggen erin. Ze slapen, het is midden in de nacht.'
'Maar... Dan krijgen ze het dak op hun hoofd!'
'Ach,' zei Michael, 'dat dak, dat weegt zo goed als niks. Geen probleem. Golfplaten huisjes hebben niet alleen maar nadelen, hoor. Je moet rekenen: er zijn hier vaak aardbevingen en zo, dus die huisjes zijn min of meer gemaakt om in te storten zonder de inwoners te verwonden.'
'Hoe weet jij dat allemaal?' vroeg Kwetter.
'Ik weet het helemaal niet,' zei Michael. 'Maar ik hoop het wel heel erg.'
'Juist,' zei mama vastberaden. 'Ik ben hier de enige met een rijbewijs, dus...' Ze leunde tussen de twee voorstoelen door en nam het stuur van Jamal over.
Tenminste, dat was haar bedoeling.
Maar Jamal dacht er heel anders over. Jamal vond sturen leuk; hij had dat altijd al eens willen doen en nu hij eindelijk de kans kreeg, liet hij zich niet tegenhouden. Zelfs niet door een internationale terroristische superster.
Nu hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen wat er met een auto gebeurt wanneer er twee mensen vechten om het stuur.
We scheurden door de wijk als een bal in een flipperkast, stuiterend van het ene obstakel naar het andere. Als de beste chauffeur ter wereld het stuur had genomen, en geprobeerd had zoveel mogelijk schade aan te richten, had hij niet méér huisjes kunnen raken dan mama en Jamal. En ieder huisje dat we raakten, donderde krakend of kletterend omver. We lieten een breed en volkomen onvoorspelbaar spoor van vernietiging achter ons, op weg naar...
Eh...
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vroeg ik.
'Geen idee,' zei Michael. 'Volgens mij gaan we niet echt ergens heen. We gaan ergens vandaan. Van het hoofdkwartier van het ZMB, namelijk. Jamal helpt ons ontsnappen, begrijp je wel?'
Ik schudde mijn hoofd. 'Ik weet het niet, hoor, maar als je ontsnapt probeer je toch meestal om geen sporen achter te laten? Ik bedoel: als Dogger en de Moeflon ons willen vinden, hoeven ze alleen maar de omgevallen huisjes te volgen.'
Op dat moment reden we een soort waterpomp aan gruzelementen. Een fraaie fontein klaterde achter ons op het wegdek.
'Volgens mij is wij geeneens aan het ontsnappen,' zei Kwetter zuur. 'Volgens mij vindt Jamal het gewoon leuk om in de auto te rijden.'
Dat laatste was in ieder geval waar. Joelend van de pret ramde Jamal een bushokje in puin.
'Hoe komen jullie eigenlijk aan deze wagen?' vroeg ik.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Zo gaat het de hele tijd,' zei Michael. 'Gelukkig is dit een hele stevige auto. En de gebouwen hier in de buurt zijn heel erg gammel. Huizen van golfplaat, daar rijd je dwars door heen als het moet. En het moet heel vaak.'
Precies op dat moment nam Jamal een iets te krappe bocht. Onder luid gekraak brak onze grote sterke bumper de hoek van een huisje in stukken. Wij reden ongedeerd verder, maar een huisje zonder hoek – dat blijft niet staan. In onze achteruitkijkspiegels zagen we hoe het huisje langzaam maar zeker scheef overhelde en instortte.
'Zouden er geen mensen in dat huisje zitten?' vroeg ik me bezorgd af.
'Nee, natuurlijk zitten daar geen mensen in,' antwoordde Michael. 'Ze liggen erin. Ze slapen, het is midden in de nacht.'
'Maar... Dan krijgen ze het dak op hun hoofd!'
'Ach,' zei Michael, 'dat dak, dat weegt zo goed als niks. Geen probleem. Golfplaten huisjes hebben niet alleen maar nadelen, hoor. Je moet rekenen: er zijn hier vaak aardbevingen en zo, dus die huisjes zijn min of meer gemaakt om in te storten zonder de inwoners te verwonden.'
'Hoe weet jij dat allemaal?' vroeg Kwetter.
'Ik weet het helemaal niet,' zei Michael. 'Maar ik hoop het wel heel erg.'
'Juist,' zei mama vastberaden. 'Ik ben hier de enige met een rijbewijs, dus...' Ze leunde tussen de twee voorstoelen door en nam het stuur van Jamal over.
Tenminste, dat was haar bedoeling.
Maar Jamal dacht er heel anders over. Jamal vond sturen leuk; hij had dat altijd al eens willen doen en nu hij eindelijk de kans kreeg, liet hij zich niet tegenhouden. Zelfs niet door een internationale terroristische superster.
Nu hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen wat er met een auto gebeurt wanneer er twee mensen vechten om het stuur.
We scheurden door de wijk als een bal in een flipperkast, stuiterend van het ene obstakel naar het andere. Als de beste chauffeur ter wereld het stuur had genomen, en geprobeerd had zoveel mogelijk schade aan te richten, had hij niet méér huisjes kunnen raken dan mama en Jamal. En ieder huisje dat we raakten, donderde krakend of kletterend omver. We lieten een breed en volkomen onvoorspelbaar spoor van vernietiging achter ons, op weg naar...
Eh...
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vroeg ik.
'Geen idee,' zei Michael. 'Volgens mij gaan we niet echt ergens heen. We gaan ergens vandaan. Van het hoofdkwartier van het ZMB, namelijk. Jamal helpt ons ontsnappen, begrijp je wel?'
Ik schudde mijn hoofd. 'Ik weet het niet, hoor, maar als je ontsnapt probeer je toch meestal om geen sporen achter te laten? Ik bedoel: als Dogger en de Moeflon ons willen vinden, hoeven ze alleen maar de omgevallen huisjes te volgen.'
Op dat moment reden we een soort waterpomp aan gruzelementen. Een fraaie fontein klaterde achter ons op het wegdek.
'Volgens mij is wij geeneens aan het ontsnappen,' zei Kwetter zuur. 'Volgens mij vindt Jamal het gewoon leuk om in de auto te rijden.'
Dat laatste was in ieder geval waar. Joelend van de pret ramde Jamal een bushokje in puin.
'Hoe komen jullie eigenlijk aan deze wagen?' vroeg ik.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 27 augustus 2012
De laatste zaag
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Plotseling zag ik iets bewegen. In de modder aan mijn voeten. Het was heel klein, en ik kon niet goed zien wat het was, maar ik vermoedde dat het te maken had met de gillende houthakkers.
En ik had gelijk. Want een van de mannen die mijn arm vasthield, begon plotseling te gillen en te krijsen en op zijn benen te slaan. En al snel deden zijn kameraden hetzelfde.
Er krabbelde iets aan mijn been. Ik schok me dood, maar het bleef bij een beetje gekrabbel.
Ik voelde in de modder bij mijn voeten, en iets met scherpe tandjes beet vreselijk hard in mijn pink.
Gillend trok ik mijn hand uit de derrie.
Aan mijn pink bungelde een baby-alligatortje.
De eieren uit de kroko-creche waren uitgekomen.
Het beestje aan mijn pink vond het helemaal niet fijn dat ik hem uit de modder had getild, en met een ielig plonsje liet hij zich terugvallen.
Ik bloedde als een rund, en er werd weer aan mijn benen gekrabbeld, maar verder vielen de beestjes mij niet lastig. Ze kropen voornamelijk in de broekspijpen van de houthakkers. Ook meneer Dogger moest eraan geloven. En meneer Hakmaranman. Meneer Dogger viel gillend en spartelend op de grond.
Meneer Hakmaranman mepte panisch naar zijn benen. Dat had hij beter niet kunnen doen. Want zijn zaag-armen stonden nog aan.
En hup, daar ging zijn linkerbeen.
Met heel veel moeite wist de schurk zich staande te houden op zijn rechter.
Hij zwaaide met zijn armen om in evenwicht te blijven – Dogger had geluk dat hij op de grond lag, anders had zijn vriend hem dwars doormidden gehakt.
Nu bleek wat een bijzonder mens die Hakmaranman wel niet was. Ieder normaal mens zou meer dan genoeg hebben gehad aan zijn eigen problemen – pijn, bloedverlies, gebrek aan evenwicht – maar Hakmaranman had nog energie genoeg om zijn boosaardige blik naar mij te wenden.
'Jullie,' kreunde hij. 'Dit is allemaal jullie schuld!'
'Neeneenee,' zei ik haastig, 'dit is puur toeval, jullie kamp stond toevallig bij de krokocreche!'
Hakmaranman luisterde niet naar mij. Hij was geheel bevangen door wraakzucht en woede.Hij hief zijn beide zaagarmen in de lucht...
en uitgerekend op dat moment kwam de laatste maniakkenzaag, de zaag-die-nooit-uitging, die al die tijd bezig was geweest het dure meubilair van de luxe container in zaagsel te veranderen, de deur uit gescheurd. Recht op mij af.
Gelukkig stond Hakmaranman tussen ons in. 'Whaah!' deed Hakmaranman en hij viel op zijn rug. Want hij had geen poot meer om op te staan.
Daarna kwam de zaag op mij af.
Ik zag 'm komen. Zoals in films de meest dramatische dingen extra langzaam gebeuren, zo leek ook die zaag er wel een eeuwigheid over te doen voor hij bij mij was.
Het leek ook wel of hij steeds langzamer ging.
Op het laatst, vlak voordat hij mijn voet raakte, deed hij kuchekuchetsjoeoeggg en toen lag hij helemaal stil. Geen benzine meer.
Je kunt maar geluk hebben!
Toen hoorde ik, tussen het gegil van alle houthakkers, een stem die ik kende.
Papa!
'Aaaauw!' gilde hij. 'ze hebben me te pakken!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Plotseling zag ik iets bewegen. In de modder aan mijn voeten. Het was heel klein, en ik kon niet goed zien wat het was, maar ik vermoedde dat het te maken had met de gillende houthakkers.
En ik had gelijk. Want een van de mannen die mijn arm vasthield, begon plotseling te gillen en te krijsen en op zijn benen te slaan. En al snel deden zijn kameraden hetzelfde.
Er krabbelde iets aan mijn been. Ik schok me dood, maar het bleef bij een beetje gekrabbel.
Ik voelde in de modder bij mijn voeten, en iets met scherpe tandjes beet vreselijk hard in mijn pink.
Gillend trok ik mijn hand uit de derrie.
Aan mijn pink bungelde een baby-alligatortje.
De eieren uit de kroko-creche waren uitgekomen.
Het beestje aan mijn pink vond het helemaal niet fijn dat ik hem uit de modder had getild, en met een ielig plonsje liet hij zich terugvallen.
Ik bloedde als een rund, en er werd weer aan mijn benen gekrabbeld, maar verder vielen de beestjes mij niet lastig. Ze kropen voornamelijk in de broekspijpen van de houthakkers. Ook meneer Dogger moest eraan geloven. En meneer Hakmaranman. Meneer Dogger viel gillend en spartelend op de grond.
Meneer Hakmaranman mepte panisch naar zijn benen. Dat had hij beter niet kunnen doen. Want zijn zaag-armen stonden nog aan.
En hup, daar ging zijn linkerbeen.
Met heel veel moeite wist de schurk zich staande te houden op zijn rechter.
Hij zwaaide met zijn armen om in evenwicht te blijven – Dogger had geluk dat hij op de grond lag, anders had zijn vriend hem dwars doormidden gehakt.
Nu bleek wat een bijzonder mens die Hakmaranman wel niet was. Ieder normaal mens zou meer dan genoeg hebben gehad aan zijn eigen problemen – pijn, bloedverlies, gebrek aan evenwicht – maar Hakmaranman had nog energie genoeg om zijn boosaardige blik naar mij te wenden.
'Jullie,' kreunde hij. 'Dit is allemaal jullie schuld!'
'Neeneenee,' zei ik haastig, 'dit is puur toeval, jullie kamp stond toevallig bij de krokocreche!'
Hakmaranman luisterde niet naar mij. Hij was geheel bevangen door wraakzucht en woede.Hij hief zijn beide zaagarmen in de lucht...
en uitgerekend op dat moment kwam de laatste maniakkenzaag, de zaag-die-nooit-uitging, die al die tijd bezig was geweest het dure meubilair van de luxe container in zaagsel te veranderen, de deur uit gescheurd. Recht op mij af.
Gelukkig stond Hakmaranman tussen ons in. 'Whaah!' deed Hakmaranman en hij viel op zijn rug. Want hij had geen poot meer om op te staan.
Daarna kwam de zaag op mij af.
Ik zag 'm komen. Zoals in films de meest dramatische dingen extra langzaam gebeuren, zo leek ook die zaag er wel een eeuwigheid over te doen voor hij bij mij was.
Het leek ook wel of hij steeds langzamer ging.
Op het laatst, vlak voordat hij mijn voet raakte, deed hij kuchekuchetsjoeoeggg en toen lag hij helemaal stil. Geen benzine meer.
Je kunt maar geluk hebben!
Toen hoorde ik, tussen het gegil van alle houthakkers, een stem die ik kende.
Papa!
'Aaaauw!' gilde hij. 'ze hebben me te pakken!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)