Vandaag geen aflevering van Donderkat.
Thijs is ziek.
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
vrijdag 15 november 2013
woensdag 13 november 2013
De terugkeer van het duistere vuur
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Intussen sprak Leeghwater zijn matrozen toe: 'Mannen! Jullie vragen je misschien af waarom ik onze hele lading in zee gooi. Welnu, dat was om jullie te waarschuwen. Een beruchte terrorist, de Donderkat, heeft een grote bom geplaatst in de afdeling Gevonden Voorwerpen. Zij wil ons prachtige schip opblazen. Maar jullie, de matrozen, wil ze laten gaan. Dus jullie mogen van haar allemaal in een reddingsboot stappen.'
'We hebben heel geen reddingsboten,' riep een matroos.
'Dat dacht ik ook,' zei Leeghwater. 'Maar de Donderkat wees mij erop dat er meer dan genoeg reddingsboten lagen in de afdeling Gevonden Voorwerpen. Die zouden jullie kunnen gebruiken.
Dat zouden jullie kunnen doen... Maar dat gaan jullie niet doen. Oh nee. Jullie gaan iets heel anders doen. Jullie gaan de Donderkat grijpen. Daar! Daar staat ze, daar achteraan! Samen met haar dochter! Grijp ze!'
'Rennen, mama!' riep ik.
'Rennen?' antwoordde mama kalm. 'Dat is een goed idee, lieverd, en ik zou het heel graag doen. Maar ik doe het niet. Want het gaat al niet meer. Omdat vijf grote matrozen mij hebben vastgepakt. Zie je?'
Ja, ik zag het. Tien grote sterke matrozenhanden tilden mama van de grond.
Ik zag het niet alleen, ik voelde het ook. Maar dat kwam omdat tien grote sterke matrozenhanden ook mij vastgrepen en van de grond af tilden.
We werden naar kapitein Leegwater gebracht.
Die stond ons handenwrijvend op te wachten. In zijn ogen was het duistere vuur weer helemaal terug.
'Kapitein,' zei mama, 'ik eis een verklaring. We hadden een afspraak.'
'Mevrouw,' antwoordde de kapitein, 'u was zo dom om een afspraak te maken met een gevaarlijke gek. En die tellen niet.'
'U bént helemaal geen gevaarlijke gek,' zei mama streng.
'Oh jawel,' sprak de kapitein met raspende stem. 'Ik ben een gevaarlijke gek die doet of hij normaal is. En dat zijn de gevaarlijkste! Mwoehahaha!'
'Maar...' piepte ik, 'heel dat zielige verhaal over uw schulden, en dat u steeds grotere boten moest kopen en daardoor steeds meer schulden maakte... was dat dan helemaal verzonnen?'
'Nee hoor,' giechelde de kapitein. 'Dat was de waarheid. De zuivere waarheid, van A tot Z. Zielig voor mij, he? Zó zielig dat je er gek van zou kunnen worden. En dat heb ik gedaan. En hoe! Ik ben volkomen van het pad af. Rijp voor het huisje. In het begin deed ik alleen maar alsof. Maar alle werkelijk grote toneelspelers vergeten vroeg of laat het verschil tussen toneelspel en werkelijkheid.'
'Echt waar?' Mama haalde haar wenkbrauwen op. 'Ik dacht dat alleen amateurs overkwam.'
Leeghwater leek op te zwellen tot hij twee keer zo groot was. 'Wat?' brieste hij. 'Amateur? Noemt u mij een amateur, mevrouw?'
'Nou en of. Een prutser van jewelste, dat bent u. U zou aan de greep van Dogger kunnen ontsnappen, maar u doet het niet. Omdat u zo nodig moet doen of u gek bent. Uw rol gaat met u op de loop, en dat loopt altijd slecht af.'
Leeghwater zette grote ogen op, alsof hij verbaasd was en verdrietig tegelijk. 'Had ik kunnen ontsnappen?' vroeg hij met trillende stem. 'Maar doe ik het niet?' Even leek het of hij in tranen uit zou barsten. Toen brandde het duistere vuur weer los en hij bulderde: 'Mwoehahaha! Niets weet u, niets! Ik zal ontsnappen. Kijk maar!'
Zijn wijsvinger wees priemend naar de grijze hemel.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Intussen sprak Leeghwater zijn matrozen toe: 'Mannen! Jullie vragen je misschien af waarom ik onze hele lading in zee gooi. Welnu, dat was om jullie te waarschuwen. Een beruchte terrorist, de Donderkat, heeft een grote bom geplaatst in de afdeling Gevonden Voorwerpen. Zij wil ons prachtige schip opblazen. Maar jullie, de matrozen, wil ze laten gaan. Dus jullie mogen van haar allemaal in een reddingsboot stappen.'
'We hebben heel geen reddingsboten,' riep een matroos.
'Dat dacht ik ook,' zei Leeghwater. 'Maar de Donderkat wees mij erop dat er meer dan genoeg reddingsboten lagen in de afdeling Gevonden Voorwerpen. Die zouden jullie kunnen gebruiken.
Dat zouden jullie kunnen doen... Maar dat gaan jullie niet doen. Oh nee. Jullie gaan iets heel anders doen. Jullie gaan de Donderkat grijpen. Daar! Daar staat ze, daar achteraan! Samen met haar dochter! Grijp ze!'
'Rennen, mama!' riep ik.
'Rennen?' antwoordde mama kalm. 'Dat is een goed idee, lieverd, en ik zou het heel graag doen. Maar ik doe het niet. Want het gaat al niet meer. Omdat vijf grote matrozen mij hebben vastgepakt. Zie je?'
Ja, ik zag het. Tien grote sterke matrozenhanden tilden mama van de grond.
Ik zag het niet alleen, ik voelde het ook. Maar dat kwam omdat tien grote sterke matrozenhanden ook mij vastgrepen en van de grond af tilden.
We werden naar kapitein Leegwater gebracht.
Die stond ons handenwrijvend op te wachten. In zijn ogen was het duistere vuur weer helemaal terug.
'Kapitein,' zei mama, 'ik eis een verklaring. We hadden een afspraak.'
'Mevrouw,' antwoordde de kapitein, 'u was zo dom om een afspraak te maken met een gevaarlijke gek. En die tellen niet.'
'U bént helemaal geen gevaarlijke gek,' zei mama streng.
'Oh jawel,' sprak de kapitein met raspende stem. 'Ik ben een gevaarlijke gek die doet of hij normaal is. En dat zijn de gevaarlijkste! Mwoehahaha!'
'Maar...' piepte ik, 'heel dat zielige verhaal over uw schulden, en dat u steeds grotere boten moest kopen en daardoor steeds meer schulden maakte... was dat dan helemaal verzonnen?'
'Nee hoor,' giechelde de kapitein. 'Dat was de waarheid. De zuivere waarheid, van A tot Z. Zielig voor mij, he? Zó zielig dat je er gek van zou kunnen worden. En dat heb ik gedaan. En hoe! Ik ben volkomen van het pad af. Rijp voor het huisje. In het begin deed ik alleen maar alsof. Maar alle werkelijk grote toneelspelers vergeten vroeg of laat het verschil tussen toneelspel en werkelijkheid.'
'Echt waar?' Mama haalde haar wenkbrauwen op. 'Ik dacht dat alleen amateurs overkwam.'
Leeghwater leek op te zwellen tot hij twee keer zo groot was. 'Wat?' brieste hij. 'Amateur? Noemt u mij een amateur, mevrouw?'
'Nou en of. Een prutser van jewelste, dat bent u. U zou aan de greep van Dogger kunnen ontsnappen, maar u doet het niet. Omdat u zo nodig moet doen of u gek bent. Uw rol gaat met u op de loop, en dat loopt altijd slecht af.'
Leeghwater zette grote ogen op, alsof hij verbaasd was en verdrietig tegelijk. 'Had ik kunnen ontsnappen?' vroeg hij met trillende stem. 'Maar doe ik het niet?' Even leek het of hij in tranen uit zou barsten. Toen brandde het duistere vuur weer los en hij bulderde: 'Mwoehahaha! Niets weet u, niets! Ik zal ontsnappen. Kijk maar!'
Zijn wijsvinger wees priemend naar de grijze hemel.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 11 november 2013
Slecht nieuws omtrent Kwetter
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ze prutste nog even aan de bom en daarna gingen we terug naar kapitein Leeghwater. En wij waren de enigen niet. In de verte zagen we een groepje matrozen, dat over het dek holde in de richting van de kapiteinshut.
Al snel zagen we een tweede groepje, en hier en daar liep een eenzame matroos, of een tweetal, en ze gingen allemaal dezelfde kant op.
Het werd een hele menigte, maar hoe ik ook tuurde en zocht, nergens zag ik een glimpsje oranje.
Geen Kwetter.
Wel zag ik de vier mannen van de afdeling Reparatie: Jan, Joris, Korneel en die ene waarvan ik de naam niet wist. Korneel hinkte een beetje en hij had een bloedneus. Waarschijnlijk, bedacht ik, had hij geprobeerd om Kwetter te achtervolgen en daarbij geprobeerd om ergens overheen te springen. Wat niet gelukt was, natuurlijk, want niemand kan zulke sprongen maken als Kwetter.
Even later zagen we nog iemand van Reparatie: de man die ons in de vleeshakker had willen duwen, en die een dik pak bankbiljetten van mama gekregen had. Hij gaf ons een dikke knipoog en legde zijn vinger tegen zijn lippen.
Toen we bij Leeghwater's huis aankwamen stond er een menigte van honderden matrozen voor de deur. Leeghwater zelf stond op een balkon op de eerste verdieping en rookte een pijp.
'Wat is er aan de hand?' schreeuwden de matrozen. 'Waarom gooien we alle lading overboord? Het heeft ons maanden gekost om dat allemaal bij elkaar te vissen!'
De kapitein glimlachte minzaam en rookte zijn pijp.
'Zijn we er allemaal?' vroeg hij. 'Want ik heb geen zin om het twéé keer uit te leggen.'
'We zijn er niet allemaal,' fluisterde ik tegen mama. 'Waar is Kwetter? Ik hoop maar dat je een slim plan hebt om haar van de boot af te krijgen, voordat we de boel opblazen.'
'Wat!?' riep mama ontzet. 'Ik, een slim plan? Hoe durf je het te vragen! Jij zou de plannen maken, en ik zou de bommen maken. En dan kom je me nu opeens vertellen dat je het allerbelangrijkste vergeten bent.'
Ik kon wel huilen, toen mama dat zei.
'We moeten snel iets verzinnen,' zei ik. 'Je mag de boel pas opblazen als Kwetter veilig is, hoor!'
Mama keek alsof ze opeens heel erg misselijk was.
'Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, lieve schat,' zei ze. 'Jij denkt misschien: oh, geen probleem, we duwen het knopje van de afstandsbediening pas in als we Kwetter gevonden hebben.
Maar dan heb ik slecht nieuws voor je, vrees ik. Deze bom heeft geen afstandsbediening. Hij heeft een tijdschakelaar. Over twee uur ontploft hij, en zelfs ik kan dat niet meer tegenhouden.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ze prutste nog even aan de bom en daarna gingen we terug naar kapitein Leeghwater. En wij waren de enigen niet. In de verte zagen we een groepje matrozen, dat over het dek holde in de richting van de kapiteinshut.
Al snel zagen we een tweede groepje, en hier en daar liep een eenzame matroos, of een tweetal, en ze gingen allemaal dezelfde kant op.
Het werd een hele menigte, maar hoe ik ook tuurde en zocht, nergens zag ik een glimpsje oranje.
Geen Kwetter.
Wel zag ik de vier mannen van de afdeling Reparatie: Jan, Joris, Korneel en die ene waarvan ik de naam niet wist. Korneel hinkte een beetje en hij had een bloedneus. Waarschijnlijk, bedacht ik, had hij geprobeerd om Kwetter te achtervolgen en daarbij geprobeerd om ergens overheen te springen. Wat niet gelukt was, natuurlijk, want niemand kan zulke sprongen maken als Kwetter.
Even later zagen we nog iemand van Reparatie: de man die ons in de vleeshakker had willen duwen, en die een dik pak bankbiljetten van mama gekregen had. Hij gaf ons een dikke knipoog en legde zijn vinger tegen zijn lippen.
Toen we bij Leeghwater's huis aankwamen stond er een menigte van honderden matrozen voor de deur. Leeghwater zelf stond op een balkon op de eerste verdieping en rookte een pijp.
'Wat is er aan de hand?' schreeuwden de matrozen. 'Waarom gooien we alle lading overboord? Het heeft ons maanden gekost om dat allemaal bij elkaar te vissen!'
De kapitein glimlachte minzaam en rookte zijn pijp.
'Zijn we er allemaal?' vroeg hij. 'Want ik heb geen zin om het twéé keer uit te leggen.'
'We zijn er niet allemaal,' fluisterde ik tegen mama. 'Waar is Kwetter? Ik hoop maar dat je een slim plan hebt om haar van de boot af te krijgen, voordat we de boel opblazen.'
'Wat!?' riep mama ontzet. 'Ik, een slim plan? Hoe durf je het te vragen! Jij zou de plannen maken, en ik zou de bommen maken. En dan kom je me nu opeens vertellen dat je het allerbelangrijkste vergeten bent.'
Ik kon wel huilen, toen mama dat zei.
'We moeten snel iets verzinnen,' zei ik. 'Je mag de boel pas opblazen als Kwetter veilig is, hoor!'
Mama keek alsof ze opeens heel erg misselijk was.
'Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, lieve schat,' zei ze. 'Jij denkt misschien: oh, geen probleem, we duwen het knopje van de afstandsbediening pas in als we Kwetter gevonden hebben.
Maar dan heb ik slecht nieuws voor je, vrees ik. Deze bom heeft geen afstandsbediening. Hij heeft een tijdschakelaar. Over twee uur ontploft hij, en zelfs ik kan dat niet meer tegenhouden.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 8 november 2013
Mama lacht om ruimtefilms
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Leeghwater ging terug naar zijn hut om op het knopje te drukken, en ik bleef bij mama. Misschien had ze hulp nodig met iets.
'Kan ik iets doen?' vroeg ik.
'Nee lieverd, dit doet mama even zelf. Ten eerste mogen kleine meisjes niet met zeemijnen spelen, dat is veel te gevaarlijk, en ten tweede vind ik het zelf gewoon veel te leuk.'
Ik ging zitten op een oude reddingsboot en keek hoe mama haar bom in mekaar knutselde.
Ze had een hele grote kneedbom gemaakt, die ze nu weer verdeelde in een stuk of twintig kleinere plofklontjes. Ieder klontje werd aan een mijn vastgeplakt en daarna haalde mama een kluwen elektriciteitsdraad tevoorschijn. Ze verdeelde de draad in twintig stukken die precies even lang waren – dat was heel belangrijk, vertelde ze. 'Want als alle mijnen precies tegelijk ontploffen krijg je één gigantisch grote knal, en anders krijg je twintig kleintjes. Nou ja, kleintjes – stuk voor stuk nog groot genoeg om een oorlogsfregat tot zinken te brengen, natuurlijk. Maar toch.'
'En een grote is beter?' vroeg ik. Mama weet alles over de diktes van staal, en hoe hard de knal moet zijn om een boot van vijf centimeter dik staal op te blazen, of tien, of zeveneneenhalf. Normaal heb ik niet zoveel zin in haar wetenschappelijke praatjes, maar nu zat ik me een beetje te vervelen dus ik dacht: kom maar op met je staal-moleculen en je ontploffings-kracht.
Mama keek me aan alsof ik heel dom was en zei, alsof ze het tegen een kleuter had: 'Beter? Een grote is mooier.' Hoofdschuddend ging ze verder met haar werk.
Na een kwartiertje kwam ze naast me zitten en keek naar de hijskranen.
'Ik hoop maar dat die Leeghwater een beetje opschiet,' zei ze. Ze wreef vergenoegd in haar handen. 'Dit wordt de grootste knal die ik ooit gemaakt heb.'
'Nou...' zei ik. 'Weet je nog die keer dat we honderdvijftig bommen tegelijk lieten afgaan?'
'Honderdtweeënzestig,' verbeterde mama. 'Nou en of ik dat nog weet. Dat was ook heel mooi, maar die lagen verspreid over het hele land. Dit zijn er maar twintig, maar die liggen op een stapel. Zo veel op één plek, en precies tegelijk – dat is iets unieks, hoor. Die kans krijg je maar één keer. Ik hoop maar dat er genoeg zuurstof is...'
'Zuurstof?'
'Frisse lucht. Je kunt geen ontploffing hebben zonder frisse lucht Daarom moet ik ook altijd zo lachen om ruimtefilms. In de ruimte is geen lucht, snap je? Geen zuurstof. Dus er kan ook niks ontploffen. Maar in bijna iedere ruimtefilm is het van piew-piew met de laserstraal en dan boem daar gaat de slechterik. Dat kan dus niet. Daar is ook een hele wetenschappelijke reden voor...'
Zo kreeg ik toch nog mijn wetenschappelijke verhandeling.
Ik had er al na twintig seconden spijt van, maar mama hield pas op toen de hijskranen in de grote hal in beweging kwamen om de eerste reddingsboten naar buiten te takelen.
'Het gaat beginnen, lieve meid!' riep mama enthousiast.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Leeghwater ging terug naar zijn hut om op het knopje te drukken, en ik bleef bij mama. Misschien had ze hulp nodig met iets.
'Kan ik iets doen?' vroeg ik.
'Nee lieverd, dit doet mama even zelf. Ten eerste mogen kleine meisjes niet met zeemijnen spelen, dat is veel te gevaarlijk, en ten tweede vind ik het zelf gewoon veel te leuk.'
Ik ging zitten op een oude reddingsboot en keek hoe mama haar bom in mekaar knutselde.
Ze had een hele grote kneedbom gemaakt, die ze nu weer verdeelde in een stuk of twintig kleinere plofklontjes. Ieder klontje werd aan een mijn vastgeplakt en daarna haalde mama een kluwen elektriciteitsdraad tevoorschijn. Ze verdeelde de draad in twintig stukken die precies even lang waren – dat was heel belangrijk, vertelde ze. 'Want als alle mijnen precies tegelijk ontploffen krijg je één gigantisch grote knal, en anders krijg je twintig kleintjes. Nou ja, kleintjes – stuk voor stuk nog groot genoeg om een oorlogsfregat tot zinken te brengen, natuurlijk. Maar toch.'
'En een grote is beter?' vroeg ik. Mama weet alles over de diktes van staal, en hoe hard de knal moet zijn om een boot van vijf centimeter dik staal op te blazen, of tien, of zeveneneenhalf. Normaal heb ik niet zoveel zin in haar wetenschappelijke praatjes, maar nu zat ik me een beetje te vervelen dus ik dacht: kom maar op met je staal-moleculen en je ontploffings-kracht.
Mama keek me aan alsof ik heel dom was en zei, alsof ze het tegen een kleuter had: 'Beter? Een grote is mooier.' Hoofdschuddend ging ze verder met haar werk.
Na een kwartiertje kwam ze naast me zitten en keek naar de hijskranen.
'Ik hoop maar dat die Leeghwater een beetje opschiet,' zei ze. Ze wreef vergenoegd in haar handen. 'Dit wordt de grootste knal die ik ooit gemaakt heb.'
'Nou...' zei ik. 'Weet je nog die keer dat we honderdvijftig bommen tegelijk lieten afgaan?'
'Honderdtweeënzestig,' verbeterde mama. 'Nou en of ik dat nog weet. Dat was ook heel mooi, maar die lagen verspreid over het hele land. Dit zijn er maar twintig, maar die liggen op een stapel. Zo veel op één plek, en precies tegelijk – dat is iets unieks, hoor. Die kans krijg je maar één keer. Ik hoop maar dat er genoeg zuurstof is...'
'Zuurstof?'
'Frisse lucht. Je kunt geen ontploffing hebben zonder frisse lucht Daarom moet ik ook altijd zo lachen om ruimtefilms. In de ruimte is geen lucht, snap je? Geen zuurstof. Dus er kan ook niks ontploffen. Maar in bijna iedere ruimtefilm is het van piew-piew met de laserstraal en dan boem daar gaat de slechterik. Dat kan dus niet. Daar is ook een hele wetenschappelijke reden voor...'
Zo kreeg ik toch nog mijn wetenschappelijke verhandeling.
Ik had er al na twintig seconden spijt van, maar mama hield pas op toen de hijskranen in de grote hal in beweging kwamen om de eerste reddingsboten naar buiten te takelen.
'Het gaat beginnen, lieve meid!' riep mama enthousiast.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 6 november 2013
Dat is geen probleem, dat is een oplossing!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Reddingsboten?' riep ik ongelovig. 'En u zei dat u die niet had!'
Schaapachtig keek de kapitein naar de huizenhoge stapel reddingsboten in het midden van de hal. 'Vergeten,' mompelde hij. 'Deze zijn voor de verkoop, niet voor de heb. Vandaar.'
'Nou ja,' zei mama. 'Het zal in elk geval ons plan een stuk simpeler maken. Er hoeven geen mannen in vrachtvliegtuigen te worden geladen. Alleen... hoe krijgen we die reddingsboten aan dek? En de Tsaar Peter, hoe krijgen we die van boord? '
De kapitein keek moeilijk. 'Er zijn wel hijskranen, natuurlijk, maar ik weet niet precies hoe die werken.'
'Tja,' zei mama, 'hijskranen, daar ben ik ook geen held in.'
'Ik dacht dat alles hier automatisch ging,' mopperde ik.
Peinzend keek de kapitein mij aan. 'Daar zeg je zo wat. Het kán automatisch, natuurlijk... Er is een knopje in de kapiteinshut, het knopje 'uitladen', en als ik daarop druk begint het schip automatisch alle lading overboord te zetten. 't Is eigenlijk bedoeld voor als je in de haven bent, maar het zou op volle zee net zo goed moeten werken. Maar het zou zonde zijn om...'
'Om wat?' vroeg ik.
'Als ik op dat knopje druk, legde de kapitein uit, 'dan gaat ook echt álle lading overboord. Dus ook de honderdduizend kilo vis die we gevangen hebben, en alle mjamburgers... Dat is allemaal goed eten, hoor, zonde om weg te gooien. Zo ben ik niet opgevoed.'
'Beste kapitein Leeghwater,' zuchtte mama, 'ik besef wel dat u geen expert bent in ontploffingen en dergelijke. Maar kom op, zeg. Wat dacht u dat er met al die visjes en mjamburgertjes zou gebeuren als we de hele boot opbliezen?'
De kapitein trok een nogal suf 'oh ja'- gezicht. Hij dacht even na en zei toen: 'Maar er is nog een ander probleem. En dat is écht een probleem. Als we gaan uitladen op volle zee, dan zullen de matrozen dat onmiddellijk merken. Dus dan gaan ze uitzoeken wat er aan de hand is. Dan komen ze met z'n allen naar de kapiteinshut. Het wordt lastig om dan nog te ontsnappen!'
Daar moest ik behoorlijk hard om lachen. 'Dat is geen probleem, dat is een oplossing! We hadden geen manier om de matrozen te waarschuwen, weet u nog? Geen radio, geen alarm... Haha! Wie heeft er een alarm nodig, als je ook een knopje 'uitladen' hebt?'
'Jjjjjja...' zei Leeghwater aarzelend.
'Lieve schat,' straalde mama, 'dat heb je heel slim bedacht. Je lijkt meer op je vader dan op mij, maar sóms kun je verrassend slim uit de hoek komen. Niet dat je vader dom is, hoor, hij is ook best slim, maar dan... ánders. Ik zou zeggen, kapitein: aan de slag! Ik ga eens lekker met die zeemijnen spelen!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Reddingsboten?' riep ik ongelovig. 'En u zei dat u die niet had!'
Schaapachtig keek de kapitein naar de huizenhoge stapel reddingsboten in het midden van de hal. 'Vergeten,' mompelde hij. 'Deze zijn voor de verkoop, niet voor de heb. Vandaar.'
'Nou ja,' zei mama. 'Het zal in elk geval ons plan een stuk simpeler maken. Er hoeven geen mannen in vrachtvliegtuigen te worden geladen. Alleen... hoe krijgen we die reddingsboten aan dek? En de Tsaar Peter, hoe krijgen we die van boord? '
De kapitein keek moeilijk. 'Er zijn wel hijskranen, natuurlijk, maar ik weet niet precies hoe die werken.'
'Tja,' zei mama, 'hijskranen, daar ben ik ook geen held in.'
'Ik dacht dat alles hier automatisch ging,' mopperde ik.
Peinzend keek de kapitein mij aan. 'Daar zeg je zo wat. Het kán automatisch, natuurlijk... Er is een knopje in de kapiteinshut, het knopje 'uitladen', en als ik daarop druk begint het schip automatisch alle lading overboord te zetten. 't Is eigenlijk bedoeld voor als je in de haven bent, maar het zou op volle zee net zo goed moeten werken. Maar het zou zonde zijn om...'
'Om wat?' vroeg ik.
'Als ik op dat knopje druk, legde de kapitein uit, 'dan gaat ook echt álle lading overboord. Dus ook de honderdduizend kilo vis die we gevangen hebben, en alle mjamburgers... Dat is allemaal goed eten, hoor, zonde om weg te gooien. Zo ben ik niet opgevoed.'
'Beste kapitein Leeghwater,' zuchtte mama, 'ik besef wel dat u geen expert bent in ontploffingen en dergelijke. Maar kom op, zeg. Wat dacht u dat er met al die visjes en mjamburgertjes zou gebeuren als we de hele boot opbliezen?'
De kapitein trok een nogal suf 'oh ja'- gezicht. Hij dacht even na en zei toen: 'Maar er is nog een ander probleem. En dat is écht een probleem. Als we gaan uitladen op volle zee, dan zullen de matrozen dat onmiddellijk merken. Dus dan gaan ze uitzoeken wat er aan de hand is. Dan komen ze met z'n allen naar de kapiteinshut. Het wordt lastig om dan nog te ontsnappen!'
Daar moest ik behoorlijk hard om lachen. 'Dat is geen probleem, dat is een oplossing! We hadden geen manier om de matrozen te waarschuwen, weet u nog? Geen radio, geen alarm... Haha! Wie heeft er een alarm nodig, als je ook een knopje 'uitladen' hebt?'
'Jjjjjja...' zei Leeghwater aarzelend.
'Lieve schat,' straalde mama, 'dat heb je heel slim bedacht. Je lijkt meer op je vader dan op mij, maar sóms kun je verrassend slim uit de hoek komen. Niet dat je vader dom is, hoor, hij is ook best slim, maar dan... ánders. Ik zou zeggen, kapitein: aan de slag! Ik ga eens lekker met die zeemijnen spelen!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 4 november 2013
De Dienst Onderhoud is opgeheven
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We moesten wel drie uur oefenen voordat Leeghwater tevreden was. Eerst moesten we ademhalings-oefeningen doen, daarna moesten we spelen dat we konijntjes waren, daarna dat we gebakken eieren waren, daarna moesten we op de grond gaan liggen met onze ogen dicht en denken aan de ergste pijn die we ooit gehad hadden, en weet ik veel wat me nog meer moesten doen.
Ik vond het allemaal wel grappig, maar mama vond het verschrikkelijk.
Uiteindelijk was de kapitein tevreden, en we strompelden kreunend achter hem aan naar de hal met gevonden voorwerpen. Dat was een klein half uurtje lopen, volgens de kapitein, maar het werd een nogal groot half uurtje want als je strompelt ga je minder snel.
Onderweg keek ik goed om me heen.
Het schip zag er verlaten en troosteloos uit.
Het hele schip was zwart geverfd, om te beginnen, en dan nog niet eens glanzend zwart. Een dof, verweerd zwart was het, als een zwart t-shirt dat net een keer te vaak gewassen is. De lucht was grijs en somber en daar werd het allemaal ook niet gezelliger van. Een regen zo fijn als nevel trok in vlagen over het dek.
Af en toe zagen we in de verte een matroos die haastig over het dek ging, met zijn schouders hoog opgetrokken en zijn hoofd gebogen. Nooit waren er eens twéé matrozen, of drie, die gezellig met elkaar liepen te kletsen.
'Alles aan boord gaat zoveel mogelijk automatisch,' legde de kapitein uit. 'Machines zijn duur, maar matrozen zijn duurder. Ik heb alleen matrozen nodig om de machines te bedienen.'
'En te onderhouden,' zei mama. 'Aan de dienst Onderhoud heb ik geen goede herinneringen.'
'De dienst Reparatie, bedoel je,' verbeterde Leeghwater haar. 'Ik mag het geen Onderhoud noemen. Dat staat ergens in het contract als je die machines koopt, in hele kleine lettertjes. Heeft geloof ik te maken met de reclame die ze maken: Onze Machines Gaan Nooit Stuk, Uw Dienst Onderhoud Kunt U Wel Opheffen.'
'Dan staak zeker ook in het contract dat je een machine nooit 'stuk' mag noemen?'
'Klopt. Je moet zeggen: die machine draait niet op zijn optimale capaciteit. U heeft er kijk op, hoor.'
'Mijn man heeft bij een bank gewerkt.'
Terwijl mama met de kapitein babbelde, keek ik goed om me heen. Tussen het kreunen en strompelen door. Maar ik zag niet wat ik zocht. Nergens een glimpsje oranje.
De hal met gevonden voorwerpen was immens groot. Dat had ik ook wel verwacht. Er moest immers een hele onderzeeër in passen. Maar wat ik niet had verwacht, was dat de Tsaar Peter in een hoekje lag. Een hoek van de hal waar met grote letters 'Onderzeeërs' boven stond. Er lag er nog eentje naast, een kleinere.
In een andere hoek lagen zeemijnen (Mama's ogen begonnen te glanzen) en in weer een andere vissersbootjes. Er was een grote stapel containers, een kleine stapel schatkisten.
En in het midden van de hal...
'Dit méén je niet!' riep mama verontwaardigd.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We moesten wel drie uur oefenen voordat Leeghwater tevreden was. Eerst moesten we ademhalings-oefeningen doen, daarna moesten we spelen dat we konijntjes waren, daarna dat we gebakken eieren waren, daarna moesten we op de grond gaan liggen met onze ogen dicht en denken aan de ergste pijn die we ooit gehad hadden, en weet ik veel wat me nog meer moesten doen.
Ik vond het allemaal wel grappig, maar mama vond het verschrikkelijk.
Uiteindelijk was de kapitein tevreden, en we strompelden kreunend achter hem aan naar de hal met gevonden voorwerpen. Dat was een klein half uurtje lopen, volgens de kapitein, maar het werd een nogal groot half uurtje want als je strompelt ga je minder snel.
Onderweg keek ik goed om me heen.
Het schip zag er verlaten en troosteloos uit.
Het hele schip was zwart geverfd, om te beginnen, en dan nog niet eens glanzend zwart. Een dof, verweerd zwart was het, als een zwart t-shirt dat net een keer te vaak gewassen is. De lucht was grijs en somber en daar werd het allemaal ook niet gezelliger van. Een regen zo fijn als nevel trok in vlagen over het dek.
Af en toe zagen we in de verte een matroos die haastig over het dek ging, met zijn schouders hoog opgetrokken en zijn hoofd gebogen. Nooit waren er eens twéé matrozen, of drie, die gezellig met elkaar liepen te kletsen.
'Alles aan boord gaat zoveel mogelijk automatisch,' legde de kapitein uit. 'Machines zijn duur, maar matrozen zijn duurder. Ik heb alleen matrozen nodig om de machines te bedienen.'
'En te onderhouden,' zei mama. 'Aan de dienst Onderhoud heb ik geen goede herinneringen.'
'De dienst Reparatie, bedoel je,' verbeterde Leeghwater haar. 'Ik mag het geen Onderhoud noemen. Dat staat ergens in het contract als je die machines koopt, in hele kleine lettertjes. Heeft geloof ik te maken met de reclame die ze maken: Onze Machines Gaan Nooit Stuk, Uw Dienst Onderhoud Kunt U Wel Opheffen.'
'Dan staak zeker ook in het contract dat je een machine nooit 'stuk' mag noemen?'
'Klopt. Je moet zeggen: die machine draait niet op zijn optimale capaciteit. U heeft er kijk op, hoor.'
'Mijn man heeft bij een bank gewerkt.'
Terwijl mama met de kapitein babbelde, keek ik goed om me heen. Tussen het kreunen en strompelen door. Maar ik zag niet wat ik zocht. Nergens een glimpsje oranje.
De hal met gevonden voorwerpen was immens groot. Dat had ik ook wel verwacht. Er moest immers een hele onderzeeër in passen. Maar wat ik niet had verwacht, was dat de Tsaar Peter in een hoekje lag. Een hoek van de hal waar met grote letters 'Onderzeeërs' boven stond. Er lag er nog eentje naast, een kleinere.
In een andere hoek lagen zeemijnen (Mama's ogen begonnen te glanzen) en in weer een andere vissersbootjes. Er was een grote stapel containers, een kleine stapel schatkisten.
En in het midden van de hal...
'Dit méén je niet!' riep mama verontwaardigd.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 1 november 2013
Laat het uit je buik komen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ik zal jullie erheen brengen,' zei de kapitein. 'Maar zodra we buiten mijn hut komen, kunnen alle matrozen ons zien. Ze denken dat ik jullie al een hele dag aan het pijnigen ben. Als ze jullie dan zo fris als een hoentje zien rondwandelen, krijgen ze argwaan. Dus het zou mooi zijn als jullie een beetje konden strompelen en kreunen.'
'Moeten we niet een paar blauwe ogen schminken? En nep-bloed en zo?'
'Helemaal niet nodig. Als jullie gewoon doen alsof je pijn hebt, dan verzinnen zij de rest er wel bij. Het wordt daar zelfs enger van, want ze zullen denken: lieve help, onze kapitein heeft ze afschuwelijk mishandeld en je ziet het niet eens. Wat voor verfijnde martelingen heeft die man bedacht? Met koffiekopjes en lucifers en walvisvet?
Laat ze dat maar denken! Laat hun fantasie het werk maar doen! Laat ze maar tegen elkaar mompelen en fluisteren, zodat ze samen steeds ergere dingen verzinnen en elkaar helemaal gek maken van angst. Laat ze buikpijn krijgen als ze me zien! Elke avond huilend in slaap vallen! Of beter nog: laat ze niet meer naar bed durven, omdat ze vrezen voor de nachtmerries die ze zullen krijgen over hun verschrikkelijke kapitein en de onvoorstelbare gruwelen die hij hen aan kan doen...'
'Kapitein Leeghwater,' onderbrak mama hem, 'bewaart u alstublieft uw kalmte. En pak een zakdoek; er zit een beetje spuug in uw baard.'
Dat was waar, behalve dan dat het beduidend meer was dan een béétje. Bovendien was in zijn ogen weer even een schittering van het duistere vuur te zien.
'Mama,' fluister ik terwijl de kapitein zijn baard droog veegt, 'weet je echt heel zeker dat deze meneer geen maniak is?'
Mama peinst even en fluistert achter haar hand: 'Het ligt iets ingewikkelder dan ik aanvankelijk dacht, vrees ik. We zullen moeten hopen dat het allemaal goed komt; een andere keus hebben we niet.'
'Goed,' mompelt de kapitein beschaamd. 'Laten we even oefenen. Het strompelen en kreunen moet er wel een beetje geloofwaardig uitzien, natuurlijk. Gelukkig heb ik een beetje ervaring in het theater. Laat maar eens zien wat jullie kunnen.'
Mama en ik kreunen en strompelen.
'Nee nee nee nee!' roept Leeghwater met veel misbaar. 'Meer gevoel wil ik zien! Ik mis overtuiging! Laat dat gekreun vanuit je buik komen. Probeer de pijn in je lijf werkelijk te voelen, snappen jullie wel?'
'Nee,' zei mama. 'Daar snap ik niks van. Welke pijn? Ik héb helemaal geen pijn. Hoe kan ik een pijn voelen die ik niet heb.'
'Doe gewoon alsof, verdorie!' De kapitein zwaait woest met zijn armen, om zijn woorden kracht bij te zetten.
'Ik doe nóóit alsof,' zegt mama met strakke mond. 'Ik ben een wetenschapper, meneer, en wetenschappers mogen dat niet. Dat heeft invloed op de resultaten, namelijk.'
'Zo kan ik niet werken, hoor,' verzucht Leeghwater. 'Hoe kan ik zo nou werken?' Hij laat zich in een stoel zakken en steunt met zijn hoofd op zijn handen. Even blijft het stil. Dan slaakt hij een diepe zucht, wuift vaagjes met zijn rechterhand en zegt. 'Nog een keer. Nog een keer, vanaf het begin.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ik zal jullie erheen brengen,' zei de kapitein. 'Maar zodra we buiten mijn hut komen, kunnen alle matrozen ons zien. Ze denken dat ik jullie al een hele dag aan het pijnigen ben. Als ze jullie dan zo fris als een hoentje zien rondwandelen, krijgen ze argwaan. Dus het zou mooi zijn als jullie een beetje konden strompelen en kreunen.'
'Moeten we niet een paar blauwe ogen schminken? En nep-bloed en zo?'
'Helemaal niet nodig. Als jullie gewoon doen alsof je pijn hebt, dan verzinnen zij de rest er wel bij. Het wordt daar zelfs enger van, want ze zullen denken: lieve help, onze kapitein heeft ze afschuwelijk mishandeld en je ziet het niet eens. Wat voor verfijnde martelingen heeft die man bedacht? Met koffiekopjes en lucifers en walvisvet?
Laat ze dat maar denken! Laat hun fantasie het werk maar doen! Laat ze maar tegen elkaar mompelen en fluisteren, zodat ze samen steeds ergere dingen verzinnen en elkaar helemaal gek maken van angst. Laat ze buikpijn krijgen als ze me zien! Elke avond huilend in slaap vallen! Of beter nog: laat ze niet meer naar bed durven, omdat ze vrezen voor de nachtmerries die ze zullen krijgen over hun verschrikkelijke kapitein en de onvoorstelbare gruwelen die hij hen aan kan doen...'
'Kapitein Leeghwater,' onderbrak mama hem, 'bewaart u alstublieft uw kalmte. En pak een zakdoek; er zit een beetje spuug in uw baard.'
Dat was waar, behalve dan dat het beduidend meer was dan een béétje. Bovendien was in zijn ogen weer even een schittering van het duistere vuur te zien.
'Mama,' fluister ik terwijl de kapitein zijn baard droog veegt, 'weet je echt heel zeker dat deze meneer geen maniak is?'
Mama peinst even en fluistert achter haar hand: 'Het ligt iets ingewikkelder dan ik aanvankelijk dacht, vrees ik. We zullen moeten hopen dat het allemaal goed komt; een andere keus hebben we niet.'
'Goed,' mompelt de kapitein beschaamd. 'Laten we even oefenen. Het strompelen en kreunen moet er wel een beetje geloofwaardig uitzien, natuurlijk. Gelukkig heb ik een beetje ervaring in het theater. Laat maar eens zien wat jullie kunnen.'
Mama en ik kreunen en strompelen.
'Nee nee nee nee!' roept Leeghwater met veel misbaar. 'Meer gevoel wil ik zien! Ik mis overtuiging! Laat dat gekreun vanuit je buik komen. Probeer de pijn in je lijf werkelijk te voelen, snappen jullie wel?'
'Nee,' zei mama. 'Daar snap ik niks van. Welke pijn? Ik héb helemaal geen pijn. Hoe kan ik een pijn voelen die ik niet heb.'
'Doe gewoon alsof, verdorie!' De kapitein zwaait woest met zijn armen, om zijn woorden kracht bij te zetten.
'Ik doe nóóit alsof,' zegt mama met strakke mond. 'Ik ben een wetenschapper, meneer, en wetenschappers mogen dat niet. Dat heeft invloed op de resultaten, namelijk.'
'Zo kan ik niet werken, hoor,' verzucht Leeghwater. 'Hoe kan ik zo nou werken?' Hij laat zich in een stoel zakken en steunt met zijn hoofd op zijn handen. Even blijft het stil. Dan slaakt hij een diepe zucht, wuift vaagjes met zijn rechterhand en zegt. 'Nog een keer. Nog een keer, vanaf het begin.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)