BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Wat bedoel jij precies met “met z'n allen”? Je bent toch hopelijk niet van plan de kinderen mee de zee op te nemen, of wel?'
'Tuurlijk wel,' zei ik, 'wij horen ook bij de internationale terroristenbende, wat dacht je?'
Michael voegde daar aan toe: 'Ik weet niet of mama echt van plan was om ons mee te nemen, maar dat doet er ook niet toe want plan of geen plan: wij gaan gewoon lekker mee!'
'Ach lieverds,' zei mama, 'natuurlijk moeten jullie mee. De zee is gevaarlijk, dat is waar,. En als je in zo'n gammel prutsbootje zit is de zee twee keer zo gevaarlijk, en als je vanuit een uitgeholde boomstam ruzie gaat zitten zoeken met de grootste boot ter wereld is ze honderd keer zo gevaarlijk. Maar wat moeten we anders? Moeten we ze hier laten? En als er dan weer een peloton tanks aan komt? Of de Moeflon, met een paar lui van de geheime dienst? Of een bende schurken in dienst van meneer Cockel? Iedereen weet dat we hier zitten, vergeet dat niet!'
Dat was waar, en alle gevaren die ze opnoemde overtuigden papa al snel.
Zo zaten we een half uurtje later in een boot. In twee boten, om precies te zijn, want ééntje was net iets te klein voor zes personen. Mama, Kwetter en ik in de ene en papa met Michael in de andere. Jimmi de zee-gids zat bij papa in de boot.
Jamal ging niet mee, natuurlijk; we konden elkaar niet verstaan en dat is heel onhandig als je samen iets gaat opblazen. (Stel je maar voor: “Jongens, niet op dit rode knopje drukken he? Nee!! Jamal! Ik zei niet op het...” Boem.)
Jimmi konden we ook niet verstaan, natuurlijk, maar die zou ook niet mee aan boord van de Engel gaan dus dat was geen ramp.
Behalve dan dat hij de hele tijd zat te praten. Op behoorlijk luide toon, om precies te zijn; zo hard dat we niet alleen hém niet konden verstaan, maar ook elkáár niet.
'Waar zou die man het toch de hele tijd over hebben?' vroeg mama zich schreeuwend af.
'Geen idee,' riep ik terug, 'maar hij klinkt vrij knorrig. Volgens mij zit hij gewoon de hele tijd te mopperen en te schelden.'
'Nu je het zegt,' gilde Kwetter, 'nu hoort ik het ook. Ik denkt dat hij zit te klagen over de kinderen van tegenwoordig, dat die niet wil deugen en niks meer gewend is. Daar klaagt ouwe mannetjes altijd over.'
'Da's waar,' knikte ik. 'Ik heb een opa, dat is ook zo'n ouwe zeur.'
'Heb je het over mijn vader?' vroeg mama verwonderd. 'Vind je hem een ouwe zeur? Tsss. Jullie zijn echt niks gewend. Vroeger, toen konden de ouwe mannetjes pas zeuren!'
Op dat moment stak Jimmi zijn vinger in zee en likte het zoute water op. Hij dacht eventjes seconden na, smakte een paar keer, kneep zijn ogen dicht en wees naar links.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
vrijdag 28 juni 2013
woensdag 26 juni 2013
Aan vrijwel alles een hekel
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Het was een stokoud mannetje; dat zag je aan zijn grijze haartjes en zijn kromme rug. Maar het vreemde aan hem was zijn gezicht. Dat zag eruit alsof het nog duizend jaar ouder was dan de rest van zijn gezicht. Een paar jaar geleden ging ik met mijn ouders naar een museum waar ze een meisje hadden dat tweeduizend jaar geleden in een moeras gevallen was – volgens Michael was ze erin gegóóid, hij was daar heel zeker van maar volgens mij verzon hij maar wat want dat stond niet op het bordje – en dat meisje was om één of andere reden niet weggerot maar een soort mummie geworden. Mama ging toen natuurlijk van alles uitleggen over zuren en mineralen, en dat ben ik per ongeluk expres meteen weer vergeten, maar het gezicht van dat meisje heb ik altijd onthouden.
Het was ook best wel een eng gezicht.
En het gezicht van dit mannetje zag er ongeveer net zo uit. Waarschijnlijk zou mama me wel uit kunnen leggen hoe het kon dat dit mannetje een gezicht van tweeduizend jaar oud kon hebben, maar ik vond het een beetje vervelend om ernaar te vragen waar het mannetje zelf bij was. Zo iets doe je niet, ook al kan dat mannetje je niet verstaan.
'Jimmi is de visser van het dorp,' vertelde Willem. 'Hij kent de zee op zijn duimpje. Hij heeft er zijn hele leven op gevaren, en hij kan dingen die je niet zou geloven als ik ze vertelde. Je zult het zelf wel zien, als je een beetje geluk hebt. Ik zal hem vragen of hij jullie gids wil zijn.'
Hij vroeg iets aan het mannetje en het mannetje keek een beetje verbaasd naar ons. Tenminste, dat denk ik. Misschien keek hij wel woedend. Of verdrietig. Of hij keek altijd zo. Dat vreemde gezicht kon van alles betekenen. Je kunt aan een koelkast ook niet zien of-ie het koud heeft.
Maar al snel bleek dat je sommige gevoelens wel degelijk aan het mannetje kon zien, want het begon breed te grijnzen en te knikken.
'Jimmi heeft een hekel aan de Engel des Doods, dat snappen jullie wel,' legde Willem uit. 'Hij heeft trouwens aan de meeste dingen een hekel. Bijvoorbeeld aan de hele rest van het dorp, omdat zij vissen met dynamiet en niet op de ouderwetse manier. En aan de oliemaatschappij, omdat die het boerenland hebben verwoest, zodat er nu een stel klungels en beunhazen met dynamiet de zee opgaat. En aan mij, omdat hij vindt dat ik er iets aan zou moeten doen, op één of andere manier.'
'In al die dingen heeft hij gelijk,' zei mama. 'Gelukkig ben ik er nu. Ik kan lang niet alles in orde maken, maar die grote lelijke vissersboot zullen we eens goed te grazen nemen met z'n allen.'
'Hoho,' zei papa, 'wacht eens even!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Het was een stokoud mannetje; dat zag je aan zijn grijze haartjes en zijn kromme rug. Maar het vreemde aan hem was zijn gezicht. Dat zag eruit alsof het nog duizend jaar ouder was dan de rest van zijn gezicht. Een paar jaar geleden ging ik met mijn ouders naar een museum waar ze een meisje hadden dat tweeduizend jaar geleden in een moeras gevallen was – volgens Michael was ze erin gegóóid, hij was daar heel zeker van maar volgens mij verzon hij maar wat want dat stond niet op het bordje – en dat meisje was om één of andere reden niet weggerot maar een soort mummie geworden. Mama ging toen natuurlijk van alles uitleggen over zuren en mineralen, en dat ben ik per ongeluk expres meteen weer vergeten, maar het gezicht van dat meisje heb ik altijd onthouden.
Het was ook best wel een eng gezicht.
En het gezicht van dit mannetje zag er ongeveer net zo uit. Waarschijnlijk zou mama me wel uit kunnen leggen hoe het kon dat dit mannetje een gezicht van tweeduizend jaar oud kon hebben, maar ik vond het een beetje vervelend om ernaar te vragen waar het mannetje zelf bij was. Zo iets doe je niet, ook al kan dat mannetje je niet verstaan.
'Jimmi is de visser van het dorp,' vertelde Willem. 'Hij kent de zee op zijn duimpje. Hij heeft er zijn hele leven op gevaren, en hij kan dingen die je niet zou geloven als ik ze vertelde. Je zult het zelf wel zien, als je een beetje geluk hebt. Ik zal hem vragen of hij jullie gids wil zijn.'
Hij vroeg iets aan het mannetje en het mannetje keek een beetje verbaasd naar ons. Tenminste, dat denk ik. Misschien keek hij wel woedend. Of verdrietig. Of hij keek altijd zo. Dat vreemde gezicht kon van alles betekenen. Je kunt aan een koelkast ook niet zien of-ie het koud heeft.
Maar al snel bleek dat je sommige gevoelens wel degelijk aan het mannetje kon zien, want het begon breed te grijnzen en te knikken.
'Jimmi heeft een hekel aan de Engel des Doods, dat snappen jullie wel,' legde Willem uit. 'Hij heeft trouwens aan de meeste dingen een hekel. Bijvoorbeeld aan de hele rest van het dorp, omdat zij vissen met dynamiet en niet op de ouderwetse manier. En aan de oliemaatschappij, omdat die het boerenland hebben verwoest, zodat er nu een stel klungels en beunhazen met dynamiet de zee opgaat. En aan mij, omdat hij vindt dat ik er iets aan zou moeten doen, op één of andere manier.'
'In al die dingen heeft hij gelijk,' zei mama. 'Gelukkig ben ik er nu. Ik kan lang niet alles in orde maken, maar die grote lelijke vissersboot zullen we eens goed te grazen nemen met z'n allen.'
'Hoho,' zei papa, 'wacht eens even!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 24 juni 2013
Glimlachend aten wij verder
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is helemaal geen goeie vraag,' zei papa, 'want jullie weten het antwoord al En het antwoord is nee. Want ik kon wel aan een paar torpedo's komen, maar niet aan een lanceer-installatie. En als ik wel een lanceer-installatie had gehad, dan had ik nog niks want we hebben alleen maar één enkele tweedehands Jetski.'
'Hoho,' zei Willem. 'Hier hebben we het al over gehad, Eduard! Je mag ook nog een of twee vissersboten uit het dorp regelen.'
'Oh ja, da's waar. Goed, we hebben dus een tweedehands Jetski én een paar stokoude uitgeholde boomstammen, die nog sneller ondersteboven duikelen dat een hangmat...'
'Dat zou me verbazen,' zei Michael vanaf de grond en hij wreef over zijn pijnlijke achterhoofd.
'… en die hier in het dorp om onduidelijke redenen bekend staan als “boten”. Daar kun je geen lanceer-installatie inbouwen. Dus de torpedo's heb ik zolang verstopt hier in het dorp.'
'Ze liggen in de kerk,' zei Willem met een verbitterd glimlachje. 'Daar komt toch nooit iemand.'
'Bovendien,' ging papa verder, 'zou het onzinnig zijn om de Engel des Doods te torpederen. Daar krijgen we de Tsaar Peter niet mee terug. Sterker nog: als ze de Tsaar aan boord hebben gehaald, en wij knallen hun boot kapot, dan is de Tsaar Peter ook voorgoed weg.'
'Ja,' zei mama schamper, 'maar als we ze gewoon laten vertrekken, zonder ze een strobreed in de weg te leggen, dan is-ie óók weg. Dáár hoeven we het niet voor te laten, Eduard. Ik zeg: laten we de schurken een lesje leren. Morgen lenen we zo'n vissersbootje, we nemen een lading bommen mee en dan zullen we ze leren dat ze geen ruzie moeten zoeken met de Donderkat.'
De volgende morgen, bij het ontbijt, wapperde Willem met Het Zuid-Mallotisch Niewsblad. 'Jullie staan er weer in!' riep hij enthousiast. ' “Terrorist sloopt onschuldig peloton peperdure tanks”, maar volgens mij is dat onzin, die tanks begonnen toch zeker zelf? Vertelden jullie?'
'Natuurlijk begonnen zij,' zei mama kalm. 'Kwetter, lieve kind, hoe vaak moet ik het nog zeggen? Boterhammen eten wij met...?'
'Mes en vork,' antwoordde Kwetter met een diepe zucht, 'want wij is hier niet in Boegoe Boegoe.'
Ondertussen vertelde papa aan Willem: 'Die krant moet je niet geloven, hoor. Die wordt uitgegeven door meneer Keen, en dat is een goede vriend van...'
'Meneer Dogger,' riep iedereen in koor. Daarna aten wij glimlachend verder.
Een half uurtje later ging Willem ons voor door het dorp, naar een klein huisje dat helemaal achteraf stond. De tuin lag vol met rommel: stukken hout, eindjes touw, allerhande gereedschap dat ik niet herkende. Ieder stuk rommel zag eruit alsof het een half afgemaakt klusje was, waarvan de eigenaar even naar het wc was gegaan en waar hij zometeen weer mee door zou gaan. Maar dan zouden er minstens drieëntwintig mensen op dit moment op het wc moeten zitten.
Het huisje, en alles eromheen, rook ongelooflijk sterk naar vis.
Dat was waarschijnlijk de reden dat er tientallen katten rondslopen door de tuin en op het dak.
'Jimmi!' riep Willem, en daarachteraan iets in het Zuid-Mallotisch.
Even later ging de deur open, en er kwam een wonderlijk kereltje naar buiten.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is helemaal geen goeie vraag,' zei papa, 'want jullie weten het antwoord al En het antwoord is nee. Want ik kon wel aan een paar torpedo's komen, maar niet aan een lanceer-installatie. En als ik wel een lanceer-installatie had gehad, dan had ik nog niks want we hebben alleen maar één enkele tweedehands Jetski.'
'Hoho,' zei Willem. 'Hier hebben we het al over gehad, Eduard! Je mag ook nog een of twee vissersboten uit het dorp regelen.'
'Oh ja, da's waar. Goed, we hebben dus een tweedehands Jetski én een paar stokoude uitgeholde boomstammen, die nog sneller ondersteboven duikelen dat een hangmat...'
'Dat zou me verbazen,' zei Michael vanaf de grond en hij wreef over zijn pijnlijke achterhoofd.
'… en die hier in het dorp om onduidelijke redenen bekend staan als “boten”. Daar kun je geen lanceer-installatie inbouwen. Dus de torpedo's heb ik zolang verstopt hier in het dorp.'
'Ze liggen in de kerk,' zei Willem met een verbitterd glimlachje. 'Daar komt toch nooit iemand.'
'Bovendien,' ging papa verder, 'zou het onzinnig zijn om de Engel des Doods te torpederen. Daar krijgen we de Tsaar Peter niet mee terug. Sterker nog: als ze de Tsaar aan boord hebben gehaald, en wij knallen hun boot kapot, dan is de Tsaar Peter ook voorgoed weg.'
'Ja,' zei mama schamper, 'maar als we ze gewoon laten vertrekken, zonder ze een strobreed in de weg te leggen, dan is-ie óók weg. Dáár hoeven we het niet voor te laten, Eduard. Ik zeg: laten we de schurken een lesje leren. Morgen lenen we zo'n vissersbootje, we nemen een lading bommen mee en dan zullen we ze leren dat ze geen ruzie moeten zoeken met de Donderkat.'
De volgende morgen, bij het ontbijt, wapperde Willem met Het Zuid-Mallotisch Niewsblad. 'Jullie staan er weer in!' riep hij enthousiast. ' “Terrorist sloopt onschuldig peloton peperdure tanks”, maar volgens mij is dat onzin, die tanks begonnen toch zeker zelf? Vertelden jullie?'
'Natuurlijk begonnen zij,' zei mama kalm. 'Kwetter, lieve kind, hoe vaak moet ik het nog zeggen? Boterhammen eten wij met...?'
'Mes en vork,' antwoordde Kwetter met een diepe zucht, 'want wij is hier niet in Boegoe Boegoe.'
Ondertussen vertelde papa aan Willem: 'Die krant moet je niet geloven, hoor. Die wordt uitgegeven door meneer Keen, en dat is een goede vriend van...'
'Meneer Dogger,' riep iedereen in koor. Daarna aten wij glimlachend verder.
Een half uurtje later ging Willem ons voor door het dorp, naar een klein huisje dat helemaal achteraf stond. De tuin lag vol met rommel: stukken hout, eindjes touw, allerhande gereedschap dat ik niet herkende. Ieder stuk rommel zag eruit alsof het een half afgemaakt klusje was, waarvan de eigenaar even naar het wc was gegaan en waar hij zometeen weer mee door zou gaan. Maar dan zouden er minstens drieëntwintig mensen op dit moment op het wc moeten zitten.
Het huisje, en alles eromheen, rook ongelooflijk sterk naar vis.
Dat was waarschijnlijk de reden dat er tientallen katten rondslopen door de tuin en op het dak.
'Jimmi!' riep Willem, en daarachteraan iets in het Zuid-Mallotisch.
Even later ging de deur open, en er kwam een wonderlijk kereltje naar buiten.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 21 juni 2013
Het losse tegeltje van J. Brekem
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij haalde een krantenknipsel uit zijn portemonnee en las voor: '… de schade aan het gebouw was zo groot dat het, volgens experts, beter is om het hele gebouw te slopen en te herbouwen dan om de boel te repareren. “Je weet nooit wat het gevolg is van zulke ontploffingen”, vertelde schade-expert J. Brekem van Brekem's Bouw- en Sloopbedrijf ons. “Misschien zitten er wel haarscheurtjes in het beton. Of er zit een tegeltje los in het toilet. Zo'n tegeltje kan zomaar op iemands hoofd vallen, en ja, dan heb je dus een ongeluk. Dit gebouw laten staan is onverantwoord, zeg ik als onafhankelijk deskundige. Tot de grond toe afbreken en helemaal opnieuw bouwen, dat is het beste.” Cockels Oliemaatschappij heeft aangekondigd dat de sloop, door het bekende Zuid-Mallotische Bouw- en Sloopbedrijf Brekem, aanstaande woensdag begint...'
'Welja,' zei mijn moeder verontwaardigd, 'een of andere bouwhaas zwendelt een leuke klus voor zijn bedrijf bij elkaar, en wie krijgt er weer de schuld? De hardwerkende, goedbedoelende internationale terrorist! Ik bedoel: het gebouw ligt nog niet eens omver, en ik krijg de schuld al! Ik kan je vertellen: als ik een gebouw vernietig, dan is er voor de slopers weinig meer te doen daarna. Het puin op een vrachtwagen laden en naar de stort rijden, da's alles.'
'Rustig nou maar, schat,' suste papa. 'Je hebt helemaal gelijk. Wat ze in de krant allemaal zeggen is onzin.'
'Hm,' zei ik. 'Die Brekem gaat volgens mij een aardige smak geld verdienen met het slopen en weer opbouwen van een gebouw dat ook gewoon gerepareerd had kunnen worden. Het zou me niks verbazen als papa die meneer nog kent van zijn tijd bij de Doggersbank.'
Verrast keek papa me aan. 'Verhip,' zei hij, 'je hebt helemaal gelijk! Meneer Brekem! Ik was hem helemaal vergeten, en het was nog wel zo'n koddig baasje! Altijd druk, altijd rennen op die kleine dikke beentjes van 'm, met een grote envelop vol smeergeld onder de arm... Hier een minister omkopend, daar een vergunning omzeilend... Hij wist van aanpakken, dat moet ik hem nageven. Ik heb zelden een zó oneerlijk iemand zó hard zien werken voor z'n geld. Maar als hij het kantoor van Cockel gebouwd heeft, dan denk ik inderdaad dat de boel maar beter gesloopt kan worden. Hij levert zulk ongelooflijk slecht werk af – soms valt er al een balkon af als je een beetje te hard niest, dus waarschijnlijk hebben mama's explosies inderdaad het hele gebouw onveilig gemaakt. Of nou ja – onveilig gemáákt is misschien niet helemaal het goede woord, het is nooit veilig geweest natuurlijk...'
'Gaan we nou nog iets torpederen of hoe zit dat,' vroeg Michael ongeduldig.
'Goeie vraag, zei Kwetter.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij haalde een krantenknipsel uit zijn portemonnee en las voor: '… de schade aan het gebouw was zo groot dat het, volgens experts, beter is om het hele gebouw te slopen en te herbouwen dan om de boel te repareren. “Je weet nooit wat het gevolg is van zulke ontploffingen”, vertelde schade-expert J. Brekem van Brekem's Bouw- en Sloopbedrijf ons. “Misschien zitten er wel haarscheurtjes in het beton. Of er zit een tegeltje los in het toilet. Zo'n tegeltje kan zomaar op iemands hoofd vallen, en ja, dan heb je dus een ongeluk. Dit gebouw laten staan is onverantwoord, zeg ik als onafhankelijk deskundige. Tot de grond toe afbreken en helemaal opnieuw bouwen, dat is het beste.” Cockels Oliemaatschappij heeft aangekondigd dat de sloop, door het bekende Zuid-Mallotische Bouw- en Sloopbedrijf Brekem, aanstaande woensdag begint...'
'Welja,' zei mijn moeder verontwaardigd, 'een of andere bouwhaas zwendelt een leuke klus voor zijn bedrijf bij elkaar, en wie krijgt er weer de schuld? De hardwerkende, goedbedoelende internationale terrorist! Ik bedoel: het gebouw ligt nog niet eens omver, en ik krijg de schuld al! Ik kan je vertellen: als ik een gebouw vernietig, dan is er voor de slopers weinig meer te doen daarna. Het puin op een vrachtwagen laden en naar de stort rijden, da's alles.'
'Rustig nou maar, schat,' suste papa. 'Je hebt helemaal gelijk. Wat ze in de krant allemaal zeggen is onzin.'
'Hm,' zei ik. 'Die Brekem gaat volgens mij een aardige smak geld verdienen met het slopen en weer opbouwen van een gebouw dat ook gewoon gerepareerd had kunnen worden. Het zou me niks verbazen als papa die meneer nog kent van zijn tijd bij de Doggersbank.'
Verrast keek papa me aan. 'Verhip,' zei hij, 'je hebt helemaal gelijk! Meneer Brekem! Ik was hem helemaal vergeten, en het was nog wel zo'n koddig baasje! Altijd druk, altijd rennen op die kleine dikke beentjes van 'm, met een grote envelop vol smeergeld onder de arm... Hier een minister omkopend, daar een vergunning omzeilend... Hij wist van aanpakken, dat moet ik hem nageven. Ik heb zelden een zó oneerlijk iemand zó hard zien werken voor z'n geld. Maar als hij het kantoor van Cockel gebouwd heeft, dan denk ik inderdaad dat de boel maar beter gesloopt kan worden. Hij levert zulk ongelooflijk slecht werk af – soms valt er al een balkon af als je een beetje te hard niest, dus waarschijnlijk hebben mama's explosies inderdaad het hele gebouw onveilig gemaakt. Of nou ja – onveilig gemáákt is misschien niet helemaal het goede woord, het is nooit veilig geweest natuurlijk...'
'Gaan we nou nog iets torpederen of hoe zit dat,' vroeg Michael ongeduldig.
'Goeie vraag, zei Kwetter.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 19 juni 2013
Belastingontduiking kan ook heel mooi zijn
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Torpedo's hebben we wel,' zei papa. 'Niet véél hoor, een stuk of vijf – er is moeilijk aan te komen, zoals ik al eens gezegd heb, en meer dan vijf kon ik er in een week niet bij elkaar krijgen. Maar we hebben er niet veel aan. Ten eerste omdat het maar zeer de vraag is of vijf torpedo's genoeg is om een zo gigantisch schip als de Engel des Doods tot zinken te brengen. En ten tweede omdat we ze niet af kunnen vuren. Want we hebben geen duikboot meer.'
'Ik kunt het jullie nog sterker vertellen,' zei Kwetter. 'Wij hebt niet alleen geen duikboot, wij hebt geen enkel soort boot. Wij zit op een rots in zee, wij hebt één Jetski en ik ziet nergens een hele grote vissersboot. Dus al die gebabbel over hoe wij de vissersboot in stukjes gaat boemen is een beetje... Wat is de woord?'
'Voorbarig,' zei mama. 'Ik denk dat je “voorbarig” bedoelt. Dat betekent: “te vroeg, overhaast, en daardoor misschien wel fout, of helemaal niet van toepassing”. Een ander woord daarvoor is “prematuur”, maar dat is nodeloos ingewikkeld dus dat bedoel jij niet, want jij doet nooit nodeloos ingewikkeld. En trouwens, je hebt gelijk. We zitten hier op een rots, en...' ze wendde zich tot mijn vader, 'daar moeten we onderhand eens vanaf. Had je daar een idee over, of dacht je gewoon: ik haal ze eerst maar eens uit de brand en dan zie ik wel verder? Zou ik je helemaal niet kwalijk nemen hoor, ik vraag het alleen maar omdat...'
Op dat moment grinnikte mijn vader: 'En je had het onmogelijk op een beter moment kunnen vragen. Kijk eens wie we daar hebben?' Hij wees op een bootje dat juist op dat moment achter een kleine landtong vandaan kwam. Het was net zo'n bootje als we eerder hadden gezien, toen het koraalrif werd gebombardeerd.
Het was zelfs precies datzelfde bootje, met precies diezelfde vissers erin, zagen we toen het iets dichterbij kwam.
Anderhalf uur later zaten we onder de bomen voor Willem's kerk; dat wil zeggen, papa en mama zaten gewoon, in luie ligstoelen, en Kwetter en Michael en ik zaten op, lagen in, hingen aan en vielen uit Willem's hangmat.
'Jullie hebben weer eens alle kranten gehaald,' zei Willem. ' “Beruchte terrorist Donderkat blaast onschuldig museum op”. Mooie boel hebben jullie er van gemaakt!'
'Nou jaaaa,' zei mama. 'Waar halen ze dat nou weer vandaan? Ik zou nooit, maar dan ook nooit een museum opblazen! Musea zijn heilig voor mij!'
'Zeg nooit nooit, schat,' zei papa wrang. 'Het hoofdkwartier van Cockels Oliemaatschappij was tegelijkertijd een museum. Zodat ze geen belasting hoefden te betalen. Niet te geloven, dat je dat niet meer weet. Het was zó'n prachtige manier van belasting ontduiken...' Hij knipperde een paar keer met zijn ogen, alsof hij ieder moment kon gaan huilen van ontroering.
'Oh, dát museum,' zei mama een beetje schuldig. 'Ja, maar dat telt natuurlijk niet. Dat was geen écht museum. Dat was een belastingtruc.'
'Belastingtrucs kunnen ook heel mooi zijn,' zei papa dromerig.
'En trouwens,' ging mama onverstoorbaar verder. 'Ik heb dat gebouw helemaal niet vernietigd. Alleen de bovenverdieping eraf geblazen en op de andere verdiepingen nog een paar kleine ontploffinkjes gemaakt. En wat chemische reakties. Dat noem ik gen vernietiging.'
'Nee,' zei Kwetter, 'als mama iets wegboemt is het daarna ook echt helemaal weg hoor! Dus die krantenmensen schrijft echt onzin. Vernietigd... Hoe komt ze erop?'
'Dat kan ik je wel vertellen,' zei Willem.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Torpedo's hebben we wel,' zei papa. 'Niet véél hoor, een stuk of vijf – er is moeilijk aan te komen, zoals ik al eens gezegd heb, en meer dan vijf kon ik er in een week niet bij elkaar krijgen. Maar we hebben er niet veel aan. Ten eerste omdat het maar zeer de vraag is of vijf torpedo's genoeg is om een zo gigantisch schip als de Engel des Doods tot zinken te brengen. En ten tweede omdat we ze niet af kunnen vuren. Want we hebben geen duikboot meer.'
'Ik kunt het jullie nog sterker vertellen,' zei Kwetter. 'Wij hebt niet alleen geen duikboot, wij hebt geen enkel soort boot. Wij zit op een rots in zee, wij hebt één Jetski en ik ziet nergens een hele grote vissersboot. Dus al die gebabbel over hoe wij de vissersboot in stukjes gaat boemen is een beetje... Wat is de woord?'
'Voorbarig,' zei mama. 'Ik denk dat je “voorbarig” bedoelt. Dat betekent: “te vroeg, overhaast, en daardoor misschien wel fout, of helemaal niet van toepassing”. Een ander woord daarvoor is “prematuur”, maar dat is nodeloos ingewikkeld dus dat bedoel jij niet, want jij doet nooit nodeloos ingewikkeld. En trouwens, je hebt gelijk. We zitten hier op een rots, en...' ze wendde zich tot mijn vader, 'daar moeten we onderhand eens vanaf. Had je daar een idee over, of dacht je gewoon: ik haal ze eerst maar eens uit de brand en dan zie ik wel verder? Zou ik je helemaal niet kwalijk nemen hoor, ik vraag het alleen maar omdat...'
Op dat moment grinnikte mijn vader: 'En je had het onmogelijk op een beter moment kunnen vragen. Kijk eens wie we daar hebben?' Hij wees op een bootje dat juist op dat moment achter een kleine landtong vandaan kwam. Het was net zo'n bootje als we eerder hadden gezien, toen het koraalrif werd gebombardeerd.
Het was zelfs precies datzelfde bootje, met precies diezelfde vissers erin, zagen we toen het iets dichterbij kwam.
Anderhalf uur later zaten we onder de bomen voor Willem's kerk; dat wil zeggen, papa en mama zaten gewoon, in luie ligstoelen, en Kwetter en Michael en ik zaten op, lagen in, hingen aan en vielen uit Willem's hangmat.
'Jullie hebben weer eens alle kranten gehaald,' zei Willem. ' “Beruchte terrorist Donderkat blaast onschuldig museum op”. Mooie boel hebben jullie er van gemaakt!'
'Nou jaaaa,' zei mama. 'Waar halen ze dat nou weer vandaan? Ik zou nooit, maar dan ook nooit een museum opblazen! Musea zijn heilig voor mij!'
'Zeg nooit nooit, schat,' zei papa wrang. 'Het hoofdkwartier van Cockels Oliemaatschappij was tegelijkertijd een museum. Zodat ze geen belasting hoefden te betalen. Niet te geloven, dat je dat niet meer weet. Het was zó'n prachtige manier van belasting ontduiken...' Hij knipperde een paar keer met zijn ogen, alsof hij ieder moment kon gaan huilen van ontroering.
'Oh, dát museum,' zei mama een beetje schuldig. 'Ja, maar dat telt natuurlijk niet. Dat was geen écht museum. Dat was een belastingtruc.'
'Belastingtrucs kunnen ook heel mooi zijn,' zei papa dromerig.
'En trouwens,' ging mama onverstoorbaar verder. 'Ik heb dat gebouw helemaal niet vernietigd. Alleen de bovenverdieping eraf geblazen en op de andere verdiepingen nog een paar kleine ontploffinkjes gemaakt. En wat chemische reakties. Dat noem ik gen vernietiging.'
'Nee,' zei Kwetter, 'als mama iets wegboemt is het daarna ook echt helemaal weg hoor! Dus die krantenmensen schrijft echt onzin. Vernietigd... Hoe komt ze erop?'
'Dat kan ik je wel vertellen,' zei Willem.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 17 juni 2013
Een teleurstellend enthousiasme
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dat dacht ik ook.
Ik heb mama's gezicht wel eens gezien als ze echt boos was.
Ik heb ook wel eens een peloton tanks gezien dat op mij af kwam gedenderd met de bedoeling mij aan puin te schieten.
En als je mijn nu vraagt: welke van de twee zou je nog eens willen meemaken, dan zeg ik: doe mij die tanks maar. Tanks kan ik wel hebben. Vooral als mama aan mijn kant staat. Maar zelfs met een peloton tanks aan mijn kant zou ik nog geen boze mama onder ogen durven komen.
Helaas wordt mij nooit iets gevraagd in het leven, dus ik ga ervan uit dat die tanks een éénmalig verzetje waren, een soort schoolreisje zeg maar, terwijl mama nog wel een aantal keren heel boos zal worden op mij. Niet dat ik nu van plan ben nog heel veel te doen wat niet mag, of zo, maar soms weet je pas dat iets niet mag op het moment dat je moeder kwaad wordt en dan is het te laat. Daar kun je dus eigenlijk niks aan doen. Of je zou altijd van tevoren moeten vragen of iets mag of niet. Maar dat is een beetje teveel gedoe, vind ik. Ik bedoel het altijd heel goed; dat zou toch warempel genoeg moeten zijn.
Het is in elk geval meer dan de Engel des Doods van zichzelf kon zeggen.
Ik bedoel: "We maken alles wat er in zee leeft hartstikke dood en als bijverdienste gappen we soms een onderzeebootje," nee, daar kun je toch onmogelijk achteraan zeggen "...maar we bedoelen het goed."
'Hoera,' riep Michael, 'weg aan de Engel de Doods overhoop torpederen! Mag ik op het knopje drukken? Ik kan dat hele goed! Ik heb geoefend!'
Ik wilde een snedige opmerking maken over walvissen, maar voordat ik er één kon bedenken begon papa Michael de les te lezen.
'Jongen,' zei hij streng, 'je weet nu toch onderhand wel dat je dat soort dingen nietleuk hoort te vinden. Ik begin echt een beetje teleurgesteld te raken door je voortdurende enthousiasme over het opblazen van mensen.'
'Je vader heeft gelijk,' zei mama. 'Je mag het wel leuk vinden om mensen op te blazen - dat is ook leuk, namelijk - maar je mag het niet laten merken. Dat is niet netjes.'
'Dat is echt he-le-maal niet wat ik bedoelde...' begon papa, maar mama was nog niet uitgepraat: 'En niet netjes is erg, maar er is iets wat erger is en dat is: domme opmerkingen maken. En jouw opmerking, lieve schat, was heel erg dom.' Ze keek Michael aan op haar speciale manier; de manier die je naar een peloton tanks doet verlangen. 'Want hoe kunnen we op het torpedo-knopje duwen als onze onderzeeër aan boord van de Engel des Doods ligt? En bovendien: op het knopje duwen heeft geen enkele zin want jij hebt de torpedo's opgemaakt.'
Maar dat bleek niet helemaal waar te zijn.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dat dacht ik ook.
Ik heb mama's gezicht wel eens gezien als ze echt boos was.
Ik heb ook wel eens een peloton tanks gezien dat op mij af kwam gedenderd met de bedoeling mij aan puin te schieten.
En als je mijn nu vraagt: welke van de twee zou je nog eens willen meemaken, dan zeg ik: doe mij die tanks maar. Tanks kan ik wel hebben. Vooral als mama aan mijn kant staat. Maar zelfs met een peloton tanks aan mijn kant zou ik nog geen boze mama onder ogen durven komen.
Helaas wordt mij nooit iets gevraagd in het leven, dus ik ga ervan uit dat die tanks een éénmalig verzetje waren, een soort schoolreisje zeg maar, terwijl mama nog wel een aantal keren heel boos zal worden op mij. Niet dat ik nu van plan ben nog heel veel te doen wat niet mag, of zo, maar soms weet je pas dat iets niet mag op het moment dat je moeder kwaad wordt en dan is het te laat. Daar kun je dus eigenlijk niks aan doen. Of je zou altijd van tevoren moeten vragen of iets mag of niet. Maar dat is een beetje teveel gedoe, vind ik. Ik bedoel het altijd heel goed; dat zou toch warempel genoeg moeten zijn.
Het is in elk geval meer dan de Engel des Doods van zichzelf kon zeggen.
Ik bedoel: "We maken alles wat er in zee leeft hartstikke dood en als bijverdienste gappen we soms een onderzeebootje," nee, daar kun je toch onmogelijk achteraan zeggen "...maar we bedoelen het goed."
'Hoera,' riep Michael, 'weg aan de Engel de Doods overhoop torpederen! Mag ik op het knopje drukken? Ik kan dat hele goed! Ik heb geoefend!'
Ik wilde een snedige opmerking maken over walvissen, maar voordat ik er één kon bedenken begon papa Michael de les te lezen.
'Jongen,' zei hij streng, 'je weet nu toch onderhand wel dat je dat soort dingen nietleuk hoort te vinden. Ik begin echt een beetje teleurgesteld te raken door je voortdurende enthousiasme over het opblazen van mensen.'
'Je vader heeft gelijk,' zei mama. 'Je mag het wel leuk vinden om mensen op te blazen - dat is ook leuk, namelijk - maar je mag het niet laten merken. Dat is niet netjes.'
'Dat is echt he-le-maal niet wat ik bedoelde...' begon papa, maar mama was nog niet uitgepraat: 'En niet netjes is erg, maar er is iets wat erger is en dat is: domme opmerkingen maken. En jouw opmerking, lieve schat, was heel erg dom.' Ze keek Michael aan op haar speciale manier; de manier die je naar een peloton tanks doet verlangen. 'Want hoe kunnen we op het torpedo-knopje duwen als onze onderzeeër aan boord van de Engel des Doods ligt? En bovendien: op het knopje duwen heeft geen enkele zin want jij hebt de torpedo's opgemaakt.'
Maar dat bleek niet helemaal waar te zijn.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 14 juni 2013
Waar is de tsaar?
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is een goeie vraag,' zei papa. 'sterker nog: het is de goeie vraag. Het is de beste vraag die je op dit moment zou kunnen stellen. Veel beter dan saaie vragen die ons geen stap verder helpen, zoals wie z'n schuld is het allemaal, bla bla bla. En gelukkig heb ik op deze goeie vraag ook een heel goed antwoord. De Tsaar Peter is namelijk een stukje weggedreven van het koraalrif., in de richting van de open zee. Een behoorlijk stukje, om precies te zijn. Om heel precies te zijn: ver genoeg weg van het koraalrif om binnen bereik te komen van... de Engel des Doods.' Hij keek ons dramatisch aan.
'Pap,' zei Michael, 'engelen bestaan helemaal niet.'
'Nee, slome, dat weet papa ook wel,' zei ik geprikkeld. 'Of liever gezegd: hij weet het niet, want hij gelooft in engeltjes, maar hij weet dat wij daar niet in geloven dus hij valt ons niet lastig met die flauwekul. Hij heeft het over de Engel des Doods, dat gigantische schip waar Willem ons ooit over vertelde. Dat schip met netten zo groot dat ze er per ongeluk walvissen mee vangen, weet je wel?'
'Precies,' zei papa, 'ik ben blij dat je zo goed op hebt gelet. Ik kan je inmiddels zelfs vertellen dat hun netten groot genoeg zijn om per ongeluk duikboten te vangen. Want dat is wat er met de Tsaar Peter is gebeurd.'
'Ja maar,' protesteerde ik, 'en onze Jetski's dan? Die lagen op het strand, en die waren óók verdwenen! Die kunnen toch niet per ongeluk in een net terecht zijn gekomen?'
'Heel goed opgemerkt,' knikte papa. 'Dat kan onmogelijk gebeurd zijn. Dus het is ook niet gebeurd. Wat er gebeurd is, is het volgende.
De bemanning van de Engel de Doods ontdekte dat er een duikboot in hun netten zat. Een onbemande, kanarie-gele duikboot. Dat vonden ze natuurlijk vreemd, en ze dachten: hee, laten we eens gaan kijken van wie dat ding is. Want duikboten zijn, voor zover zij weten, altijd eigendom van een of ander leger. En de kapitein van het schip, meneer Leeghwater, heeft geen zin om ruzie te krijgen met een leger. Dus ze hebben een sloep naar de wal gestuurd om eens een beetje rond te vragen, en zo ontdekten ze dat de Tsaar Peter eigendom was van een internationale terroristenbende.'
Daar moest Kwetter erg om lachen. 'Wat een sufkopjes!' giechelde ze. 'Die boot is niet van een internationale terroristenbende. Die is van ons!'
'Lieve schat,' zei mama, 'het wordt nu toch echt tijd dat je begrijpt dat wij een internationale terroristenbende zijn.'
'Doe niet zo mal,' lachte Kwetter. 'Wij is gewoon wij.'
Mama schudde zuchtend haar hoofd.
'In ieder geval,' zei papa, 'ze besloten dat ze de boot wel konden houden, en de Jetski's inpikken, want een internationale terroristenbende is een stuk minder gevaarlijk dan een leger.'
'Dat denken zij,' zei mama grimmig. 'Nu nog wel. Maar binnenkort zullen ze wel leren dat het allemaal net even iets ingewikkelder ligt.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is een goeie vraag,' zei papa. 'sterker nog: het is de goeie vraag. Het is de beste vraag die je op dit moment zou kunnen stellen. Veel beter dan saaie vragen die ons geen stap verder helpen, zoals wie z'n schuld is het allemaal, bla bla bla. En gelukkig heb ik op deze goeie vraag ook een heel goed antwoord. De Tsaar Peter is namelijk een stukje weggedreven van het koraalrif., in de richting van de open zee. Een behoorlijk stukje, om precies te zijn. Om heel precies te zijn: ver genoeg weg van het koraalrif om binnen bereik te komen van... de Engel des Doods.' Hij keek ons dramatisch aan.
'Pap,' zei Michael, 'engelen bestaan helemaal niet.'
'Nee, slome, dat weet papa ook wel,' zei ik geprikkeld. 'Of liever gezegd: hij weet het niet, want hij gelooft in engeltjes, maar hij weet dat wij daar niet in geloven dus hij valt ons niet lastig met die flauwekul. Hij heeft het over de Engel des Doods, dat gigantische schip waar Willem ons ooit over vertelde. Dat schip met netten zo groot dat ze er per ongeluk walvissen mee vangen, weet je wel?'
'Precies,' zei papa, 'ik ben blij dat je zo goed op hebt gelet. Ik kan je inmiddels zelfs vertellen dat hun netten groot genoeg zijn om per ongeluk duikboten te vangen. Want dat is wat er met de Tsaar Peter is gebeurd.'
'Ja maar,' protesteerde ik, 'en onze Jetski's dan? Die lagen op het strand, en die waren óók verdwenen! Die kunnen toch niet per ongeluk in een net terecht zijn gekomen?'
'Heel goed opgemerkt,' knikte papa. 'Dat kan onmogelijk gebeurd zijn. Dus het is ook niet gebeurd. Wat er gebeurd is, is het volgende.
De bemanning van de Engel de Doods ontdekte dat er een duikboot in hun netten zat. Een onbemande, kanarie-gele duikboot. Dat vonden ze natuurlijk vreemd, en ze dachten: hee, laten we eens gaan kijken van wie dat ding is. Want duikboten zijn, voor zover zij weten, altijd eigendom van een of ander leger. En de kapitein van het schip, meneer Leeghwater, heeft geen zin om ruzie te krijgen met een leger. Dus ze hebben een sloep naar de wal gestuurd om eens een beetje rond te vragen, en zo ontdekten ze dat de Tsaar Peter eigendom was van een internationale terroristenbende.'
Daar moest Kwetter erg om lachen. 'Wat een sufkopjes!' giechelde ze. 'Die boot is niet van een internationale terroristenbende. Die is van ons!'
'Lieve schat,' zei mama, 'het wordt nu toch echt tijd dat je begrijpt dat wij een internationale terroristenbende zijn.'
'Doe niet zo mal,' lachte Kwetter. 'Wij is gewoon wij.'
Mama schudde zuchtend haar hoofd.
'In ieder geval,' zei papa, 'ze besloten dat ze de boot wel konden houden, en de Jetski's inpikken, want een internationale terroristenbende is een stuk minder gevaarlijk dan een leger.'
'Dat denken zij,' zei mama grimmig. 'Nu nog wel. Maar binnenkort zullen ze wel leren dat het allemaal net even iets ingewikkelder ligt.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)