Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 27. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 27. Alle posts tonen

maandag 3 maart 2014

Het enige wat hij wil, is mensen helpen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Wat ik jullie nu ga vertellen,' zei mama, 'is ab-so-luut geheim. Ik bedoel dat jullie het aan niemand ooit mogen doorvertellen. Wat er ook gebeurt. Beloven jullie dat?'
Ja, natuurlijk beloofden wij dat. We moesten wel. Anders vertelde ze het niet.
Er zijn, zoals je misschien wel weet, verschillende soorten van beloven. Je hebt bijvoorbeeld: 'Ik beloof het (omdat ik anders mijn zin niet krijg)' en 'Ik beloof het (omdat ik zeker weet dat ik me aan mijn belofte ga houden)'.
Onze belofte om het geheim van meneer Clusjes niet door te vertellen lag ergens midden tussen die andere twee. 'Ik beloof het' betekende in dit geval: 'Ik ga heus wel proberen om het geheim te houden hoor, maar ja, je kan natuurlijk nooit weten, he?'
Dat betekent het eigenlijk meestal.
'Goed,' zei mama. 'Gaby had bijna gelijk. Meneer Clusjes gaat nergens een computer van maken. Dat heeft hij namelijk al gedaan. Hij zóveel computers gemaakt, en die zijn zó handig om te gebruiken, dat we bijna alles met computers doen. Computers moeten dus bijna alles kunnen. Daardoor zijn ze steeds ingewikkelder geworden. Tegenwoordig is er helemaal niemand, zelfs meneer Clusjes niet, die nog precies weet hoe een computer in elkaar zit. Computers worden ontworpen door een grote groep computer-wetenschappers, die samen...' Even was ze stil. Haar ogen begonnen te stralen bij de gedachte aan een heel gebouw vol met wetenschappers. Ze schudde even met haar hoofd en ging verder: 'Elk van die wetenschappers ontwerpt een klein stukje van een nieuwe computer, en al die stukjes samen vormen een geheel dat voor niemand meer precies te begrijpen is. Snappen jullie?'
Wij knikten een beetje beledigd. Zo ingewikkeld was haar verhaal nou ook weer niet.
'Goed. Dan snappen jullie ook wel dat het voor Clusjes niet moeilijk is om een paar trucjes in te bouwen in zijn computers, waar niemand iets van weet.'
'Trucjes?' vroeg papa achterdochtig. 'Wat voor soort trucjes?'
'Oh, gewoon. Dat je hem op afstand uit of aan kunt zetten, of kunt blokkeren, of dat je gegevens weghaalt of verandert. Dat soort dingen.'
Papa's ogen werden groot van ontzetting. 'K... kan hij dat? Maar... dan kan hij de baas spelen over alles en iedereen!'
'Dat kan hij ook,' knikte mama. 'Maar hij doet het niet, hoor. Hij wil dat helemaal niet. Het enige wat hij wil, is mensen helpen en hun leven beter maken. Alleen heel soms, als hij iets écht belangrijk vindt, dan pakt hij zijn telefoon. En dan belt hiju met, bijvoorbeeld, meneer Dogger. En dan zegt hij: “Luister eens, Dogger, de Donderkat komt bij mij een BOF-praatje houden. dat moet ze wel veilig kunnen doen. Haal jij die prijs even van haar hoofd? Anders leg ik je bank plat.”En dat doet meneer Dogger dan.'
'Dat zou me verbazen,' zei papa. 'Dogger is zo koppig als een bakstenen muilezel.'
'Dan gaat die bank plat,' zei mama eenvoudig.
'Woooh!' riep ik. 'Zou hij dat echt voor ons doen?'
'Ja hoor,' zei mama. 'Soms doet hij dat. Dan kan een bank opeens niet meer werken. Hun klanten kunnen geen geld meer opnemen of zaken doen. Op het nieuwds hoor je dan: bij die en die bank is ingebroken door een bende Russische computer-boeven. Of: dat en dat telefoonbedrijf is aangevallen door een club Amerikaanse computer-nerds. Of door een paar pukkelige pubers uit Tietjerksteradeel. In werkelijkheid is dat dan meneer Clusjes, die hen even laat voelen wie er de baas is.'
'Ik geloof je wel,' zei ik. 'Maar de vraag was: doet hij dat ook voor ons?


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 12 november 2012

Wat de mensen niet lusten (maar wel eten)

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Michael, die ook al zo'n beetje snapte waar het verhaal heen ging, kreunde. Zijn gezicht werd een beetje groenig.
'Wat is er dan?' vroeg Kwetter. 'Wat denkt jij dan?'
'Nou,' zei ik, 'de mensen willen niet zomaar alles eten. Tonijn en haring en zo, dat wel, maar niemand gaat naar de winkel voor een blikje met zeehonden- of dolfijnenvlees. Of een knapperig stukje monster uit de diepzee. En zeilmseisjes eten we al helemáál niet. Dus de Engel des Doods vangt veel spul dat ze niet kunnen verkopen. Tenzij...'
'Tenzij,' ging papa verder, 'je ze fijnmaalt en er heel veel kleur-, geur- en smaakstoffen bijdoet. Dan kun je er platte, ronde schijfjes van stampen, die je kunt verkopen als...'
Nu snapte Kwetter het ook. 'Mjamburger!' riep ze.
Papa knikte.
Michael kotste.
'Sorry,' zei hij terwijl hij zijn mond afveegde. 'Ik kán er maar niet aan wennen.'
Kwetter sprong uit de hangmat. Wij buitelden achter haar aan. Ze greep mama bij de mouw, en zei: 'Kom mee, naar de boot, wij moet bommen maken en dan gaat wij die Engel opblazen. Ik heeft er nou onderhand genoeg van. Wat is dat toch, met jullie? In Boegoe-Boegoe maakt wij nooit ergens mjamburger van, maar jullie maakt mjamburger van alles wat beweegt. Moet de hele wereld soms dood en kapotgemaakt en verdwijnen in de keelgat van dikke rot-kindertjes?'
'Och, Kwettertje,' zei mama. 'Die Engel des Doods komt heus nog wel eens aan de beurt, hoor.' Tegen Willem zei ze: 'Kwetter reageert nogal emotioneel op verhalen over Mjamburgers, net als Michael trouwens. Meneer Smek, de mjamburger-fabrikant, heeft ooit geprobeerd om mjamburgers van ons te maken; vandaar. Maar ik ben een wetenschapper, en wij wetenschappers worden nooit emotioneel. Dat zou namelijk de resultaten beïnvloeden. Bijvoorbeeld nu. Ik vroeg u naar de drie boeven die het koraalrif opblazen. Kennissen van u, voor zover ik begrijp. En u begint, heel slim, te vertellen over een nog grotere schurk, in de hoop dat wij daar woedend achteraan zullen rennen. Als een kip zonder kop.
Maar ik ben geenkip, en ik heb wel een kop. Dus zo makkelijk komt u er niet vanaf. Ik vraag u nog eens: waarom blazen die kerels het koraal op?'
Willem haalde zijn schouders op.
'Dat is de enige manier om nog vissen te vangen. De rest van de zee is leeg, alleen bij het rif zit nog wat. Want de netten van de Engel des Doods zouden door het koraal kapot worden gescheurd. De netten van mijn vrienden ook, trouwens. Daarom doen ze het met dynamiet.'
'Waarom moeten ze dan per se vissen?' vroeg mama streng. 'Ze kunnen toch boer worden?'
Willem glimlachte bitter. 'Leuk dat u dat vraagt,' zei hij. 'Ik wil u graag iets laten zien.' Hij klapte in zijn handen en riep iets tegen een meneer die aan de overkant van het plein in een hangmat lag. De meneer sprong handig uit zijn hangmat en even later hoorden we een afschuwelijk gekuch en gepruttel.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 21 maart 2012

De vrouw van tien miljoen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Jazeker,' zei mijn moeder. 'Ik.'
'Maar dan zit ik tegenover de vrouw van tien miljoen!'
'Pardon?' vroeg mama koeltjes.
'Weet u dat niet? U bent de vrouw van tien miljoen! Vanwege de beloning, begrijpt u. De beloning voor degene die u gevangen neemt en inlevert bij de Doggersbank.' Hij keek nog eens goed naar mijn moeder. 'Ja zeg, nou zie ik het. U bent de vrouw van de posters. Ik had u niet herkend, want op de posters bent u iets minder, hoe zal ik het zeggen, luchtig gekleed. Maar nu zie ik het. Nu zie ik het zeker. Ja-ha, tien miljoen zeg.... wat een bedrag! Daar zou je een hele expeditie voor kunnen uitrusten, genoeg om Boegoe-Boegoe volkomen te pletter te onderzoeken...' Hij keek even dromerig. Alsof hij niets fijners kon bedenken dan tien miljoen in de wacht slepen en daarmee het hele oerwoud binnenstebuiten keren.
'Te pletter onderzoeken?' vroeg mijn moeder liefjes. 'Dat lijkt me niet zo'n goed idee. Als het bos verpletterd is, waar moeten die prachtige alligators dan wonen?'
'Jaja,' haastte de man zich te zeggen, 'Ik bedoel natuurlijk bij wijze van spreken dan, he. Aan de andere kant: het bos gaat toch kapot, dus...'
'Het bos gaat helemaal niet kapot,' bitste mama. 'Ik ga hoogstpersoonlijk de wagens en de weg van die akelige Hakmaranman de lucht in knallen.'
Van haar twijfels was niets meer te bespeuren. Misschien kwam het doordat de man haar had herinnerd aan dde roemruchte daden van de Donderkat. Misschien was ze kwaad op die laffe kerel, die zich al bij de vernietiging van het woud had neergelegd. In ieder geval: haar ogen schoten vuur, en het had me niets verbaasd als er stoom uit haar neusgaten was gekomen. Ze keek zoals een draak zou kijken, vlak voordat hij een ridder roostert in zijn harnas.
De dikke kanoman begon te bibberen.
'Ja mevrouw de Donderkat, natuurlijk, u gaat het bos redden met uw beroemde bommen, dom van mij dat ik daar niet aan gedacht had. Haha. Domme ik. Eh, die bommen... zijn die hier in de buurt? Kunnen ze, zeg maar, elk moment afgaan?'
'Mijn bommen?' Mama lachte schel en hard. 'De bommen, die heb ik nog niet. Maar ik heb... Dit!' Met een dramtisch gebaar hield ze haar stapeltje halve kokosnoten omhoog.
'Een stapeltje halve kokosnoten?' De kanoman giechelde slapjes.
'Een laboratorium!' brieste mijn moeder.
'Jaja, natuurlijk, een laboratorium, Haha. Domme ik. Kom, ik moest maar weer eens verder. Mijn onderzoek wacht.' Hij maakte aanstalten om terug naar zijn kano te klauteren.
'Niks ervan!' De stem van mijn moeder klonk scherp als een mes. De man bleef doodstil hangen, halverwege zijn klauter. Mijn moeder glimlachte en opeens klonk haar stem weer poeslief: 'U bent een wetenschapper, nietwaar? U weet vast veel! En dan bedoel ik vooral: veel over de plantjes en diertjes uit Boegoe-Boegoe. Welke moleculen erin zitten en zo. Nietwaar?'
'Nou-ou-ou,' de man wiebelde met zijn hoofd, 'ik weet er bijna niets van, hoor.'
'Mooi,' zei mama, 'dan weet u een stuk meer dan ik. Want ik weet er helemaal niks van. En ik bedenk me nog iets: U heeft vast ook wel een zaklamp bij u. Met batterijen erin. En een kompas, met een magnetische naald. Die dingen zou ik héél goed kunnen gebruiken voor mijn laboratorium. Dus ik zou zeggen: ga ze snel halen, dan kunnen we beginne. Samen zullen we die schurken wel krijgen!'
'Eh,' zei de man, 'het was eigenlijk niet mijn bedoeling om....'
Hij zweeg. We zwegen allemaal. In de stilte hoorden we plotseling het geluid van geweerschoten, ver weg.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE