Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 28. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 28. Alle posts tonen

woensdag 5 maart 2014

Waarom geen klittenband?

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Mama's gezicht straalde als de sterrenhemel.
'Jazeker,' zei ze, 'dat doet hij ook voor ons. Hij vindt het een groot probleem dat er zo weinig kinderen wetenschapper willen worden, en hij vindt dat ik mijn idee helemaal geweldig. Zo hoor je problemen op te lossen, zei hij. Kijk vanavond maar naar het nieuws, zei hij ook nog.'
Die avond keken we naar het nieuws.
Eerst was er een hoop akelig nieuws over de burgeroorlog in Armoestan, daarna een stukje over politiek (de minister van Defensie was al voor de vierde keer deze week over zijn eigen losse veters gestruikeld, en het Parlement wilde weten waarom hij niet overging op klittenband) en daarna was er een stukje over de Doggersbank. Die had vandaag wel vijf uur platgelegen, werd er verteld. Alle computers waren stilgelegd door computerboeven uit Nigeria.
Meneer Dogger kwam in beeld.
De interviewer vroeg hem of de bank veel verlies had geleden door deze aanval.
'Een paar miljoen,' zei Dogger tandenknarsend.
En, wilde de interviewer weten, waren er veel klanten overgestapt naar een andere bank?
Het was een genot om naar Doggers lelijke gezicht te kijken. Zijn pafferige wangen trilden van woede, en zijn ogen knipperden tegen de machteloze tranen.
'Honderden,' siste hij. 'Hónderden klanten ben ik kwijt.'
En was het probleem nu opgelost?
Dogger slikte moeilijk. 'Jazeker,' zei hij. 'Het zal niet meer voorkomen. Dat kan ik u keihard garanderen.'
Nog een laatste vraag. Iedereen wist van Doggers ruzie met de beruchte Donderkat. Zou het kunnen dat zij hierachter zat?
Doggers as-grauwe gelaat werd nog ongezonder van kleur. Wit met blauwachtig grijs. Ik wist niet dat een levend mens er zo uit kon zien. De bankier beet op zijn tanden en balde zijn vuisten. Het was duidelijk dat hij iets ging zeggen, wat hij heel, heel moeilijk vond.
'Nee hoor, de Donderkat heeft hier niets mee te maken,' fluisterde hij met een stem die kraakte als een oude planken vloer. 'Sterker nog: ik heb nu ruzie met... met die... die Nigeriaanse computerboeven. En niet meer met haar. De beloning voor het vangen van de Donderkat wordt ingetrokken. Dat maak ik bij deze bekend, en ik laat het overal ter wereld omroepen en aanplakken. Wat mij betreft is de Donderkat voortaan vrij om te gaan en te staan waar ze wil.'
Het was maar goed dat de Tsaar Peter, onze duikboot, aan het oppervlak dobberde met het luik open. Want we juichten zó hard, dat er waarschijnlijk scheuren in de romp waren gekomen als onze vreugde niet door het luik had kunnen ontsnappen.
'Vrij,' juichten we, 'eindelijk vrij!'
'We kunnen terug naar huis! Naar mijn eigen kamertje, met mijn eigen knuffels!' jubelde Gaby.
Ik deed maar net of ik dat niet hoorde. Ik bedoel: knuffels? Hallo! Je bent elf, zus! Dan mag je geen knuffels meer willen.
Of misschien ook wel, als je een meisje bent. Meisjes mogen veel meer dan jongens. Wij mogen niet eens meer soldaatje willen spelen, als we twaalf zijn. Dus... ja...
'Nu kun je terug naar de universiteit, schat,' glunderde papa. 'Terug naar de wetenschap!'
Mama, die het hardste had gejuicht van ons allemaal, keek mijn vader een beetje vreemd aan.
'Dát weet ik nog zo net niet,' zei ze.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 14 november 2012

De volautomatische haper-machine

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Oh nee,' kreunden wij, maar oh ja: daar kwam het helse bestelbusje weer aan ge... ge... wat eigenlijk? Als het bestelbusje een oud mannetje was geweest, had je kunnen zeggen dat het eraan kwam gestommeld. Of gestrompeld. Maar het was geen oud mannetje, het was een oud autootje en daar is dus helaas geen woord voor.
Het juiste woord zou moeten beginnen met een S en een T, vind ik, en moeten eindigen op – elen. Net als strompelen en stommelen.
Ik stel Stokkelen voor. Dat lijkt een beetje op Stokken, wat 'plotseling stilstaan' betekent. En plotseling stilstaan, dat deed het busje nogal vaak.
Of Stortelen, van Instorten, dat deed het busje steeds bijna. Stortelen lijkt trouwens ook een beetje op Horten, oftewel haperen, en oh jongens, wat kon dit busje haperen.
Auto's, dat weet iedereen, zijn machines om mee te rijden.
Dit busje niet. Dit was een volautomatische en zeer succesvolle haper-machine.
En deze volautomatische, zeer succesvolle haper-machine kwam op ons af gestorteld en bleef zacht rochelend voor ons staan.
'Stap maar in,' zei Willem.
'Liever niet,' zeiden wij, maar we deden het toch want mama was nieuwsgierig.
Gelukkig hadden de vissers de ijskoude kratten met vis uit de wagen gehaald. Dus onze konten bevroren niet, deze keer.
In plaats daarvan verschroeiden ze. Het busje had een tijdje in de zon gestaan, dus de blikken buitenkant was schroeiend heet geworden.
En er waren geen stoelen, of zelfs maar iets van bekleding: de blikken binnenkant was eigenlijk precies hetzelfde ding als de blikken buitenkant.
Dus: koud? Nee. Maar: prettig? Dubbel nee.
Bovendien hadden de vissers wel de vis uit de wagen gehaald, maar niet de geur van de vis. Of de geur van de vis van twee jaar geleden.
Daar kwamen de geuren van gemorste benzine en aangebrande smeerolie nog bij. En dat in zo'n veel te warme auto...
Je zou er kotsmisselijk van worden.
Sterker nog: we werden er kotsmisselijk van. En Michael was al geweest, maar Kwetter en ik nog niet. Er kwam een moment dat we ons niet meer konden inhouden.
Bwargh! Daar had je de pannenkoeken weer. Ze zagen er niet meer zo lekker uit als drie uur geleden.
En ze roken ook niet fijn.
Tot mijn verbazing was de geur van olie en benzine sterker dan die van de vis en de ex-pannenkoeken.
Het leek zelfs wel of de olie-walm steeds erger werd.
'Ruiken jullie dat?' vroeg Willem, die naast de bestuurder zat.
'Wij ruiken van alles,' zei mama. 'Dus het antwoord is waarschijnlijk “ja”, tenzij jij iets lekkers ruikt.'
'Die olie-geur,' legde Willem uit.
'Ja,' zei papa, 'je zou bijna gaan denken dat er iets mis is met de motor.'
'Was het maar waar,' zei Willem. 'We zijn er.'
Met remmen die krijsten als een stervend dier kwam de bus tot stilstand.
Willem stapte uit en gooide de deur voor ons open.
'Dit,' zei hij duister, 'is de reden dat we hier geen voedsel verbouwen.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 23 maart 2012

De Kroko-creche

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


In de stilte hoorden we plotseling het geluid van geweerschoten, ver weg.
'En daar gaat weer een alligator,' zei mama luchtigjes. 'Jammer hoor. Het zijn toch zulke prachtige beesten, vindt u niet?'
De kanoman keek heel ongelukkig. Hij nam zijn tropenhelm af en woelde door zijn zweterige blonde haar.
'Goed,' zei hij tenslotte. 'Ik zal u helpen. Maar dan moet u mij ook helpen.'
'Waarmee?' vroeg mama.
'Nou, met die eieren natuurlijk. De alligator-eieren, weet u wel? Zonder eieren kan mijn onderzoek niet verder.'
'Jaja, natuurlijk, natuurlijk. Dat kunnen de kinderen dan mooi doen. Lopen ze ons ook niet voor de voeten in het lab.' Ze wendde zich tot ons. 'Jongens, halen jullie even een paar eitjes voor die meneer?'
Wij keken elkaar aan. Eieren onder een alligator uit stelen? Dan kon ze ons net zo goed vragen in Smiksmeks Mobiele Mjamburger Maak Machine te springen.
'Hup hup!' Mama klapte in haar handen. 'Aan het werk, allemaal!'

De Boegoenese reuzenalligator is een bijzonder beest. Niet alleen omdat-ie het véél groter en bloeddorstiger is dan alle andere alligators (de kanoman noemde alle gewone alligators “knuffelkroko's”). Ook omdat de Boegoenese Reuzenalligator enkele eigenaardige gewoonten heeft. Zo is hij de enige krokodil ter wereld die zijn prooien niet meteen opeet, maar ze zo lang mogelijk laat spartelen schreeuwen, in de hoop dat hun familie of vrienden ze zal proberen te redden. En dan: hap hap hap, hartelijk welkom, familie en vrienden!
Ook is het de enige krokodil die voortdurend last heeft van gaatjes. In zijn tanden dus. Dat komt door – ken je die vogeltjes? Die vogeltjes die rondlopen in een open krokodillenbek, om restjes vlees tussen de tanden vandaan te pikken, als een soort levende tandenstokers? Nou, de Boegoenese reuzenalligator beschouwt die vriendelijke diertjes niet als levende tandenstokers, maar als levende bitterballen. Hap hap hap!
En ten slotte is de Boegenese reuzenalligator de enige krokodil met een kroko-crêche.
Een kroko-crêche is niets anders dan een gat in de grond. Een heel, heel groot gat. Daarin leggen de mama-alligators hun eieren. En dan bedoel ik ook echt álle mama-alligators. Er is er niet één die haar eieren ergens anders legt. Uiteindelijk ligt er dus een gigantische hoeveelheid eieren in dat gat. De mama's schuiven er wat bladeren en takjes en modder overheen, en daar ligt hun kroost. Niet te heet, niet te koud en lekker verstopt. Na een maand of twee komen er duizenden baby-alligators uit de eieren. Ze eten de wormpjes en kevertjes die tussen de rottende bladeren en takjes zitten. Als de wormpjes op zijn, eten de baby-alligators, uh... nou ja, andere baby-alligators. Uiteindelijk komen alleen de allersterkste en gemeenste alligatortjes levend dat gat uit.
Lekker handig, zul je zeggen, alla alligators in één gat bij elkaar. Waar gaan de Boegoenezen niet gewoon naar die kroko-crêche, voordat de eieren uitkomen, en stampen ze gewoon alle eieren stuk? Dan hebben ze nooit meer last van alligators!
Nou, de Boegoenezen laten die crêche met rust om een aantal verschillende redenen.
De belangrijskste van de redenen is: het gat in de grond wordt terdege bewaakt. Door de meest woeste, sterke, agressieve moeder-alligators van allemaal. Die houden dag en nacht dat gat in de gaten, en wee je gebeente als je er dichtbij komt.
Uit dat gat moesten wij dus een paar eieren pikken.
Dus ja.
En er was nóg een probleem, bijna nog erger dan de mama-alligators.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE