BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij barstte in lachen uit. Hij gooide zijn hoofd in de nek en lachte zo hard dat hij er buikpijn van kreeg.
'Pijn doen!' hinnikte hij. 'Ik, iemand pijn doen! Wat een idee! Dat zou ik nooit doen! Ik weet niet eens hoe dat moet.'
De dikke bleke peer die Fitz heette lacht voorzichtig mee.
Een tijdje lang hoorde je alleen het gebulder van Clusjes en het slijmerige gegrinnik van de peer.
Daarna zei meneer Clusjes op serieuze toon: 'Ik ben een vreedzaam mens. Ik ben tegen geweld. Heel erg tegen. Ik verafschuw oorlog. Zal ik je eens wat vertellen? Daar doe ik het allemaal voor. Voor de vrede! Al mijn uitvindingen. Al mijn oplossingen. Die zijn er voor de vrede. Want ze maken de mensen gelukkiger. En rijker. En rijke, gelukkige mensen voeren geen oorlog. Daar gaat het om! Dat is mijn doel!'
Mama klapte enthousiast in haar handen. 'Bravo!' riep ze. 'Leve meneer Clusjes!'
'Bravo!' riep Fitz.
'Bravo,' riepen tientallen stemmen uit de duisternis van het Swinefeller Auditorium.
'Laat dat een les voor jullie zijn, kinderen,' zei Fitz. 'Meneer Clusjes zou nooit iemand pijn doen!'
'Maar waar bende jij dan zo bang voor?'
'Ik was bang, dat meneer Clusjes mij zou ontslaan,' antwoordde Fitz. 'Dan... dan werk je niet meer voor de hipste uitvinder aller tijden. Dan... dan... dan hoor je er niet meer bij!' Bij de gedachte alleen al brak het zweet hem uit. Dikke druppels kropen over zijn voorhoofd naar beneden. Zijn gezicht bleef bleek, maar zijn nek en zijn oren werden rood. Met een kruiperige blik keek hij naar meneer Clusjes. Als een hond die een schop van zijn baas heeft gehad, maar toch nog hoopt op een hondenkoekje.
Wat een slapjanus ben jij, dacht ik. Als je baas je bedreigt met een stoomwals – ja, dan snap ik wel dat je smeekt om je leven. Maar als je baas tegen je schreeuwt en je ontslaat vanwege een stoel, die hij zelf kapot heeft getrapt, dan zou je blij moeten zijn dat je van hem af was.
Mijn ouders konden echter wel begrijpen wat er in die waardeloze Fitz omging, blijkbaar, want ze kregen medelijden en zeiden: 'Ach, meneer Clusjes, geeft u hem nog één kans.'
'Vooruit dan maar,' zei meneer Clusjes. 'Je hebt geluk, Fitz. Je hebt nog één kans. Over een half uur is deze stoel gerepareerd. En niet alleen deze stoel. Alle stoelen doen het dan weer. En daar ga jij voor zorgen. Dat is je kans. Begrepen?'
'Jawel meneer. Dank u wel meneer,' zei Fitz met trillende wangen. Even dacht ik dat hij op zijn knieën zou zinken, om de voeten van meneer Clusjes te kussen. Maar het viel mee.
Eigenlijk wel jammer. Ik had dat wel eens willen zien, een volwassen man die letterlijk de voeten van zijn baas kust. Ik had zo het gevoel dat dit mijn enige kans was: als die slijmerige worm van een Fitz de voeten van meneer Clusjes, die door iedereen zozeer aanbeden werd, niet zou kussen, dan kust niemand de voeten van niemand.
Dacht ik.
Jongens jongens, had ik even ongelijk.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 37. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 37. Alle posts tonen
woensdag 26 maart 2014
vrijdag 7 december 2012
Op volksliederen kun je vertrouwen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Kwetter hield haar mond.
Ze hield 'm zo stijf dicht dat je alleen nog maar een streepje zag.
Gelukkig had de journalist niks gehoord, want die zat al een tijdje te staren naar de wijzertjes van zijn auto. Hij tikte een paar keer op de wijzerplaatjes en zei toen: 'Dat is gek. U had gelijk, mevrouw!'
'Zo gek is dat niet hoor,' zei mama. 'Ik heb altijd gelijk.'
'Maar... Ik bedoel... Mijn wagen verbruikt nu veel minder benzine! De knapste koppen van de autofabriek proberen al jarenlang een motor te maken die minder benzine gebruikt, en het lukt ze niet, en u doet dat zo maar eventjes.'
'Misschien zijn die knapste koppen niet zo knap als ik,' zei mama. 'Dat zou heel goed kunnen. Of ze doen niet echt hun best.'
'Maar waarom heeft u dit niet al jaren geleden aan de autofabriek? Dat zou een hoop vervuiling gescheeld hebben?'
'Wist ik veel,' zei mama geërgerd. 'Ik heb vandaag voor het eerst zo'n motor van dichtbij bekeken. Ik dacht altijd: die dingen zullen wel goed zijn.'
De journalist schudde zijn verbaasde hoofd. 'Dat u nog niet we-reld-beroemd bent!'
'Ja,' glimlachte mama, 'daar snap ik ook niks van.'
Papa begon een lang verhaal over een wereldberoemd zangeresje, dat volgens hem meer succes dan hersens had.
De journalist zei dat ze alleen maar zoveel succes had omdat ze zo'n mooie meid was, die ook nog eens blote jurkjes droeg.
'Oh,' zei papa, 'is dat een jurkje. Ik dacht dat het een bikini was.'
'Dat zegt u goed,' lachte de journalist. 'En weet u wie er ook veel te veel succes heeft?'
Papa dacht een internationale voetballer. De journalist bedoelde een filmster, maar dat van die voetballer klopte ook, sodeknetter, nou en of, wat een stoethaspel was dat zeg.
Twee uur lang bleven de journalist en papa praten over beroemde mensen die niks konden.
Daar waren er heel veel van, kennelijk.
Daarna zei de journalist: 'Kijk eens aan, we zijn er al! In het prachtige Jalsk, de parel van Zuid-Mallotië, het warme, gulle hart van dit land, dat van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God is, als we het volkslied mogen geloven. En dat mogen we, want waarom zouden mensen liegen in hun volkslied? Dan sta je voor aap, iedere keer als je een medaille wint. Of een kampioenschap. Dan zit de hele wereld naar de t.v. te kijken, en dan wordt het volkslied gespeeld, en iedereen ter wereld zit zo'n beetje mee te knikken en dan wordt er gezongen van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God, en dan zegt iedereen ter wereld “Neeeh, dat is echt onzin, die rare Zuid-Mallotiërs toch, die kletsen maar een eind raak”. Dan sta je voor joker. Nee, op volksliederen kun je vertrouwen hoor, dat wordt echt wel goed gecontroleerd voor ze het opschrijven, en ieder jaar wordt er even gekeken of het nog klopt, stel ik me zo voor...'
We luisterden nauwelijks naar hem, want we keken uit het raampje naar de stad Jalsk, de Parel van Zuid-Mallotië, en we konden onze ogen nauwelijks geloven.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Kwetter hield haar mond.
Ze hield 'm zo stijf dicht dat je alleen nog maar een streepje zag.
Gelukkig had de journalist niks gehoord, want die zat al een tijdje te staren naar de wijzertjes van zijn auto. Hij tikte een paar keer op de wijzerplaatjes en zei toen: 'Dat is gek. U had gelijk, mevrouw!'
'Zo gek is dat niet hoor,' zei mama. 'Ik heb altijd gelijk.'
'Maar... Ik bedoel... Mijn wagen verbruikt nu veel minder benzine! De knapste koppen van de autofabriek proberen al jarenlang een motor te maken die minder benzine gebruikt, en het lukt ze niet, en u doet dat zo maar eventjes.'
'Misschien zijn die knapste koppen niet zo knap als ik,' zei mama. 'Dat zou heel goed kunnen. Of ze doen niet echt hun best.'
'Maar waarom heeft u dit niet al jaren geleden aan de autofabriek? Dat zou een hoop vervuiling gescheeld hebben?'
'Wist ik veel,' zei mama geërgerd. 'Ik heb vandaag voor het eerst zo'n motor van dichtbij bekeken. Ik dacht altijd: die dingen zullen wel goed zijn.'
De journalist schudde zijn verbaasde hoofd. 'Dat u nog niet we-reld-beroemd bent!'
'Ja,' glimlachte mama, 'daar snap ik ook niks van.'
Papa begon een lang verhaal over een wereldberoemd zangeresje, dat volgens hem meer succes dan hersens had.
De journalist zei dat ze alleen maar zoveel succes had omdat ze zo'n mooie meid was, die ook nog eens blote jurkjes droeg.
'Oh,' zei papa, 'is dat een jurkje. Ik dacht dat het een bikini was.'
'Dat zegt u goed,' lachte de journalist. 'En weet u wie er ook veel te veel succes heeft?'
Papa dacht een internationale voetballer. De journalist bedoelde een filmster, maar dat van die voetballer klopte ook, sodeknetter, nou en of, wat een stoethaspel was dat zeg.
Twee uur lang bleven de journalist en papa praten over beroemde mensen die niks konden.
Daar waren er heel veel van, kennelijk.
Daarna zei de journalist: 'Kijk eens aan, we zijn er al! In het prachtige Jalsk, de parel van Zuid-Mallotië, het warme, gulle hart van dit land, dat van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God is, als we het volkslied mogen geloven. En dat mogen we, want waarom zouden mensen liegen in hun volkslied? Dan sta je voor aap, iedere keer als je een medaille wint. Of een kampioenschap. Dan zit de hele wereld naar de t.v. te kijken, en dan wordt het volkslied gespeeld, en iedereen ter wereld zit zo'n beetje mee te knikken en dan wordt er gezongen van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God, en dan zegt iedereen ter wereld “Neeeh, dat is echt onzin, die rare Zuid-Mallotiërs toch, die kletsen maar een eind raak”. Dan sta je voor joker. Nee, op volksliederen kun je vertrouwen hoor, dat wordt echt wel goed gecontroleerd voor ze het opschrijven, en ieder jaar wordt er even gekeken of het nog klopt, stel ik me zo voor...'
We luisterden nauwelijks naar hem, want we keken uit het raampje naar de stad Jalsk, de Parel van Zuid-Mallotië, en we konden onze ogen nauwelijks geloven.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 13 april 2012
Het regent ongedierte
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Een kettingzaag stopt, als het goed is, vanzelf met zagen als je hem loslaat. Voor de veiligheid. Veiligheid is belangrijk bij zulke gevaarlijke machines.
Maar dit was de zaag van een maniak, en maniakken geven niet om veiligheid. Integendeel, maniakken zijn dol op gevaar. Dus deze gek had net zolang aan zijn kettingzaag zitten prutsen tot hij aan bleef staan, als je hem losliet.
Dat was voor de man in de boom, die de zaag probeerde te vangen, heel vervelend. Want hij pakte hem bij de verkeerde kant vast.
'Whaaaahaaargh!' zei de man.
'Sorry,' zei de maniak, 'maar het is ook een beetje je eigen schuld, hoor. Je bent toch een houthakker? Dan weet je toch wel wat de goede kant van een zaag is?'
'Hoeoeoew-aaauw!' antwoordde de man. En 'Mwaaaahaaiiii,' voegde hij eraan toe.
'Nou nou,' zei de maniak. 'Al die drukte om een paar vingers.'
'Dit is niet “een paar vingers”, ' zei een van zijn collega's, die met een zaklamp op de grond scheen. 'Een paar is twee. Ik tel er hier al gauw een stuk of zeven.'
'Hiiiyawoeoeoew!' merkte de man in de boom op.
'Kom maar weer naar beneden, Sjon,' riep de maniak. 'Hier schieten we niet veel mee op.'
Dat zag Sjon ook wel in, en hij ging naar beneden. Of misschien viel hij om een andere reden uit de boom. In ieder geval: hij kwam op de grond terecht en een paar kameraden hielp hem overeind om hem naar het kamp terug te brengen.
De overige houthakkers gingen weer met elkaar staan smiespelen. We konden niet verstaan wat ze zeiden, maar dat hoefde ook niet.
Dat werd snel genoeg duidelijk.
Kennelijk begonnen de houthakkers langzaamaan een beetje wakker te worden, want nu pas dachten ze aan de geweren die ze bij zich hadden.
Een groepje mannen liep naar de containers. Ze kwamen terug met hun handen vol geweren. Alle houthakkers die een wapen vast konden houden kregen er een in hun handen geduwd.
Eén van de maniakken hiep heel haastig: 'Als-jullie-er- nou-niet-uit-komen-dan gaan-we-schieten-okee-dan-moeten-jullie- het-zelf-maar-weten!'
En rrrrrrangg, daar gingen ze. Onder oorverdovend geknal schoten ze een enorme hoeveelheid kogels de boom in.
De bomen in Boegoe-Boegoe zijn groot, veel groter dan de bomen bij ons. De takken van die bomen zijn dik. Heel dik. Op de onderste takken kunnen makkelijk twee kinderen naaste elkaar zitten, op hun gemakje met hun rug tegen de stam, zonder dat je hen van beneden af kan zien.
Daar zaten we dus, Gaby en ik. Overal om ons heen vlogen de kogels. Maar wij zaten veilig, want de tak zat tussen ons en de geweren in.
Al snel begon het beesten te regenen. Als eerste was een een grote sissipi-slang, die mij had willen bijten. Net voordat-ie toe kon happen kreeg hij een kogel in zijn kop. Hij was al dood voordat hij de grond raakte. Her en der stortten reuzenspinnen en boom-schorpioenen langs ons heen naar
beneden.
'Dit ruimt lekker op,' zei Gaby.
'Wat zei je?' riep ik, want ze was bijna niet te horen boven het geknal en geratel uit.
'Op,' gilde Gaby. 'Dat het opruimt!'
'WAT?'
'O-HOP! RUIMT OP, ZEI IK!'
'Je hoeft niet zo te schreeuwen,' zei ik. 'Ik ben niet doof.'
Opeens konden we elkaar weer moeiteloos verstaan.
De geweren zwegen.
Er viel een onheilspellende stilte.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Een kettingzaag stopt, als het goed is, vanzelf met zagen als je hem loslaat. Voor de veiligheid. Veiligheid is belangrijk bij zulke gevaarlijke machines.
Maar dit was de zaag van een maniak, en maniakken geven niet om veiligheid. Integendeel, maniakken zijn dol op gevaar. Dus deze gek had net zolang aan zijn kettingzaag zitten prutsen tot hij aan bleef staan, als je hem losliet.
Dat was voor de man in de boom, die de zaag probeerde te vangen, heel vervelend. Want hij pakte hem bij de verkeerde kant vast.
'Whaaaahaaargh!' zei de man.
'Sorry,' zei de maniak, 'maar het is ook een beetje je eigen schuld, hoor. Je bent toch een houthakker? Dan weet je toch wel wat de goede kant van een zaag is?'
'Hoeoeoew-aaauw!' antwoordde de man. En 'Mwaaaahaaiiii,' voegde hij eraan toe.
'Nou nou,' zei de maniak. 'Al die drukte om een paar vingers.'
'Dit is niet “een paar vingers”, ' zei een van zijn collega's, die met een zaklamp op de grond scheen. 'Een paar is twee. Ik tel er hier al gauw een stuk of zeven.'
'Hiiiyawoeoeoew!' merkte de man in de boom op.
'Kom maar weer naar beneden, Sjon,' riep de maniak. 'Hier schieten we niet veel mee op.'
Dat zag Sjon ook wel in, en hij ging naar beneden. Of misschien viel hij om een andere reden uit de boom. In ieder geval: hij kwam op de grond terecht en een paar kameraden hielp hem overeind om hem naar het kamp terug te brengen.
De overige houthakkers gingen weer met elkaar staan smiespelen. We konden niet verstaan wat ze zeiden, maar dat hoefde ook niet.
Dat werd snel genoeg duidelijk.
Kennelijk begonnen de houthakkers langzaamaan een beetje wakker te worden, want nu pas dachten ze aan de geweren die ze bij zich hadden.
Een groepje mannen liep naar de containers. Ze kwamen terug met hun handen vol geweren. Alle houthakkers die een wapen vast konden houden kregen er een in hun handen geduwd.
Eén van de maniakken hiep heel haastig: 'Als-jullie-er- nou-niet-uit-komen-dan gaan-we-schieten-okee-dan-moeten-jullie- het-zelf-maar-weten!'
En rrrrrrangg, daar gingen ze. Onder oorverdovend geknal schoten ze een enorme hoeveelheid kogels de boom in.
De bomen in Boegoe-Boegoe zijn groot, veel groter dan de bomen bij ons. De takken van die bomen zijn dik. Heel dik. Op de onderste takken kunnen makkelijk twee kinderen naaste elkaar zitten, op hun gemakje met hun rug tegen de stam, zonder dat je hen van beneden af kan zien.
Daar zaten we dus, Gaby en ik. Overal om ons heen vlogen de kogels. Maar wij zaten veilig, want de tak zat tussen ons en de geweren in.
Al snel begon het beesten te regenen. Als eerste was een een grote sissipi-slang, die mij had willen bijten. Net voordat-ie toe kon happen kreeg hij een kogel in zijn kop. Hij was al dood voordat hij de grond raakte. Her en der stortten reuzenspinnen en boom-schorpioenen langs ons heen naar
beneden.
'Dit ruimt lekker op,' zei Gaby.
'Wat zei je?' riep ik, want ze was bijna niet te horen boven het geknal en geratel uit.
'Op,' gilde Gaby. 'Dat het opruimt!'
'WAT?'
'O-HOP! RUIMT OP, ZEI IK!'
'Je hoeft niet zo te schreeuwen,' zei ik. 'Ik ben niet doof.'
Opeens konden we elkaar weer moeiteloos verstaan.
De geweren zwegen.
Er viel een onheilspellende stilte.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)