Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 44. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 44. Alle posts tonen

vrijdag 11 april 2014

Bloemetjes, vogeltjes, vlinders en gitzwarte haat

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Hij zag ons niet, want wij stonden tussen de stoelen, waar het donker was. Maar wij zagen hem wel, daar onder de felle lampen van het podium.
Gaby en Kwetter herkenden hem ook.
'Wat doet hij hier?' fluisterde Gaby ontzet.
Kwetter zei niks. Dat kwam omdat ik mijn handen stevig tegen haar mond gedrukt hield.
Ze zwaaide wild met haar armen en keek met woeste ogen van mij naar de man, die nu op Clusjes afliep en hem een vriendelijke hand gaf.
'…!!!!' riep Kwetter.
'Jazeker,' fluisterde ik zo zacht als ik kon. 'Ik herken hem ook. Maar we gaan nu niet staan schreeuwen. Hij mag niet weten dat we hier zijn. Ten eerste omdat hij gevaarlijk is. En ten tweede omdat wij gaan uitzoeken wat hij hier doet. Begrepen?'
Kwetter deed boos haar armen over elkaar. Onder mijn handen trok ze een pruillip.
'Begrepen?' herhaalde ik.
Ze knikte.
Ik haalde mijn handen van haar mond.
'Wij pakt hem,' siste ze. 'Wij pakt hem en we slaat hem dood.' Ze keek alsof ze het meende.
Nou is Kwetter toevallig een van de liefste meisjes ter wereld. Begrijp met als-je-blieft niet verkeerd! Ik bedoel dus niet dat ik verliefd op haar zou kunnen zijn of zo. Want dat ben ik dus helemaal niet. Op geen enkele manier. Ben ik nooit geweest. Ga ik ook nooit worden. Wat Gaby ook allemaal zegt; nee. Gewoon: niet.
Met “Kwetter is lief” bedoel ik alleen maar dat ze voor iedereen aardig is, een van iedereen de goede kanten ziet, en van zo ongeveer iedereen wel een beetje houdt. Als je een tekening zou moeten maken van haar karakter, dan werd dat een tekening met alléén maar bloemetjes en vogeltjes en vlinders in alle vrolijke kleuren die je maar bedenken kunt.
Ze zal niet snel een hekel aan iemand krijgen, dat is alles wat ik wil zeggen.
Maar deze man, die haat ze. Echt: een ander woord dan haten is er niet voor. Diepe, diepe, gitzwarte haat. Deze man zou het het liefst met haar eigen handjes wurgen.
Zijn naam is Snoet, en hij is een kinderdief.
Hij is degene die Kwetter ontvoerd heeft uit haar land, Boegoe-boegoe, om haar als slaaf te verkopen.
Toen bleek dat niemand een knal-oranje slaaf wilde hebben, verkocht Snoet haar aan de mjamburger-fabrikant Smek. Die wilde haar in zijn Vreselijke Vleeshakker gooien om mjamburgers van haar te maken. En dat zou ook gebeurd zijn, als wij niet toevallig langs waren gekomen. Wij sloopten de fabriek (met een bom en een tank. Het was een fijne dag.) en namen Kwetter met ons mee.
Wat had die schurk hier in hemelsnaam te zoeken? Hoe kende hij meneer Clusjes? Want ze kenden elkaar goed, dat was duidelijk.
'Snoet, beste kerel!' riep Clusjes. 'Wat kan ik voor je doen? Kom je me iets vertellen?'
Ik was heel nieuwsgierig naar het antwoord.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 24 december 2012

Kalaripayattu, Savate, Jogo do Pau enzovoort

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'De tweede manier,' ging hij verder, 'gaat namelijk als volgt: wij rossen u grondig in mekaar en smijten u naar buiten. Dan bent u precies even snel beneden, maar dan kunt u niet meer van het uitzicht genieten want dan zitten uw ogen helemaal dicht.'
'Wij kunnen heel goed rossen namelijk,' zei de eerste trots. 'Wij hebben de zwarte band in karate.'
'Én in judo,' vulde zijn vriend aan.
'En in Jiu Jitsu,' zei de eerste weer, en zo ging het nog een poosje door want ze hadden de hoogste band in wel zeventien vechtsporten. Van de meeste had ik nog nooit gehoord, maar aan Michael's gezicht te zien bestonden die sporten echt, want hij werd bleker en bleker. Hij weet dat soort dingen. Hij vindt dat interessant, want hij is een jongen en jongen zijn gek. Ik bedoel: wat heb je eraan, te weten dat er een vechtsport bestaat die Kalaripayattu heet? Daar word je alleen maar zenuwachtig van. Tenminste: Michael werd behoorlijk zenuwachtig toen die hele stortvloed aan vechtsporten voorbijkwam.
'Dus,' besloot bullebak nummer twee, 'U kunt maar beter vrijwillig springen, anders... au!'
Kwetter had een vulpen van het bureau gepakt en die recht in zijn oog gegooid.
'Goed werk,' zei mama. 'Volgende keer wel de dop eraf halen, hoor, dan doet het veel meer pijn.'
'Jammer dat ik geen kokosnoot hebde,' grijnsde Kwetter. 'Anders had ik hem zo hard tegen zijn kop gesmijt, dat hij het raam uit valde.'
'Jaha,' zei Michael, die meteen weer zijn overmoedige zelf werd, 'jullie hebben dan misschien de hoogste graad in Krav Maga, maar wij hebben Kwetter! Even voor de duidelijkheid: Kwetter heeft in elke vechtsport ter wereld precies nul banden. Maar ze kan wel een Boegoenese Boomleeuw pootje haken.'
De mannen keken elkaar grijnzend aan. 'Maar goed dat wij geen boomleeuwen zijn, dan,' grijnsde de een.
'Zoals mijn oma altijd zei,' begon de ander, maar hij maakte zijn zin niet af. Hij wilde ons alleen maar in de war brengen. Niet laten merken dat hij nú ging aanvallen. Of zijn oma zei nooit wat, dat kan natuurlijk ook.
In ieder geval sprong hij plotseling met een vijfdubbele salto op Kwetter af. Zijn vriend dook met een zesdubbele koprol onder Cockels bureau door en kwam in een vloeiende beweging overeind om Kwtter keihard in haar gezicht te schoppen.
Kwetter deed één stapje opzij en haakte allebei de mannen pootje.
'Inderdaad maar goed dat jullie geen boomleeuwen is,' giechelde ze. 'Twee boomleeuwen tegelijk, dat zou een beetje veel zijn. Maar boomleeuwen is nooit vriendjes met elkaar, dus er is nooit twee boomleeuwen tegelijk. Hoeps!' En ze sprong met een wonderlijke wenteling over de ene zijn schoppende been en onder de ander zijn maaiende arm.
Zoiets waren de twee kerels niet gewend.
Ze vonden het ook helemaal niet leuk.
Snuivend van woede probeerden ze Kwetter te pakken te krijgen. Maar je kunt net zo goed proberen een plas water buiten westen te slaan.
'Tssss,' deed Michael. 'Bij al die vechtsporten die ze noemden, beweren de meesters dat het gaat om discipline en innerlijke rust. Nou, daar klopt dus ook niks van. Moet je kijken wat een rooie koppen die kerels krijgen! Als dat innerlijke rust is, ben ik een Bretonse keukenmeid.'
'Wat je zegt,' zei papa. 'Zeg mensen, nu Kwetter die engerds bezig houdt... zullen wij maar eens ontsnappen?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

donderdag 3 mei 2012

Een heerlijk hapje

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik had het gevoel dat ik in tweeën brak.
'Gaby!' schreeuwde ik. 'Gaby, wat... hoe kan dat nou? Je had toch alleen maar een gebroken arm, daaraan ga je toch niet... Daaraan ga je niet...'
'Nee, natuurlijk gaat jij daar niet dood aan,' zei Kwetter. 'Gaby is ook helemaal niet dood. Kijkt jij maar eens goed. Ziet jij haar buik op en neer gaan? Ja? Nou, dat ziet ik ook. En als wij dat allebei ziet, dan is dat gewoon zo. Dus zij ademt nog, en wanneer jij ademt is jij niet dood. Zij is alleen maar flauwgevallen, denkt ik.'
'Ja,' zei ik zwakjes. 'Ja, dat wist ik heus wel hoor. Flauwgevallen, dat dacht ik al lang. Flauwgevallen toen ze bloed zag. Echt weer iets voor een meisje, dacht ik nog.'
'Zeg, doet jij eens wat aardiger,' beval Kwetter. 'Ik is toevallig ook een meisje, en ik valt niet flauw. Of wel?' Ze keek me streng aan. Het zag er angstaanjagend uit, maar dat kwam vooral doordat ze de alligatorkop nog op haar hoofd had.
Het resultaat was dat een alligator mij kwaad stond aan te kijken met de ogen van ons vriendinnetje Kwetter.
Zag er nogal verontrustend uit.
'Toevallig kan ik uitstekend tegen bloed,' zei Kwetter. 'En nog wel tegen ergere dingen ook.'
'Oh ja? Wat dan?'
Dat had ik beter niet kunnen vragen. Want ze fluisterde mij in het oor wat ze bedoelde en het was zó smerig, dat ik ter plekke moest overgeven.
Niet helemaal, hoor; ik kon me nog net inhouden.
Of eerlijk gezegd: ik hield me niet in. Maar ik was die dag al een paar keer over mijn nek gegaan, en daarom had ik niks meer in mijn maag wat eruit had kunnen komen.
'Ik voel me niet zo lekker,' mompelde ik.
'Oh, maar dat is jij wel, hoor!' antwoordde Kwetter. 'Jij is heerlijk lekker, jij is een hapje om van te smullen, dat zal elke alligator met mij eens zijn. Daarom moet jij dicht bij mij blijven als wij zometeen het bos in gaat. Dan denkt alle alligators: mmm, wat een heerlijk hapje! Maar ja, die is niet voor mij, die is voor dat kleine alligatortje daar. Jammer hoor.
En dan eet zij jou niet op, en en dan komen wij veilig bij Oma.'
'Oma?' vroeg ik zwakjes.
'Precies,' knikte Kwetter tevreden. 'Wij gaat naar Oma. Dan zorgt Oma goed voor Gaby, en dan hoeft wij niet bij jouw moeder aan te komen met Gaby waarvan armpje stuk is. Goed idee?'
'Weet ik niet,' mompelde ik. Wie was die Oma? Ik had nog nooit van Oma gehoord. Ik wist niet dat Kwetter een oma hád. Eigenlijk wist ik niet eens wie Kwetter's vader en moeder waren, bedacht ik me plotseling.
En nu opeens een oma?


BEGIN / VORIGE VOLGENDE