BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Niks bijzonders,' bromde de schurk. 'Maar ik was toevallig in de buurt, en de generaal zei: doe de groeten aan Clusjes.'
'Doe de groeten terug,' zei Clusjes met een vriendelijk knikje.
Snoet zweeg.
'Weet je toevallig iets over de cijfers?' vroeg Clusjes. 'Kan de productie omhoog?'
Snoet haalde zijn schouders op. 'De generaal zegt van wel. En het kán ook wel, maar dan moet hij eerst een nieuwe mijn veroveren. En dat kost geld, voor wapens en soldaten en zo. Dus het kan wel, maar dan zal de prijs omhoog gaan.'
'Ha,' blafte meneer Clusjes. 'Dan kan ik net zo goed zaken doen met de president. Ja, zeg dat maar tegen de generaal. Ik heb méér nodig. Veel meer. Maar de prijs mag niet omhoog. Anders koop ik het van de president.'
Gaby, Kwetter en ik keken elkaar aan. Waar ging dit in hemelsnaam over? Het klonk als een gewoon zaken-gesprek, maar Snoet deed geen gewone zaken. Snoet was een kinderdief. Wilde meneer Clusjes ontvoerde kinderen kopen? Dat kon ik me niet voorstellen. Waar zou hij kinderen voor nodig hebben? Hij liet alles door computers doen.
En terecht. Als ik mocht kiezen tussen een nieuw zusje of een nieuwe spelcomputer, dan wist ik het wel.
Snoet had het helemaal niet over kinderen gehad, trouwens. Hij had het over een mijn, die veroverd moest worden. Nou weet ik toevallig al lang hoe de kindjes op de wereld komen, en ze worden niet opgegraven uit een mijn. Daar ben ik heel erg zeker van.
Dus er waren twee mogelijkheden. Ten eerste: Snoet was gestopt met de kinderdieverij en was een eerlijke, hardwerkende mijnwerker geworden. Dat leek mij onwaarschijnlijk. We kwamen dus uit bij mogelijkheid nummer twee: er was hier iets geheimzinnigs aan de hand. Iets waar ik geen idee van had, maar wat best wel eens afschuwelijk akelig zou kunnen zijn.
Kijk, dat klonk al veel waarschijnlijker. Ik had in mijn leven al heel vaak – vaker dan me lief was – afschuwelijke dingen ontdekt. Akelige dingen, daar keek ik niet meer van op. Dus... Ja...
'Hier is iets verschrikkelijk mis,' fluisterde ik tegen Gaby.
'Jep,' antwoordde Gaby.
'En wij gaan uitzoeken wat het is.'
'Gaan we echt niet.'
'Gaan we echt wel. Ik ga niet rustig in mijn bedje liggen, terwijl die griezel hier door het hotel sluipt.'
'Hmmm,' knikte Gaby. Zo had ze er nog niet over nagedacht.
Intussen waren de mannen op het podium uitgepraat. Clusjes ging verder met zijn BOF-praatje, geholpen door Fitz. Het kwam er eigenlijk op neer dat Clusjes kwiek over het podium banjerde, voortdurend mompelend tegen zichzelf, terwijl Fitz als een volkomen hersenloze zombie achter hem aan wankelde en op alle vragen 'ja' zei.
Snoet daarentegen sprong van het podium af en liep in de richting van het hotel.
In onze richting, dus eigenlijk.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 45. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 45. Alle posts tonen
maandag 14 april 2014
woensdag 26 december 2012
De gevallen bullebak
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is een uitstekend plan, lieverd. Inderdaad: laten we ontsnappen.'
'Ontsnappen,' knikten Michael en ik.
'Ja,' riep Kwetter, 'gaat jullie maar fijn ontsnappen.. Maar doet er geen uurtje over, want deze kerels is nogal vlot in de beentjes...' Terwijl ze het zei, maakte ze een handstand-overslag op Cockels bureau en landde op zijn stoel. Die ging er met haar vandoor, want hij had wieltjes. Dat was fijn, want daardoor greep een van de bullebakken nét achter haar in het lege, maar het had ook een nadeel. Ze rolde nu in een hoog tempo naar de open schuifdeuren.
Een van de kerels sprong met een machtige zwaai over het bureau heen en dook achter haar aan. Die wilde haar het laatste duwtje over de rand geven. Hij gaf een forse duw in de richting van de schuifdeuren, dat wel, maar gelukkig was Kwetter net op tijd van de stoel af gedoken.
De arme bureaustoel, die nog nooit iemand kwaad had gedaan, viel naar buiten en verdween tollend in de diepte.
De bullebak die Kwetter had willen duwen, die in zijn leven hoogstwaarschijnlijk al heel veel iemanden kwaad had gedaan, viel achter hem aan. Dat gebeurt er nu eenmaal als degene, die je naar buiten wilt duwen, op het allerlaatste moment wegduikt.
Het was dus die man z'n eigen schuld als hij te pletter zou vallen. Maar dat deed hij niet, want hij was een super-getrainde vechtmachine en geen bureaustoel. Met zijn vingertoppen wist hij nog net het randje van de vloer vast te grijpen.
Zij kameraad hees hem weer naar binnen, wat Kwetter de kans gaf om even op adem te komen en een goed plekje te kiezen voor de rest van de achtervolging.
'Ontsnapt jullie nou nog?' vroeg ze een beetje beschuldigend.
'Jaja, natuurlijk,' zei papa. Hij liep naar de lift en drukte op het knopje. Er gebeurde niets.
'Die doet het alleen op afstandsbediening, pap,' herinnerde ik hem.
'Ja, dat weet ik wel, maar er zijn maar twee uitwegen hier. De lift enneh...' Hij wees op de open schuifdeuren. 'En dan neem ik het liefste de lift. Dus ik dacht: even proberen kan geen kwaad.'
'Tja,' zei mama, 'allebei de uitgangen hebben zo hun nadelen. Dus ik dacht eigenlijk: laten we er maar eens een uitgangetje bij maken.'
'Ach,' zei papa, 'heb je je bommen bij je? Ik dacht dat je je koffer in de auto van die nare spion had laten liggen.'
'Dat is ook zo,' knikte mama. 'Maar...' Ze stak haar hand in de hals van haar bloes en haalde een klein pakketje tevoorschijn, 'Ik ga nooit op pad zonder een of twee kleine plofjes voor noodgevallen.'
Op dat moment was de gevallen bullebak door zijn vriend weer het kantoor binnengehesen, en ze zetten opnieuw de achtervolging in. Kwetter bleef ze steeds nét voor.
Uit het pakketje haalde ze een grijsgroen klontje, dat nog het meest deed denken aan een platgedrukte stuiterbal. En een lont van een meter lang.
Ze koos een hoek van het kantoor, duwde het grijze klontje tegen de grond. Het bleef plakken als kauwgum. Ik had zo het idee dat geen enkel schoonmaakmiddel dat ooit nog uit het tapijt zou krijgen. Ik had ook het idee dat dat niet lang een probleem zou zijn, omdat het klontje binnenkort zou verdwijnen, samen met het tapijt. En de vloer. En eventueel een stuk van de onderverdieping.
Maar dat viel een beetje tegen.
Mama stak de lont in het plofklontje, keek een beetje schaapachtig om zich heen en vroeg: 'Heeft er iemand van jullie misschien lucifers?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is een uitstekend plan, lieverd. Inderdaad: laten we ontsnappen.'
'Ontsnappen,' knikten Michael en ik.
'Ja,' riep Kwetter, 'gaat jullie maar fijn ontsnappen.. Maar doet er geen uurtje over, want deze kerels is nogal vlot in de beentjes...' Terwijl ze het zei, maakte ze een handstand-overslag op Cockels bureau en landde op zijn stoel. Die ging er met haar vandoor, want hij had wieltjes. Dat was fijn, want daardoor greep een van de bullebakken nét achter haar in het lege, maar het had ook een nadeel. Ze rolde nu in een hoog tempo naar de open schuifdeuren.
Een van de kerels sprong met een machtige zwaai over het bureau heen en dook achter haar aan. Die wilde haar het laatste duwtje over de rand geven. Hij gaf een forse duw in de richting van de schuifdeuren, dat wel, maar gelukkig was Kwetter net op tijd van de stoel af gedoken.
De arme bureaustoel, die nog nooit iemand kwaad had gedaan, viel naar buiten en verdween tollend in de diepte.
De bullebak die Kwetter had willen duwen, die in zijn leven hoogstwaarschijnlijk al heel veel iemanden kwaad had gedaan, viel achter hem aan. Dat gebeurt er nu eenmaal als degene, die je naar buiten wilt duwen, op het allerlaatste moment wegduikt.
Het was dus die man z'n eigen schuld als hij te pletter zou vallen. Maar dat deed hij niet, want hij was een super-getrainde vechtmachine en geen bureaustoel. Met zijn vingertoppen wist hij nog net het randje van de vloer vast te grijpen.
Zij kameraad hees hem weer naar binnen, wat Kwetter de kans gaf om even op adem te komen en een goed plekje te kiezen voor de rest van de achtervolging.
'Ontsnapt jullie nou nog?' vroeg ze een beetje beschuldigend.
'Jaja, natuurlijk,' zei papa. Hij liep naar de lift en drukte op het knopje. Er gebeurde niets.
'Die doet het alleen op afstandsbediening, pap,' herinnerde ik hem.
'Ja, dat weet ik wel, maar er zijn maar twee uitwegen hier. De lift enneh...' Hij wees op de open schuifdeuren. 'En dan neem ik het liefste de lift. Dus ik dacht: even proberen kan geen kwaad.'
'Tja,' zei mama, 'allebei de uitgangen hebben zo hun nadelen. Dus ik dacht eigenlijk: laten we er maar eens een uitgangetje bij maken.'
'Ach,' zei papa, 'heb je je bommen bij je? Ik dacht dat je je koffer in de auto van die nare spion had laten liggen.'
'Dat is ook zo,' knikte mama. 'Maar...' Ze stak haar hand in de hals van haar bloes en haalde een klein pakketje tevoorschijn, 'Ik ga nooit op pad zonder een of twee kleine plofjes voor noodgevallen.'
Op dat moment was de gevallen bullebak door zijn vriend weer het kantoor binnengehesen, en ze zetten opnieuw de achtervolging in. Kwetter bleef ze steeds nét voor.
Uit het pakketje haalde ze een grijsgroen klontje, dat nog het meest deed denken aan een platgedrukte stuiterbal. En een lont van een meter lang.
Ze koos een hoek van het kantoor, duwde het grijze klontje tegen de grond. Het bleef plakken als kauwgum. Ik had zo het idee dat geen enkel schoonmaakmiddel dat ooit nog uit het tapijt zou krijgen. Ik had ook het idee dat dat niet lang een probleem zou zijn, omdat het klontje binnenkort zou verdwijnen, samen met het tapijt. En de vloer. En eventueel een stuk van de onderverdieping.
Maar dat viel een beetje tegen.
Mama stak de lont in het plofklontje, keek een beetje schaapachtig om zich heen en vroeg: 'Heeft er iemand van jullie misschien lucifers?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 4 mei 2012
Grotendeels naar buiten
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Zal wij maar eens vertrekken? Hier is wij wel zo ongeveer klaar, denkt ik.'
Ik keek om mij heen. Ja, we hadden hier nog maar weinig te zoeken. Smek lag flauwgevallen bovenop de tafel en meneer Hakmaranman rende rondjes door de container. Nog altijd in paniek. Die lette niet op ons; hij dacht alleen maar aan zijn arm. Zijn arme arm, die er niet meer bijhoorde en eenzaam in een hoekje van de kamer lag.
Aan de andere kant: wie wil er nou horen bij zo'n schurk als Hakmaranman? Waarschijnlijk vond die arm het allemaal wel best zo.
Ik stak mijn duim naar de arm op, maar die reageerde niet. Ook niet toen ik zwaaide.
'Wij worden hier niet gewaardeerd, Kwetter,' zei ik. 'Laten we maar vertrekken.' Intussen liep ik naar de deur. Die trok ik open, en ik sloeg hem ook meteen weer dicht. Want buiten stonden alle houthakkers nieuwsgierig naar de container te staren.
'Dit wordt lastig, verkondigde ik tegen Kwetter. Gelukkig kwam net op dat moment meneer Hakmaranman recht op mij afgestormd. Puur toeval: hij wilde niks van mij, hij zag me waarschijnlijk niet eens. Hij rende maar wat.
Ik stond nog steeds vlak voor de deur. Kwam dat even goed uit. Toen Hakmaranman vlak bij mij was, stapte ik opzij en trok de deur wijd open.
Zonder op of om te kijken rende Hakmaranman naar buiten.
Dat gaf nogal wat reuring.
De houthakkers hadden het mini-alligatortje naar binnen zien gaan, en nu kwam hun baas grotendeels naar buiten gerend (grotendeels ja – zijn arm lag immers nog binnen), bloedend en schreeuwend. Daar werden de houthakkers een beetje nerveus en schrikkerig van.
Bovendien leek hun baas hen helemaal niet te zien, maar rende hij in pure paniek door het kamp.
Het is natuurlijk best grappig om je baas, die je altijd zo heeft afgebeuld, rond te zien springen als een kip zonder kop. Maar niet als er een kettingzaag aan hem vast zit.
Een kip zónder kop maar mét kettingzaag, daar kun je maar beter bij uit de buurt blijven.
Dat deden de houthakkers dan ook.
Ze renden gillend her- en derwaarts.
Wij konden makkelijk ontsnappen.
Bij wijze van spreken dan. Zo heel erg makkelijk ging het niet, want mijn zusje was nog niet bijgekomen en we moesten haar meeslepen als een hele grote, zware lappenpop.
Ze is bijna net zo groot en zwaar als ik. En Kwetter droeg nog steeds haar alligatorhuid, dus die kon me ook niet helpen.
Dus ja.
'Doe dat ding toch uit,' hijgde ik.
'Nee joh,' lachte Kwetter. 'Die hebt wij toch nodig om de alligators voor het gekje te houden.'
'Oh ja.'
Al snel hadden we het kamp van de houthakkers achter ons gelaten.
We ploeterden door de zompige bodem van het oerwoud.
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vroeg ik.
'Jij moet even je snuitje houden,' zei Kwetter. 'Ik weet de weg niet goed.'
Oh.
Kwetter wist de weg niet.
Dat vond ik niet zo'n prettig idee, zachtjes gezegd.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Zal wij maar eens vertrekken? Hier is wij wel zo ongeveer klaar, denkt ik.'
Ik keek om mij heen. Ja, we hadden hier nog maar weinig te zoeken. Smek lag flauwgevallen bovenop de tafel en meneer Hakmaranman rende rondjes door de container. Nog altijd in paniek. Die lette niet op ons; hij dacht alleen maar aan zijn arm. Zijn arme arm, die er niet meer bijhoorde en eenzaam in een hoekje van de kamer lag.
Aan de andere kant: wie wil er nou horen bij zo'n schurk als Hakmaranman? Waarschijnlijk vond die arm het allemaal wel best zo.
Ik stak mijn duim naar de arm op, maar die reageerde niet. Ook niet toen ik zwaaide.
'Wij worden hier niet gewaardeerd, Kwetter,' zei ik. 'Laten we maar vertrekken.' Intussen liep ik naar de deur. Die trok ik open, en ik sloeg hem ook meteen weer dicht. Want buiten stonden alle houthakkers nieuwsgierig naar de container te staren.
'Dit wordt lastig, verkondigde ik tegen Kwetter. Gelukkig kwam net op dat moment meneer Hakmaranman recht op mij afgestormd. Puur toeval: hij wilde niks van mij, hij zag me waarschijnlijk niet eens. Hij rende maar wat.
Ik stond nog steeds vlak voor de deur. Kwam dat even goed uit. Toen Hakmaranman vlak bij mij was, stapte ik opzij en trok de deur wijd open.
Zonder op of om te kijken rende Hakmaranman naar buiten.
Dat gaf nogal wat reuring.
De houthakkers hadden het mini-alligatortje naar binnen zien gaan, en nu kwam hun baas grotendeels naar buiten gerend (grotendeels ja – zijn arm lag immers nog binnen), bloedend en schreeuwend. Daar werden de houthakkers een beetje nerveus en schrikkerig van.
Bovendien leek hun baas hen helemaal niet te zien, maar rende hij in pure paniek door het kamp.
Het is natuurlijk best grappig om je baas, die je altijd zo heeft afgebeuld, rond te zien springen als een kip zonder kop. Maar niet als er een kettingzaag aan hem vast zit.
Een kip zónder kop maar mét kettingzaag, daar kun je maar beter bij uit de buurt blijven.
Dat deden de houthakkers dan ook.
Ze renden gillend her- en derwaarts.
Wij konden makkelijk ontsnappen.
Bij wijze van spreken dan. Zo heel erg makkelijk ging het niet, want mijn zusje was nog niet bijgekomen en we moesten haar meeslepen als een hele grote, zware lappenpop.
Ze is bijna net zo groot en zwaar als ik. En Kwetter droeg nog steeds haar alligatorhuid, dus die kon me ook niet helpen.
Dus ja.
'Doe dat ding toch uit,' hijgde ik.
'Nee joh,' lachte Kwetter. 'Die hebt wij toch nodig om de alligators voor het gekje te houden.'
'Oh ja.'
Al snel hadden we het kamp van de houthakkers achter ons gelaten.
We ploeterden door de zompige bodem van het oerwoud.
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vroeg ik.
'Jij moet even je snuitje houden,' zei Kwetter. 'Ik weet de weg niet goed.'
Oh.
Kwetter wist de weg niet.
Dat vond ik niet zo'n prettig idee, zachtjes gezegd.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)