BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'We kunnen ontdekken hoe lang de reis gaat duren,' zei ik. 'We tellen gewoon onze beschuiten, dat delen we door twee want we krijgen er twee per dag, en dát delen we dan weer door drie want we zijn met z'n drieën.'
'We delen door zes, dus.' Mijn zusje wilde even laten merken dat ze goed was in rekenen. 'En dan weten we hoe lang de reis gaat duren. En? Wat hebben we daar aan?'
'Daar hebt wij héél veel aan,' riep Kwetter verontwaardigd.
Ik zuchtte. Het is natuurlijk fijn om gelijk te krijgen, maar Kwetter geeft mij altijd gelijk. Als ik zou zeggen dat de bomen paarse blaadjes hadden, zou ze enthousiast gaan knikken. Dus... ja...
Als je alleen maar gelijk krijgt van degene die verliefd op je is, dan gaat de lol er snel vanaf.
'Ik meent het, hoor!' protesteerde Kwetter. 'Ik hebt eerder in zo'n container gezit, ik weet hoe dat is. Als je niet weet wat er ga gebeuren, word je helemaal knotsknetter gek na een paar daagjes. Wat ga ze met ons doen, denkt je steeds, waar gaat wij heen? Hoe lang ga dit nog duren? Dat bent het enige waar je aan kun denken. De gedachten rent steeds meer dezelfde rondjes door je hoofd, tot je hersentjes zo duizelig bent dat ze niet meer weet wat waar is en wat niet. En dan bent jij gek. Dus hoe meer jij weet, hoe minder vraagjes er door jouw bolletje holt, hoe minder snel jij gek word. Echt hoor. Jullie hoef mij niet te geloven, maar het bent wel echt waar.'
Ze zei het zo ernstig en met zo veel vuur dat wij niet aan haar worden konden twijfelen.
'Jeetje Kwetter,' zei Gaby. 'De vorige keer, toen je in zo'n container zat, bent je toen gek geworden?'
Ik wachtte even of mijn zusje nou een flauwe grap ging maken over dat ze nu eindelijk begreep hoe Kwetter verliefd op mij kon worden, of zo, maar het viel mee. Kennelijk was het geen moment voor flauwe grappen.
'Ik bent gewoon normaal geblijft,' zei Kwetter.
Ik moest erg mijn best doen om geen flauwe opmerking te maken. Je kunt over Kwetter veel zeggen, maar normáál?
'Maar een paar vriendjes van mij bent helemaal de kluts kwijt geraken,' vertelde ze. Haar stem klonk opeens verschrikkelijk verdrietig.
Ik wilde ab-so-luut niet weten hoe het met die vriendjes afgelopen was. Ik was erg bang dat het een verhaal zou worden waarin Smeks Vreselijke Vleeshakker een hoofdrol zou spelen. Dat was tenslotte de plek waar we Kwetter gevonden hadden, en waar we samen aan een afschuwelijke dood ontsnapt waren.
Daar wilde ik eventjes niet aan denken. Tijd om over iets anders te beginnen.
'Kwetter heeft gelijk, hoor,' zei ik haastig. 'Kennen jullie het verhaal over de Graaf van Monte Cristo?'
Nee, dat kenden ze natuurlijk niet. Kwetter is niet zo'n lezer Gaby houdt vooral van boeken waarin dappere slimme kinderen op een vreedzame manier ruzies oplossen, boeven vangen en mensen helpen. Ik vind dat óók leuk om te lezen, begrijp me niet verkeerd, maar je leert er weinig van want zo zit de wereld gewoon niet in elkaar.
Nee, dan de Graaf van Monte Cristo!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 51. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 51. Alle posts tonen
maandag 5 mei 2014
woensdag 9 januari 2013
De nieuwe Rembrandt
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We keken uit het raam.
Onder ons zagen we de straat. Die stond helemaal vol met politiemensen en bewakers. Er waren loeiende sirenes, dranghekken, luidsprekers en heel veel pistolen.
'Mooi,' zei mama, 'ze staan lekker dicht bij elkaar.' Ze pakte haar potje met slaap-spul en zei: 'Doen jullie even het raam open? Ik denk dat ik nog nét genoeg heb om die meute daar beneden in slaap te krijgen.'
'Dit raam kan niet open,' zag ik.
'Moet jij eens opletten,' zei mama. 'Ik krijg dit raam zó ontzettend open, dat het nooit meer dicht kan. Wedden?'
We maakten ons uit de voeten, want het was wel duidelijk wat ze van plan was. Nadat we de hoek om waren gerend, lieten we ons op de grond vallen. Handen over de oren, mond open en maar wachten op de klap.
Die niet kwam.
Wat er kwam was een heel beleefd, klein plofje.
Mama kwam de hoek om, om te kijken waar we gebleven waren. 'Wat doen jullie daar op de grond?' vroeg ze verwonderd.
Wij deden onze monden dicht.
'We dachten dat je een enorme knal ging maken,' legde papa uit.
'Dat zou niet erg artistiek zijn geweest, of wel?' vroeg mama met een glimlach. 'Dingen opblazen is niet alleen een leuke hobby, als je er goed over nadenkt is het zelfs een soort Kunst. En ik durf wel te zeggen dat ik van die kunstvorm de Rembrandt ben. Én de Van Gogh én de Picasso, allemaal tegelijk. Kom eens kijken?'
We kwamen kijken.
In het raam zat een klein gat, waar het potje met slaapspul precies doorheen paste.
Na een gepast applaus zei papa: 'Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Alleen maar een gat, en verder niet het kleinste barstje! Je bent niet alleen de Rembrandt, je bent ook de Mozart en de Shakespeare en noem ze allemaal maar op.'
'Klopt,' zei mama, en ze gooide het potje met slaapspul door het gat.
Daarna namen we de lift naar de begane grond.
'Moeten we niet naar de kelder?' vroeg ik. 'Daar staat de auto van de Moeflon, en daar zit jouw koffer met bommen nog achterin.'
'Meidje, meidje,' zei mama, 'wat ben je toch een slimmerik. Wist je ik die koffer al helemaal vergeten was?' Ik moet er wel bij zeggen dat dat komt doordat het maar eenvoudige huis-, tuin- en keukenbommetjes zijn hoor, die erin zitten. Vergeleken met wat ik hier in mijn handen heb zijn dat niet meer dan een paar onnozele vuurpijltjes. Maar wie het kleine niet eert is het grote niet weerd, en bovendien is het niet netjes om spullen te laten slingeren. Op naar de kelder, dus!'
'Hoho,' zei Michael, 'en als er in de kelder nou eens politie staat? Wat dan? We kunnen ze niet in slaap maken, want we kunnen er niet bij. Misschien beginnen ze wel te schieten, zodra de liftdeuren opengaan.'
'Ook al weer zo slim!' riep mama enthousiast. 'Wat heb ik toch een verrukkelijke kinderen. Schietende politiemensen – je moet er maar opkomen!'
Puh. Michael denkt altijd aan schieten, daar is verder weinig slims aan.
'Goed. Niet naar de kelder dus,' zei papa. 'Eh... iemand een idee waarheen dan wel?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We keken uit het raam.
Onder ons zagen we de straat. Die stond helemaal vol met politiemensen en bewakers. Er waren loeiende sirenes, dranghekken, luidsprekers en heel veel pistolen.
'Mooi,' zei mama, 'ze staan lekker dicht bij elkaar.' Ze pakte haar potje met slaap-spul en zei: 'Doen jullie even het raam open? Ik denk dat ik nog nét genoeg heb om die meute daar beneden in slaap te krijgen.'
'Dit raam kan niet open,' zag ik.
'Moet jij eens opletten,' zei mama. 'Ik krijg dit raam zó ontzettend open, dat het nooit meer dicht kan. Wedden?'
We maakten ons uit de voeten, want het was wel duidelijk wat ze van plan was. Nadat we de hoek om waren gerend, lieten we ons op de grond vallen. Handen over de oren, mond open en maar wachten op de klap.
Die niet kwam.
Wat er kwam was een heel beleefd, klein plofje.
Mama kwam de hoek om, om te kijken waar we gebleven waren. 'Wat doen jullie daar op de grond?' vroeg ze verwonderd.
Wij deden onze monden dicht.
'We dachten dat je een enorme knal ging maken,' legde papa uit.
'Dat zou niet erg artistiek zijn geweest, of wel?' vroeg mama met een glimlach. 'Dingen opblazen is niet alleen een leuke hobby, als je er goed over nadenkt is het zelfs een soort Kunst. En ik durf wel te zeggen dat ik van die kunstvorm de Rembrandt ben. Én de Van Gogh én de Picasso, allemaal tegelijk. Kom eens kijken?'
We kwamen kijken.
In het raam zat een klein gat, waar het potje met slaapspul precies doorheen paste.
Na een gepast applaus zei papa: 'Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Alleen maar een gat, en verder niet het kleinste barstje! Je bent niet alleen de Rembrandt, je bent ook de Mozart en de Shakespeare en noem ze allemaal maar op.'
'Klopt,' zei mama, en ze gooide het potje met slaapspul door het gat.
Daarna namen we de lift naar de begane grond.
'Moeten we niet naar de kelder?' vroeg ik. 'Daar staat de auto van de Moeflon, en daar zit jouw koffer met bommen nog achterin.'
'Meidje, meidje,' zei mama, 'wat ben je toch een slimmerik. Wist je ik die koffer al helemaal vergeten was?' Ik moet er wel bij zeggen dat dat komt doordat het maar eenvoudige huis-, tuin- en keukenbommetjes zijn hoor, die erin zitten. Vergeleken met wat ik hier in mijn handen heb zijn dat niet meer dan een paar onnozele vuurpijltjes. Maar wie het kleine niet eert is het grote niet weerd, en bovendien is het niet netjes om spullen te laten slingeren. Op naar de kelder, dus!'
'Hoho,' zei Michael, 'en als er in de kelder nou eens politie staat? Wat dan? We kunnen ze niet in slaap maken, want we kunnen er niet bij. Misschien beginnen ze wel te schieten, zodra de liftdeuren opengaan.'
'Ook al weer zo slim!' riep mama enthousiast. 'Wat heb ik toch een verrukkelijke kinderen. Schietende politiemensen – je moet er maar opkomen!'
Puh. Michael denkt altijd aan schieten, daar is verder weinig slims aan.
'Goed. Niet naar de kelder dus,' zei papa. 'Eh... iemand een idee waarheen dan wel?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
zondag 20 mei 2012
Duizenden en duizenden baby-mugjes
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ik hoopte op iets wonderlijks, tover-achtigs, iets waardoor alles opeens zou veranderen. Dat Oma met alligators kon praten, en dat ze aan onze kant stonden, bijvoorbeeld. Of dat de alligators eigenlijk ruimtewezen waren, die elk moment met hun vreselijke lasergeweren de houthakkers in smeulende hoopjes botten konden veranderen. Of voor mijn part dat het allemaal betoverde prinsesjes waren. Dat soort dingen leek allemaal mogelijk in die geheimzinnige, lichtgevende grot.
Op dit moment was er niet veel geheimzinnigs aan de grot, trouwens, want er scheen gewoon daglicht naar binnen.
Het verhaal van Oma paste daarbij: meer bij daglicht dan bij het wonderlijke, toverige licht van het mos, of de schimmels of wat het dan ook was dat hier 'snachts de verlichting verzorgde.
Het was het soort verhaal dat mama zou kunnen vertellen. Saaaaaai!
'Ieder dier,' zei Oma, 'en iedere plant, hoe groot of hoe klein ook, is nodig in Boegoe-Boegoe. Muggen, bijvoorbeeld. Weet je wat er zo fijn is aan muggen?'
'Niks,' zei ik. 'Ze prikken.'
'Precies. Ze prikken om b loed uit je te zuigen. van dat bloed maken ze eitjes, die ze leggen on het modderwater. Duizenden en duizenden eitjes. Daaruit komen duizenden en duizenden baby-mugjes. Die worden bijna allemaal opgegeten, door kikkertjes en kleine visjes. En die visjes en kikkertjes worden zelf ook were opgegeten. Door het Goudrobijnen Duikertje, bijvoorbeeld.'
'Oooooh,' deed Gaby. 'Die zijn schattig!'
Daar had ze eerlijk gezegd niet helemaal ongelijk in. Het Goudrobijnen Duikertje was een vogeltje zo groot als je hand, met schitterende rood-gouden kleuren, die als een pijlsnel vliegende edelsteen door het oerwoud schoot en soms op een vingerlengte afstand van je gezicht even stil in de lucht bleef hangen. Dan keek hij je strak aan, alsof hij probeerde in te schatten of je een klein visje was.
En als hij dan besloten had dat je dat niet was, liet hij een getjilp horen dat klonk als giechelen, en dan verdween hij weer als een baksteen naar beneden, naar de drassigheid waar de visjes waren.
Dus ja.
Best een geinig beestje.
'Het Gourobijnen Duikertje,' ze Oma, 'zou verdwijnen als er geen visjes waren. En die zouden weer uitsterven als er geen babymugjes waren. Kortom: geen muggen, geen Goudrobijntje.'
'Mwoah,' zei ik, 'als ik zou mogen kiezen...'
'Mag je niet,' zei Oma. 'Omdat je precies de verkeerde keuzes zou maken. De muggen sterven als laatste, namelijk. Je kunt ze wel uitroeien, maar dan moet je eerst alle andere dieren en mensen in Boegoe-Boegoe over de kling jagen. Het zijn taaie rakkers, die muggen. Niet zulke doetjes als, bijvoorbeeld, de sissipi-slang.'
'Doetjes?' vroeg ik ongelovig, 'Bedoelt u nou dat de sissipi-slang uitgeroeid kan worden? En dan nog wel, eh, gemakkelijk?' Ik vond één enkele slang al een behoorlijke uitdaging. Laat staan allemaal.
'Niet zo heel gemakkelijk, maar echt moeilijk is het nou ook weer niet.' glimlachte het oudje. 'Je voert ze gewoon een paar nokonootjes. Dan vliegt hun hoofd in brand. Raar maar waar.'
'Maar waarom doet u dat dan niet gewoon?' riep Gaby uit.
Ze begon een ellenlang verhaal te vertellen over wie er wie precies opat in Boegoe-Boegoe. En wie er wat uitpoepte en wie dat dan weer opat. Het was een bloederig en buitengewoon vies verhaal, dat er op een of andere manier toch nog in slaagde verschrikkelijk saai te zijn. Het kwam er min of meer op neer dat Noko-bomen heel goed groeien op alligator-mest. Dus zonder alligators geen Noko-nootjes, en dus ook geen Boegoenezen want die hadden dan niks meer te eten.
'Maar mét alligators ook geen Boegoenezen,' protesteerde ik, 'want die rotbeesten vreten jullie op.'
Oma haalde haar schouders op. 'Niet allemaal. Er blijven er altijd wel een paar over.'
'Heeft u daarom de alligators hier verstopt?' vroeg Gaby. 'Om te zorgen dat er nog een paar overblijven, zodat de noko-bomen kunnen blijven staan.'
'Precies,' zei Oma. 'En nu heb ik jullie hulp nodig.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ik hoopte op iets wonderlijks, tover-achtigs, iets waardoor alles opeens zou veranderen. Dat Oma met alligators kon praten, en dat ze aan onze kant stonden, bijvoorbeeld. Of dat de alligators eigenlijk ruimtewezen waren, die elk moment met hun vreselijke lasergeweren de houthakkers in smeulende hoopjes botten konden veranderen. Of voor mijn part dat het allemaal betoverde prinsesjes waren. Dat soort dingen leek allemaal mogelijk in die geheimzinnige, lichtgevende grot.
Op dit moment was er niet veel geheimzinnigs aan de grot, trouwens, want er scheen gewoon daglicht naar binnen.
Het verhaal van Oma paste daarbij: meer bij daglicht dan bij het wonderlijke, toverige licht van het mos, of de schimmels of wat het dan ook was dat hier 'snachts de verlichting verzorgde.
Het was het soort verhaal dat mama zou kunnen vertellen. Saaaaaai!
'Ieder dier,' zei Oma, 'en iedere plant, hoe groot of hoe klein ook, is nodig in Boegoe-Boegoe. Muggen, bijvoorbeeld. Weet je wat er zo fijn is aan muggen?'
'Niks,' zei ik. 'Ze prikken.'
'Precies. Ze prikken om b loed uit je te zuigen. van dat bloed maken ze eitjes, die ze leggen on het modderwater. Duizenden en duizenden eitjes. Daaruit komen duizenden en duizenden baby-mugjes. Die worden bijna allemaal opgegeten, door kikkertjes en kleine visjes. En die visjes en kikkertjes worden zelf ook were opgegeten. Door het Goudrobijnen Duikertje, bijvoorbeeld.'
'Oooooh,' deed Gaby. 'Die zijn schattig!'
Daar had ze eerlijk gezegd niet helemaal ongelijk in. Het Goudrobijnen Duikertje was een vogeltje zo groot als je hand, met schitterende rood-gouden kleuren, die als een pijlsnel vliegende edelsteen door het oerwoud schoot en soms op een vingerlengte afstand van je gezicht even stil in de lucht bleef hangen. Dan keek hij je strak aan, alsof hij probeerde in te schatten of je een klein visje was.
En als hij dan besloten had dat je dat niet was, liet hij een getjilp horen dat klonk als giechelen, en dan verdween hij weer als een baksteen naar beneden, naar de drassigheid waar de visjes waren.
Dus ja.
Best een geinig beestje.
'Het Gourobijnen Duikertje,' ze Oma, 'zou verdwijnen als er geen visjes waren. En die zouden weer uitsterven als er geen babymugjes waren. Kortom: geen muggen, geen Goudrobijntje.'
'Mwoah,' zei ik, 'als ik zou mogen kiezen...'
'Mag je niet,' zei Oma. 'Omdat je precies de verkeerde keuzes zou maken. De muggen sterven als laatste, namelijk. Je kunt ze wel uitroeien, maar dan moet je eerst alle andere dieren en mensen in Boegoe-Boegoe over de kling jagen. Het zijn taaie rakkers, die muggen. Niet zulke doetjes als, bijvoorbeeld, de sissipi-slang.'
'Doetjes?' vroeg ik ongelovig, 'Bedoelt u nou dat de sissipi-slang uitgeroeid kan worden? En dan nog wel, eh, gemakkelijk?' Ik vond één enkele slang al een behoorlijke uitdaging. Laat staan allemaal.
'Niet zo heel gemakkelijk, maar echt moeilijk is het nou ook weer niet.' glimlachte het oudje. 'Je voert ze gewoon een paar nokonootjes. Dan vliegt hun hoofd in brand. Raar maar waar.'
'Maar waarom doet u dat dan niet gewoon?' riep Gaby uit.
Ze begon een ellenlang verhaal te vertellen over wie er wie precies opat in Boegoe-Boegoe. En wie er wat uitpoepte en wie dat dan weer opat. Het was een bloederig en buitengewoon vies verhaal, dat er op een of andere manier toch nog in slaagde verschrikkelijk saai te zijn. Het kwam er min of meer op neer dat Noko-bomen heel goed groeien op alligator-mest. Dus zonder alligators geen Noko-nootjes, en dus ook geen Boegoenezen want die hadden dan niks meer te eten.
'Maar mét alligators ook geen Boegoenezen,' protesteerde ik, 'want die rotbeesten vreten jullie op.'
Oma haalde haar schouders op. 'Niet allemaal. Er blijven er altijd wel een paar over.'
'Heeft u daarom de alligators hier verstopt?' vroeg Gaby. 'Om te zorgen dat er nog een paar overblijven, zodat de noko-bomen kunnen blijven staan.'
'Precies,' zei Oma. 'En nu heb ik jullie hulp nodig.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)