Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 52. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 52. Alle posts tonen

donderdag 8 mei 2014

De geheime schatten liggen voor het oprapen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'De graaf van Monte Cristo,' vertelde ik aan de meisjes, 'was een meneer uit Frankrijk die in de gevangenis zat. Niet omdat-ie iets gedaan had, maar er waren slechteriken die hem leugens en bedrog achter de tralies hadden gekregen. En hij mocht er nooit meer uit. Nou, hij ontsnapte natuurlijk en nam ze allemaal te grazen.'
'Gelukkig maar,' zei Kwetter. 'Anders bent het zielig voor die meneer.'
'Het gaat niet over een echte meneer, Kwetter,' zuchtte Gaby. 'Het is maar een verhaaltje. Uit een boek dat mijn broer gelezen heeft, en zo te horen is het echt zo'n boek voor jongetjes.'
'Ja, nou, nee, het is een heel beroemd oud boek, hoor!' verdedigde ik. 'Het is echt niet zomaar onzin.'
'Maar wat hebt dat nou met ons te maken?' vroeg Kwetter.
'Nou, die meneer in de gevangenis, die voelt zich natuurlijk niet zo fijn. Gelukkig is er een andere man, en die leert hem van alles. Over kunst en wetenschap en zo, maar ook waar er een geheime schat begraven ligt, zodat die ene meneer heel erg rijk wordt en zijn vijanden kan pakken als hij eenmaal ontsnapt is.'
'Dát is een goeie oplossing,' zei Gaby vals. 'Kom, laten we een geheimzinnige meneer zoeken die alles weet over kunst en wetenschap en die een geheime schat weet te liggen. Zo iemand moet er in deze container toch te vinden zijn, of niet?'
'Flauw hoor,' zei ik. 'Het gaat om het idee, snap je, het idee dat je niet gaat zitten mokken en huilen in je gevangenis, maar dat je plannen gaat maken en probeert je voor te bereiden op wat je gaat doen als je eruit komt.'
'Met een geheime schat,' zei Gaby sarcastisch. 'Want die liggen overal voor het oprapen.'
'We hebben een geheime schat,' zei ik, 'en die zit... hier!' Ik tikte veelbetekenend tegen mijn hoofd.
Maar dat konden de meiden natuurlijk niet zien in het donker.
'Hier?' vroeg Kwetter verbijsterd. 'In deze container? Wat gek! De vorige keer bende er helemaal geen geheime schat!'
'Neehee, hier in mijn hoofd,' zei ik ongeduldig.
'In je hoofd? Dat pas toch niet? En trouwens, al bent het honderd miljoen kilo goud en juwelen, ik gaat het er niet uithalen want dan ga jouw hoofd stuk en daar bent het veel te leuk voor!'
'Hou effe op, Kwetter, anders moet ik zo meteen óók overgeven,' zei Gaby. 'Hij bedoelt trouwens geen echte schat, hij zal wel een of ander zogenaamd slim plan hebben dat zogenaamd net zo veel waard is als een schat, of bla bla bla weet ik veel.'
'Bijna goed, Gaby, bijna goed!' glimlachte ik. 'Wat ik bedoel is: we zitten in een container op een boot. Is dat erg? We hebben wel ergere dingen overleefd, toch? Maar toen was mama erbij. Die heeft ons altijd gered, met haar bommen. En nu is ze er niet. Nu moeten we onszelf redden, met onze eigen bommen.'
'Wij hébt geen bommen,' zei Kwetter.
'Inderdaad. Maar we weten wel precies hoe we ze moeten maken. Want mama's computerspelletjes, die kloppen! Alles wat er in die spelletjes kan, kan in het echt ook. Dus we moeten goed ons best doen om ons alles te herinneren, zodat we, als we hier uit komen, echte bommen-experts zijn. Dat is ook heel goed tegen gek worden en rondjes tollen in je hoofd: bezig blijven, voortdurend bezig blijven met een doel voor ogen. Ik begin. Hoe maak je buskruit? Welke moleculen heb je nodig?'
'Broer,' zei Gaby, 'jij hebt altijd van die ongelofelijk stomme plannen, en van al je stomme pannen is dit, denk ik, misschien wel de minst stomme. Niet omdat we er iets aan zullen hebben als we straks bommen-experts zijn, maar omdat het ons iets te doen zal geven en volgens mij heb je gelijk, volgens mij helpt dat het beste tegen gek worden. Goed dan. Voor buskruit heb je nodig...'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 11 januari 2013

Vluchten en pret maken

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Naar huis,' wilde ik zeggen, en plotseling sprongen er tranen in mijn ogen. Want we hadden geen huis, al bijna een jaar niet meer. Eerst hadden we een paar weken in een vakantiehuisje gewoond, op de vlucht voor meneer Dogger en zijn kornuiten. Daarna een half jaar in een boom in het oerwoud van Boegoe-Boegoe, maar een boom telt niet als een huis, vind ik. Een huis hoort een dak te hebben.
Na Boegoe-Boegoe hadden we een maand lang rondgezworven, totdat papa de Tsaar Peter kon kopen. De Tsaar Peter had wel een dak, natuurlijk, want een onderzeeër zonder bovenkant noem je geen onderzeeër. Dat noem je gewoon een gezonken boot. Maar een dak is niet genoeg: een huist hoort vast te zitten aan de grond, zodat je altijd weet waar het is. Zodat je ernaar terug kunt als je even geen zin meer hebt in buiten spelen.
Of in gebouwen opblazen of zo.
Papa en mama stonden te overleggen of we terug zouden gaan naar de kerk van Willem.
Michael stond verlekkerd te kijken naar de slapende agenten op straat – of liever gezegd naar hun pistolen, die daar voor het grijpen lagen.
Kwetter aaide over mijn hoofd en fluisterde: 'Waarom huilt jij?'
'Ik huil niet,' fluisterde ik terug.
'Nee, nu niet meer, want jij hebt je tranen aan je mouw gedaan, maar daarnet hebde jij tranen, dus toen huilde jij wel. Hebt jij ergens pijn?'
'Vind jij het jammer, dat wij mama's mooie boemen niet kunt ophalen uit de kelder? Dat geeft niks hoor. Kijkt jij maar eens naar al die flesjes en potjes die mama heeft, daar zit nog veel mooiere boemen in.'
'Ik wil gewoon naar huis,' zei ik, en toen ik het hardop zei kreeg ik weer tranen in mijn ogen. 'Ik wil gewoon een plek war ik me veilig kan voelen.'
'Veilig?' fronste Kwetter. 'Veilig weet ik niet. Daar heeft wij geen woord voor, in Boegoe-Boegoe. Wij heeft alleen woorden voor vluchten, dat doet wij als er een Sissipi-slang achter ons aan zit bijvoorbeeld, en voor pret maken, dat doet wij als we niet aan het vluchten is. Daarom is ik ook zo dol op mama. Zij maakt boemen, en boemen is pret, en zij maakt zelfs boemen tijdens het vluchten.'
Grappig genoeg zei mama precies op dat moment tegen papa: 'Het kan me niet schelen waar we heen gaan. We moeten hier in elk geval zo snel mogelijk weg, want die agenten kunnen elk moment wakker worden. Dus ik hou een paar bommen bij de hand.'
'Zullen we ook een paar pistolen meenemen?' vroeg Michael. Hij probeerde een gezicht te trekken alsof pistolen hem eigenlijk helemaal niet interesseerden.
'Niks ervan,' zei mama. 'Pistolen zijn hartstikke gevaarlijk en bovendien is dreigen met een pistool heel onbeleefd. En schieten met een pistool al helemaal. Nee hoor, aan een paar bommen hebben we wel genoeg.'
Inderdaad,' zei papa. 'Maar Michael heeft me wel op een idee gebracht.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 23 mei 2012

Een neus in mijn knie

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ze gaf mij het ei in handen.
'Breng dit naar de man,' zei ze. 'De man die de alligators wil redden. Als het mij niet lukt, dan hem misschien wel. Hij is verstandig.'
'Kennen u hem?'vroeg ik verwonderd.
'Nee. Maar wie alligators wil redden, is verstandig.'
Of stapelkrankjorem natuurlijk, dacht ik er stilletjes achteraan. Maar ik wilde Oma niet tegenspreken. Dat zou onbeleefd zijn.
Met een kleine buiging – ik was nu toch in een beleefde bui – nam ik het ei in ontvangst. Daarna vertrokken we. Oma voorop door de grot, om de alligators weg te slaan, en daarachter Kwetter, die Gaby ondersteunde, en als laatste ikzelf met het ei. Kwetter probeerde de hele tijd om Gaby te ondersteunen, maar Gaby zei kribbig: 'Ik heb een gebroken arm, ja? Mijn benen zijn prima in orde. Mocht ik straks op mijn handen willen lopen, dan zeg ik het wel. Dan mag je me ondersteunen tot je een ons weegt.'
bij het verlaten van de grot vroeg ik: 'Waarom brengen u dit ei niet zelf, eigenlijk? Dan kunnen u meteen die man leren kennen Jullie zouden elkaar vast aardig....' Ik maakte mijn zin niet af, want er duwde iets vochtigs tegen mijn knieholte.
De neus van een alligator.
Ik kromp in elkaar en wachtte angstig op het kaken-klappende hapgeluid dat het laatste geluid van mijn leven zou worden.
Dacht ik. Maar er kwam geen hapgeluid.
De neus bleef maar duwen.
'Hij heeft geen honger, hoor,' grinnikte Oma. 'Hij wil alleen maar naar buiten. Maar dat mag-ie niet. Foei! Foei, zei ik! Naar binnen jij!' Dat laatste zei ze natuurlijk niet tegen mij maar tegen de alligator; toch klonk haar stem zo streng dat ik terug de grot in zou zijn gelopen als dat stomme beest er niet tussen had gestaan.
Maar ha, hij stond er dus wel. En hij blééf er staan, want hij trok zich niets aan van Oma's bevelen.
Oma haalde haar schouders op en kneep het beest in zijn neus. Het begon zachtjes te piepen. Ze maakte een lichte draai-beweging met haar hand en het monster begon nog veel harder te piepen; het draaide zich om en vluchtte terug de grot in.
'Om je vraag te beantwoorden,' glimlachte Oma, 'dáárom breng ik het ei niet zelf. Omdat die alligators niet weten wat goed voor ze is. Als ik ze niet af en toe terugmep, gaan ze regelrecht de grot uit en voor je het weet staan ze midden tussen de houthakkers.'
Okee. Zat wat in.
Wij gingen terug naar mama. Zwierend van liaan naar liaan. Dat klinkt een stuk makkelijker dan het was, want ik had een ei zo groot als een voetbal onder mijn arm en Kwetter had Gaby op haar rug. Gaby voelde zich weliswaar weer prima, en haar arm zat keurig recht vastgesnoerd, maat Oma was niet bepaald een heks; ze kon geen gebroken botten héél maken. Die moesten gewoon aan elkaar groeien.
Voorlopig even geen lianen voor Gaby.
Een beetje bezorgd vroeg ik me af: zou mama kwaad zijn, dat ik niet goed op haar heb gepast?
Maar mama had wel andere dingen aan haar hoofd, ontdekte ik toen we bij het laboratorium kwamen.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE