Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 9. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 9. Alle posts tonen

vrijdag 17 januari 2014

Spel nummer twee

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik kreeg het maar niet voor elkaar. Telkens als ik een stuk of twintig C-ballen aan elkaar had gehaakt, kwam er weet zo'n rottig blauw H-balletje tussen. Of ik maakte een ringetje van zeven ballen, in plaats van zes. Ik werd er zo nijdig van dat ik de computer wel uit het raam wilde gooien, pardon: de patrijspoort. Maar dat ding paste niet. Bovendien zou het niet erg verstandig zijn om het raam open te doen want we waren tweehonderd meter diep onder zee, dus... ja...
Gelukkig kreeg mama het nieuwe spelletje doorgemaild.
Het heette Donderkat en het ging over, nou ja, over mama.
Als je het spel speelde was je een blonde mevrouw in een witte laboratorium-jas. Je stond in een huiskamer en je kreeg opdrachtjes. Bijvoorbeeld: zoek de elektriciteitskabel. Dan moest je een elektriciteitskabel zoeken. Daarna moest je water zoeken dat je onder stroom kon zetten. Dan kwam er een gas uit het water dat, en nu werd het mooi, kon ontploffen. Daar moest je dan iets mee opblazen. Je kon kiezen uit een bankgebouw, een politiewagen, een kindercrêche en nog zo wat dingen.
Als je het bankgebouw koos, gebeurde er niks.
Je kreeg alleen de mededeling:
Je hebt geprobeerd een bankgebouw op te blazen.
Helaas, de explosieve kracht van jouw waterstofgas is niet groot genoeg voor een bankgebouw. Missie mislukt!

Prima, dacht ik grijnzend. Dan blaas ik die kindercrêche wel op.
Ik maakte een nieuwe lading waterstofgas en dit keer koos ik de crêche. Als resultaat kreeg ik de volgende mededeling:
Je hebt geprobeerd een kindercrêche op te blazen.
BEN JIJ ZIEK IN JE HOOFD OF ZO???

Daarna zag je hoe een politiemannetje de blonde mevrouw arresteerde en afvoerde naar een cel met matrassen als muren. Zo'n cel waar gevaarlijke gekken in worden opgesloten. De mevrouw kreeg een dwangbuis aan, op het scherm stond GAME OVER en ik moest weer opnieuw beginnen.
Okee, dacht ik. De politie-wagen dus.
Ja hoor, die lukte.
En hoe! Met een behoorlijk kabaal en een prachtige vuurbal vloog het ding in duizend stukje uiteen.
Daarna kwam missie twee: ik moest met mijn waterstofgas een vrachtwagen vol met landmijnen, clusterbommen en ander smerig wapentuig opblazen.
Dát gaf nog eens een knal!
Daarna moest een geldautomaat van de Doggersbank eraan geloven. Makkelijk zat. Boemberdeboem, en daar dwarrelden de briefjes van vijftig als bloesemblaadjes in het rond.
Op het scherm verscheen de mededeling:
Missie succesvol. Je hebt nu dertigduizend euro. Voor vijfentwintigduizend euro kun je de optie 'Buskruit' kopen.
Dat deed ik natuurlijk meteen, en toen moest het blonde mevrouwtje weer aan de slag. Buskruit maken. Van houtskool en vogelpoep en zwavel. De zwavel kon het mevrouwtje niet in haar huiskamer vinden: dat moest je kopen. Gelukkig had ik nog wat briefjes gehouden
Met dat buskruit kon je ook weer van alles opblazen, en met de combinatie buskruit + waterstof al helemaal.
'Mama,' zei ik tevreden, 'dit is nu eens echt een goed spel. Let maar eens op hoe ik dat tankstation opblaas.'
'Ik ben reuze benieuwd,' zei mama met een glimlach. En glimlach die om één of andere reden weinig goeds voorspelde.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 1 oktober 2012

Wij strijden eensgezind tegen de wetenschappelijkke verhandeling

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Het is een vreemde toestand,' zei mama, 'en ik snap het zelf ook niet helemaal.'
Wij zwegen bezorgd. Dingen die mama niet snapte waren tamelijk zeldzaam en over het algemeen verschrikkelijk ingewikkeld.
'Ik heb natuurlijk wel ontdekt wat er in die potjes zat,' stelde mama ons gerust. 'Dat was makkelijk genoeg. Maar ik dacht: als ik die potjes maar eenmaal heb, dan weet ik vanzelf wat dat groene spul met het zwarte spul te maken heeft. En wat die twee te maken hebben met de gaten in het koraalrif. Maar nee hoor. Het groene spul is niks anders dan een dikke laag algen. Weten jullie wat dat zijn?'
Ja hoor, knikten wij, dat weten we.
Nee hoor, schudden Kwetter, dat weet ik niet.
Wij kreunden. Nou ging mama weer uitleggen wat algen precies waren en dan kwam er een wetenschappelijke verhandeling die een half uur duurde. Of een uur als je pech had.
Maar nee, mama had iets anders bedacht: 'Leg jij het maar eens uit aan ons vriendinnetje, Michael.'
Micheal schraapte zijn keel. 'Algen dat is... eh dat zijn, bedoel ik, eh, eh, dat is zo'n slijmerig groen laagje, weet je wel? Dat zit soms op dingen. Vooral op dingen die vaak nat zijn, dacht ik, toch? Dat je zegt van: getverdemme, dat ding zit weer onder de algen,. En, eh... nou ja, dat zijn dus algen. Snap je?'
Kwetter snapte er niks van, natuurlijk, dus ik moest snel ingrijpen anders begon mama alsnog.
'Algen zijn plantjes,' zei ik haastig. 'Hele kleine plantjes, die in het water leven. Soms vind je ze ook op het land, op plekken die vaak vochtig zijn of zo.'
'Goed zo,' zei mama tevreden. 'Ik kan daar nog aan toevoegen dat algen ook heel groot kunnen zijn, want alle soorten zeewier behoren ook tot de algen. Het grappige is dat ze vaak in symbiose leven met...'
Ja hoor, daar gingen we.
'Wat was dat zwarte spul dan?' vroeg ik snel.
'Ruwe olie,' zei mama achteloos. 'Het grappige met die algen, zoals ik al zei, is dat...'
'Oh,' riep Michael, 'nou snap ik ook waar die gaten vandaan komen!'
Wij keken hem verbaasd aan.
Behalve ik
Mama, papa en Kwetter dachten: hoe kan hij dat nou snappen? Hij wist geeneens wat algen zijn, en mama wel, en mama snapt niet waar die gaten vandaan komen en hij wel? Hoe kon dat nou?
Ik begreep als enige: Hij heeft geen enkel benul, en dat weet hij zelf ook wel. Hij gaat nu iets heel doms zeggen om mama af te leiden, zodat ze niet met dat ellenlange oersaaie algenverhaal begint, dat zo goed als niks te maken heeft met die gaten in het rif. Wedden?
'Ruwe olie is brandbaar, toch? Dan kan het dus ook ontploffen,' ratelde Michael. 'Dus het moet die ontploffende olie zijn, die die gaten in het rif heeft geblazen. Logisch toch? Er was wel niemand om de boel aan te steken, maar eh, eh, dat kwam misschien door die algen. Daar komt vat een of ander chemisch spulletje uit, ja, zo'n molecuul weet je wel, waar mama het altijd over heeft. Nou – één verkeerde molecuul en: boem! Dat weten we allemaal.'
Sprakeloos keek mama hem aan.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 6 februari 2012

Meidenwoorden

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Wat ik niet snap is wat er nou precies zo schurkachtig is. Iedereen wil kozijnen in zijn huis. Dat is logisch. Anders valt je raam eruit. Waarom is het dan zo erg om kozijunen te verkopen? Het is natuurlijk jammer van de bossen, maar... waarom zouden we de schuld geven aan die arme houthakkers? Het is de schuld van iederéén. Toch?'
Papa sloeg een arm om haar heen. 'Kind,' zei hij, 'wat stel je toch een verstandige vragen. Je hebt helemaal gelijk: af en toe een boompje omhakken, dat kan geen kwaad.Vooral niet als je daarna een nieuw boompje plant: als je dat een beetje zorgvuldig doet, hou je altijd genoeg bos over.'
'En meneer Hakmaranman doet dat niet zorgvuldig genoeg?' gokte ik.
'Hij doet het helemaal niet,' zei papa. 'Waar hij langsgekomen is, blijft alleen een dorre vlakte over. Alle bomen weg. En een bos is niet alleen een verzameling bomen; er wonen ook dieren, nietwaar?
Nou, die dieren daar blijft dus ook niets van over.'
'Goeie zaak,' zei ik. 'Laat die houthakkers maar komen. Hoe eerder hoe liever; er zijn nog veel te veel dieren hier. De Boegoenese boomleeuw, bijvoorbeeld, kan nog best een stukkie zeldzamer. En de sissipi-slang ook en de reuzenalligator al helemaal.'
'Jaja, hoho,' wierp mijn moeder tegen, 'maar wat dacht je van het Boegoenese Boomkonijntje?'
'Ooooh,' deed mijn zus met een hoog stemmetje, 'die zijn schattig!'
'Ja,' zei mijn vader, 'En ze zijn ook lekker. Dus de houthakkers schieten die arme beestje zó de bomen uit. En hup, in de pan!'
Nou zijn boomkonijnthjes inderdaad erg schattig, en ik kon wel janken als ik dacht aan zo'n konijntje met een kogel in zijn koppie – maar schattig is een meidenwoord, dus ik zei gewoon: 'Nou en?'
Mijn vader noemde nog een hele reeks schattige beestjes op – het Pluizige Knabbeldiertje, de Giebelaap, de Bonte Prachtvogel en de Boegoenese Stuitersijs – die allemaal van de aardbodem zouden verdwijnen als het bos werd omgehakt. Het idee was hartverscheurend, maar ik kon geen manier vinden om dat te zeggen. Behalve met meidenwoorden als 'schattig' of 'zielig', en ja, dat zijn dus meidenwoorden. Die kon ik niet zeggen.
Pfff. Het leven van een jongen is niet gemakkelijk, hoor.
Wij hebben ook wel onze eigen woorden, zoals bijvoorbeeld 'bazooka', maar om een of andere reden kunnen meiden die gewoon zeggen als het nodig is. Als ze een bazooka zien, bijvoorbeeld. Ze kunnen het niet zomaar door de klas roepen, zoals wij, maar dat is een schrale troost als je het mij vraagt.
Dus toen mijn vader zei dat ook alle Stoeistaartjes eraan zouden gaan stroomden mijn zusje de tranen over de wangen, maar ik perste mijn kaken op elkaar en zei 'Nou en?'
Het is trouwens niet eenvoudig om overtuigend 'nou en' zeggen met je kaken op elkaar. Meiden kunnen dat niet.
Mijn vader knikte begrijpend, alsof hij wel wist wat ik bedoelde met mijn ge-'nou en'.
'En dat is nog niet het ergste,' ging hij verder. 'Wat denk je wat er gebeurt met onze vrienden, de
Boegoenezen?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE