BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dat dacht ik ook.
Ik heb mama's gezicht wel eens gezien als ze echt boos was.
Ik heb ook wel eens een peloton tanks gezien dat op mij af kwam gedenderd met de bedoeling mij aan puin te schieten.
En als je mijn nu vraagt: welke van de twee zou je nog eens willen meemaken, dan zeg ik: doe mij die tanks maar. Tanks kan ik wel hebben. Vooral als mama aan mijn kant staat. Maar zelfs met een peloton tanks aan mijn kant zou ik nog geen boze mama onder ogen durven komen.
Helaas wordt mij nooit iets gevraagd in het leven, dus ik ga ervan uit dat die tanks een éénmalig verzetje waren, een soort schoolreisje zeg maar, terwijl mama nog wel een aantal keren heel boos zal worden op mij. Niet dat ik nu van plan ben nog heel veel te doen wat niet mag, of zo, maar soms weet je pas dat iets niet mag op het moment dat je moeder kwaad wordt en dan is het te laat. Daar kun je dus eigenlijk niks aan doen. Of je zou altijd van tevoren moeten vragen of iets mag of niet. Maar dat is een beetje teveel gedoe, vind ik. Ik bedoel het altijd heel goed; dat zou toch warempel genoeg moeten zijn.
Het is in elk geval meer dan de Engel des Doods van zichzelf kon zeggen.
Ik bedoel: "We maken alles wat er in zee leeft hartstikke dood en als bijverdienste gappen we soms een onderzeebootje," nee, daar kun je toch onmogelijk achteraan zeggen "...maar we bedoelen het goed."
'Hoera,' riep Michael, 'weg aan de Engel de Doods overhoop torpederen! Mag ik op het knopje drukken? Ik kan dat hele goed! Ik heb geoefend!'
Ik wilde een snedige opmerking maken over walvissen, maar voordat ik er één kon bedenken begon papa Michael de les te lezen.
'Jongen,' zei hij streng, 'je weet nu toch onderhand wel dat je dat soort dingen nietleuk hoort te vinden. Ik begin echt een beetje teleurgesteld te raken door je voortdurende enthousiasme over het opblazen van mensen.'
'Je vader heeft gelijk,' zei mama. 'Je mag het wel leuk vinden om mensen op te blazen - dat is ook leuk, namelijk - maar je mag het niet laten merken. Dat is niet netjes.'
'Dat is echt he-le-maal niet wat ik bedoelde...' begon papa, maar mama was nog niet uitgepraat: 'En niet netjes is erg, maar er is iets wat erger is en dat is: domme opmerkingen maken. En jouw opmerking, lieve schat, was heel erg dom.' Ze keek Michael aan op haar speciale manier; de manier die je naar een peloton tanks doet verlangen. 'Want hoe kunnen we op het torpedo-knopje duwen als onze onderzeeër aan boord van de Engel des Doods ligt? En bovendien: op het knopje duwen heeft geen enkele zin want jij hebt de torpedo's opgemaakt.'
Maar dat bleek niet helemaal waar te zijn.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
maandag 17 juni 2013
vrijdag 14 juni 2013
Waar is de tsaar?
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is een goeie vraag,' zei papa. 'sterker nog: het is de goeie vraag. Het is de beste vraag die je op dit moment zou kunnen stellen. Veel beter dan saaie vragen die ons geen stap verder helpen, zoals wie z'n schuld is het allemaal, bla bla bla. En gelukkig heb ik op deze goeie vraag ook een heel goed antwoord. De Tsaar Peter is namelijk een stukje weggedreven van het koraalrif., in de richting van de open zee. Een behoorlijk stukje, om precies te zijn. Om heel precies te zijn: ver genoeg weg van het koraalrif om binnen bereik te komen van... de Engel des Doods.' Hij keek ons dramatisch aan.
'Pap,' zei Michael, 'engelen bestaan helemaal niet.'
'Nee, slome, dat weet papa ook wel,' zei ik geprikkeld. 'Of liever gezegd: hij weet het niet, want hij gelooft in engeltjes, maar hij weet dat wij daar niet in geloven dus hij valt ons niet lastig met die flauwekul. Hij heeft het over de Engel des Doods, dat gigantische schip waar Willem ons ooit over vertelde. Dat schip met netten zo groot dat ze er per ongeluk walvissen mee vangen, weet je wel?'
'Precies,' zei papa, 'ik ben blij dat je zo goed op hebt gelet. Ik kan je inmiddels zelfs vertellen dat hun netten groot genoeg zijn om per ongeluk duikboten te vangen. Want dat is wat er met de Tsaar Peter is gebeurd.'
'Ja maar,' protesteerde ik, 'en onze Jetski's dan? Die lagen op het strand, en die waren óók verdwenen! Die kunnen toch niet per ongeluk in een net terecht zijn gekomen?'
'Heel goed opgemerkt,' knikte papa. 'Dat kan onmogelijk gebeurd zijn. Dus het is ook niet gebeurd. Wat er gebeurd is, is het volgende.
De bemanning van de Engel de Doods ontdekte dat er een duikboot in hun netten zat. Een onbemande, kanarie-gele duikboot. Dat vonden ze natuurlijk vreemd, en ze dachten: hee, laten we eens gaan kijken van wie dat ding is. Want duikboten zijn, voor zover zij weten, altijd eigendom van een of ander leger. En de kapitein van het schip, meneer Leeghwater, heeft geen zin om ruzie te krijgen met een leger. Dus ze hebben een sloep naar de wal gestuurd om eens een beetje rond te vragen, en zo ontdekten ze dat de Tsaar Peter eigendom was van een internationale terroristenbende.'
Daar moest Kwetter erg om lachen. 'Wat een sufkopjes!' giechelde ze. 'Die boot is niet van een internationale terroristenbende. Die is van ons!'
'Lieve schat,' zei mama, 'het wordt nu toch echt tijd dat je begrijpt dat wij een internationale terroristenbende zijn.'
'Doe niet zo mal,' lachte Kwetter. 'Wij is gewoon wij.'
Mama schudde zuchtend haar hoofd.
'In ieder geval,' zei papa, 'ze besloten dat ze de boot wel konden houden, en de Jetski's inpikken, want een internationale terroristenbende is een stuk minder gevaarlijk dan een leger.'
'Dat denken zij,' zei mama grimmig. 'Nu nog wel. Maar binnenkort zullen ze wel leren dat het allemaal net even iets ingewikkelder ligt.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat is een goeie vraag,' zei papa. 'sterker nog: het is de goeie vraag. Het is de beste vraag die je op dit moment zou kunnen stellen. Veel beter dan saaie vragen die ons geen stap verder helpen, zoals wie z'n schuld is het allemaal, bla bla bla. En gelukkig heb ik op deze goeie vraag ook een heel goed antwoord. De Tsaar Peter is namelijk een stukje weggedreven van het koraalrif., in de richting van de open zee. Een behoorlijk stukje, om precies te zijn. Om heel precies te zijn: ver genoeg weg van het koraalrif om binnen bereik te komen van... de Engel des Doods.' Hij keek ons dramatisch aan.
'Pap,' zei Michael, 'engelen bestaan helemaal niet.'
'Nee, slome, dat weet papa ook wel,' zei ik geprikkeld. 'Of liever gezegd: hij weet het niet, want hij gelooft in engeltjes, maar hij weet dat wij daar niet in geloven dus hij valt ons niet lastig met die flauwekul. Hij heeft het over de Engel des Doods, dat gigantische schip waar Willem ons ooit over vertelde. Dat schip met netten zo groot dat ze er per ongeluk walvissen mee vangen, weet je wel?'
'Precies,' zei papa, 'ik ben blij dat je zo goed op hebt gelet. Ik kan je inmiddels zelfs vertellen dat hun netten groot genoeg zijn om per ongeluk duikboten te vangen. Want dat is wat er met de Tsaar Peter is gebeurd.'
'Ja maar,' protesteerde ik, 'en onze Jetski's dan? Die lagen op het strand, en die waren óók verdwenen! Die kunnen toch niet per ongeluk in een net terecht zijn gekomen?'
'Heel goed opgemerkt,' knikte papa. 'Dat kan onmogelijk gebeurd zijn. Dus het is ook niet gebeurd. Wat er gebeurd is, is het volgende.
De bemanning van de Engel de Doods ontdekte dat er een duikboot in hun netten zat. Een onbemande, kanarie-gele duikboot. Dat vonden ze natuurlijk vreemd, en ze dachten: hee, laten we eens gaan kijken van wie dat ding is. Want duikboten zijn, voor zover zij weten, altijd eigendom van een of ander leger. En de kapitein van het schip, meneer Leeghwater, heeft geen zin om ruzie te krijgen met een leger. Dus ze hebben een sloep naar de wal gestuurd om eens een beetje rond te vragen, en zo ontdekten ze dat de Tsaar Peter eigendom was van een internationale terroristenbende.'
Daar moest Kwetter erg om lachen. 'Wat een sufkopjes!' giechelde ze. 'Die boot is niet van een internationale terroristenbende. Die is van ons!'
'Lieve schat,' zei mama, 'het wordt nu toch echt tijd dat je begrijpt dat wij een internationale terroristenbende zijn.'
'Doe niet zo mal,' lachte Kwetter. 'Wij is gewoon wij.'
Mama schudde zuchtend haar hoofd.
'In ieder geval,' zei papa, 'ze besloten dat ze de boot wel konden houden, en de Jetski's inpikken, want een internationale terroristenbende is een stuk minder gevaarlijk dan een leger.'
'Dat denken zij,' zei mama grimmig. 'Nu nog wel. Maar binnenkort zullen ze wel leren dat het allemaal net even iets ingewikkelder ligt.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 12 juni 2013
Dansen is een vorm van moord
BEGIN / VORIGE
/ VOLGENDE
'Kijk...' zei papa. 'Het zit zo... Eigenlijk... eh... Voordat ik vertel waar onze onderzeeboot is, wil ik even iets afspreken. Goed? Is iedereen het daarmee eens?'
'Waarmee eens?' vroeg mama een tikkeltje wantrouwig.
'Nou,' zei papa, 'ik wil even duidelijk afspreken dat het niemand z'n schuld is.'
'Dat wat niemand z'n schuld is?' vroeg mama scherp.
'Ja, dat vertel ik dus pas als we van tevoren afspreken dat niemand boos wordt op iemand anders. Kijk. Het zit zo. Als er geen duidelijke afspraken zijn over wie wat moet doen, aan boord van een onderzeeboot, dan kun je achteraf ook niet zeggen: het is die-en-die z'n schuld dat dat-of-dat niet gedaan is. Dat is redelijk, of niet?'
'Gaat dit toevallig over het anker?' vroeg mama. 'Probeer je ons nu te vertellen dat je het anker niet hebt neergelaten, en dat de Tsaar Peter toen domweg is weggedreven?'
'Bijna goed,' zei papa. 'Bijna goed. Ik probeer te vertellen dat we het anker niet hebben neergelaten, en dat de Tsaar Peter toen domweg is weggedreven.'
'Je hebt het anker niet neergelaten.' Mama klonk tamelijk ijzig.
'We, schat,' benadrukte papa zenuwachtig. 'We hebben het anker niet neergelaten. Maar daar hadden we ook geen duidelijke afspraken over.'
'Die hadden we zeker wel,' zei mama streng. 'De laatste die van het schip afgaat, laat het anker neer. Dát was de afspraak.'
'Ja, precies, maar als we met z'n allen min of meer tegelijk weggaan, wiens schuld is het dan? Ik bedoel: jij kwam als laatste naar buiten, maar ik heb het luik achter jou op slot gedaan. Jouw Jetski lag als eerste in het water, maar ik ben als eerste weggevaren. Kwetter is als laatste op jouw Jetski gestapt, dus zij heeft de boot als laatste aangeraakt...'
'Wat!? Dat is toch wel het toppunt!' riep mama woest. 'Jij vergeet het anker neer te laten, en nou probeer je de schuld op dat arme kind te schuiven? Dat had ik niet van je gedacht, Eduard!'
'Ja maar jij was net zo goed vergeten om...'
Ik slaakte een diepe, diepe zucht. Ik houd heel veel van allebei mijn ouders, maar als ik érgens een hekel aan heb, dan is het wel aan grote mensen die kinderachtig gaan lopen doen. Dat ziet er altijd zo knullig uit. Zo stuntelig. Het doet een beetje denken aan grote mensen die, als er een feestje is, een paar glazen wijn drinken en dan opeens willen gaan dansen. Die dansen altijd heel, héél belachelijk. Dansen is moeilijk. Als je goed wil dansen, dan moet je jarenlang naar een opleiding. Een balletacademie of zo. Heb je geen opleiding gehad? Ga dan ook niet dansen! Anders schamen je arme kinderen zich helemaal dood voor je, en dan zit je opeens met een dood kind. Leg dat maar eens uit aan de politie. “Wat is er met dat kind gebeurd,meneer?” “Ja, dat heeft zich doodgeschaamd toen ik ging dansen.” “Dansen? Heeft u daar een opleiding voor gehad?” “Nee, dat niet.” “Oh, dan telt het als moord. Dat wordt levenslang, makker.”
Iets dergelijks is er aan de hand met kinderachtig doen. Dat moet je aan experts overlaten. Aan kinderen dus. Wij hebben er geen opleiding voor gehad, maar we zijn allemaal natuurtalenten. Dat talent verlies je, als je ouder wordt, en dan moet jet het eigenlijk ook niet meer proberen.
Gelukkig werkt het andersom niet zo: kinderen kunnen best volwassen doen. Volwassen doen, daar is geen kunst aan. Daar heb je geen enkel talent of opleiding voor nodig.
Dus ik zette mijn meest volwassen stem op en kwam tussenbeide: 'Lieve papa, lieve mama, wiens schuld het ook was: de boot lag niet voor anker. Okee. Jammer, maar niks meer aan te doen. Wat ik wil weten is: waar is die boot nu?'
BEGIN / VORIGE
/ VOLGENDE
/ VOLGENDE
'Kijk...' zei papa. 'Het zit zo... Eigenlijk... eh... Voordat ik vertel waar onze onderzeeboot is, wil ik even iets afspreken. Goed? Is iedereen het daarmee eens?'
'Waarmee eens?' vroeg mama een tikkeltje wantrouwig.
'Nou,' zei papa, 'ik wil even duidelijk afspreken dat het niemand z'n schuld is.'
'Dat wat niemand z'n schuld is?' vroeg mama scherp.
'Ja, dat vertel ik dus pas als we van tevoren afspreken dat niemand boos wordt op iemand anders. Kijk. Het zit zo. Als er geen duidelijke afspraken zijn over wie wat moet doen, aan boord van een onderzeeboot, dan kun je achteraf ook niet zeggen: het is die-en-die z'n schuld dat dat-of-dat niet gedaan is. Dat is redelijk, of niet?'
'Gaat dit toevallig over het anker?' vroeg mama. 'Probeer je ons nu te vertellen dat je het anker niet hebt neergelaten, en dat de Tsaar Peter toen domweg is weggedreven?'
'Bijna goed,' zei papa. 'Bijna goed. Ik probeer te vertellen dat we het anker niet hebben neergelaten, en dat de Tsaar Peter toen domweg is weggedreven.'
'Je hebt het anker niet neergelaten.' Mama klonk tamelijk ijzig.
'We, schat,' benadrukte papa zenuwachtig. 'We hebben het anker niet neergelaten. Maar daar hadden we ook geen duidelijke afspraken over.'
'Die hadden we zeker wel,' zei mama streng. 'De laatste die van het schip afgaat, laat het anker neer. Dát was de afspraak.'
'Ja, precies, maar als we met z'n allen min of meer tegelijk weggaan, wiens schuld is het dan? Ik bedoel: jij kwam als laatste naar buiten, maar ik heb het luik achter jou op slot gedaan. Jouw Jetski lag als eerste in het water, maar ik ben als eerste weggevaren. Kwetter is als laatste op jouw Jetski gestapt, dus zij heeft de boot als laatste aangeraakt...'
'Wat!? Dat is toch wel het toppunt!' riep mama woest. 'Jij vergeet het anker neer te laten, en nou probeer je de schuld op dat arme kind te schuiven? Dat had ik niet van je gedacht, Eduard!'
'Ja maar jij was net zo goed vergeten om...'
Ik slaakte een diepe, diepe zucht. Ik houd heel veel van allebei mijn ouders, maar als ik érgens een hekel aan heb, dan is het wel aan grote mensen die kinderachtig gaan lopen doen. Dat ziet er altijd zo knullig uit. Zo stuntelig. Het doet een beetje denken aan grote mensen die, als er een feestje is, een paar glazen wijn drinken en dan opeens willen gaan dansen. Die dansen altijd heel, héél belachelijk. Dansen is moeilijk. Als je goed wil dansen, dan moet je jarenlang naar een opleiding. Een balletacademie of zo. Heb je geen opleiding gehad? Ga dan ook niet dansen! Anders schamen je arme kinderen zich helemaal dood voor je, en dan zit je opeens met een dood kind. Leg dat maar eens uit aan de politie. “Wat is er met dat kind gebeurd,meneer?” “Ja, dat heeft zich doodgeschaamd toen ik ging dansen.” “Dansen? Heeft u daar een opleiding voor gehad?” “Nee, dat niet.” “Oh, dan telt het als moord. Dat wordt levenslang, makker.”
Iets dergelijks is er aan de hand met kinderachtig doen. Dat moet je aan experts overlaten. Aan kinderen dus. Wij hebben er geen opleiding voor gehad, maar we zijn allemaal natuurtalenten. Dat talent verlies je, als je ouder wordt, en dan moet jet het eigenlijk ook niet meer proberen.
Gelukkig werkt het andersom niet zo: kinderen kunnen best volwassen doen. Volwassen doen, daar is geen kunst aan. Daar heb je geen enkel talent of opleiding voor nodig.
Dus ik zette mijn meest volwassen stem op en kwam tussenbeide: 'Lieve papa, lieve mama, wiens schuld het ook was: de boot lag niet voor anker. Okee. Jammer, maar niks meer aan te doen. Wat ik wil weten is: waar is die boot nu?'
BEGIN / VORIGE
/ VOLGENDE
maandag 10 juni 2013
Goedkoper dan torpedo's
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Jamal verbleekte.
Met grote ogen van schrik keek hij naar papa. Hij wist maar al te goed wat het betekent als iemand zijn hand in zijn binnenzak steekt, midden in een gevecht. Het betekent: binnenkort gebeurt er iets nieuws binnen dit gevecht. Iets met een mes. Of met een pistool. Waarschijnlijk een pistool, en dat wil zeggen dat jij de klos bent. Behalve als het jouw hand is, die daar in die binnenzak verdwijnt. Onwillekeurig bewoog Jamal met zijn handen. Alsof hij hoopte dat hij zou ontdekken: hee verrek, het is mijn hand daar in die binnenzak.
Maar nee, dikke pech: zijn handen zaten gewoon waar ze altijd zaten, aan het uiteinde van zijn armen. Hij keek naar papa's hand alsof het een slang was.
Hij wist zo vreselijk zeker dat papa een pistool zou trekken om hem dood te schieten, dat het even duurde voordat hij zag dat papa iets heel anders tevoorschijn haalde.
Een grote, dikke stapel bankbiljetten.
'Voor jou,' zei papa. 'Zie het maar als een schadevergoeding voor alle ongemakken.'
Jamal's ogen werden nog twee keer zo groot, maar nu van blije verbijstering. Dolgelukkig pakte hij het geld van papa aan, en daarna stak hij een lang verhaal af waarin wij allen het woord Paapa konden onderscheiden (en af en toe een Maikool, voor de afwisseling).
Hij verdeelde het geld zorgvuldig over zijn broekzakken, pakte papa's rechterhand met beide handen beet, en schudde hem alsof zijn leven ervan afhing.
Papa probeerde te glimlachen, maar zijn gezicht zag eruit alsof hij net een hele zure citroen had opgegeten.
'Ik haat dit,' mompelde hij. 'Jongens, jongens, wat vind ik het vervelend om iemands vriendschap te moeten kopen. Ik ben wel blij dat het altijd weer werkt, hoor, en in noodsituaties heeft het al meer dan eens mijn leven gered – maar vriendschap zou niet te koop moeten zijn. En al helemaal niet voor twintigduizend ballen.' Hij keek ons aan. 'Twintigduizend,' herhaalde hij. 'Zoveel zat er in dat stapeltje. Daar koop je nog niet eens één torpedo voor. Vrienden zijn goedkoper dan torpedo's, wisten jullie dat? In wat voor wereld leven wij? Hoe kunnen wij ons thuis voelen in een wereld waar torpedo's waardevoller zijn dan vrienden?'
'Ik begrijp wat je bedoelt, schat,' zei mama troostend. 'Maar aan de andere kant, stel je eens voor dat wij in een wereld leefden waar torpedo's makkelijker te krijgen zijn dan vrienden. Zou je dat willen? Dat iedereen voortdurend ruzie heeft met mekaar, en makkelijk aan torpedo's kan komen? Lijkt je dat een gelukkige combinatie?'
'Eh... nee,' zei papa. 'Als je het zo zegt, ja, nee, dan begrijp ik wel wat je bedoelt, geloof ik... nee, torpedo's en ruzie, dat is geen goeie combinatie inderdaad.'
'En al dit gebabbel over torpedo's,' ging mama onbekommerd verder, 'doet mij ergens aan denken.'
'Aha,' zei papa. 'Jij wilt zeker weten of ik de Tsaar Peter heb teruggevonden?'
'Inderdaad.'
'Wil ik eigenlijk ook wel weten', zei Michael.
Ik ook, knikte ik.
'Nou,' zei papa, 'dan zal ik dat jullie eens vlot vertellen.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Jamal verbleekte.
Met grote ogen van schrik keek hij naar papa. Hij wist maar al te goed wat het betekent als iemand zijn hand in zijn binnenzak steekt, midden in een gevecht. Het betekent: binnenkort gebeurt er iets nieuws binnen dit gevecht. Iets met een mes. Of met een pistool. Waarschijnlijk een pistool, en dat wil zeggen dat jij de klos bent. Behalve als het jouw hand is, die daar in die binnenzak verdwijnt. Onwillekeurig bewoog Jamal met zijn handen. Alsof hij hoopte dat hij zou ontdekken: hee verrek, het is mijn hand daar in die binnenzak.
Maar nee, dikke pech: zijn handen zaten gewoon waar ze altijd zaten, aan het uiteinde van zijn armen. Hij keek naar papa's hand alsof het een slang was.
Hij wist zo vreselijk zeker dat papa een pistool zou trekken om hem dood te schieten, dat het even duurde voordat hij zag dat papa iets heel anders tevoorschijn haalde.
Een grote, dikke stapel bankbiljetten.
'Voor jou,' zei papa. 'Zie het maar als een schadevergoeding voor alle ongemakken.'
Jamal's ogen werden nog twee keer zo groot, maar nu van blije verbijstering. Dolgelukkig pakte hij het geld van papa aan, en daarna stak hij een lang verhaal af waarin wij allen het woord Paapa konden onderscheiden (en af en toe een Maikool, voor de afwisseling).
Hij verdeelde het geld zorgvuldig over zijn broekzakken, pakte papa's rechterhand met beide handen beet, en schudde hem alsof zijn leven ervan afhing.
Papa probeerde te glimlachen, maar zijn gezicht zag eruit alsof hij net een hele zure citroen had opgegeten.
'Ik haat dit,' mompelde hij. 'Jongens, jongens, wat vind ik het vervelend om iemands vriendschap te moeten kopen. Ik ben wel blij dat het altijd weer werkt, hoor, en in noodsituaties heeft het al meer dan eens mijn leven gered – maar vriendschap zou niet te koop moeten zijn. En al helemaal niet voor twintigduizend ballen.' Hij keek ons aan. 'Twintigduizend,' herhaalde hij. 'Zoveel zat er in dat stapeltje. Daar koop je nog niet eens één torpedo voor. Vrienden zijn goedkoper dan torpedo's, wisten jullie dat? In wat voor wereld leven wij? Hoe kunnen wij ons thuis voelen in een wereld waar torpedo's waardevoller zijn dan vrienden?'
'Ik begrijp wat je bedoelt, schat,' zei mama troostend. 'Maar aan de andere kant, stel je eens voor dat wij in een wereld leefden waar torpedo's makkelijker te krijgen zijn dan vrienden. Zou je dat willen? Dat iedereen voortdurend ruzie heeft met mekaar, en makkelijk aan torpedo's kan komen? Lijkt je dat een gelukkige combinatie?'
'Eh... nee,' zei papa. 'Als je het zo zegt, ja, nee, dan begrijp ik wel wat je bedoelt, geloof ik... nee, torpedo's en ruzie, dat is geen goeie combinatie inderdaad.'
'En al dit gebabbel over torpedo's,' ging mama onbekommerd verder, 'doet mij ergens aan denken.'
'Aha,' zei papa. 'Jij wilt zeker weten of ik de Tsaar Peter heb teruggevonden?'
'Inderdaad.'
'Wil ik eigenlijk ook wel weten', zei Michael.
Ik ook, knikte ik.
'Nou,' zei papa, 'dan zal ik dat jullie eens vlot vertellen.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 7 juni 2013
Zijn haren, zijn bloes en de brandende zee
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ik weet niet precies wat er in hem omging, natuurlijk. Hij vertelde het wel, waarschijnlijk, maar niemand van ons verstond het. We zagen heel goed dat hij kwaad was, en als zijn gezicht nog niet duidelijk genoeg was dan hoorden we het wel aan de toon waarop hij van alles riep, terwijl hij wees naar zijn haren, zijn bloes en de brandende zee.
Zijn stem klonk nog kwader, bijna hysterisch, terwijl hij wees op mama, papa, Michael (toen verstonden we even een woord: Maikool!), de kust van zijn land en de plek war de auto had gestaan. Daarna hield hij op met wijzen (maar niet met roepen) en hij begon met zijn vuisten te zwaaien.
'Tja,' zei papa.
'Tja,' zei mama.
'Ik begrijp het wel een beetje,' zei ik. 'Alles wat hij kende heeft hij achtergelaten, voor zover mama het niet al had opgeblazen, om ons te helpen. En wat doen wij? We steken zijn land in de fik, althans een gedeelte, en we brengen hem van het ene gevaar in het andere, en hij is de laatste die gered wordt.'
'Nou jaaa,' zei Michael. 'Wij hebben het land toch niet in de fik gestoken?”
'Nou,' zei ik, 'voor hem voelt dat misschien zo. Dat kan toch?'
'Nu moet jij bukken,' zei Kwetter tegen papa.
Papa had maandenlang met haar in het oerwoud van Boegoe-Boegoe gewoond – net als wij allemaal trouwens – en daar had hij geleerd om dit soort bevelen van Kwetter zonder nadenken op te volgen. Als zij 'Spring!' riep, dan kon je er donder op zeggen dat vlak onder jou een of andere slang of alligator klaar lag met zijn bek opengesperd. Dus papa bukte.
Precies op tijd. Jamal's vuist zoefde door de lucht, precies op de plek waar papa's hoofd daarnet nog was.
'Nou jaaa!' deed Michael weer. 'Papa was de enige die er niet bij was de hele tijd. Waarom wil hij papa dan slaan?'
'Ik denk dat hij geen vrouwen of kinderen wil slaan. Dat je dat niet hoort te doen, in Zuid-Mallotië. Dat soort regels, daar ben ik ls meisje natuurlijk helemaal vóór, maar het is vrij dom. Want de gevaarlijkste personen hier zijn Kwetter en mama.'
'En ik,' zei Michael. Daar moesten Kwetter en ik zo hard om lachen dat Kwetter bijna te laat was met haar bevel aan papa: 'Duikt naar rechts!'
Papa dook naar rechts. Jamal's vuist schampte de linkerkant van zijn hoofd.
'Au,' zei papa kalm. 'Die knaap weet van slaan, dat is een ding wat zeker is.' Hij zuchtte. Ik wilde dat we hem...'
'Stapje naar achter!' riep Kwetter.
Papa stapte naar achter. Zoef, deed Jamal's vuist vlak voor zijn neus langs.
'...alles konden uitleggen,' ging papa kalm verder. Hij zuchtte weer. 'Maar helaas. Ik zie hier nog maar één oplossing.' Hij ging met zijn hand naar zijn binnenzak. 'Ik doe het niet graag,' mompelde hij, 'maar ik geloof niet dat ik een andere keus heb.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ik weet niet precies wat er in hem omging, natuurlijk. Hij vertelde het wel, waarschijnlijk, maar niemand van ons verstond het. We zagen heel goed dat hij kwaad was, en als zijn gezicht nog niet duidelijk genoeg was dan hoorden we het wel aan de toon waarop hij van alles riep, terwijl hij wees naar zijn haren, zijn bloes en de brandende zee.
Zijn stem klonk nog kwader, bijna hysterisch, terwijl hij wees op mama, papa, Michael (toen verstonden we even een woord: Maikool!), de kust van zijn land en de plek war de auto had gestaan. Daarna hield hij op met wijzen (maar niet met roepen) en hij begon met zijn vuisten te zwaaien.
'Tja,' zei papa.
'Tja,' zei mama.
'Ik begrijp het wel een beetje,' zei ik. 'Alles wat hij kende heeft hij achtergelaten, voor zover mama het niet al had opgeblazen, om ons te helpen. En wat doen wij? We steken zijn land in de fik, althans een gedeelte, en we brengen hem van het ene gevaar in het andere, en hij is de laatste die gered wordt.'
'Nou jaaa,' zei Michael. 'Wij hebben het land toch niet in de fik gestoken?”
'Nou,' zei ik, 'voor hem voelt dat misschien zo. Dat kan toch?'
'Nu moet jij bukken,' zei Kwetter tegen papa.
Papa had maandenlang met haar in het oerwoud van Boegoe-Boegoe gewoond – net als wij allemaal trouwens – en daar had hij geleerd om dit soort bevelen van Kwetter zonder nadenken op te volgen. Als zij 'Spring!' riep, dan kon je er donder op zeggen dat vlak onder jou een of andere slang of alligator klaar lag met zijn bek opengesperd. Dus papa bukte.
Precies op tijd. Jamal's vuist zoefde door de lucht, precies op de plek waar papa's hoofd daarnet nog was.
'Nou jaaa!' deed Michael weer. 'Papa was de enige die er niet bij was de hele tijd. Waarom wil hij papa dan slaan?'
'Ik denk dat hij geen vrouwen of kinderen wil slaan. Dat je dat niet hoort te doen, in Zuid-Mallotië. Dat soort regels, daar ben ik ls meisje natuurlijk helemaal vóór, maar het is vrij dom. Want de gevaarlijkste personen hier zijn Kwetter en mama.'
'En ik,' zei Michael. Daar moesten Kwetter en ik zo hard om lachen dat Kwetter bijna te laat was met haar bevel aan papa: 'Duikt naar rechts!'
Papa dook naar rechts. Jamal's vuist schampte de linkerkant van zijn hoofd.
'Au,' zei papa kalm. 'Die knaap weet van slaan, dat is een ding wat zeker is.' Hij zuchtte. Ik wilde dat we hem...'
'Stapje naar achter!' riep Kwetter.
Papa stapte naar achter. Zoef, deed Jamal's vuist vlak voor zijn neus langs.
'...alles konden uitleggen,' ging papa kalm verder. Hij zuchtte weer. 'Maar helaas. Ik zie hier nog maar één oplossing.' Hij ging met zijn hand naar zijn binnenzak. 'Ik doe het niet graag,' mompelde hij, 'maar ik geloof niet dat ik een andere keus heb.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 5 juni 2013
Dom geluk en slim nadenken
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Maar dat was nu even niet het probleem.
Het probleem, op dit moment, was dat we waren ingesloten door een ring van vuur.
Toen papa erdoorheen kwam ge-Jetskied,was de ring even onderbroken: zijn Jetski spatte een lading water voor zich uit en opzij, en mét het water spetterde het ding de brandende olie naar links en naar rechts, zodat er een paadje was ontstaan waar het gevaren had.
Maar dat paadje was na een seconde of tien alweer dicht.
'Geen probleem, jongens,' riep papa joviaal. 'Zoals ik erin gekomen ben, zo kan ik er ook weer uit, nietwaar? Ik kan twee personen achterop nemen. Josephine, vind jij het goed als ik de kinderen eerst in veiligheid breng?'
'Doe niet zo belachelijk,' zei mama. 'Ik zou het niet anders willen en dat weet je heel goed.'
'Tuurlijk schat, ik maakte maar een grapje. Gaby, Michael, kom op! Dit is, denk ik, het meest geschikte moment van jullie hele leven voor een ritje op een Jet Ski.'
Ja, dat hadden wij ook al door. We zaten al achterop.
'Hou je vast!' riep papa, en dat was niet voor niets. Hij ging zo hard als hij kon en hij moest de hele tijd schuin hangen en zigzaggen, om zoveel mogelijk brandende olie weg te spetteren. Als we ons niet heel goed hadden vastgehouden waren we waarschijnlijk halverwege van de Jet Ski af geslingerd en in de vuurzee terecht gekomen. Maar na een metertje of twintig was het ergste vuur voorbij, en papa bracht ons naar een grote rots die een eindje verderop boven de zee uitstak.
'Hoe heb je ons eigenlijk tijd gevonden, pap?' vroeg ik terwijl ik van de Jet Ski op de rots klauterde.
'Dom geluk en een beetje slim nadenken,' was het antwoord. 'Ik was in de buurt, en dat was het domme geluk. Toen de hele horizon ineens in brand vloog begreep ik: hee, Josephine en de kinderen moeten hier ergens in de buurt zijn. Daarna was het een kwestie van op de ontploffingen afgaan.'
'En die Jet Ski?' vroeg Michael. 'Heb je de Tsaar Peter weer teruggevonden?'
'Nee,' zei papa. 'Dit is een andere. Maar als je het niet erg vind ga ik eerst even de anderen redden en daarna pas bijkletsen. Want dat jullie in veiligheid zijn, wil nog niet zeggen dat je moeder dat ook is.'
Daar had hij gelijk in, bleek even later. Want toen hij Kwetter en mama in veiligheid bracht, bleek mama half bewusteloos van alle giftige olierook die ze had ingeademd. Zelfs Kwetter zag een beetje bleek om de neus, wat er heel grappig uitziet in een oranje gezicht.
Jamal, die als laatste gered werd, stond zelfs een beetje in brand. Het waren alleen maar zijn haren en zijn bloes, dus een frisse duik in zee loste het probleem grotendeels op, maar toch: in brand staan, dat lijkt mij iets heel akeligs.
En ik was niet de enige die er zo over dacht. Jamal vond het ook maar niks. Dat konden we duidelijk zien aan zijn gezicht, toen hij het water uit klom.
Hij keek bepaald onheilspellend.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Maar dat was nu even niet het probleem.
Het probleem, op dit moment, was dat we waren ingesloten door een ring van vuur.
Toen papa erdoorheen kwam ge-Jetskied,was de ring even onderbroken: zijn Jetski spatte een lading water voor zich uit en opzij, en mét het water spetterde het ding de brandende olie naar links en naar rechts, zodat er een paadje was ontstaan waar het gevaren had.
Maar dat paadje was na een seconde of tien alweer dicht.
'Geen probleem, jongens,' riep papa joviaal. 'Zoals ik erin gekomen ben, zo kan ik er ook weer uit, nietwaar? Ik kan twee personen achterop nemen. Josephine, vind jij het goed als ik de kinderen eerst in veiligheid breng?'
'Doe niet zo belachelijk,' zei mama. 'Ik zou het niet anders willen en dat weet je heel goed.'
'Tuurlijk schat, ik maakte maar een grapje. Gaby, Michael, kom op! Dit is, denk ik, het meest geschikte moment van jullie hele leven voor een ritje op een Jet Ski.'
Ja, dat hadden wij ook al door. We zaten al achterop.
'Hou je vast!' riep papa, en dat was niet voor niets. Hij ging zo hard als hij kon en hij moest de hele tijd schuin hangen en zigzaggen, om zoveel mogelijk brandende olie weg te spetteren. Als we ons niet heel goed hadden vastgehouden waren we waarschijnlijk halverwege van de Jet Ski af geslingerd en in de vuurzee terecht gekomen. Maar na een metertje of twintig was het ergste vuur voorbij, en papa bracht ons naar een grote rots die een eindje verderop boven de zee uitstak.
'Hoe heb je ons eigenlijk tijd gevonden, pap?' vroeg ik terwijl ik van de Jet Ski op de rots klauterde.
'Dom geluk en een beetje slim nadenken,' was het antwoord. 'Ik was in de buurt, en dat was het domme geluk. Toen de hele horizon ineens in brand vloog begreep ik: hee, Josephine en de kinderen moeten hier ergens in de buurt zijn. Daarna was het een kwestie van op de ontploffingen afgaan.'
'En die Jet Ski?' vroeg Michael. 'Heb je de Tsaar Peter weer teruggevonden?'
'Nee,' zei papa. 'Dit is een andere. Maar als je het niet erg vind ga ik eerst even de anderen redden en daarna pas bijkletsen. Want dat jullie in veiligheid zijn, wil nog niet zeggen dat je moeder dat ook is.'
Daar had hij gelijk in, bleek even later. Want toen hij Kwetter en mama in veiligheid bracht, bleek mama half bewusteloos van alle giftige olierook die ze had ingeademd. Zelfs Kwetter zag een beetje bleek om de neus, wat er heel grappig uitziet in een oranje gezicht.
Jamal, die als laatste gered werd, stond zelfs een beetje in brand. Het waren alleen maar zijn haren en zijn bloes, dus een frisse duik in zee loste het probleem grotendeels op, maar toch: in brand staan, dat lijkt mij iets heel akeligs.
En ik was niet de enige die er zo over dacht. Jamal vond het ook maar niks. Dat konden we duidelijk zien aan zijn gezicht, toen hij het water uit klom.
Hij keek bepaald onheilspellend.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 3 juni 2013
Het meest/minst romantische zinnetje
BEGIN / VORIGE
Papa.
'Dag schat,' zei mama. 'Fijn dat je d'r bent. Leuke dag gehad?'
'Ging wel, zei papa. 'Druk druk druk, je weet hoe dat gaat.'
Dit lijkt misschien een beetje vreemde zinnetjes, voor mensen die elkaar een week niet hebben gezien, vooral wanneer die week vol zat met ontploffingen en branden en tanks en verdwenen onderzeeërs en spionnen en zo. En voor mensen die op het punt staan een afschuwelijke dood te sterven.
Ik vond het in ieder geval heel eigenaardig, dat papa en mama zo met elkaar praatten in deze omstandigheden. Maar mama heeft het me later uitgelegd: 'Als een huwelijk goed is, dan is het niet nodig om steeds te zeggen dat je van elkaar houdt. Dat weet je wel van elkaar. “Ik hou van je,” dat zeg je op 't laatst alleen nog maar als er een probleem is. Bijvoorbeeld: als ik tegen je vader zeg dat ik van hem houd, dan vind ik meestal dat hij net iets heel stoms heeft gedaan. Dat weet hij heel goed, en ik weet ook dat hij dat weet. Snap je het, tot zover?'
Ja, dat snapte ik wel. Dat mama alleen van papa lijkt te houden, als hij iets heel doms zegt of doet, dat was me al eerder opgevallen.
'Goed,' ging mama verder. 'Stel je nu eens voor dat er geen heibel is, maar dat je het toch nodig vindt om tegen elkaar te zeggen dat je van elkaar houdt. Wat doe je dan? Dan zoek je een paar woorden die hetzelfde betekenen. En dat is de reden voor die zinnetjes, die jij zo vreemd vond. Als je vijftien jaar getrouwd bent, en je houdt samen je huishouden zo'n beetje draaiende, en je doet elke dag de dagelijkse dingen, dan weet die ander gewoon dat je bedoelt: “ik hou van je” wanneer je zegt: “fijn dat je er bent, leuke dag gehad?” En jij weet dat “druk druk druk, je weet hoe dat gaat” eigenlijk betekent “ik ook van jou”. Ja, “druk druk druk, je weet hoe dat gaat” is het meest romantische zinnetje dat je vader tegen me kan zeggen!'
Dat vertelde mama allemaal, en ik geef het hier even door zodat je weet dat mijn ouders, en waarschijnlijk ook alle andere grote mensen, volkomen krankzinnig zijn. Als je dat nog niet wist.
Grappig genoeg heeft papa mij óók een keertje uitgelegd wat die zinnetjes betekenen, en hij zei iets heel anders. Namelijk dat ze elkaar, door die zinnetjes, herinneren aan het feit dat ze diep in hun hart hele gewone mensjes zijn. Mensjes die een heel gewoon, saai, alledaags leven zouden willen leiden, zonder ontploffingen en drugshandelaren en zo. 'Ja,' vertelde papa, 'juist als je op een Jetski door een ring van vuur bent gescheurd, voel je een enorme behoefte om het minst romantische zinnetje te zeggen dat je maar kunt bedenken.'
Waarmee is aangetoond dat mijn ouders niet alleen stapelkrankjorum zijn, maar ook nog eens geen ene bal van elkaar begrijpen.
BEGIN / VORIGE
Papa.
'Dag schat,' zei mama. 'Fijn dat je d'r bent. Leuke dag gehad?'
'Ging wel, zei papa. 'Druk druk druk, je weet hoe dat gaat.'
Dit lijkt misschien een beetje vreemde zinnetjes, voor mensen die elkaar een week niet hebben gezien, vooral wanneer die week vol zat met ontploffingen en branden en tanks en verdwenen onderzeeërs en spionnen en zo. En voor mensen die op het punt staan een afschuwelijke dood te sterven.
Ik vond het in ieder geval heel eigenaardig, dat papa en mama zo met elkaar praatten in deze omstandigheden. Maar mama heeft het me later uitgelegd: 'Als een huwelijk goed is, dan is het niet nodig om steeds te zeggen dat je van elkaar houdt. Dat weet je wel van elkaar. “Ik hou van je,” dat zeg je op 't laatst alleen nog maar als er een probleem is. Bijvoorbeeld: als ik tegen je vader zeg dat ik van hem houd, dan vind ik meestal dat hij net iets heel stoms heeft gedaan. Dat weet hij heel goed, en ik weet ook dat hij dat weet. Snap je het, tot zover?'
Ja, dat snapte ik wel. Dat mama alleen van papa lijkt te houden, als hij iets heel doms zegt of doet, dat was me al eerder opgevallen.
'Goed,' ging mama verder. 'Stel je nu eens voor dat er geen heibel is, maar dat je het toch nodig vindt om tegen elkaar te zeggen dat je van elkaar houdt. Wat doe je dan? Dan zoek je een paar woorden die hetzelfde betekenen. En dat is de reden voor die zinnetjes, die jij zo vreemd vond. Als je vijftien jaar getrouwd bent, en je houdt samen je huishouden zo'n beetje draaiende, en je doet elke dag de dagelijkse dingen, dan weet die ander gewoon dat je bedoelt: “ik hou van je” wanneer je zegt: “fijn dat je er bent, leuke dag gehad?” En jij weet dat “druk druk druk, je weet hoe dat gaat” eigenlijk betekent “ik ook van jou”. Ja, “druk druk druk, je weet hoe dat gaat” is het meest romantische zinnetje dat je vader tegen me kan zeggen!'
Dat vertelde mama allemaal, en ik geef het hier even door zodat je weet dat mijn ouders, en waarschijnlijk ook alle andere grote mensen, volkomen krankzinnig zijn. Als je dat nog niet wist.
Grappig genoeg heeft papa mij óók een keertje uitgelegd wat die zinnetjes betekenen, en hij zei iets heel anders. Namelijk dat ze elkaar, door die zinnetjes, herinneren aan het feit dat ze diep in hun hart hele gewone mensjes zijn. Mensjes die een heel gewoon, saai, alledaags leven zouden willen leiden, zonder ontploffingen en drugshandelaren en zo. 'Ja,' vertelde papa, 'juist als je op een Jetski door een ring van vuur bent gescheurd, voel je een enorme behoefte om het minst romantische zinnetje te zeggen dat je maar kunt bedenken.'
Waarmee is aangetoond dat mijn ouders niet alleen stapelkrankjorum zijn, maar ook nog eens geen ene bal van elkaar begrijpen.
BEGIN / VORIGE
Abonneren op:
Posts (Atom)