Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!

woensdag 15 januari 2014

Ontploffingen: een serieuze zaak.

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Hoe vaak moet ik het nog zeggen?' zuchtte ze. 'De torpedo's zijn niet om mee te spelen. Ten eerste zijn ze nogal duur. Dat is geen probleem, we hebben geld zat, maar het is een kwestie van smáák. En dan bedoel ik goede smaak. Het is niet kies om dure dingen stuk te maken, alleen maar omdat je het kunt betalen. Dat is verschrikkelijk ordinair. Dus dat gaan wij niet doen, begrepen?
Ten tweede zitten we hier midden op de open oceaan. Er valt hier niets te torpederen, tenzij je op een walvis mikt en dat doen wij niet. Die arme beesten hebben het al moeilijk genoeg.
Ten derde: het opblazen van dingen is een serieuze zaak. Dat doe je niet voor je lol.'
'Juist wel,' riep ik enthousiast. 'Ontploffingen zijn hartstikke goed! Ik hou enorm veel van ontploffingen!'
'Ik ook,' juichte Kwetter. 'Boemen, daar bent ik dol op! Boemmm! Joewie! Boemmm!'
'Weet je waar ik zin in heb?' vroeg ik weemoedig. 'In een computerspelletje met ontploffingen.'
'Jaaaah,' zuchtte Kwetter. 'Moleculen bent mooi en aardig, hoor, maar ontploffingen bent nog véél mooier en véél aardiger. Waarom kunt wij eigenlijk niet een paar ontplof-moleculen maken. Jij maakt altijd ontplof-moleculen. Waarom wij niet?'
'Hmm,' deed mama. 'Kwetter, kom eens achter die computer vandaan. Ik moet even iemand een berichtje sturen.'
De hele verdere dag zat ze achter de computer, en ze wisselde ideeën uit met haar vrienden aan de universiteit, degenen die het moleculen-spel gemaakt hadden.
Daarna gebeurde er een week lang niets.
Of nou ja, er gebeurde natuurlijk meer dan genoeg. We keken elke avond naar het Jeugdjournaal (want dat ging niet van onze televisie-tijd af omdat het leerzaam was) en daarop was van alles te zien. Er was een walvis aangespoeld op het strand bij Bloemendaal en het beest ging liever gewoon dood dan weer terug de zee in te moeten tussen de hippe badgasten. Het land Armoestan werd verscheurd door een verschrikkelijke burgeroorlog. In de hoofdstad van Zuid-Mallotië werden plannen gemaakt voor een nieuwe kantoortoren, die de grootste van de hele wereld moest worden. En een popsterretje, dat niet zo goed kon zingen maar wel een heel beroemd kapsel had, nam een ander kapsel. Kortom: er was weer van alles gaande op de wereld.
Maar bij ons, op de Tsaar Peter, was alles rustig.
We gingen elke dag zwemmen, omdat dat gezond was. We maakten huiswerk., omdat dat goed voor ons was. En elke dag speelden we urenlang het computerspelletje met de moleculen.
Gaby was de eerste die het spel uitspeelde Dat deed je door het molecuul Buckminsterfullereen: C60 te maken. Best wel een saai molecuul, want het bestond gewoon uit 60 C-ballen. Maar die moesten wel op precies de goede manier aan elkaar gemaakt worden, in allerlei vijf- en zeshoekige ringen, en dat was een hele hoop werk.
Toen ik zag hoe lang Gaby ermee bezig was, zei ik tegen mama: 'Ik ga dat spel van jou echt niet uitspelen. Uren lang werken aan zo'n saai molecuul? Vergeet het maar!'
'Saai!?' riep mijn moeder verontwaardigd. 'De buckybal, saai?' Ze stak een lang verhaal af over supergeleiding en hydratatie – waarmee ze, wat mij betreft, onomstotelijk aantoonde dat C60 een oersaai molecuul was.
'Puh,' zei Gaby, 'je kunt het gewoon niet.'
Dus toen moest ik het spel toch nog uitspelen.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 13 januari 2014

Zuchten aan de patrijspoort

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Tenminste, dat dacht ik. Maar de volgende dag bleek er toch iemand naar me te hebben geluisterd, want toen Kwetter 's morgens de woonkamer binnenkwam riep ze: 'Hihihi! Jij zegde toch dat jij het een dom spel vond?'
'Vind ik ook,' mompelde ik.
'Waarom zit jij dan om half zes in de morgen in je papyama achter de computer?'
'Ik kon niet slapen, okee?'
Ze keek over mijn schouder met welk molecuul ik bezig was. Dat was Hexacyanoferraat: Fe(CN)6. De benzeen had ik al lang achter me gelaten.
'Hihi,' giechelde ze. 'Wanneer kunde jij niet slapen? Gisteravond, zodra jouw ouders naar bed gingden? Bent jij toen sluipie-sluipie uit jouw bedje gegaan, zodat jij nu al zes uur zit te kompjoeteren?'
'Nee man! Ik zit hier pas anderhalf uur of zo!'
Dat was niet helemaal waar, want ik zal er al vanaf half drie, maar het voelde alsof ik pas een kwartiertje bezig was. En het is belangrijk om je eigen gevoelens serieus te nemen, zegt papa wel eens. Als mama het niet kan horen. Dus ik dacht: laat ik het gemiddelde nemen tussen mijn gevoels-tijd en de klok-tijd. Dat is eigenlijk best wel eerlijk, als je het goed bekijkt.
'Nou, in ieder geval bent jij al behoorlijk lang bezig. Dus nou moog ik.'
Ik dacht daar heel anders over, maar Kwetter keek mij zo zielig aan dat ik haar aan de beurt liet.
Daarna ging ik heel diep zuchtend uit het raampje zitten staren. Pardon, de patrijspoort. Het is gewoon een raampje, maar papa wil dat we het een patrijspoort noemen. Hij heeft het ook vaak over bakboord en stuurboord in plaats van links en rechts. En hij heeft vaak een kapiteinspet op. Een verschrikkelijk neppe pet van de carnavals-winkel. Maar hij loopt er mee rond alsof hij echt de kapitein is van een grote duikboot.
De Tsaar Peter is natuurlijk ook een grote duikboot. Maar alleen mensen die mama niet kennen, zouden kunnen denken dat papa echt de kapitein is.
Door de patrijspoort was helemaal niks te zien. We varen meestal op 200 meter diepte, en daar is het nog niet helemaal donker, maar ja – de zon was nog niet op. En dan zie je maar weinig hoor, 200 meter onder water.
Toch keek ik uit het raampje. En ik zuchtte diep. Ik dacht: laat Kwetter maar goed zien, hoe erg ik me verveel. Dan laat ze mij wel weer spelen.
Maar niks hoor.
Ze ging maar door en door. Net zo lang door tot mijn zusje binnenkwam en begon te zeuren of zij ook een keer mocht. Daarna kwam Kwetter naast mij zitten, staarde uit het raampje naar het langzaam lichter wordende water en zuchtte diep.
'Zullen we met de torpedo's gaan spelen?' vroeg ik.
'Dát hoor ik nou eens net,' zei mama, die uitgerekend op dat moment de woonkamer binnenkwam.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 10 januari 2014

Kleine blauwe rotballetjes

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Het spel heette 'Moleculen Maken' en ik mocht het als eerste proberen.
Je zag een scherm vol stuiterende balletjes. Grote en kleine, snelle en langzame, in achttien verschillende kleuren. Er stonden letters in. De balletjes hadden een soort haakjes, waarmee je ze aan elkaar vast kon maken. Je moest een balletje kiezen, dat je daarna een beetje kon besturen. Je kreeg een vormpje te zien, en dat moest je dan maken door je balletje tegen een ander balletje aan te stuiteren.
De balletjes zagen er op één of andere manier heel grappig uit, maar verder was het een beetje een suf en simpel spelletje.
'Is dit het mooiste wat jouw vrienden konden verzinnen?' vroeg ik schamper.
'Ik ben bang van wel,' zuchtte mama. 'Zou je het niet even een minuutje willen spelen? Om mij een plezier te doen?'
'Mwah,' zei ik.
'Luister jongeman, de afspraak was dat jullie drie tot vier uur per dag computerspelletjes zouden doen. Aan het werk jij.'
Zuchtend ging ik zitten.
De eerste opdracht heette 'O2: Zuurstof'. Daarvoor moest je een witte stuiterbal met een O erin vastmaken aan een andere O-bal. Het was moeilijker dan ik gedacht had, vooral omdat die O-bal zo lastig te besturen was. Er stuiterden voortdurend ballen tegen hem aan, waardoor hij steeds van richting veranderde, en soms bleven er kleine blauwe rot-balletjes aan hem hangen en die kon je er alleen weer afkrijgen door op precies de goede manier te botsen met weer een ander balletje, zodat de haakjes losschoten.
Toen het eindelijk gelukt was kwam er een juichend aapje in beeld, dat er zó dom uitzag dat ik onwillekeurig in de lach schoot.
Het aapje veegde met een doekje de naam van de opdracht uit en schreef ervoor in de plaats: 'H2O: Water'.
Makkie, dacht ik. Want die kleine blauwe rotballetjes, die daarnet steeds aan mijn O bleven haken, dat waren de H-balletjes. Daarvan moesten er nu twee aan mijn O vast, en daarnet gebeurde dat de hele tijd vanzelf. Dus... ja...
Makkie, dacht ik.
Maar nu bleef er een rooie C aan mijn O hangen. Aan de andere kant van de C kwam ook een O, en toen klonk zo'n pesterig wah-wah-wah waaaah geluidje en het lollige aapje lachte me keihard in mijn gezicht uit.
Wacht maar, dacht ik. Jij bent nog niet van mij af, lelijk beest.
Even later tikte Gaby op mijn schouder. 'Kwetter en ik mogen ook nog.'
'Huh? Is dat minuutje al voorbij dan? Ik vind het goed hoor, ik maak nog even deze opdracht af en dan zijn jullie.'
'Michael, er bent geen minuutje voorbij, er bent drie uur voorbij. Jij probeert nou al meer dan een kwartier om die 'C6H6: Benzeen' te maken. Dus die kunt jij helemaal niet even afmaken. En nou mag wij ook eens.'
'Oh, best hoor,' zei ik. 'Ik vind er toch niet zoveel aan.'
Daar moest mijn zusje heel erg overdreven hard om lachen. 'Nee, dat hebben we gezien, de afgelopen drie uur. Weet je nog Kwetter, met die bak chips?'
Bleek dat ze een bak met mijn favoriete chips onder mijn neus hadden gehouden. En dat ik daar niks van gemerkt had omdat ik zo druk bezig was met 'HNO3: salpeterzuur'. Flauw hoor.
En nog flauwer was het dat mijn zusje al binnen twee uur de 'C6H6: Benzeen' had gemaakt. Terwijl die heel moeilijk was, want de C-ballen moesten daarbij in een of andere vage ring aan elkaar vast worden gezet.
'Tadaah!' riep Gaby.
'Nou ik!' riep Kwetter.
'Stom spel,' mompelde ik. Maar daar luisterde niemand naar.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 8 januari 2014

Holbewoners, engeltjes en zombies

BEGIN / VORIGE
/ VOLGENDE


Ik keek naar mama.
Ik keek naar papa.
Mama barstte in lachen uit. 'Och jochie toch, je zou je eigen gezicht eens moeten zien!' Kwetter giechelde.
'Ik zou m'n mond niet zó wijd open laten hangen,' grinnikte Gaby. 'Straks wandelt er per ongeluk een olifant je keel binnen. Of er trekt een familie holbewoners in.'
Het kan zijn dat ik een beetje verbaasd keek. Ik bedoel: ik had nooit – nooit! – langer achter elkaar mogen computeren dan een half uurtje per dag. En nu opeens vier uur! Misschien wel vijf, dacht ik verlekkerd.
Aan de andere kant: ik had wel eens vaker leerzame spelletjes gespeeld. Dat was verschrikkelijk. Die gingen over zombies, die een werkwoord zeiden en dan moest ik het voltooid deelwoord erbij typen en dan vielen ze om. Zonder bloed of niks. Er vielen geeneens stukjes af! Een zombie waar geen stukjes vanaf vallen, dat is toch niet normáál? Dat is gewoon eng.
Vier uur lang voltooid deelwoorden typen, en kijken naar zombies die vanzelf omvallen zonder bloed of losse stukjes – ik huiverde als ik eraan dacht. Afschuwelijk. Iets waar je de kinderbescherming voor zou moeten bellen.
Maar goed, misschien zou het mama's vrienden wel lukken een aardig spelletje te maken. En dan, ja, dan! Dan ging ik een hemelse tijd tegemoet. Hoorde ik daar engeltjes op harpen spelen? Nee natuurlijk, er zijn geen engeltjes in onderzeeërs, maar zo voelde ik me wel.
Al die gedachten en gevoelens had ik min of meer tegelijkertijd, dus... ja... misschien trok ik inderdaad een beetje een raar hoofd.

Het duurde een week of twee voordat de eerste spelletjes er waren. Iedere avond hingen Gaby en ik als hongerige wolven rond de computer als mama haar mail checkte.
Mocht je je afvragen hoe zij haar mail kon checken terwijl wij op een duikboot rondzwierven: we hadden een eigen satellietverbinding. Daar is niet makkelijk aan te komen, maar wie vierhonderd miljoen op zijn rekening heeft staan kan bijna alles krijgen wat hij hebben wil. En papa hééft vierhonderd miljoen, want hij is de grootste bankrover aller tijden. Dat staat niet in de kranten, want hij rooft alleen per computer dus niemand ziet het. Ja, de bankiers, die zien het wel, maar ze zeggen het tegen niemand anders staan ze voor schut.
Trouwens, vaak genoeg zien ze het niet, als er opeens een paar miljoen weg is. Zo goed is papa. Hoewel het ook schijnt te komen doordat banken zo krankzinnig veel geld beheren, dat een paar miljoen niet veel voor hen betekent.
En doordat bankdirecteuren niet deugen.
Als een directeur ziet dat er een paar miljoen weg is, dan denkt hij meestal: oh, dat zit wel goed, dat zal de bestuursvoorzitter wel achterover gedrukt hebben. En meestal is dat ook zo. Maar soms is het niet de bestuursvoorzitter, dan is het papa. Haha.
Nou ja, hoe het ook zij: we hingen als hongerige wolven rond de computer. En eindelijk, eindelijk: na twee weken kwam het eerste spelletje binnen.


BEGIN / VORIGE
/ VOLGENDE

maandag 6 januari 2014

Gezond en leerzaam

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Hij vertelde het die avond, toen we aan tafel zaten. We aten gebakken aardappelen met worstjes. En salade. Van zeewier.
Yep. Zeewier.
Zeewier is heel gezond. Er zitten ongelooflijk veel mineralen en vitaminen in, en vezels, en zelfs een paar eiwitten. Dat heeft een mens allemaal nodig, vooral een mens in de groei. Mijn moeder kan je dat precies uitleggen. Er zijn wetenschappelijke redenen voor. Zeewier is trouwens de enige verse groente die je kunt krijgen als je al maandenlang midden op zee dobbert.
Dat is allemaal waar.
Dat zeewier ongelooflijk smerig spul is, dat is helaas even waar, maar het is een stuk minder belangrijk dan al die andere dingen. Volgens mijn ouders.
Met gezonde tegenzin zat ik de glibberige bleekgroene fliebertjes heen en were te schuiven op mijn bord, terwijl papa en mama praatten over 'het computerspelletjes-probleem'.
Zo noemden ze dat. Letterlijk. Probleem!
Pfff.
Dat wij, drie gezonde jonge kinderen, al maandenlang op zee zwalkten zonder klasgenootjes en zonder ruimte om te voetballen, met elke dag zeewier op het menu, dát was het probleem.
Computerspelletjes waren de oplossing, als je het mij vraagt.
Maar mij werd natuurlijk niks weer gevraagd.
'Lieve schatten,' zei papa, 'Josephine en ik hebben er eens over gepraat en we vinden het niet langer goed dat jullie van die gewelddadige spelletjes spelen. Die zijn niet goed voor jullie. Daar leren jullie heel verkeerde dingen van.'
'Wie,' vroeg Gaby met een walgelijk braaf gezichtje, 'zijn “jullie”? Er is er hier maar één die zulke spelletjes doet, voor zover ik weet.'
'Dat is niet helemáál waar...' zei mama met een zijdelingse blik op papa. Die viel haar haastig in de rede: 'Daar gaat het nu niet om. Ik wil het even niet over het probleem hebben. Ik wil het over de oplossing hebben.
Die is heel simpel. Jullie houden van computerspelletjes. Wij zijn daar niet blij mee. We willen jullie afleren om die spelletjes leuk te vinden. Fout! Fout, fout, fout van ons!'
Hee. Gaby en ik keken elkaar aan. Ging dit opeens de goeie kant op?
'We moeten dat niet willen,' ging papa verder. 'Als wij jullie verbieden om je hart te volgen, dan krijgen jullie een hekel aan ons én jullie gaan nog meer naar computerspelletjes verlangen. Allebei die dingen willen we niet. Dus wat moeten we doen? We moeten aanmoedigen dat jullie computerspelletjes doen.'
Gaby en ik knipperden met onze ogen. Dit ging zo ongelooflijk de goeie kant op – het was bijna griezelig. Dit kon niet goed blijven gaan.
'We moeten,' zei papa, 'natuurlijk wel zorgen dat jullie een ander sóórt computerspelletjes gaan doen. Goede spelletjes. Bijvoorbeeld, en dit is een ideetje van mama, spelletjes waar je iets van opsteekt over wetenschap.'
Wij zakten als mislukte puddingen in elkaar. Het was zó veelbelovend begonnen. En nu ging het zó verschrikkelijk mis.
'Het moeten wel spelletjes zijn die jullie zelf graag willen spelen. Het moeten spelletjes zijn die jullie leuker vinden dan de schiet- en moordboel waar jullie nu van houden. Dus. Mama heeft een paar berichtjes gestuurd aan haar oude collega's van de universiteit. Die gaan proberen een spel te maken dat jullie graag willen spelen. Zonder moord en doodslag en met veel leerzame weetjes over moleculen en zo.
En nu hebben wij een vraag aan jullie. Die spelletjes moeten getest worden, namelijk. Zouden jullie ons daarmee willen helpen? Een uur of die, vier per dag is wel voldoende.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 3 januari 2014

Elke dag de hele dag huiswerk

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Wij moet hem gewoon de heeeeele dag kuffelen!' riep ze enthousiast, en ze voegde meteen de daad bij het woord.
Helaas.
Ze komt uit de oerwouden van Boegoe-Boegoe, dus haar Nederlands is niet helemaal foutloos, en met 'kuffelen' bedoelt zij 'knuffelen'.
Je zou ook kunnen zeggen: met 'kuffelen' bedoelt zij 'iemand in een klemvaste houdgreep nemen en knijpen tot-ie blauw ziet'. Want dat is wat ze doet.
Ze is een beetje verliefd op mij, en dat is niet erg want ze is best aardig. Maar op een halve meter afstand, of zelfs maar een centimeter, vind ik haar een stuk aardiger dan van zo dichtbij.
'Ziet jullie wel?' riep ze triomfantelijk. 'Zo kunt hij geen spelletje meer doen!'
'Ik kan bijna niks meer doen,' hijgde ik. 'Ademhalen bijvoorbeeld.'
'Als je maar niet denkt dat ik hem ga knuffelen,' huiverde mijn zusje. 'Ieieuw.'
'Hmmm,' deed mama. 'Het idee is goed, Kwetter, hoewel het nog beter zou zijn als je mijn zoon wat meer ademruimte gaf. Maar... zijn huiswerk? Heb je daar al aan gedacht? Hoe kan hij zijn huiswerk maken als jij hem de hele dag knuffelt? En nu we het er toch over hebben: hoe kun jij je huiswerk maken als je hem de hele dag knuffelt? Nee, hier moeten we duidelijk nog wat langer over nadenken. Maar niet nu, want nu gaan jullie aan je huiswerk.'
Pffff.
Eén van de leukste dingen aan het leven als voortvluchtige terrorist is dat je niet naar school kunt. Maar als je moeder een briljante geleerde is, die haar hele leven aan de universiteit heeft gewerkt, en die maar van één ding meer houdt dan van wetenschap en dat ene ding is vertellen over wetenschap – dan gaat de lol er snel van af.
Wij woonden, zoals ik al zei, op een duikboot midden in de zee. Er valt daar bijzonder weinig te bombarderen, en er is ook niks om voor weg te vluchten, dus een voortvluchtige terrorist heeft daar maar weinig om handen.
Dat was ook precies de bedoeling van mijn ouders. Mijn vader vindt dat hele bommen gooien maar niks – hij vindt het wel terecht allemaal, en goed dat het gebeurt, maar hij had liever niet dat zijn gezin erdoor in de problemen kwam.
Mijn moeder, daarentegen, zou het liefste de hele dag banken en fabrieken opblazen. Maar nóg liever wil ze dat wij, de kinderen dus, een goede opleiding krijgen. En dat gaat maar moeilijk als de brokstukken en de kogels je om de oren vliegen.
Dus wonen we duizenden kilometers van het vasteland vandaan, tientallen meters onder water, en we hebben élke dag de héle dag tijd voor huiswerk.
Een nachtmerrie is het.
'Laat hem maar los, Kwettertje-lief,' zei mama. Jullie gaan nu alle drie even een paar uurtjes rekenen en ondertussen ga ik even met papa praten. Die heeft misschien wel een idee. Hij heeft bij een bank gewerkt, dus hij weet hoe je mensen moet overhalen om dingen te doen die ze eigenlijk niet willen, en die ook nog eens heel slecht voor hen zijn. Misschien kan hij ook wel mensen overhalen om dingen te láten die slecht voor hen zijn. Dat is niet bepaald waar banken hun winst mee maken, maar je weet het maar nooit. Het valt te proberen.'
En inderdaad: papa had een idee.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 1 januari 2014

De dictatoriale overheid

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Uh, nee. Ik was niet vergeten wat we hebben afgesproken. Want we hebben nooit iets afgesproken. Mama heeft me wel heel vaak verteld wat ik allemaal wel en niet mag, maar dat is geen afspreken. Dat is tirannie. Of, zoals mijn moeder dat noemt, 'opvoeden'.
Als ik mama wijs op het verschil tussen 'afspreken' en 'als een brute dictator de regels bepalen zonder enige vorm van overleg', dan gaat ze altijd heel overdreven zuchten en naar het plafond kijken.
Daar schiet niemand wat mee op.
Aan de andere kant had ik ook geen zin om de dictatoriale overheid (mijn moeder dus) de schijn van wettigheid te geven door braaf te herhalen wat we hadden 'afgesproken'.
Dus zei ik maar niks.
'We hebben afgesproken,' zei mama,'dat jij geen spelletjes doet met veel geweld erin. Omdat dat slecht is voor je karakter. Als je vaak die spelletjes doet, dan ga je zelf later ook geweld gebruiken. En dat is niet netjes.'
Daar moest ik heel erg hard om lachen. Mijn moeder is namelijk – dat weet je misschien wel – de meest gezochte terrorist ter wereld. Onder de naam 'Donderkat' heeft ze al meer dan honderd gebouwen opgeblazen.
Allemaal gebouwen van schurken hoor, en nooit met de schurken er nog in. Dus het is niet dat ze mensen doodmaakt of zo iets. Maar toch – erg vredig kun je het niet noemen, wat ze doet.
'Ik vind het leuk als je vrolijk bent,' zei mama koel. 'Maar dit overdreven harde nep-gelach is nergens voor nodig. Ik blaas af en toe een gebouwtje op, maar dat is geen geweld. Dat is een soort...' Ze wapperde met haar handen. Haar ogen zochten de kamer af. Alsof ze dacht dat het woord, waarnaar ze op zoek was, zich verstopt had in een hoekje van het plafond. '… een soort gesprek,' legde ze uit. Ik laat op die manier aan meneer Dogger en zijn vrienden weten wat ik van hun zaakjes vind.'
Meneer Dogger is een schurkachtige bankdirecteur. Ik heb nu even geen tijd – okee, eventjes eerlijk: geen zin – om uit te leggen waarom hij en zijn vrienden zo schurkachtig zijn, maar dat zijn ze. Neem dat maar van mij aan.
'Kunt jij ze niet gewoon een briefje sturen?' vroeg Kwetter, die samen met mijn zusje Gaby de huiskamer binnenkwam. Hun haren waren druipnat, want ze hadden net in zee gezwommen.
Wij wonen vlak bij zee, namelijk. Héél dicht bij de zee. We wonen namelijk in de zee, in een gele duikboot die 'Tsaar Peter' heet.
'Als jij gewoon een briefje stuurt, dan...'
'Dan luisteren ze niet,' onderbrak mama haar. 'Bemoei je er even niet mee, Kwettertje-lief, ik ben Michael aan het opvoeden en dat is al ingewikkeld genoeg. Jongens van twaalf zijn soms zo... zo...'
'Intelligent?' hielp ik haar.
'Stom?' probeerde mijn zusje.
'Allebei,' fronste mama. 'Dat is nou juist het probleem. Maar misschien kunnen jullie mij helpen, meiden. Hoe kunnen we Michael laten ophouden met die bloederige spelletjes van hem?'
'Ik hebt wel een ideetje,' zei Kwetter.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE