BEGIN / VORIGE
/ VOLGENDE
Ik keek naar mama.
Ik keek naar papa.
Mama barstte in lachen uit. 'Och jochie toch, je zou je eigen gezicht eens moeten zien!' Kwetter giechelde.
'Ik zou m'n mond niet zó wijd open laten hangen,' grinnikte Gaby. 'Straks wandelt er per ongeluk een olifant je keel binnen. Of er trekt een familie holbewoners in.'
Het kan zijn dat ik een beetje verbaasd keek. Ik bedoel: ik had nooit – nooit! – langer achter elkaar mogen computeren dan een half uurtje per dag. En nu opeens vier uur! Misschien wel vijf, dacht ik verlekkerd.
Aan de andere kant: ik had wel eens vaker leerzame spelletjes gespeeld. Dat was verschrikkelijk. Die gingen over zombies, die een werkwoord zeiden en dan moest ik het voltooid deelwoord erbij typen en dan vielen ze om. Zonder bloed of niks. Er vielen geeneens stukjes af! Een zombie waar geen stukjes vanaf vallen, dat is toch niet normáál? Dat is gewoon eng.
Vier uur lang voltooid deelwoorden typen, en kijken naar zombies die vanzelf omvallen zonder bloed of losse stukjes – ik huiverde als ik eraan dacht. Afschuwelijk. Iets waar je de kinderbescherming voor zou moeten bellen.
Maar goed, misschien zou het mama's vrienden wel lukken een aardig spelletje te maken. En dan, ja, dan! Dan ging ik een hemelse tijd tegemoet. Hoorde ik daar engeltjes op harpen spelen? Nee natuurlijk, er zijn geen engeltjes in onderzeeërs, maar zo voelde ik me wel.
Al die gedachten en gevoelens had ik min of meer tegelijkertijd, dus... ja... misschien trok ik inderdaad een beetje een raar hoofd.
Het duurde een week of twee voordat de eerste spelletjes er waren. Iedere avond hingen Gaby en ik als hongerige wolven rond de computer als mama haar mail checkte.
Mocht je je afvragen hoe zij haar mail kon checken terwijl wij op een duikboot rondzwierven: we hadden een eigen satellietverbinding. Daar is niet makkelijk aan te komen, maar wie vierhonderd miljoen op zijn rekening heeft staan kan bijna alles krijgen wat hij hebben wil. En papa hééft vierhonderd miljoen, want hij is de grootste bankrover aller tijden. Dat staat niet in de kranten, want hij rooft alleen per computer dus niemand ziet het. Ja, de bankiers, die zien het wel, maar ze zeggen het tegen niemand anders staan ze voor schut.
Trouwens, vaak genoeg zien ze het niet, als er opeens een paar miljoen weg is. Zo goed is papa. Hoewel het ook schijnt te komen doordat banken zo krankzinnig veel geld beheren, dat een paar miljoen niet veel voor hen betekent.
En doordat bankdirecteuren niet deugen.
Als een directeur ziet dat er een paar miljoen weg is, dan denkt hij meestal: oh, dat zit wel goed, dat zal de bestuursvoorzitter wel achterover gedrukt hebben. En meestal is dat ook zo. Maar soms is het niet de bestuursvoorzitter, dan is het papa. Haha.
Nou ja, hoe het ook zij: we hingen als hongerige wolven rond de computer. En eindelijk, eindelijk: na twee weken kwam het eerste spelletje binnen.
BEGIN / VORIGE
/ VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 5. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 5. Alle posts tonen
woensdag 8 januari 2014
zaterdag 22 september 2012
Een heel, heel dom hoofd
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Michael trok een heel grappig gezicht; tegelijkertijd heel slim en heel dom. Je zag hem denken: oh-oh, heb ik een koraalrif opgeblazen? Dat vindt mama vast niet goed! Laat ik maar doen alsof ik heel dom ben, en niet weet wat een koraalrif is, dan lijkt het wat minder erg allemaal.
'Koraalriffen?' zei hij zo onschuldig mogelijk. 'Ja, die zijn natuurlijk van koraal gemaakt, dat weet toch iedereen?'
'Heel goed. En waar is koraal van gemaakt?'
'Uh... steen? Toch? Dacht ik? Koraalsteen?'
Wat een liegbeest! Hij wist wel beter, daar was ik zeker van, maar aan zijn gezicht zag je niks. Hij trok werkelijk een heel, heel dom hoofd. Niet echt moeilijk voor hem, zou ik zeggen, maar hij deed het zó goed dat ik toch een beetje onder de indruk was.
'Koraal,' zei mama, is gemaakt door miljoenen piepkleine beestjes. Die beetjes hebben geen botten zoals jij en ik, en daarom maken ze een soort huisje van kalk voor zichzelf. Botjes aan de buitenkant, zeg maar. Al die buitenskeletjes groeien aan elkaar vast en dat is een koraalrif. Daar zitten dus heel, heel erg veel piepkleine beestjes in. Duidelijk tot zover?'
Ik zag Michael aarzelen. Zou hij durven zeggen: 'nee, dit snap ik niet'? Of zou dat te overdreven zijn, zodat mama zag dat hij haar zat te belazeren? Hij koos voor de veiligste weg.
'Ooooh, zit dat zo!'
'Ja,' zei mama, 'zo zit dat.'Er komt nog meer bij kijken – nergens leven zoveel vissen, schelpen, zeesterren enzovoort bij elkaar als in een koraalrif – maar daar hebben we het een andere keer wel over. Waar het nu even over gaat: een koraalrif is geen rots die je zomaar even kunt opblazen zonder dat iets of iemand er last van heeft.'
Alsof hij nu pas begreep waar het hele gesprek heen ging stamelde Michael: 'Je... je denkt toch niet dat ik een koraalrif heb getorpedeerd?'
Mama keek hem strak aan.
'We gaan kijken,' zei ze.
'Dat hoeft niet hoor,' antwoordde Michael. 'Ik geloof je wel als je gewoon zegt dat ik...'
'We gaan kijken,' herhaalde mama streng. 'Natuurlijk gaan we kijken! Koraalriffen zijn prachtig om te zien! De kleuren zijn wonderbaarlijk mooi, niet alleen die van het koraal maar vooral die van de talloze vissen die er tussen de uitsteeksels wonen en die her en der schieten als wolken van blauw en geel en zilver. De vormen zijn grillig, ingewikkeld maar harmonieus, en overal is leven in de meest uiteenlopende gedaanten. Een koraalrif, dat de de natuur in haar grootste glorie. Behalve als er net een of andere boerenhork een torpedo op heeft afgeschoten, natuurlijk. Kortom: we gaan kijken.'
En dat gingen we.
Papa bracht de Tsaar Peter – zo heet onze onderzeeboot – naar het rif terwijl wij onze duikspullen aantrokken.
'Wij gaat zwemmen!' jubelde Kwetter.
Kwetter houdt van ons allemaal, maar eigenlijk is ze niet geschikt om binnen te zitten dus ze wordt soms helemaal gek in die benauwde onderzeeboot. Dan rent en springt en stuitert ze door de cabines, en vaak mept ze dan per ongeluk op knopjes waar je beter niet op kunt meppen. Het is werkelijk niet te geloven, zoveel knopjes als er in een onderzeeboot zitten.
Daarom gaan we elke dag een flink stuk zwemmen, zodat Kwetter even wat beweging krijgt.
Als papa en mama denken dat we hen niet horen, zeggen ze soms 'Laat jij de kinderen even uit?' alsof we hondjes zijn.
Ik ben daar wel een keer boos om geworden, maar toen zei mama “nou, dan gaan we toch niet zwemmen?” en sindsdien laat ik het maar zo.
Ik wil Kwetter niet haar dagelijkse zwemfeestje afpakken – ze wordt daar zó gelukkig van!
Maar vandaag niet.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Michael trok een heel grappig gezicht; tegelijkertijd heel slim en heel dom. Je zag hem denken: oh-oh, heb ik een koraalrif opgeblazen? Dat vindt mama vast niet goed! Laat ik maar doen alsof ik heel dom ben, en niet weet wat een koraalrif is, dan lijkt het wat minder erg allemaal.
'Koraalriffen?' zei hij zo onschuldig mogelijk. 'Ja, die zijn natuurlijk van koraal gemaakt, dat weet toch iedereen?'
'Heel goed. En waar is koraal van gemaakt?'
'Uh... steen? Toch? Dacht ik? Koraalsteen?'
Wat een liegbeest! Hij wist wel beter, daar was ik zeker van, maar aan zijn gezicht zag je niks. Hij trok werkelijk een heel, heel dom hoofd. Niet echt moeilijk voor hem, zou ik zeggen, maar hij deed het zó goed dat ik toch een beetje onder de indruk was.
'Koraal,' zei mama, is gemaakt door miljoenen piepkleine beestjes. Die beetjes hebben geen botten zoals jij en ik, en daarom maken ze een soort huisje van kalk voor zichzelf. Botjes aan de buitenkant, zeg maar. Al die buitenskeletjes groeien aan elkaar vast en dat is een koraalrif. Daar zitten dus heel, heel erg veel piepkleine beestjes in. Duidelijk tot zover?'
Ik zag Michael aarzelen. Zou hij durven zeggen: 'nee, dit snap ik niet'? Of zou dat te overdreven zijn, zodat mama zag dat hij haar zat te belazeren? Hij koos voor de veiligste weg.
'Ooooh, zit dat zo!'
'Ja,' zei mama, 'zo zit dat.'Er komt nog meer bij kijken – nergens leven zoveel vissen, schelpen, zeesterren enzovoort bij elkaar als in een koraalrif – maar daar hebben we het een andere keer wel over. Waar het nu even over gaat: een koraalrif is geen rots die je zomaar even kunt opblazen zonder dat iets of iemand er last van heeft.'
Alsof hij nu pas begreep waar het hele gesprek heen ging stamelde Michael: 'Je... je denkt toch niet dat ik een koraalrif heb getorpedeerd?'
Mama keek hem strak aan.
'We gaan kijken,' zei ze.
'Dat hoeft niet hoor,' antwoordde Michael. 'Ik geloof je wel als je gewoon zegt dat ik...'
'We gaan kijken,' herhaalde mama streng. 'Natuurlijk gaan we kijken! Koraalriffen zijn prachtig om te zien! De kleuren zijn wonderbaarlijk mooi, niet alleen die van het koraal maar vooral die van de talloze vissen die er tussen de uitsteeksels wonen en die her en der schieten als wolken van blauw en geel en zilver. De vormen zijn grillig, ingewikkeld maar harmonieus, en overal is leven in de meest uiteenlopende gedaanten. Een koraalrif, dat de de natuur in haar grootste glorie. Behalve als er net een of andere boerenhork een torpedo op heeft afgeschoten, natuurlijk. Kortom: we gaan kijken.'
En dat gingen we.
Papa bracht de Tsaar Peter – zo heet onze onderzeeboot – naar het rif terwijl wij onze duikspullen aantrokken.
'Wij gaat zwemmen!' jubelde Kwetter.
Kwetter houdt van ons allemaal, maar eigenlijk is ze niet geschikt om binnen te zitten dus ze wordt soms helemaal gek in die benauwde onderzeeboot. Dan rent en springt en stuitert ze door de cabines, en vaak mept ze dan per ongeluk op knopjes waar je beter niet op kunt meppen. Het is werkelijk niet te geloven, zoveel knopjes als er in een onderzeeboot zitten.
Daarom gaan we elke dag een flink stuk zwemmen, zodat Kwetter even wat beweging krijgt.
Als papa en mama denken dat we hen niet horen, zeggen ze soms 'Laat jij de kinderen even uit?' alsof we hondjes zijn.
Ik ben daar wel een keer boos om geworden, maar toen zei mama “nou, dan gaan we toch niet zwemmen?” en sindsdien laat ik het maar zo.
Ik wil Kwetter niet haar dagelijkse zwemfeestje afpakken – ze wordt daar zó gelukkig van!
Maar vandaag niet.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 27 januari 2012
Ze zijn niet allemaal achterlijk
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Gelukkig is verliefdheid bij Kwetter iets anders dan bij Anne-Lizette en Rozien. Dat waren twee meiden uit mijn klas, vorig jaar, en ze waren echt verschrikkelijk.
Ze zaten voortdurend te giechelen. En ze tekenden overal hartjes op. Roze hartjes. Met een glimstift. En als je langs ze liep slaakten ze kleine gilletjes. En ze schreven briefjes en ze pakten steeds je potlood af. En in de pauze liepen ze achter je aan, giechelend en smiespelend, net zo lang tot je kwaad werd en achter hén aanging.
Dat soort achterlijke dingen, dat doet Kwetter dus niet. Ze is dan wel een meisje, maar ze is niet compleet achterlijk.
Dat laatste zeg ik trouwens niet omdat ik ook op haar ben.
Want dat ben ik niet.
Dus.
Dus niet, dus, okee? Okee?
Okeeee.
Ze zit heel vaak naar mij te staren. Soms gaat ze dan zelfs zuchten, op een manier die mijn vader 'smachtend' noemt. En als ze ons hele gezin knuffelt, probeert ze mij het langste vast te houden. Maar dat lukt lekker nooit, want ik ben niet van gisteren. Ik wriemel me d'r altijd wel uit. Of ik zie plotseling iets heel interessants, zogenaamd, waar ik meteen naar moet kijken zodat er niet geknuffeld kan worden. Jammer genoeg, maar niet heus.
Ook nu, nu ze mama weer eens gered had en ons hele gezin wilde knuffelen, bewaarde ze mij voor het laatst.
'Hee!' riep ik snel, 'wat hoor ik daar?'
'Neej,' riep Kwetter, 'is niks! Jij moet kuffelen!'
Maar ik hoefde niet te knuffelen. Want op dat moment was er inderdaad iets te horen. Een ontploffing. Iets harder dan de vorige keer, want we waren er al een klein beetje dichterbij, maar nog steeds erg zacht. Geen muizenpiepje meer; eerder de nies van een cavia.
Maar Kwetter herkende het geluid meteen.
'Boem?' vroeg ze.
Boem, knikte ik.
Ingespannen tuurde Kwetter naar mama.
'Is mama maakt boem?'
'Nee,' zuchtte mama. 'Was het maar waar.'
Kwetter speurde in het rond. 'Is wie doet boem?' vroeg ze achterdochtig.
'Dat gaan we nu uitzoeken,' zei ik ferm. 'Op pad!'
En we gingen. Dus aan de knuffel was ik ontsnapt; voorlopig dan.
Boegoe-Boegoe is één en al oerwoud. Zover je kan kijken, tot aan de rand. Bij de rand beginnen de bergen. Als je zou beklimmen, zou je Boegoe-Boegoe kunnen verlaten. Maar je kunt ze niet beklimmen. Daar zijn ze te steil voor.
Af en toe is er een avontuurlijke Boegoenees die het toch probeert; die wil weten hoe het er uitziet aan de achterkant. Als zo'n Boegoenees geluk heeft, komt-ie niet hoger dan een meter. Heel soms, niet meer dan drie keer in de herinnering van de oudste vrouwtjes, heeft er eentje pech. Die komt wél hoger dan een meter. Honderd meter, tweehonderd... maar dan komt er een punt waarop ook de beste klimmer (en Boegoenezen behoren tot de allerbeste klimmers te wereld) niet meer vooruit kan. En ook niet achteruit. Het enige wat je kunt doen is: blijven hangen waar je hangt. Aan je vingertoppen desnoods.
Zelfs een Boegoenees houdt dat niet heel lang vol. Die waaghalzen komen dus altijd weer naar beneden, en meestal sneller dan ze lief is.
Als je begrijpt wat ik bedoel.
Ik bedoel: splut!
Er is natuurlijk nog een andere grens, een saai geval en onduidelijk geval met moerassen en een rivier. Hele vage toestand: je kunt niet eens zien waar de rivier ophoudt en waar de moerassen beginnen. Je kunt trouwens ook niet zien waar de moerassen ophouden en Boegoe-Boegoe begint; de vloer van het oerwoud is meestal net zo nat en modderig als een moeras. Je kunt er bijna in zwemmen. Maar over die suffe moerasgrens hebben we het verder niet, want daar kwamen de explosies niet vandaan. Ze kwamen uit de bergen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Gelukkig is verliefdheid bij Kwetter iets anders dan bij Anne-Lizette en Rozien. Dat waren twee meiden uit mijn klas, vorig jaar, en ze waren echt verschrikkelijk.
Ze zaten voortdurend te giechelen. En ze tekenden overal hartjes op. Roze hartjes. Met een glimstift. En als je langs ze liep slaakten ze kleine gilletjes. En ze schreven briefjes en ze pakten steeds je potlood af. En in de pauze liepen ze achter je aan, giechelend en smiespelend, net zo lang tot je kwaad werd en achter hén aanging.
Dat soort achterlijke dingen, dat doet Kwetter dus niet. Ze is dan wel een meisje, maar ze is niet compleet achterlijk.
Dat laatste zeg ik trouwens niet omdat ik ook op haar ben.
Want dat ben ik niet.
Dus.
Dus niet, dus, okee? Okee?
Okeeee.
Ze zit heel vaak naar mij te staren. Soms gaat ze dan zelfs zuchten, op een manier die mijn vader 'smachtend' noemt. En als ze ons hele gezin knuffelt, probeert ze mij het langste vast te houden. Maar dat lukt lekker nooit, want ik ben niet van gisteren. Ik wriemel me d'r altijd wel uit. Of ik zie plotseling iets heel interessants, zogenaamd, waar ik meteen naar moet kijken zodat er niet geknuffeld kan worden. Jammer genoeg, maar niet heus.
Ook nu, nu ze mama weer eens gered had en ons hele gezin wilde knuffelen, bewaarde ze mij voor het laatst.
'Hee!' riep ik snel, 'wat hoor ik daar?'
'Neej,' riep Kwetter, 'is niks! Jij moet kuffelen!'
Maar ik hoefde niet te knuffelen. Want op dat moment was er inderdaad iets te horen. Een ontploffing. Iets harder dan de vorige keer, want we waren er al een klein beetje dichterbij, maar nog steeds erg zacht. Geen muizenpiepje meer; eerder de nies van een cavia.
Maar Kwetter herkende het geluid meteen.
'Boem?' vroeg ze.
Boem, knikte ik.
Ingespannen tuurde Kwetter naar mama.
'Is mama maakt boem?'
'Nee,' zuchtte mama. 'Was het maar waar.'
Kwetter speurde in het rond. 'Is wie doet boem?' vroeg ze achterdochtig.
'Dat gaan we nu uitzoeken,' zei ik ferm. 'Op pad!'
En we gingen. Dus aan de knuffel was ik ontsnapt; voorlopig dan.
Boegoe-Boegoe is één en al oerwoud. Zover je kan kijken, tot aan de rand. Bij de rand beginnen de bergen. Als je zou beklimmen, zou je Boegoe-Boegoe kunnen verlaten. Maar je kunt ze niet beklimmen. Daar zijn ze te steil voor.
Af en toe is er een avontuurlijke Boegoenees die het toch probeert; die wil weten hoe het er uitziet aan de achterkant. Als zo'n Boegoenees geluk heeft, komt-ie niet hoger dan een meter. Heel soms, niet meer dan drie keer in de herinnering van de oudste vrouwtjes, heeft er eentje pech. Die komt wél hoger dan een meter. Honderd meter, tweehonderd... maar dan komt er een punt waarop ook de beste klimmer (en Boegoenezen behoren tot de allerbeste klimmers te wereld) niet meer vooruit kan. En ook niet achteruit. Het enige wat je kunt doen is: blijven hangen waar je hangt. Aan je vingertoppen desnoods.
Zelfs een Boegoenees houdt dat niet heel lang vol. Die waaghalzen komen dus altijd weer naar beneden, en meestal sneller dan ze lief is.
Als je begrijpt wat ik bedoel.
Ik bedoel: splut!
Er is natuurlijk nog een andere grens, een saai geval en onduidelijk geval met moerassen en een rivier. Hele vage toestand: je kunt niet eens zien waar de rivier ophoudt en waar de moerassen beginnen. Je kunt trouwens ook niet zien waar de moerassen ophouden en Boegoe-Boegoe begint; de vloer van het oerwoud is meestal net zo nat en modderig als een moeras. Je kunt er bijna in zwemmen. Maar over die suffe moerasgrens hebben we het verder niet, want daar kwamen de explosies niet vandaan. Ze kwamen uit de bergen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)