Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 10. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 10. Alle posts tonen

maandag 20 januari 2014

Hun dierbaarste bezit

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Dat ding zit tjokvol benzine,' grijnsde ik. 'Dat gaat een lekkere klap geven. Huppetee!'
Op het scherm verscheen de mededeling:
Je hebt geprobeerd een tankstation op te blazen.
BEN JIJ ZIEK IN JE HOOFD OF ZO??? Daar zaten nog mensen in, idioot!
En daar zat ik weer in de cel, in een dwangbuis, en ik moest weer van voren af aan beginnen.
Goed, zei ik tegen mezelf. Dat weten we dus. Nooit, nooit, nooit meer een gebouw opblazen waar nog mensen in zitten.
'Als je dat maar weet,' zei mama tevreden. Alsof ze had gehóórd wat ik dacht of zo.
'Toevallig,' zei ik wijsneuzerig tegen mama, 'dacht ik helemaal niet van: ik ga nooit meer gebouwen opblazen met mensen erin. Ik dacht iets heel anders!'
'Oh ja?' vroeg mama met een lachje dat duidelijk zei: “Liegbeest!”
'Toevallig wel,' zei ik. 'Toevallig dacht ik... uhhhh... ik dacht... Ja! Ik weet het al: ik dacht dat ik voortaan mijn spelletjes beter moest oplsaan.'
'Het scherm “Ben jij ziek in je hoofd of zo” wist alle opgeslagen spellen,' antwoordde mama.
'Wat?' riep ik ontzet. 'Dat... dat is... dat is gemeen! Dat is door en door slecht! Dan maak je mensen hun dierbaarste bezit kapot!'
'Het is misschien slecht en gemeen,' zei mama onvermurwbaar, 'maar het is in elk geval niet onbeleefd. En mensen opblazen is wel onbeleefd. Dus dat is altijd nog erger.'
Tja. Onbeleefd. Ik had het kunnen weten. Er zijn maar heel weinig dingen die mama erger vindt dan onbeleefdheid. Als mensen mij of Gabyu proberen dood te maken, ja, dat vindt ze het ergste wat er is. Maar doodmaken is ook een vorm van onbeleefdheid, vindt mama.
Het enige wat ze belangrijker vindt dan beleefdheid, is haar wetenschap. Ze zou alle beleefdheid zonder aarzelen overboord gooien, als ze bang was dat beleefdheid haar wetenschappelijke resultaten zou beïnvloeden.
Wacht eens...
'Het is niet alleen slecht en gemeen,' zei ik koeltjes. 'Het is bovendien niet logisch.'
Mama keek alsof ze door een wesp was gestoken.
'Niet logisch? Mijn idee, niet logisch? Hoezo?'
'Nou,' zei ik triomfantelijk, 'Spelletjes bewaar je alleen voor als het misgaat. Dus als de bewaarde spelletjes gewist worden als het misgaat, dan heeft het geen enkel nut om spelletjes op te slaan. Dus de optie 'spelletjes opslaan' had je beter weg kunnen laten.'
Mama keek opgelucht. Kennelijk was ze echt een beetje bang geweest dat ik haar op een logische fout had betrapt.
Dat vond ik best wel stoer van mezelf.
Meestal weet mama alles beter dan iedereen. En zelf vindt ze, dat ze altijd alles beter weet dan iedereen. Dus dat ze nu even had gevreesd dat ze misschien wel ongelijk had, dat was heel erg bijzonder.
Ik kan niet goed uitleggen, hoe ik mij voelde. Niemand kan begrijpen hoe verschrikkelijk dat is, een moeder die altijd gelijk heeft. Een moeder die altijd zegt: “Zie je wel, dat zei ik toch” - dat is erg, hoor!
En het is nog erger als ze het niet hardop zegt, maar het wel denkt. Dat kun je dan zien aan haar ogen. Brrrr.
Ook nu liepen mij de rillingen weer over de rug, toen mama heel zelfingenomen zei: 'Ik zou mijn spelletje toch maar opslaan als ik jou was. Wie weet waar het goed voor is...'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 3 oktober 2012

Achteraf per ongeluk

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Niet te geloven,' zei ze, 'wat een onzin jij uitkraamt! Olie kan branden ja, maar dat is iets heel anders dan ontploffen. Ruwe olie brandt nauwelijks, trouwens. Je moet moeite doen om het aan de gang te krijgen. Dat lukt je niet met één molecuultje. En zeker niet met een molecuul uit een alg.'
'Maar waar komen die gaten dan vandaan?' vroeg ik. 'En waarom is het koraal zo lijkwit?'
'Dat is dus het bijzondere,' zei mama. Er gebeuren hier een heleboel rampen tegelijk: olie, algen, wit koraal, ontploffingen... Allemaal vlak bij elkaar. Op min of meer dezelfde plaats. Dat kán gewoon geen toeval zijn. En toch kan ik die rampen niet aan mekaar knopen. Waar komen die algen vandaan? Niet uit de olie, kan ik je verzekeren. En de olie komt ook niet uit de algen. En olie, algen en koraal geven samen géén ontploffing. Hoe je ze ook mengt.'
'Nou,' zei papa, 'als het allemaal niks met elkaar te maken heeft, dan is het gewoon toeval. Lijkt mij. Dus er is geen enkele reden om, eh...'
'Aan land te gaan? Om de boel eens grondig uit te zoeken?' vroeg mama poeslief.
Papa keek zuchtend naar de grond. 'Ja,' zei hij zachtjes, 'dat bedoel ik, ja. Er is geen enkele reden voor. We kunnen onder water duiken en hier vandaan gaan. Wat kan ons dat stomme rif nou schelen?'
'Helemaal niks,' zei mama. 'Maar de kinderen moeten broodnodig weer wat beweging hebben, en je weet het: niets is zo goed voor de lijn als rennen voor je leven. Sommige mensen hebben hardlopen als hobby, een paar hebben er zelfs hun beroep van gemaakt, maar je gaat pas echt fanatiek rennen als er een gek met een bazooka achter je aan zit.'
'Of een maniak met een kettingzaag,' zei Michael huiverend.
'Mama,' zei ik streng, 'je kletst uit je nek. Voor de slanke lijn kun je beter op de fiets-naar-nergens gaan zitten. Je hebt gewoon zin om weer eens wat op te blazen. Geef het maar toe.'
Even wist mama niet wat ze moest zeggen. Of nou ja, ze wist het natuurlijk wel: het enige wat ze kon zeggen was 'je hebt gelijk'. Maar dat soort dingen zei ze niet graag.
Gelukkig voor haar begon op dat moment de Tsaar Peter vervaarlijk te schommelen.
'Wat is dat?' schrok papa.
'Het voelt,' zei ik, 'alsof er dichtbij een torpedo is ontploft. Weet je nog, Michael, die keer dat je...'
'Zullen we het niet meer over die walvis hebben?' vroeg Michael met een gepijnigd gezicht. 'Dat was per ongeluk.'
'Oh,' zei ik 'was dat per ongeluk. Daarom zei je zeker: haha, die stomme walvis zwemt hier nog geen twintig meter vandaan, wedden dat ik hem in één keer kan raken?
'Ja, nee, van tevoren was het wel mijn bedoeling om hem te raken, maar achteraf had ik er enorme spijt van. Dus het was zeg maar achteraf per ongeluk.'
'Dat kunt best hoor,' zei Kwetter behulpzaam. 'Dat hebt ik ook heel vaak. Ik hebt zelfs helemaal nooit van tevoren per ongeluk. Altijd achteraf.'
'Ja,' snauwde ik, 'maar dat komt omdat jij...'
'Lieve schatten,' onderbrak mama, 'Hoe boeiend ik jullie gesprek ook vind – en vergis je niet, dat idee van achteraf-per-ongeluk interesseert me enorm – dit is misschien niet het meest geschikte moment. Aangezien we getorpedeerd worden en zo. Wordt het niet eens tijd om terug te schieten?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 8 februari 2012

Een vrolijk en gezellig volkje

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik werd opeens een beetje misselijk. 'Die gaan toch niet de pan in?'
'Nee hoor,' zei mijn vader geruststellend. 'Er worden er hooguit een paar doodgeschoten.'
Ik werd niet minder misselijk. Want ik wist dat het waar was. De vrienden van Dogger deinzen nergens voor terug.
Ik dacht aan de Boegoenezen – aardige lui, ook al roken ze niet lekker (en dan bedoel ik echt heel erg niet lekker). Ze hadden ons hartelijk welkom geheten, toen we hun land binnenvluchtten. Dolblij waren ze, dat we Kwetter hadden teruggebracht. Eerst dacht ik dat Kwetter een prinses was of iets dergelijks, zó groot was het feest toen ze thuiskwam. Later ontdekte ik dat de Boegoenezen vreselijk aan elkaar gehecht zijn, en dat zelfs een kleine verwonding van de meest vervelende jengelpeuter als een nationale ramp wordt beschouwd. Ze doen alles voor elkaar; ook bij het meest onbenullige klusje (een nootje oprapen dat je hebt laten vallen, bijvoorbeeld) komen er meteen drie of vier Boegoenezen aangesneld om je te helpen. Zelfs het warrigste verhaal van de meest ongezellige zeurbejaarde wordt met oprechte interesse aangehoord en op feestjes doorverteld.
Op feesten zijn ze trouwens ook verzot, de Boegoenezen. Ze komen allemaal op elkaars verjaardag – letterlijk allemaal, ieder verjaarspartijtje heeft honderden bezoekers en de meeste Boegoenezen gaan naar minstens drie feestjes per dag.
Die feestjes stellen niet zo gek veel voor, natuurlijk, want chips kennen ze hier niet. En plastic speelgoed, om cadeau te geven, kennen ze ook niet. En bowlingbanen ook niet en lasergames al helemaal niet. Boegoenese feestjes bestaan voornamelijk uit bij elkaar zitten, babbelen en noko-nootjes bij elkaar naar binnen spugen.
't Is maar wat je leuk vindt.
De Boegoenezen vinden het erg leuk; het is een vrolijk en gezellig volkje. Niet bepaald mensen waarvan je zegt: knal er daar maar een paar van overhoop.
Maar dat was wel wat de houthakkers gingen doen.
'Dat gaan we niet laten gebeuren,' zei ik. 'Toch, pap? Toch, mam? Dat laten we toch niet gebeuren?'
Mijn moeder glimlachte geruststellend. Of nou ja: eigenlijk glimlachte ze nogal verontrustend. Ik weet niet of je wel eens van die films ziet, waarin een geheim agent de wereld moet redden van een slechterik? Zo'n slechterik die een verschrikkelijke ziekte wil veroorzaken. Of een oorlog beginnen met kernwapens. Of alle mensen in New York vergiftigen. Ken je die films? Nou, mijn moeder glimlachte zoals de slechterik glimlacht, wanneer hij op de grote rode knop duwt die zijn plan in werking zet. Het was de genadeloze glimlach van de Donderkat.
Maar de Donderkat stond aan mijn kant, dus ik vond het geruststellend.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE