Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 11. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 11. Alle posts tonen

woensdag 22 januari 2014

Met mes en vork, natuurlijk!

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Daar kwam ik snel genoeg achter. Mijn poppetje ontplofte toen ik een lading buskruit te dicht bij een kaars zette.
Buskruit bij een kaars – dom, dom! Ik had het kunnen weten.
Het zag er op zich wel grappig uit, maar ik had mijn spel niet opgeslagen dus ik moest weer opnieuw beginnen met dat ellendige waterstof-gas.
Na een paar uur spelen kon ik Vloeibare Nitroglycerine maken en toen werd het écht belangrijk om mijn spel steeds op te slaan. Dat spul ontploft al bij het minste of geringste.
Het ontplofte omdat mijn poppetje de hik had. Serieus. Je poppetje moet af en toe eten, anders gaat-ie dood van de honger, dus ik koos een mooie pizza en ging daarna op weg om een bankgebouw op te blazen.
En plotseling: boem. Poppetje in gruzelementen.
Op het scherm verscheen de tekst:
Je hebt te haastig je pizza gegeten. Daardoor kreeg je de hik. Jouw gehik en geschud hebben de nitroglycerine laten ontploffen. Eet de volgende keer met mes en vork!
'Doe normaaaal!' brulde ik tegen de computer.
'Is er iets, lieverd?' vroeg mama, die aan tafel een kopje koffie zat te drinken. 'Werkt het spel niet goed? Loopt-ie vast?'
'Nee, hij loopt prima. Dat is het niet. Maar dat je ontploft wanneer je niet met mes en vork eet, dat is... dat is...'
'Dat is buitengewoon leerzaam,' zei mama tevreden. 'Dat vind ik nou zo aardig aan computerspelletjes. In het echt kun je geen mensen opblazen wegens onfatsoenlijk gedrag. Dan kun je wel aan de gang blijven. Als je alle neuspeuteraars zou opblazen, dan moest de halve wereldbevolking eraan geloven. De wereld zou wel een mooiere plek worden,' ging ze peinzend verder, 'maar om dat daadwerkelijk te doen... wat een verschrikkelijke hoeveelheid werk zou dat zijn! Plus dat het eigenlijk ook niet erg netjes is om mensen op te blazen, maar goed, de neuspeuteraars zijn begonnen dus eigen schuld dikke bult.'
'Ik ben blij dat ik mijn spel had opgeslagen,' mompelde ik.
Mama knikte met een tevreden glimlachje waar ik acute moordneigingen van kreeg.
Ik was zo verschrikkelijk kwaad dat ik mijn poppetje een universiteit liet opblazen, met alle wetenschappers er nog in.
Toen moest ik natuurlijk weer opnieuw beginnen.
'Dat doe ik morgen wel,' zuchtte ik. 'Voor vandaag heb ik er even genoeg van.'
'Hoera! Eindelijk!' juichte Kwetter. 'Gaby! Hoort jij dat? Wij is aan de beurt!'
Even later zat ik te kijken hoe mijn kleine zusje met haar Vloeibare Nitro geen universiteit opblies, maar een bankgebouw. Na sluitingstijd, natuurlijk, en ze lokte eerste de nachtwaker naar buiten.
Daar kreeg ze twee miljoen voor, en toen kon ze pas echt mooie springstoffen kopen.
Ik had opeens vreselijk veel spijt dat ik die universiteit had vernield. 'Gaby? Mag ik nu weer? Please, please, please? Dan doe ik vanavond in jouw plaats de afwas.'
Mama keek me met grote ogen aan. 'Jij biedt aan om de afwas te doen, Michael? Nou – ik denk dat we kunnen zeggen dat dit spel een compleet succes is. Tijd voor deel twee van mijn plannetje.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 5 oktober 2012

We gaan allemaal dood en dat is jouw schuld

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ze had het nog niet gezegd, of Michael was de kombuis al uitgestormd. Naar de commandokamer! Ik heb hem wel vaker zien rennen – zien rennen voor zijn leven, zelfs – maar dat hij zó hard kon, daar had ik geen idee van. Hij wilde echt heel graag als eerste met zijn vinger op de knop van de torpedo's duwen.
Toen wij hijgend de commandokamer binnenkwamen stond hij al klaar om een torpedo af te vuren. Zijn hoofd was rood van opwinding. 'Mag ik?' vroeg hij ademloos. 'We worden aangevallen, toch? Dan mag het toch?'
'Jongen,' zei papa streng, 'hier word ik niet blij van. Mensen opblazen mag wel uit zelfverdediging, maar het mag niet voor je lol. En jij klinkt verdacht vrolijk, moet ik zeggen.'
'Wat maakt dat nou uit,' grijnsde Michael.
'Dat maakt álles uit, jongen,' zei papa ernstig. 'Niet op dit moment, misschien, maar later wel. Besef je wel dat je mensen dood gaat maken? Mensen met ouders die ooit dachten: ons kleine kindje zal een goed mens worden, dat geluk met zich meedraagt en in de wereld verspreidt. Mensen die zich kapot werkten om hun kindje gelukkig, gezond en gezegend te houden. En dat kindje zelf! Dat had zoveel hoop en dromen voor de toekomst! Het is opgegroeid, het heeft liefde en angst en vreugde gekend... aan dat alles zul je een einde maken, wanneer je op die knop duwt. Mag dat? Wil je dat?'
'Nou en of,' zei Michael, en hij drukte op de knop.
Er gebeurde niets.
Michael drukte nog eens. En nog eens.
Niets. En niets.
'Waarom gebeurt er niets, Michael?' vroeg mama ijzig. 'Zijn de torpedo's misschien toevallig... op?'
'Denk het wel, mama,' mompelde Michael zwakjes.
'Zijn ze misschien toevallig op omdat er een jongetje mee heeft zitten spelen?'
'Ja mama,' piepte Michael.
'Heeft dat jongetje misschien toevallig op een koraalrif geschoten, wat hij nooit had mogen doen, en gaan we daardoor nu allemaal dood?'
De tranen stonden in Michaels ogen. Hij had wel door de vloer willen zakken, waarmee hij ons trouwens allemaal om zeep zou hebben geholpen want dan zat er een gat in de vloer. En onder de vloer zat honderdduizend liter zeewater.
De onderzeeër schudde weer.
'Ik hoop dat je trots bent op jezelf,' zei mama. 'Ik zou zeggen: laat dit een les voor je zijn, zodat je in de toekomst niet meer zo dom doet. Behalve dan dat onze toekomst helaas buitengewoon kort zal zijn. Dankzij jou.'
'We moeten het hem vergeven, schat; hij wist niet wat hij deed,' zei papa. 'Het is niet goed om dood te gaan terwijl je ruzie hebt. Kom, omhels elkaar! En wees niet bang, de dood is geen einde maar een nieuw begin...'
'He ja, aan dat soort flauwekul heb ik nou echt behoefte,' snauwde mama. 'In mijn laatste minuten wil ik echt...'
'Waarom denkt jullie allemaal dat wij doodgaat?' vroeg Kwetter nieuwsgierig.
De Tsaar Peter schudde.
'Omdat de anderen torpedo's hebben, en wij niet,' legde ik uit.
'Maar misschien is het wel niet torpedo's. Misschien is het wel iets anders. Als het torpedo's is, waarom is er dan niet een heleboel water in de boot?'
We keken elkaar allemaal aan.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 10 februari 2012

Het kan ook zonder koffiejuffrouw

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Nee,' zei mama, 'dat laten we niet gebeuren. Ik zal hoogstpersoonlijk de Boegoenezen beschermen. En de boomkonijntjes en de stoeistaartjes en de hele rest. Zelfs de alligators en de spinnen.'
'En onszelf,' vulde mijn vader aan. 'Vergeet onszelf niet, schat. Wij zijn ook in groot gevaar! Als de houthakkers van Hakmaranman ons hier vinden, dan krijgt meneer Dogger te horen waar we zitten. En zijn vriend Cockel ook.' Hij huiverde. 'Meneer Cockel is een gewetenloze schurk. God help ons als hij ons te pakken krijgt.'
'Dat lijkt me nu ook weer niet nodig,' zei mama koeltjes. 'Laat God maar iemand helpen die het harder nodig heeft; ik ben uitstekend in staat om zelf die schurken een lesje te leren.'
Papa keek een beetje moeilijk, want hij heeft God nogal hoog zitten en hij vindt het niet netjes Hem ergens buiten te houden. Maar mama had haar Donderkat-glimlach aan en dan kun je haar beter niet tegenspreken.
'Mama boem?' vroeg Kwetter.
'Reken maar,' zei ik.
'Joewieie! Boemmm! Mama boemmm!' Juichend sprong ze op en neer. Daarna maakte ze een dubbele flikflak, zwiepte onderlangs de tak en kwam met een driedubbele salto weer op haar plaatsje terug. Ingespannen ging ze naar mijn moeder ziiten turen, vastbesloten om niks te missen van de fijne boem die nu elk moment kon losbarsten.
'Lieve Kwetter,' zei mama gevleid, 'Ik kan geen bommen uit de lucht plukken, dat weet je toch wel? Ik heb spullen nodig, en eigenlijk ook een laboratorium. Met flesjes en buisjes en branders en elektrische apparaten en schuddertjes en roerdertjes en computers en een koffiejuffrouw.' Ze zuchtte diep. 'Het kan trouwens ook zonder koffiejuffrouw. Maar mét gaat het sneller.' Ze zuchtte nog eens. Er zijn geen koffiejuffrouwen in Boegoe-Boegoe. Wegens gebrek aan koffie.
Er zijn trouwens ook geen computers of andere elektrische apparaten, wegens gebrek aan stopcontacten.
En er zijn geen flesjes en buisjes en branders. Wegens gebrek aan álles.
Het toppunt van Boegoenese technologie is de kokosnoot.
Die kun je gebruiken als voedsel (allicht), maar ook als wapen (gooien naar alligators of boomleeuwen, van veilige afstand) en als je 'm uitholt kun je er dingen in bewaren. Besjes bijvoorbeeld, of water.
'Misschien,' zei mijn moeder hoopvol, 'kan ik ergens een paar uitgeholde kokosnoten lenen. Die kan ik dan gebruiken als buisje of flesje. En Michael, heb jij nog lucifers?'
Ik ben namelijke de enige in ons gezin die verstandig genoeg is om zich voor te bereiden op eventuele moeilijkheden. Jarenlang heb ik rondgelopen met een plastic doosje, waarin handige dingetjes zaten zoals lucifers, visdraad en een haakje. Dat doosje heeft ons al ooit het leven gered, en dat zou het nu weer kunnen doen. Als ik niet alle lucifers al lang geleden opgemaakt had. Ik had er een vuurtje mee willen stoken, toen we hier nog maar pas waren. Maar al het hout dat ik vinden kon was nat, dus dat was niks geworden. Gelukkig maar, want zoals papa later opmerkte: als je boven in een boom woont, moet je eigenlijk geen vuur willen maken. Want als het niet lukt ben je teleurgesteld en als het wel lukt staat je huis in de fik.
'Nee,' zei ik dus. 'Ik heb geen lucifers,'
'Pfoe,' blies mijn moeder, 'geen chemische stofjes, geen elektriciteit, geen vuur... Zelfs de Donderkat kan dan geen bom fabriceren, jongens.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE