Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 14. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 14. Alle posts tonen

woensdag 29 januari 2014

De rechten zijn geschonden

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Daarna gingen er twee, drie, vier weken voorbij. Er gebeurde bijna niks. Gelukkig hadden we een paar spelletjes die we urenlang mochten doen, maar zelfs dat hadden we na een week of twee wel gezien.
Ik verveelde me vreselijk; ik speelde het moleculen-spel zo vaak achter elkaar uit dat ik, op het laatst, dat suffe Buckminsterfullereen (C60) kon maken met mijn ogen dicht.
Nou, dan ben je ver héén, hoor.
Ik hing de hele dag met holle, verlangende ogen rond de computer. In de hoop dat het nieuwe spel, eindelijk aan zou komen.
Maar toen het eindelijk kwam, na vier lange weken, wachtte mij een akelige verrassing.
Het spel zelf was prima in orde, hoor, daar niet van.
Het was zelfs véél en véél beter dan de oude spelletjes – en dat wil wat zeggen.
De plaatjes waren mooier, er zaten allemaal kleine grapjes in, en leuke muziekjes, en je kon het met andere mensen samen spelen via het internet. Je kon het winnen van andere mensen via het internet. Je kon mensen hun geld inpikken, en hun springstoffen, via het internet. En waarschijnlijk kon je nog veel meer leuke dingen doen, maar daar kwam ik niet achter want toen overkwam mij die akelige verrassing.
Die bestond eruit dat mama zei: 'Zo! Sla je spelletje maar op, schat – je halve uurtje is om.'
Ik verbleekte. 'Maar...' stamelde ik. 'Dat van dat halve uurtje, dat geldt toch niet meer? Dat is iets van vroeger! Van toen ik nog klein was!'
'Dat is iets van twee maanden geleden,' zei mama. 'En ook iets van nu. En voortaan. De afgelopen twee maanden mochten jullie het spelletje uittesten, maar dat hoeft nu niet meer. Het spel is af.'
'Je... je hebt ons gewoon gebruikt!' riep ik. 'Als proefkonijntjes! Als apen in een kooi. Je eigen kinderen – hoe kun je?'
Mama glimlachte. Ze glimlachte niet blij, en ook niet gemeen of arrogant. Was het maar waar. Nee, ze deed iets afschuwelijks: ze glimlachte vertederd. Zoals je kijkt wanneer een peuter probeert een sneeuwbal naar je te gooien, en het erop uitdraait dat-ie dan zelf een snoet vol sneeuw heeft.
Zo glimlachte ze, en daar werd ik natuurlijk nog bozer van.
'Dat mag geeneens, wat jij doet!' riep ik. 'Dat is tegen de wet! Tegen de rechten van het kind! Toevallig!'
'Volgens mij,' kirde mama, 'zie ik hier een jongetje dat vooral heel boos is dat-ie geen proefkonijn meer mag zijn. Volgens mij zou jij het helemaal niet erg vinden als ik nog wat meer tegen de rechten van het kind in ging.'
'Welles! Dat zou ik heel erg vinden!'
'Nou,' grijnsde mama. 'Dan zal ik je niet meer als proefkonijn gebruiken. Weet je wat? Ik beloof plechtig dat je nooit meer een minuut langer mag computeren dan een half uur per dag. Afgesproken?'
'Eh... nou...' zei ik zenuwachtig. Met dit soort dingen moet je heel erg uitkijken bij mijn moeder. Die is in staat om zich genadeloos aan zo'n afspraak te houden. 'Daar hebben we het nog wel eens over, goed?'
Mama knikte tevreden en aaide mij over mijn bol. 'Kom mee,' zei ze troostend. 'Dan gaan we papa pesten. Dat is óók leuk, en leerzaam bovendien.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 12 oktober 2012

Gevoel tegen verstand

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Michael en ik keken elkaar aan. Wat een onsympathiek boekwerkje was dit, zeg!
'Wij hebben slecht nieuws,' zei Michael.
'We zullen alle driehonderd pagina's van het lijstje van wijzertjes door moeten lezen,' vulde ik aan.
'Oh' zei mama, 'nou ja, als je ze toch allemaal moet doorlezen, begin dan maar bij ΔΩ toiletten.'
'Niks ervan,' zei papa. 'We beginnen bij de A en we gaan door tot de Z. In de goede volgorde. Anders raken we in de war en dan duurt het nog veel langer. Beginnen maar!'
We begonnen. We lazen en lazen en zo kwamen we steeds meer aan de weet over de Tsaar Peter. Zoals dat we zonnepanelen aan boord hadden, maar dat we daar onder water helemaal niets aan hadden (belachelijk, zei papa). En waarom je de staafmixer niet kon gebruiken als het licht in de badkamer aan was (heb ik me al vaak afgevraagd, zei mama). Eén ding vonden we niet: het schermpje waarop je kon zien of je geraakt was.
Totdat...
'Dit ga je niet leuk vinden, pap,' zei ik.
'Wat niet?'
'We hebben het goede schermpje gevonden.'
'Eerlijk gezegd,' zei papa, 'vind ik dat best wel leuk. Ik zeg niet dat onze levens nu gered zijn, maar het is een mooi begin. Waarom zou ik dat niet leuk vinden?'
'Drie keer raden welk schermpje het is,' zeiden wij. Met een schuine blik op mama.
Papa slaakte een diepe, diepe zucht. Hij leek opeens een heel stuk kleiner te worden, alsof hij een ballon was die leegliep. 'Zeg maar niks meer,' mompelde hij. ' ΔΩ toiletten, zeker?'
Wij knikten.
'Kijk kijk,' zei mama tevreden. 'Dat was weer eens buitengewoon leerzaam. Maar pas op – je kunt hier makkelijk het verkéérde van leren. Want jullie vader gebruikte zijn verstand, terwijl ik afging op mijn gevoel. Op mijn intuïtie, zoals dat heet. Is gevoel dus beter dan verstand? Nee. Zeker niet. Normaal gesproken is bereik je veel en veel meer wanneer je je verstand gebruikt. Maar! Een vlijmscherpe intuïtie is beter dan een middelmatig verstand. En dát hebben we hier gezien. Dus onthoud: verstand gaat boven gevoel, behalve als het gevoel afkomstig is van een heel, heel slim iemand en het verstand van een heel, heel, eh... minder slim iemand.
'Zo kan-ie wel weer,' zei papa zachtjes.
'Nu mag jij niet meer papa plagen,' zei Kwetter streng. 'Anders is het zielig. Papa is best wel helemaal niet dom. Jij is wel veel slimmer, maar jij is veel slimmer dan iedereen dus daar kunt papa niks aan doen. Als ik later met Michael getrouwd is, wilt ik ook niet dat hij mij gaat plagen als ik eens wat minder slim is dan hij.'
De stemming in de commandokamer sloeg in één keer om. We keken allemaal naar Michael, een beetje giechelig, om te zien hoe hij zou ontploffen. Hij vindt het heel erg als je zegt dat hij Kwetter leuk vindt, hij gaat dan heel grappig blozen en hij kijkt boos en verlegen tegelijk en hij gaat dingen roepen die nergens op slaan. We waren benieuwd wat voor spektakel hij zou maken als Kwetter zei dat ze met hem ging trouwen.
Maar helaas, hij zat zo ingespannen de handleiding te lezen dat hij niet gehoord had wat ze zei.
Hij keek naar het schermpje ΔΩ toiletten, naar de handleiding, weer naar het schermpje en zei: 'Dit is raar. Dit is héél raar!'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 17 februari 2012

Daar hebben we de brekingscoëfficient weer

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Dat ik straks ga maken, bedoelde ik natuurlijk. Als er weer zon is.'
Het duurde wel een uur, voordat er weer zon was. Toen ging ik aan het werk.
Het lukte voor geen meter.
Je moet je vergrootglas zó houden, wist ik, dat alle zonnestralen in een puntje bij elkaar komen. Dat puntje wordt heel heet en daar begint je vuurtje. Maar wat ik ook probeerde, ik kreeg de stralen niet in een puntje.
Het enig wat er heel erg warm werd, was ik. In een kring stonden ze allemaal naar me te kijken: papa, mama, Gaby, Kwetter en tientallen Boegoenezen. Ze volgden elke beweging die ik maakte, ze keken voortdurend van mijn gezicht naar de verrekijker naar het mos.
Het kurkdroge, buitengewoon brandbare mos. Dat niet wilde branden.
Na vijf minuten hannesen vroeg papa: 'Lukt het, knul?'
'Bijna,' mompelde ik.
Na nog twee minuten zei hij: 'Zal ik anders even helpen?'
'Niet nodig.'
Na nog een minuut pakte hij met zachte maar onverbiddelijke hand de verrekijker uit mijn handen en probeerde het zelf. Al snel lachte hij: 'Ach, wat dom van ons. Een vergrootglas heeft maar één glas, maar een verrekijker heeft er twee!'
Ik begreep niet wat dat ermee te maken had, maar mijn moeder barstte in lachen uit dus kennelijk was het een hele domme fout. Mama vertelde aan de Boegoenezen wat er mis was gegaan. Die begrepen er niet veel van, want ze gebruikte nogal veel woorden als convex en inversie, en ook onze oude vriend de brekingscoëfficient kwam weer een paar keer voorbij. Bovendien sprak ze Nederlands, en dat verstaan de Boegoenezen niet. Maar ja, mijn moeder verstaat weer geen Boegoenees en dat heeft de Boegoenezen er nooit van weerhouden urenlang tegen haar aan te kletsen, op feestjes en zo.
'Ach,' zei mijn moeder vaak als ze terugkwam van zo'n feestje, 'ze zeggen waarschijnlijk toch niks interessants. Dat doen mensen bijna nooit, op feestjes. Dus wat maakt het uit of ik ze versta of niet? Met vriendelijk knikken en geïnteresseerd kijken kom je een heel eind.'
De Boegoenezen dachten er net zo over, kennelijk, want ze knikten vriendelijk en keken heel geïnteresseerd toen mijn moeder de brekingscoëfficient maar weer eens van stal haalde.
Ondertussen draaide mijn vader de verrekijker uit elkaar.
Hij haalde er een lens uit en gaf die aan mij. 'Aan jou de eer, jongen!'
Nu kwamen de zonnestralen wél in een puntje en al snel brandde het mos als een tierelier. Ik legde er voorzichtig wat takjes op, eerst hele dunne maar al snel grotere en dikkere.
De Boegoenezen keken toe met een mengeling van bewondering en ongerustheid.
Haha, dacht ik, arme sukkelaars! Dat kennen jullie niet he, vuur? Nou, ik zal jullie eens wat laten zien! Ik legde een paar stevige takken op de stapel en het vuur laaide hoog op.
'Eh... jongen,' zei papa, 'je bent je ervan bewust dat we op een houten vloertje zitten? Een houten vloertje boven in een boom? In verband met de brandbaarheid en zo.'



BEGIN / VORIGE / VOLGENDE