Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 15. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 15. Alle posts tonen

vrijdag 31 januari 2014

De schepping van de renteval

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Papa zat in zijn kantoortje. Dat was een klein kamertje; aan boord van een duikboot zijn alle kamers klein, maar deze wat echt minuscuul. Er stond een bureau met een computer erop, en een stoel. Meer paste er niet in. Meer was trouwens ook niet nodig. Papa is een bankrover, maar dan een moderne. Dat wil zeggen, een saaie. Hij berooft banken zonder dynamiet en zonder automatische wapens of vluchtauto's. Hij heeft voor zijn plundertochten niets anders nodig dan zijn computer en een gemakkelijke stoel.
'Het ook niet echt plunderen, hoor, wat ik doe,' probeerde hij me ooit uit te leggen.
'Oh. Wat is het dan?'
'Het is, zeg maar, handelen. Kopen en verkopen. Aandelen in bedrijven bijvoorbeeld. En geld.'
'Je koopt aandelen met geld, bedoel je.'
'Nee nee, dat is niet wat ik bedoel. Ik koop geld met geld. Ik betaal bijvoorbeeld honderd Argentijnse Pesos aan een bank. Die geeft mij in ruil daarvoor een bedrag in Amerikaanse Dollars. Bij een andere bank ruil ik mijn dollars voor Zuid-Afrikaanse Rands, en die ruil ik weer voor Japanse Yens, die ik ruil voor Braziliaanse Reals, en voor die Reals koop ik tenslotte honderdvijftig Argentijnse Peso's. En dan heb ik er vijftig Pesos bij. Snap je?'
'Nee,' zei ik. 'Geld ruilen bij een bank, dat mag iedereen toch gewoon doen? Dat is toch geen roven?'
Papa schudde een beetje met zijn hoofd. 'Niet precies,' zei hij aarzelend. 'Kijk: er zijn regels voor dat soort dingen. Die regels zijn bedacht door de banken, om te zorgen dat de bank rijker wordt als er iemand geld wisselt. Maar als ik geld wissel, houd ik me niet aan de regels. Daardoor wordt de bank armer, en ik word rijker.'
'Maar... hoe gaat dat dan?' vroeg ik met m'n stomme kop.
'Wat leuk dat je dat vraagt!' Papa's gezicht klaarde helemaal op, en hij begon enthousiast aan een langdradig verhaal, waarin het woord 'percentage' heel vaak voorkwam. En ook getallen, met heel veel cijfers achter de komma. En nog meer moeilijke woorden, zoals 'derivaat' en 'renteval'. Die laatste had papa zelf bedacht, geloof ik. Hij was daar buitengewoon trots op, en als ik het goed begrepen heb werd zijn roverij pas mogelijk doordat hij dat woord bedacht had.
'Dat klopt wel zo ongeveer,' zei papa tevreden.
'Maar... wat maakt het nou uit, welk woord je verzint?'
'Ach,' zei papa, 'wat is geld? Een papiertje, met een plaatje en wat nummertjes erop. Geld is alleen maar iets waard doordat we dat met z'n allen afspreken. Snap je het nog? Nou, en als je een nieuw woord verzint, dan kun je nieuwe dingen afspreken. Die daarvóór nog niet konden. En die nieuwe dingen zijn natuurlijk in het voordeel van degene, die het woord verzint. Banken doen dat al eeuwenlang zo.'
'Pfff,' deed ik. 'Geef mij mama's moleculen maar. Die zijn tenminste écht.'
Papa glimlachte meewarig en zweeg.
En nu stormden mama's moleculen papa's woorden-kantoortje binnen en mama zei: 'Eduard, mag ik even een paar miljoen?'



BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 15 oktober 2012

Mblmbl, zei ik

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Hee Michael,' zei ik, 'heb je niet gehoord wat Kwetter daarnet zei?'
'Nee,' antwoordde mijn broer, 'en het interesseert me ook niet zo veel, tenzij het gaat over de ontploffingen waar onze boot van schudt.'
'Nou maar ze zei dus dat zmmmblf,' zei ik. Ik had nog wel meer willen zeggen, maar mama hield haar hand voor mijn mond.
'Wat,' vroeg ze aan Michael, 'is er zo raar?'
'Volgens mij beweert ΔΩ toiletten dat we niet één keer geraakt zijn.'
'Nou,' zei papa, 'dat klopt dus niet. Aan dat mooie schermpje van jullie hebben we dus niks. En dat is ook eigenlijk wel logisch. Ik bedoel, een schermpje dat ΔΩ toiletten heet, dat kun je toch niet serieus nemen? We lagen de hele tijd te schudden als een sambabal!'
'Mblmbl!' zei ik, en ik zwaaide met mijn armen.
'Wil je iets zeggen, schat?' vroeg mama.
Ik knikte van ja.
'Gaat het over Kwetters trouwplannen?'
Ik schudde nee.
'Gaat het over de torpedo's waarmee we worden aangevallen?'
Ik knikte.
'Dan is het goed,'zei mama, en ze haalde haar hand van mijn mond.
Ik haalde eens lekker diep adem en zei: 'Dat onze boot zo schudde wil nog niet zeggen dat we geraakt zijn. Het kan ook betekenen dat er iets vlak naast ons geraakt is. Weet je nog, Michael, toen met die walvis?'
'Ja,' zei Michael zuur. 'Dat weet ik nog, ja. Natuurlijk weet ik dat nog. Voornamelijk omdat jij me er drie keer per dag aan herinnert. Eh, ik bedoel natuurlijk,' verbeterde hij zichzelf haastig, 'omdat ik er zo veel spijt van heb.'
'Die walvis zwom op twintig meter afstand, zei ik, 'en de boot lag te schudden of de wereld verging. Misschien is het nu wel hetzelfde. Misschien is er alleen maar iets geraakt wat bij ons in de buurt was.'
'Wat dan?' vroeg papa zich af. 'Er zijn hier geen walvissen, voor zover ik weet.'
'Nee,' zei Kwetter treurig. 'Walvissen komt nooit meer bij ons in de buurt, tegenwoordig.'
'Gelijk hebben ze.' Ik zei het heel zachtjes, maar Michael hoorde het toch en hij schopte heel geniepig tegen mijn been.
'Lieve schatten,' zei mama. Ze sloot even haar ogen. Het was heel vermoeiend om te praten met mensen die zo veel minder slim waren dan zijzelf. Ze was dat wel gewend, natuurlijk, maar het leek warempel wel of wij vandaag nog dommer waren dan normaal. 'We waren op weg naar een koraalrif, weten jullie nog? Hoe ver zijn we daar vandaan, inmiddels?'
'Oh, ik heb ons stilgelegd op een metertje of twintig, der... tig... oh,' zei papa. 'Juist ja. Het zou natuurlijk kunnen dat iemand het koraalrif aan het opblazen is. Dat wij daarom zo schudden.'
'Dat zou dan meteen verklaren waarom er gaten in het rif zitten,' zei Michael.
'Maar waarom zou iemand in 's hemelsnaam het koraalrif opblazen?' vroeg ik. 'Weet jij dat, pap? Jij bent hier toch de expert in schurkenstreken, want jij hebt bij de bank gewerkt.'
'Ja,' zei papa, 'en in mijn tijd bij de Doggersbank heb ik elke afschuwelijke manier om winst te maken wel voorbij zien komen. Maar koraalriffen opblazen - nee, dat deed niemand van onze klanten. Daar is geen droog brood mee te verdienen, waarschijnlijk.'
'Maar waarom...' begon Kwetter.
Papa drukte vastberaden op een paar knopjes en haalde wat hendeltjes over. 'We gaan kijken,' zei hij. Langzaam steeg de Tsaar Peter naar de oppervlakte.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

dinsdag 21 februari 2012

Gelukkig is er altijd iemand dommer dan jij

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ja, nu hij het zo zei: daar was ik me eigenlijk best wel van bewust. Om precies te zijn: ik werd me steeds bewuster dat ik het laboratorium in brand had gestoken. Vooral toen ik zag hoe de vlammetjes nieuwsgierig kwispelend over de vloer begonnen te kruipen werd het me duidelijk. En toen diezelfde vlammen voorzichtig maar met onmiskenbare honger aan mijn blote tenen begonnen te knagen, toen wist ik het plotseling heel zeker: ik had iets doms gedaan.
Om mijn stommiteit goed te maken deed ik onmiddellijk nog iets doms: ik schopte de brandende takken uit de boom naar beneden. Daardoor ging het vuur uit, op een paar kleine vlammetjes na. Mijn actie zou dus eigenlijk best slim geweest zijn, als ik schoenen aan had gehad.
Had ik niet.
Dus.
Dat deed behoorlijk pijn aan mijn tenen. Nee, dat was niet slim. Ik had beter een stuk hout kunnen gebruiken, of zo.
Gelukkig is er, als je goed zoekt, altijd wel iemand dommer dan je zelf bent. Daar kun je dan fijn naar wijzen, en roepen van “Oh, die is pas achterlijk bezig!' Dan valt je eigen domheid minder op.
In dit geval ging het om een alligator, die onderaan de boom lag te wachten tot één van de Boegoeneesjes naar beneden zou donderen.
Ha, dacht het beest toen het iets zag vallen, daar komt mijn avondeten, en hij sperde zijn muil wijd open. En ja hoor, een grote brandende tak vloog recht zijn keel in. Het was een nogal lange tak en het ding stak tot diep in de maag van het ondier – het kwam er zelfs aan de achterkant weer uit! Zo werd het monster tegelijkertijd gespietst en van binnenuit geroosterd.
Hij was er nog een stuk erger aan toe dan ik, maar dat was een schrale troost. Want met mij ging het ook niet best. Mijn voet deed verschrikkelijk pijn en ik hield hem met beide handen vast, terwijl ik rondhinkelde over de houten vloer van het laboratorium.
Waarom ik zo hinkelde?
Geen idee! Misschien probeerde ik uit de buurt van de vlammen te blijven. Misschien probeerde ik alleen maar mij evenwicht te bewaren. Maar eigenlijk denk ik dat het nu eenmaal is wat je doet, als je net je tenen in de fik hebt gestoken. Dan pak je je pijnlijke tenen en je hupst op je andere voet in het rond. Dat doe je nou eenmaal, geloof me maar, ik kan het weten.
En je kijkt niet waar je hupst.
Nou denk je misschien dat we een heel erg groot laboratorium hadden geknutseld, daar boven in de boom. Het soort laboratorium waar dertig wetenschappers tegelijk met hun ontplofbare proefnemingen bezig kunnen zijn, zonder elkaar op te blazen.
Het soort laboratorium waar je onbezorgd kunt rondhinkelen zonder te kijken waar je heen gaat, omdat je toch niet aan de rand komt.
Wie dat denkt heeft, jammer genoeg, ongelijk. Behoorlijk ongelijk.
Het was namelijk maar een heel klein houten voertje, daar hoog boven in die boom. En het stond behoorlijk vol met Boegoenezen. Je kon hooguit vijf keer hinkelen voordat je over de rand naar beneden kukelde.
En ik hinkelde, laten we zeggen, een keer of zes.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE