Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 16. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 16. Alle posts tonen

maandag 3 februari 2014

Gratis Hamsters en Pinguïns!

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Papa leek haar niet te horen. Met een diepe frons van concentratie zat hij naar zijn computer te staren, helemaal in beslag genomen door zijn werk.
Tenminste, dat dachten wij. Maar toen hoorden we het geluid van een grote explosie uit de boxen van de computer komen.
'Dit is een goed spel, schat. Een heel goed spel,' zei hij tevreden.
'Natuurlijk is het goed,' zei mama. 'En daarom zetten wij het morgen op het internet. En moet je dan over tien jaar eens kijken... de universiteiten zullen uitpuilen van de jonge wetenschappers!'
'Ik help het je hopen,' glimlachte papa. 'We zullen zien. Eerst maar eens dat spelletje op het net zetten. Het is een goed spel, zoals ik al zei. Het zou heel populair kunnen worden. Dus ik denk niet dat je genoeg hebt aan een paar miljoentjes. Tien miljoen is wel het minste. Om mee te beginnen.'
Daar moest ik behoorlijk hard om lachen.
Die ouders van mij, die zijn allebei wel heel erg slim, maar ze zijn ook ongelooflijk ouderwets. Mama weet alles van moleculen en papa is niet te verslaan als het over bankzaken en geld gaat, maar van het internet weten ze niks af.
'Ik weet niet of jullie het weten,' schamperde ik, 'Maar met computerspelletjes wordt krankzinnig veel geld verdiend, tegenwoordig. Meer dan met een nummer één tophit. Meer dan met de populairste film!'
Vertederd keken mijn ouders elkaar aan. Ach gossie, zag je ze denken, dat lieve kleine zoontje van ons! Dat denkt dat-ie iets weet... is het niet enig?
Ik vond dat nogal arrogant, voor mensen die niet op een kanjer van een denkfout zijn betrapt.
'Bovendien,' ging ik verder, 'zelfs als het helemaal geen geld op zou brengen, hoeft het je geen cent te kosten. Je zet het toch op het internet? Nou dan! Alles is gratis hoor, op het internet!'
Weer keken mijn ouders elkaar aan – en nu proestten ze het echt uit.
'Lieve schat,' zei mama toen ze uitgelachen was, 'niets is gratis op het internet. Het internet is een ongelooflijk duur ding! Het bestaat uit honderdduizenden grote, dure computers die aan elkaar vast zitten met lange, dure kabels. En dat verbruikt allemaal heel veel dure elektriciteit. Dat moet allemaal betaald worden.'
'Onzin,' snoof ik. 'Laat mij eens even?' ik ging achter papa's computer zitten en startte een paar spelletjes op. Hamsters vs. Vampires en Raging Penguins. 'Hier,' zei ik. 'De populairste spelletjes van dit moment. Helemaal gratis. En voor niks. Nou, wat zeggen jullie daarvan?'
'Zeg jij het?' vroeg papa. 'Of zeg ik het?'
'Ik zeg het wel' zei mama op geruststellende toon. 'Maak jij nou maar gewoon die tien miljoen over.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 17 oktober 2012

Misschien-dit en misschien-dat

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Vindt jullie het ook zo spannend?' vroeg Kwetter blij. 'Misschien is het wel een boot vol met schurken, die gemene dingen doet, en die achter ons aan komt om ons te pakken! Dan moet wij rennen voor het leventje, en dan mag wij ze helemaal tot kleine stukjes in elkaar boemen want dan is het eerlijke zelfverdediging en noodsituatie.'
'Kwetter,' zei mama streng, 'wij hebben nog nooit mensen opgeblazen en dat gáán we ook nooit doen. En weet je waarom niet?'
'Omdat,' zei papa plechtig, 'ieder mensenleven heilig is.'
'Praat geen onzin, schat,' zei mama. 'Wij doen dat niet omdat het niet hóórt. Het is niet beschááfd. Wij zijn fatsoenlijke mensen en niet de eerste de beste domme spierbundel uit een schietfilm. Is dat duidelijk?'
'Ja mama,' zeiden we in koor. Michael probeerde nog: 'Maar als het nou zelfverdediging is? Als we moeten kiezen tussen zelf opgeblazen worden of...'
'Ik wil er geen woord meer over horen,' zei mama. 'Kijk liever op de sonar. Ik wil wel graag weten hoeveel boten we daarboven tegen gaan komen.'
Michael keek op de sonar.
'Raar,' zei hij. 'Dit óók al weer zo raar. Er is geen enkel schip in de buurt!'
Hij tikte een paar keer op het schermpje van de sonar. Niks.
'Zou het ook,' vroeg ik, 'een heel klein schip kunnen wezen? Kleine dingen zie je toch niet, op de sonar? Anders zouden we in paniek raken bij elke dolfijn! Kun je de sonar niet anders afstellen, of zo? Dat je ook kleine dingen kan zien?'
'Tuurlijk kan ik dat,' zei Michael. 'Kwestie van even in de handleiding kijken. Maar,' hij wierp een bevreesde blik op het indrukwekkende boekwerk, 'ik weet niet, eh, of, eh, of het wel nodig is. Want. Stel: ik zet de sonar zo klein dat ik elk opblaasbootje kan zien. Wat worden we daar wijzer van? Heb jij wel eens een opblaasbootje met een torpedo-lanceerinstallatie gezien?'
'Maar misschien,' wierp ik tegen, 'is het geen...'
'Hou maar op, jongens, met je misschien-dit en misschien-dat,' zei papa. 'We zijn boven water. Wie gaat er mee kijken?'
Wij allemaal, natuurlijk.
Boven water was het een prachtige dag. De hemel was strak helderblauw, met er midden in de wit-gloeiende bal van de zon.
In de verte, achter het koraalrif, zagen we een sneeuwwit strand met palmbomen en dat soort spul.
'Tjonge,' zei papa, 'mooi, hoor!'
'Het lijkt wel een reclame,' verzuchtte Michael. 'Een TV-reclame voor iets fijns.'
Vlak bij ons zagen we een klein bootje. Een soort kano, maar dan met twee van die mini-kanootjes aan de zijkant, die zorgen dat de boel niet kan omkieperen. De boot lag halfvol vissen.
Er zaten ook drie bruine meneren in. Ze hadden een soort schepnetjes in hun hand; kennelijk waren ze van plan om er nog wat vissen bij te leggen.
'Zie je wel dat het een heel klein bootje is,' zei ik.
'Zie je wel dat ze geen torpedo-lanceerinstallatie hebben,' zei Michael.
De mannen zaten doodstil. Ze schepten niet met hun netjes en ze roeiden niet met hun boot. Ze zaten alleen maar verbijsterd te staren naar de onderzeeër die net naast hen was opgedoken.
'Lieve help,' zei mama, 'ik hoop maar dat hij dat ding niet te lang blijft vasthouden.'
Nu pas zag ik dat een van de mannen nog iets anders dan een schepnetje in zijn hand had.
Een staaf dynamiet.
Met brandende lont.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 22 februari 2012

Onheilspellende geluiden

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Als Kwetter me niet bij mijn linker elleboog had gegrepen en me met een enorme zwaai weer bovenop het vloertje had gezet, was ik compleet te pletter gevallen. Dan had ik alleen nog kunnen dienen als alligator-voer.
'Jij was bijna te pletter gevallen,' zei ze ernstig. 'Ik hebt jou gered. Nu moet jij kuffelen!' Ze sloeg haar armen om me heen en duwde haar neus in mijn hals.
'Hee,' riep ik snel, 'wat hoor ik daar?'
'Is niks,' murmelde Kwetter. 'Is gewoon ontploffing. Ontploffingen weet wij nou onderhand wel. Nu gaat wij kuffelen.' Ze knuffelde zo hard dat de lucht uit mijn lijf werd geperst. Met mijn laatste adem kreunde ik: 'Maar luister nou! Dat is helemaal geen ontploffing! Dat is iets heel anders!'

De ontploffingen waren doorgegaan in de dagen dat wij het laboratorium bouwden. Ze hadden luider en luider geklonken, steeds dichterbij naarmate het gat in de bergwand groter werd. We hadden het te druk gehad om te gaan kijken, maar als ik zo'n verre knal hoorde dacht ik altijd even aan de graafmachines en de bulldozers die de bergwand sloopten – en die misschien al waren begonnen een weg aan te leggen. Een mooi brede asfalt-weg, waar de houthakkers overheen konden rijden. Om naar het bos te komen met hun kettingzagen onder de arm. En om weer te vertrekken met het bos onder hun arm. (Bij wijze van spreken dan – je kunt een bos niet onder je arm dragen. Behalve een bos haar, onder je oksel, maar dat is geen ramp. De houthakkers, en dat was wél een ramp, zouden het bos van Boegoe-Boegoe stukje bij beetje afvoeren op vrachtwagens. Over de gloednieuwe weg, die er nu misschien al lag.)
Het was geen leuk geluid, die steeds hardere ontploffingen. Het was het geluid van naderend onheil.
Maar het geluid dat we nu hoorden was erger. Het was het geluid van onheil dat niet langer nadert maar op zijn bestemming is aangekomen. Onheil dat, om het zo maar eens te zeggen, als een inbreker je huiskamer is binnendrongen en nu in de gemakkelijke stoel bij de tv zit, met een stinksigaret in zijn mond en in zijn rechterhand een breekijzer – pets, pets, pets... Lichtjes maar dreigend slaat hij met het breekijzer op de palm van zijn linkerhand. Ondertussen kijkt hij je strak aan, door de gore sigarettenrook heen.
Dat was zo'n beetje het gevoel dat ik kreeg bij dit nieuwe geluid.
Want het was het geluid van een kettingzaag.
'De houthakkers!' schrok mijn zusje. 'Ze zijn door de bergen heen! Ze zijn hier, oh wat erg, nou gaan alle Boomkonijntjes en Stoeistaartjes en Knabbeldiertjes dood! Ze had het nog niet gezegd of er klonk een ijselijke gil.
'Hm,' zei mijn moeder verstrooid. 'Dat klonk niet als een boomkonijntje. Dat klonk meer als een houthakker.' Waarschijnlijk had ze gelijk, want na de gil was de kettingzaag plotseling opgehouden.
'Wat zou er gebeurd zijn?' vroeg papa zich af.
'Zo te horen,' zei mijn moeder kalm, 'heeft er een houthakker kennisgemaakt met het rijke dierenleven van Boegoe-Boegoe. En dan niet met een Pluizig Knabbeldiertje, maar met een Reuzenalligator. Of een Boomleeuw of zo.'
Er klonk een reeks knallen. Geen ontploffingen, maar geweerschoten.
'En de Reuzenalligator maakt kennis met de moderne beschaving,' merkte mama droogjes op. 'Een leerzaam dagje voor iedereen.'
'Nou,' zei ik, 'als het dan zo leerzaam is, dan moesten wij er misschien ook maar eens een kijkje nemen.'
'Een uitstekend idee. Moet er nog iemand plassen?'
Er hoefde natuurlijk niemand, want iedereen was net geweest.
Ja, hoor eens, hoe denk je anders dat we de laatste vlammen in het lab hadden geblust?


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE