BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Op het scherm tikte hij een plaatje tevoorschijn. Het plaatje van een computer.
'Jullie raden nooit wat dit is,' grijnsde hij.
'Dat bent een computer,' zei Kwetter. 'Dat ziet ik zelfs nog wel, en ik komt uit de binnenlanden van Boegoe-Boegoe!'
Papa's grijns veranderde in een frons. Hij had niet verwacht dat we het zo makkelijk zouden raden. 'Eh, een computer, inderdaad. Maar kijk eens naar die kleur!' (Een lelijk soort grijs-bruin) 'En die vorm!' (Een hoekige, rechte doos) 'En vergelijk dat nou eens met mijn mooie HAL-computer!'
'Ja, die van jou is wel mooier, inderdaad,' gaf Gaby grif toe.
'En dat is alleen nog maar de buitenkant,' ging papa enthousiast verder. 'Maar de échte revolutie, die zat hem in het binnenwerk. In de programma's. De HAL-programma's zijn veel makkelijker en prettiger te bedienen dan alle andere programma's. Alle andere computerprogramma's hebben de ideeën van meneer Clusjes nageaapt. Omdat hij de beste is.'
'Dus nu werkt alle computers hetzelfde?'
'Ja, ongeveer wel,' gaf papa toe. 'Maar die van Clusjes zijn beter.'
'Wat is er dan beter aan?' wilde Gaby weten.
Dit ging helemaal mis. Die stomme meiden snapten er niks van. Verrassing verrassing – meiden en computers, dat wordt natuurlijk nooit wat.
'HAL-computers zijn gewoon de beste, okee?' kwam ik papa te hulp. 'Iedereen vindt dat. Iedereen zegt dat.'
Kwetter keek me aan alsof ze een jong hondje was. Ze leek diep onder de indruk van mijn woorden. 'Dan moet die meneer Clusjes wel heel knap wezen,' knikte ze. 'Dat snapt zelfs ik nog wel. En ik komt uit de binnenlanden van Boegoe-Boegoe.'
Mijn zusje trok haar ogen scheel en wees met haar vinger in haar mond. Dat betekende zoveel als: Gaaah! Ik moet hiervan kotsen! Kwetter geeft mijn broer altijd gelijk, alleen maar omdat ze verliefd op hem is!
Tja, Gaby... Dat is misschien wel zo, maar... Geeft Kwetter mij altijd gelijk, omdat ze verliefd is, of gaat het andersom? Is ze verliefd om dat ik altijd gelijk heb? Hmmm? Denk daar maar eens over na, zusje-lief!
'Maar dat is nog niet alles,' zei papa. 'Hier, kijk maar eens naar mijn telefoon! Vroeger was een telefoon een ding om mee te bellen. Maar moet je nou eens kijken, wat die geniale meneer Clusjes ervan gemaakt heeft! Hij heeft er een heuse computer van gemaakt! Is het niet briljant? Je moet er maar opkomen, he?'
'En kijk hier eens,' zei mama. Ze stak een kleine, platte computer omhoog, ongeveer zo groot als een boek. 'Vroeger,' vertelde mama, 'waren boeken gemaakt van papier. Als je een boek wilde lezen, moest je het kopen en in de kast zetten. Mensen hadden grote, stoffige boekenkasten met honderden boeken erin. Soms duizenden. Maar toen kwam meneer Clusjes. “Al die boeken,” zei hij tegen zichzelf, “in al die boekenkasten, dat is toch echt een probleem. Wat zou ik daar nou eens op kunnen verzinnen?” Zijn oplossing was, zoals al zijn gedachten, geniaal. Je raadt nooit wat hij deed.'
Gaby en Kwetter keken elkaar aan en haalden hun schouders op.
'Hij maakte er een computer van!' juichte mama. 'Daar passen wel tienduizend boeken in. Meer dan je ooit kunt lezen! En je hoeft nooit meer boeken te kopen, want je kunt ze gewoon gratis van het internet halen.'
'Ik dacht dat er op het internet niks gratis was?' vroeg Gaby stekelig. 'Hoe...'
'Maar dat is nog niet alles,' viel papa haar in de rede. Je raadt nooit wat die briljante meneer Clusjes heeft gedaan met zoiets simpels, alledaags als een bril. Nou, raad eens?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 22. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 22. Alle posts tonen
woensdag 19 februari 2014
maandag 17 februari 2014
Mama zegt 'Hum'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Papa maakte een raar geluidje met zijn neus. Een soort ingehouden proestlach was het, die tegelijkertijd klonk als een soort terechtwijzing: tsk tsk, domme Kwetter!
Zelf maakte ik misschien ook wel zo'n soort geluidje, maar mama zei: 'Oh Kwettertje-lief toch, weet je niet wie meneer Clusjes is? Mijn lieve kind, hoe is dat mogelijk? Iedereen weet wie meneer Clusjes is. Hij is de belangrijkste man van de afgelopen vijftig jaar! Hij heeft onze wereld voorgoed veranderd!'
'Kan wel wezen,' zei Gaby, 'maar ik heb ook nog nooit van hem gehoord, toevallig.' Die lieve Gaby wilde het voor Kwetter opnemen,maar het enige resultaat was dat ze zelf voor joker stond.
Ik proestte hardop, dit keer, en mama zei streng: 'Luister eens, jongedame, Kwetter komt uit het oerwoud van Boegoe-Boegoe. Dat zij niet van Clusjes gehoord heeft, daar kan ze niets aan doen. Clusjes is een man van de beschaafde wereld.'
'Sterker nog,' zei papa, 'Clusjes is de beschaafde wereld. Zonder hem zou...'
'Jajaja,' zei mama ongeduldig. 'Ik was nog niet klaar, schat. Dat Kwetter hem niet kent, kan niemand haar kwalijk nemen. Maar dat jij niet weet wie Clusjes is, is een ernstig gebrek in je algemene ontwikkeling.'
'Dat geloof ik meteen,' zei Gaby poeslief. Ze glimlachte op een manier die mij niets beviel. Ze glimlachte zoals mama dat soms kan doen. Haar poezenglimlach, noem ik dat, want alleen een poes kan zo tevreden kijken en tegelijkertijd zo gemeen. 'En dat gebrek aan ontwikkeling,' ging ze verder, 'is ongetwijfeld de schuld van mijn school. Die hebben mij niet goed lesgegeven. Sterker nog, ze hebben mij helemaal niet lesgegeven, want ik heb al twee jaar lang geen schoolgebouw meer van binnen gezien. Omdat wij altijd op de vlucht zijn, omdat er iemand zo nodig de terrorist moest uithangen. Daarom krijg ik tegenwoordig geen les van een juf of een meester, maar van iemand anders. Van wie was dat ook weer?'
'Hum,' deed mama. Even keek ze heel beteuterd. Daarna opende ze vastberaden haar mond, alsof ze iets wilde gaan zeggen, maar ze bedacht zich en zweeg.
Ik klapte traag en zachtjes in mijn handen. Het is niet makkelijk, om mama zo klem te praten dat ze haar mond houdt.
'Hum,' zei mama nog eens. 'Jouw, eh, jouw redenering zit zo vol gaten dat ik niet weet waar ik moet beginnen met, eh, nou ja...' Ze wendde zich naar papa. 'Schat, leg jij de kinderen maar even uit wie meneer Clusjes is. Jij weet daar meer van dan ik.'
Okee dan. Ze was echt in de war.
'Goed,' zei papa. 'Daar gaat-ie. Meneer Clusjes, meiden, is een genie. Hij maakt computers. De beste en mooiste computers die er zijn. Kom maar eens mee naar mijn kamer.' We volgden hem nieuwsgierig. 'Kijk eens naar mijn computer? Zie je dat merkje?'
Ja, dat zagen we natuurlijk wel. In lichtgroene, ronde letters stond er duidelijk 'HAL'.
'Dat is het merk van meneer Clusjes,' legde papa uit. 'Als er geen HAL op staat, moet je het niet kopen. Dan is het niet goed. HAL-computers zijn de beste van allemaal. Dat vindt iedereen. Ik zal jullie eens wat spectaculairs laten zien...' Hij startte het internet op. 'Niet schrikken, hoor!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Papa maakte een raar geluidje met zijn neus. Een soort ingehouden proestlach was het, die tegelijkertijd klonk als een soort terechtwijzing: tsk tsk, domme Kwetter!
Zelf maakte ik misschien ook wel zo'n soort geluidje, maar mama zei: 'Oh Kwettertje-lief toch, weet je niet wie meneer Clusjes is? Mijn lieve kind, hoe is dat mogelijk? Iedereen weet wie meneer Clusjes is. Hij is de belangrijkste man van de afgelopen vijftig jaar! Hij heeft onze wereld voorgoed veranderd!'
'Kan wel wezen,' zei Gaby, 'maar ik heb ook nog nooit van hem gehoord, toevallig.' Die lieve Gaby wilde het voor Kwetter opnemen,maar het enige resultaat was dat ze zelf voor joker stond.
Ik proestte hardop, dit keer, en mama zei streng: 'Luister eens, jongedame, Kwetter komt uit het oerwoud van Boegoe-Boegoe. Dat zij niet van Clusjes gehoord heeft, daar kan ze niets aan doen. Clusjes is een man van de beschaafde wereld.'
'Sterker nog,' zei papa, 'Clusjes is de beschaafde wereld. Zonder hem zou...'
'Jajaja,' zei mama ongeduldig. 'Ik was nog niet klaar, schat. Dat Kwetter hem niet kent, kan niemand haar kwalijk nemen. Maar dat jij niet weet wie Clusjes is, is een ernstig gebrek in je algemene ontwikkeling.'
'Dat geloof ik meteen,' zei Gaby poeslief. Ze glimlachte op een manier die mij niets beviel. Ze glimlachte zoals mama dat soms kan doen. Haar poezenglimlach, noem ik dat, want alleen een poes kan zo tevreden kijken en tegelijkertijd zo gemeen. 'En dat gebrek aan ontwikkeling,' ging ze verder, 'is ongetwijfeld de schuld van mijn school. Die hebben mij niet goed lesgegeven. Sterker nog, ze hebben mij helemaal niet lesgegeven, want ik heb al twee jaar lang geen schoolgebouw meer van binnen gezien. Omdat wij altijd op de vlucht zijn, omdat er iemand zo nodig de terrorist moest uithangen. Daarom krijg ik tegenwoordig geen les van een juf of een meester, maar van iemand anders. Van wie was dat ook weer?'
'Hum,' deed mama. Even keek ze heel beteuterd. Daarna opende ze vastberaden haar mond, alsof ze iets wilde gaan zeggen, maar ze bedacht zich en zweeg.
Ik klapte traag en zachtjes in mijn handen. Het is niet makkelijk, om mama zo klem te praten dat ze haar mond houdt.
'Hum,' zei mama nog eens. 'Jouw, eh, jouw redenering zit zo vol gaten dat ik niet weet waar ik moet beginnen met, eh, nou ja...' Ze wendde zich naar papa. 'Schat, leg jij de kinderen maar even uit wie meneer Clusjes is. Jij weet daar meer van dan ik.'
Okee dan. Ze was echt in de war.
'Goed,' zei papa. 'Daar gaat-ie. Meneer Clusjes, meiden, is een genie. Hij maakt computers. De beste en mooiste computers die er zijn. Kom maar eens mee naar mijn kamer.' We volgden hem nieuwsgierig. 'Kijk eens naar mijn computer? Zie je dat merkje?'
Ja, dat zagen we natuurlijk wel. In lichtgroene, ronde letters stond er duidelijk 'HAL'.
'Dat is het merk van meneer Clusjes,' legde papa uit. 'Als er geen HAL op staat, moet je het niet kopen. Dan is het niet goed. HAL-computers zijn de beste van allemaal. Dat vindt iedereen. Ik zal jullie eens wat spectaculairs laten zien...' Hij startte het internet op. 'Niet schrikken, hoor!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 31 oktober 2012
De verkeerde stukjes
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Wat is er?'vroeg ik. 'Ken je die meneer? Is dat weer een van de schurken die je van vroeger kent? Zo'n vriend van meneer Dogger?'
'Nee,' zei papa. 'dat niet.'
'Wat is het dan wel?' vroeg Michael zich verwonderd af. 'Ik dacht net: die meneer hoort zeker bij dat kerkje, wat fijn voor papa, nou heeft-ie iemand om mee over de bijbel te praten. En als die meneer ons uitnodigt voor het eten, gaan we vast bidden. Dat vind jij toch fijn?'
Misschien moet ik dat even uitleggen. Papa houdt erg van bidden voor het eten. Mama niet. Ze vindt het zonde van de tijd. 'Ga jij maar lekker bidden, schat,' zegt ze soms. 'Wij beginnen vast. Nu is het nog warm.' Maar papa vindt bidden alleen leuk als we het met z'n allen tegelijk doen.
Daarom is het voor papa fijn als we gaan eten bij mensen, die ook van bidden houden. Want als we ergens te gast zijn, vindt mama dat we ons moeten aanpassen. Als de gastheer bidt doen wij dat dus ook. Zelfs als de gastheer met eten spuugt, moeten wij mee-spugen. Serieus. Dat maakt eten in, bijvoorbeeld, Boegoe-Boegoe (waar de tafelmanieren heel anders zijn dan bij ons) tot een wonderlijke en onsmakelijke onderneming.
'Bidden is goed,' zei papa wrang. 'Maar als die meneer met jullie over de bijbel wil praten stop je je vingers in je oren. Ik meen het. Vingers erin, zonder aarzelen. Begrepen?'
Michael en ik keken elkaar aan. Hier konden wij geen touw aan vastknopen.
Mama moest lachen om onze verwarring. 'Wat jullie moeten begrijpen, lieverds, is dit: de bijbel is een heel mooi en belangrijk boek. Het is ook een gróót boek. Er staat heel veel in. Zóveel zelfs, dat je het nooit allemaal tegelijk kunt geloven. Iedereen kiest er daarom een paar stukjes uit die ze belangrijk vinden. Helaas kiest niet iedereen dezelfde stukjes, en de ruzies daarover kunnen behoorlijk hoog oplopen. Nu heeft jullie papa - want Eduard is heel knap in die dingen - meteen al gezien dat deze meneer in de verkeerde stukjes van de bijbel gelooft. Zeg ik het zo goed, schat?'
'Min of meer,' zuchtte papa. 'Min of meer wel, ja.'
Terwijl wij zo stonden te babbelen kwam de meneer uit zijn hangmat. Hij was groot en gespierd, met een gezicht dat knal-bruin was van de zon. Zijn haar was kort en blond en hij had een wilde baard.
'Nee maar,'riep hij blij verrast. Hij had een luide, diepe stem. 'Bezoek. Dat krijgen we hier niet vaak. Bleekgezichten nog wel - dat is al helemáál zeldzaam. Hoewel, bleekgezichten? Er is ook een knal-oranje koter bij, zie ik. Kijk, kijk. Dat heb ik nou nog nooit eerder gezien. Dit gaat een interessante middag worden. Mooi, mooi. Wilt u iets drinken? Koffie? Thee? Voor de koters iets zoets, denk ik - Thee-met suiker? Mango-limonade?'
'Limonade graag,' zeiden wij.
'En limonade wordt het!' baste de man. 'Ik heet Willem, trouwens. En jullie?'
'Gaby,' zei ik. 'En dat is Michael en dat is Kwetter.'
De man lachte hard en aanstekelijk. 'Gaby, he? Afkorting voor Gabrielle, zeker? Haha! Gabriël en Michaël - staan daar zomaar twee aarts-engelen voor mijn neus! Nou, nou. Dat overkomt me al helemaal niet elke dag. Kom mee, kom mee. Lekker de schaduw in!'
Zonder op antwoord te wachten nam hij ons bij de schouders - zijn handen waren reusachtig groot - en troonde ons mee naar zijn hangmat.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Wat is er?'vroeg ik. 'Ken je die meneer? Is dat weer een van de schurken die je van vroeger kent? Zo'n vriend van meneer Dogger?'
'Nee,' zei papa. 'dat niet.'
'Wat is het dan wel?' vroeg Michael zich verwonderd af. 'Ik dacht net: die meneer hoort zeker bij dat kerkje, wat fijn voor papa, nou heeft-ie iemand om mee over de bijbel te praten. En als die meneer ons uitnodigt voor het eten, gaan we vast bidden. Dat vind jij toch fijn?'
Misschien moet ik dat even uitleggen. Papa houdt erg van bidden voor het eten. Mama niet. Ze vindt het zonde van de tijd. 'Ga jij maar lekker bidden, schat,' zegt ze soms. 'Wij beginnen vast. Nu is het nog warm.' Maar papa vindt bidden alleen leuk als we het met z'n allen tegelijk doen.
Daarom is het voor papa fijn als we gaan eten bij mensen, die ook van bidden houden. Want als we ergens te gast zijn, vindt mama dat we ons moeten aanpassen. Als de gastheer bidt doen wij dat dus ook. Zelfs als de gastheer met eten spuugt, moeten wij mee-spugen. Serieus. Dat maakt eten in, bijvoorbeeld, Boegoe-Boegoe (waar de tafelmanieren heel anders zijn dan bij ons) tot een wonderlijke en onsmakelijke onderneming.
'Bidden is goed,' zei papa wrang. 'Maar als die meneer met jullie over de bijbel wil praten stop je je vingers in je oren. Ik meen het. Vingers erin, zonder aarzelen. Begrepen?'
Michael en ik keken elkaar aan. Hier konden wij geen touw aan vastknopen.
Mama moest lachen om onze verwarring. 'Wat jullie moeten begrijpen, lieverds, is dit: de bijbel is een heel mooi en belangrijk boek. Het is ook een gróót boek. Er staat heel veel in. Zóveel zelfs, dat je het nooit allemaal tegelijk kunt geloven. Iedereen kiest er daarom een paar stukjes uit die ze belangrijk vinden. Helaas kiest niet iedereen dezelfde stukjes, en de ruzies daarover kunnen behoorlijk hoog oplopen. Nu heeft jullie papa - want Eduard is heel knap in die dingen - meteen al gezien dat deze meneer in de verkeerde stukjes van de bijbel gelooft. Zeg ik het zo goed, schat?'
'Min of meer,' zuchtte papa. 'Min of meer wel, ja.'
Terwijl wij zo stonden te babbelen kwam de meneer uit zijn hangmat. Hij was groot en gespierd, met een gezicht dat knal-bruin was van de zon. Zijn haar was kort en blond en hij had een wilde baard.
'Nee maar,'riep hij blij verrast. Hij had een luide, diepe stem. 'Bezoek. Dat krijgen we hier niet vaak. Bleekgezichten nog wel - dat is al helemáál zeldzaam. Hoewel, bleekgezichten? Er is ook een knal-oranje koter bij, zie ik. Kijk, kijk. Dat heb ik nou nog nooit eerder gezien. Dit gaat een interessante middag worden. Mooi, mooi. Wilt u iets drinken? Koffie? Thee? Voor de koters iets zoets, denk ik - Thee-met suiker? Mango-limonade?'
'Limonade graag,' zeiden wij.
'En limonade wordt het!' baste de man. 'Ik heet Willem, trouwens. En jullie?'
'Gaby,' zei ik. 'En dat is Michael en dat is Kwetter.'
De man lachte hard en aanstekelijk. 'Gaby, he? Afkorting voor Gabrielle, zeker? Haha! Gabriël en Michaël - staan daar zomaar twee aarts-engelen voor mijn neus! Nou, nou. Dat overkomt me al helemaal niet elke dag. Kom mee, kom mee. Lekker de schaduw in!'
Zonder op antwoord te wachten nam hij ons bij de schouders - zijn handen waren reusachtig groot - en troonde ons mee naar zijn hangmat.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 9 maart 2012
Mama doet raar
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ieder half-kokosnootje vol water moest met gevaar voor eigen leven tussen de alligators vandaan worden geschept, waarna je tot bovenin een boom moest klimmen zonder te morsen. Vervolgens moest dat water naar het brandende lab worden gegooid, en eigenlijk moest ieder druppeltje recht op een vlam terecht komen. Al snel zagen we in dat het lab niet meer te redden was, en probeerden we alleen nog maar te voorkomen dat de brand naar andere bomen oversloeg.
Dat lukte wonderwel, en na een paar uur was het gevaar voorbij. Van het lab was alleen nog een grote, geblakerde stomp over, die uit de grond oprees als een gigantische rotte kies.
Papa, die al lang door Gaby gered was en die aan het grootste deel van het bluswerk had meegeholpen, vroeg aan mama wat er nou eigenlijk mis was gegaan.
'Oh niks,' zei mama monter, 'Het ging juist hartstikke goed. Ik dacht: laat ik makkelijk beginnen, en wat zuiver koolstof proberen te maken. Dat ontploft weliswaar niet, maar het brandt goed want het is gewoon houtskool. Makkelijk te maken, joh! En het fikt fantastisch. Iets té fantastisch, zelfs. Ik heb een nieuw laboratorium nodig, ben ik bang.'
'Tja,' zei papa en hij keek naar de verbrande stomp. 'In ieder geval heb je voorlopig koolstof genoeg, hoop ik. Dat is tenminste iets. Maar een nieuw laboratorium, daar hebben we helemaal geen tijd voor. Hakmaranman is door de bergen gebroken, en zijn mannen kunnen ieder moment beginnen de eerste bomen neer te halen!'
'Oh,' zei mijn moeder, 'dan hebben we nog wel een paar dagen de tijd. Hoe ver is hij bij ons vandaan?'
'Ongeveer een uurtje zwieren,' zei ik.
'Nou, kijk eens aan,' zei mama tevreden. 'Dan hebben we nog wel een week. Want die houthakkers zwieren niet. Die hakken. En dat gaat een stuk langzamer.'
'Dat is natuurlijk waar,' zei mijn vader opgelucht. 'Want ze moeten niet alleen hakken, ze moeten ook nog knokken met de alligators, en een weg aanleggen, en alle bomen op vrachtwagens laden, en...'
'En we moeten geen tijd verspillen met gebabbel,' zei mama. 'Aan de slag.'
Aan de slag gingen we, en nog voor de dag om was hadden we het nieuwe laboratorium af. Dat kwam vooral door de hulp van de Boegoenezen. Die werkten als bezetenen.
Ze begrijpen dat ze in gevaar zijn, dacht ik.
Maar Kwetter vertelde dat ze gewoon haast hadden, want ze moesten nog naar een verjaardagsfeestje.
'Maar wij gaat niet naar het feestje,' zei Kwetter tevreden. 'Wij gaat mama helpen de boemen te maken.
'Ja-a,' zei mama. Haar stem klonk raar, zoals hij nog nooit geklonken had. En ze keek ook een beetje vreemd.
'Wat is er met haar?' vroeg Gaby aan papa.
'Geen idee, meidje. Ze kijkt raar – het doet me ergens aan denken, maar aan wat? Ik heb haar eerder zo gezien, maar wanneer? Oh ja! Nu weet ik het weer! Het was op de avond dat ik haar ten huwelijk vroeg – hoe kan ik dat nou vergeten? Jongens,' zei hij plechtig, 'jullie moeder twijfelt. Ze is onzeker. Dit moment moeten we voor altijd onthouden, want zoiets zullen we nooit meer zien.'
'Waar twijfel je dan aan, mam?'
'Oh lieverds,' zuchtte mama. 'Er is een hele dag voorbij, en een laboratorium verwoest, en ik heb alleen nog maar wat houtskool! Ik heb geen idee waar ik de andere spullen vandaan moet halen. Ik...' ze zuchtte weer, 'ik weet niet of ik dit wel kan!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ieder half-kokosnootje vol water moest met gevaar voor eigen leven tussen de alligators vandaan worden geschept, waarna je tot bovenin een boom moest klimmen zonder te morsen. Vervolgens moest dat water naar het brandende lab worden gegooid, en eigenlijk moest ieder druppeltje recht op een vlam terecht komen. Al snel zagen we in dat het lab niet meer te redden was, en probeerden we alleen nog maar te voorkomen dat de brand naar andere bomen oversloeg.
Dat lukte wonderwel, en na een paar uur was het gevaar voorbij. Van het lab was alleen nog een grote, geblakerde stomp over, die uit de grond oprees als een gigantische rotte kies.
Papa, die al lang door Gaby gered was en die aan het grootste deel van het bluswerk had meegeholpen, vroeg aan mama wat er nou eigenlijk mis was gegaan.
'Oh niks,' zei mama monter, 'Het ging juist hartstikke goed. Ik dacht: laat ik makkelijk beginnen, en wat zuiver koolstof proberen te maken. Dat ontploft weliswaar niet, maar het brandt goed want het is gewoon houtskool. Makkelijk te maken, joh! En het fikt fantastisch. Iets té fantastisch, zelfs. Ik heb een nieuw laboratorium nodig, ben ik bang.'
'Tja,' zei papa en hij keek naar de verbrande stomp. 'In ieder geval heb je voorlopig koolstof genoeg, hoop ik. Dat is tenminste iets. Maar een nieuw laboratorium, daar hebben we helemaal geen tijd voor. Hakmaranman is door de bergen gebroken, en zijn mannen kunnen ieder moment beginnen de eerste bomen neer te halen!'
'Oh,' zei mijn moeder, 'dan hebben we nog wel een paar dagen de tijd. Hoe ver is hij bij ons vandaan?'
'Ongeveer een uurtje zwieren,' zei ik.
'Nou, kijk eens aan,' zei mama tevreden. 'Dan hebben we nog wel een week. Want die houthakkers zwieren niet. Die hakken. En dat gaat een stuk langzamer.'
'Dat is natuurlijk waar,' zei mijn vader opgelucht. 'Want ze moeten niet alleen hakken, ze moeten ook nog knokken met de alligators, en een weg aanleggen, en alle bomen op vrachtwagens laden, en...'
'En we moeten geen tijd verspillen met gebabbel,' zei mama. 'Aan de slag.'
Aan de slag gingen we, en nog voor de dag om was hadden we het nieuwe laboratorium af. Dat kwam vooral door de hulp van de Boegoenezen. Die werkten als bezetenen.
Ze begrijpen dat ze in gevaar zijn, dacht ik.
Maar Kwetter vertelde dat ze gewoon haast hadden, want ze moesten nog naar een verjaardagsfeestje.
'Maar wij gaat niet naar het feestje,' zei Kwetter tevreden. 'Wij gaat mama helpen de boemen te maken.
'Ja-a,' zei mama. Haar stem klonk raar, zoals hij nog nooit geklonken had. En ze keek ook een beetje vreemd.
'Wat is er met haar?' vroeg Gaby aan papa.
'Geen idee, meidje. Ze kijkt raar – het doet me ergens aan denken, maar aan wat? Ik heb haar eerder zo gezien, maar wanneer? Oh ja! Nu weet ik het weer! Het was op de avond dat ik haar ten huwelijk vroeg – hoe kan ik dat nou vergeten? Jongens,' zei hij plechtig, 'jullie moeder twijfelt. Ze is onzeker. Dit moment moeten we voor altijd onthouden, want zoiets zullen we nooit meer zien.'
'Waar twijfel je dan aan, mam?'
'Oh lieverds,' zuchtte mama. 'Er is een hele dag voorbij, en een laboratorium verwoest, en ik heb alleen nog maar wat houtskool! Ik heb geen idee waar ik de andere spullen vandaan moet halen. Ik...' ze zuchtte weer, 'ik weet niet of ik dit wel kan!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)