Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 41. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 41. Alle posts tonen

vrijdag 4 april 2014

De plee zegt ping

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'U kunt beter vragen: waar is hier géén computer,' ging hij verder. 'Ik kan u het antwoord alvast wel verklappen: er is geen computer in de open haard. Vuurvaste computers, die heeft zelfs meneer Clusjes nog niet kunnen maken. Dat wil zeggen, hij kan ze wel maken maar we hebben nog geen manier gevonden om ze te bedienen. Mensen hebben nu eenmaal geen vuurvaste vingers. Zo gaat dat wel vaker. Wij kunnen alles ontwerpen, maar de mensen zijn niet goed genoeg om onze spullen te gebruiken. Als meneer Clusjes de mensen had ontworpen, zouden ze veel beter doordacht in elkaar zitten. Zeker weten!'
Kwetter, die intussen een grote puinhoop van kussens en stoelen en dekbedden had gemaakt, riep vanuit haar hut: 'Er bent de hele tijd reclamefilmpjes op dit dekbed! Kunt die ook uit? En deze stoel zeurt de hele tijd om een wachtwoord.'
'Ja, is het niet geweldig?' kirde Fitz. 'Wacht even, ik zal je eens wat moois laten zien.' Hij liet zich op handen en knieën zakken en schuifelde de hut in.
Plotseling deed het vloerkleed 'ping'.
Het lichtte op als een beeldscherm en zei: 'Welkom, Onbekende Gebruiker.'
'Oeps,' zei Fitz. 'Dat deed ik, geloof ik. Ik zet 'm weer even uit, dan kunnen jullie straks op je gemak...'
Hij wreef over het vloerkleed.
'Bent u op zoek naar een vriendinnetje?' vroeg het vloerkleed beleefd.
'Nee. Ja. Eh, nu even niet,' zei Fitz. 'Ik wreef de verkeerde kant op geloof ik. Ik moet...' Hij wreef woest de andere kant op. Zo woest, dat er een stoel omviel.
De stoel ging aan en vertoonde een filmpje van een niezende panda.
Helaas stond het geluid nogal hard. De nies van de panda schalde op orkaankracht door de kamer.
Papa schok zich een hoedje en deed een stap achteruit. Daarbij raakte hij de koelkast aan. En je raadt het al: de koelkast begon een muziekje te spelen.
En niet zomaar een muziekje!
Nee, dit was het beginmuziekje van Militair Moordkommando III, één van mijn favoriete spelletjes.
'Yesss,' riep ik, en ik holde naar de koelkast.
Blijkbaar was heel hard 'Yes' roepen de manier om de computers in de tafel, de plee en de badkamerspiegel te activeren. De tafel werd een startscherm voor internet, de spiegel vertoonde een filmpje van blote mensen en de plee zei alleen maar 'ping'.
'Ik zet ze wel weer uit hoor,' riep Fitz vanuit de hut.
'Eerst de spiegel,' commandeerde mama streng. 'En héél snel, anders zwaait er wat.'
Zo snel hij kon rende Fitz naar de badkamer.
In zijn haast activeerde hij per ongeluk de computers in de badkamerdeur, de muur en de wastafel.
Het duurde wel een kwartier voordat alle computers weer uit stonden.
Alle behalve de koelkast dan natuurlijk, want ik was druk bezig met het uitmoorden van een bataljon tegenstanders.
'Hou alsjeblieft op met dat afschuwelijke spel,' zei papa.
'Inderdaad,' zei mama. 'Die knal, moest dat een ontploffing van TNT voorstellen? Ver-schrik-ke-lijk! Het lijkt er niet op.'
Op dat moment werd er aan de deur geklopt.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 17 december 2012

Een supergeheime spion zonder bankrekening

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Aan de andere kant van de deuren was een groot kantoor. Het was, in tegenstelling tot wat ik verwachtte, niet heel erg duur of luxe ingericht. Niet heel veel goud of marmer. Niet overal zachte banken of kistjes met dure sigaren. Geen schilderijen aan de muur, geen foto's van meneer Cockel zelf. Alleen een bureau met een computer en een vulpen erop. Maar alle muren, en het plafond, waren helemaal van glas, zodat je alles kon zien. De blauwe hemel. De stad Jalsk, de Parel van Zuid-Mallotië, en het land eromheen, tot aan een blauwe schittering in de verte waar de zee lag. Dit was de hoogste verdieping van het hoogste gebouw van de stad; wie hier achter zijn bureau zat, wist dat hij de hoogste baas was van het hele land, machtiger zelfs dan de Sultan. Die voelde zich zo hoog als God. En dat is een luxe die je voor geld niet kunt kopen. Behalve dan voor heel, heel veel geld.
Achter het bureau zat meneer Cockel. Achter meneer Cockel stonden twee enorm grote kerels. Ze zagen er allebei uit alsof ze zonder moeite een gorilla in de knoop konden leggen. Zonder te bewegen stonden ze daar, ze keken niet naar ons of naar de journalist. Ook niet naar meneer Cockel. Ze keken nergens naar. Als ze robots waren geweest, zou je zeggen dat ze uit stonden.
Meneer Cockel was druk aan het werk op zijn computer.
Mama drukt snel op het liftknopje voor 'omlaag'.
Er gebeurde niets.
Ze drukte nog eens, en nog eens.
'Ik vrees dat dat geen zin heeft, mevrouw,' zei Cockel zonder op te kijken. 'Die knopjes doen helemaal niets. De lift werkt op afstandsbediening.'
'Waarom zitten ze er dan!?' riep mijn moeder verontwaardigd.
'Dat doet er niet toe,' zei Cockel. 'Mijn tijd is kostbaar. Ik ga niet over knopjes babbelen.' Voor het eerst keek hij op van zijn computer. 'Ik wilde alleen maar even zeker weten dat u het echt was. Welnu, u bent het echt. Knap werk, meneer de Moeflon. Geeft u, als u straks naar buiten gaat, uw bankrekeningnummer maar aan de portier. Dan wordt uw beloning binnen drie dagen op uw rekening gestort.'
'Liever niet,' zei de journalist, die kennelijk De Moeflon heette. 'Ik word altijd contant betaald. Een supergeheime spion met een bankrekening, dat bestaat niet.'
Meneer Cockel en papa schudden allebei hun hoofd.
'Ouderwets,' mompelde meneer Cockel.
'Amateur,' schamperde papa.
'Kom kom, meneer Laarmans,' glimlachte de Moeflon. 'U weet drommels goed dat geld niet veilig is, wanneer het op een bank staat. U doet niks anders dan via de computer banken leegplunderen. Maar zelfs het grootste genie ter wereld kan geen cent niet uit mijn broekzak computeren, zeg ik altijd maar.'
Meneer Cockel haalde een dikke stapel briefgeld uit zijn bureau en gooide het naar de Moeflon. Die ving het behendig op en telde het na.
Cockel keek naar ons. 'Staat u nou nog steeds in die lift?' vroeg hij streng. 'Komt u binnen!'
'Liever niet,' zei mama. 'Wij staan hier uitstekend.'
Cockel zuchtte. 'Zoals u wilt,' zei hij. 'Ik kan u niet dwingen.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 25 april 2012

Als ordinaire koebeesten

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik hing tussen de twee grote, sterke houthakkers in die voor de deur op wacht hadden gestaan. Ze hielden me ieder bij een arm.
'Goed werk, jongens,' zei Hakmaranman. 'Gooi 'm maar weer naar binnen.'
'Gooi maar lekker hard!' riep Smek.
Dat deden ze.
Nét naast het superzachte bankstel.
Au.
'En dan nu,' zei Smek, 'mjamburger-tijd!'
'Hoho,' zei Hakmaranman, 'wacht eens even. Als dit inderdaad die terroristenkindjes zijn, dan staat er toch een prijs op hun hoofd? Tienduizend per kind, dacht ik. Samen dus twintig briefjes van duizend. Da's beter verdienen dan mjamburgers, waar of niet?'
'Daar gaat het niet om,' gromde Smek. 'Die smeerlapjes hebben mijn fabriek tot op de grond...'
'Smeerlapjes?' riep ik verontwaardigd. 'Wie doet er hier kinderen door de Mjamburgers? Dát is pas een smerige schurkenstreek!'
'Ja,' kreunde Gaby vanaf de vloer.
'Waar het om gaat,' snauwde Smek, 'is dat ik ze persoonlijk in kleine stukjes wil hakken. Heel, heel kleine stukjes. Dat vind ik namelijk leuk. Want zij hebben mijn spullen kapotgemaakt en eigen schuld is dikke bult. En eerlijk is eerlijk.'
'Eerlijk?' snoof ik. 'Wat is er eerlijk aan als je...'
'Snap ik wel,' zei Hakmaranman op sussende toon tegen Smek. Hij deed gewoon alsof hij me niet hoorde. Alsof ik niet bestond! Hij klopte Smek op zijn schouder en vervolgde: 'Snap ik heus wel. Maar bekijk het eens van mijn kant, wil je? Alles zit tegen, sinds we in dit rotland zijn aangekomen. We hebben een hele dag geknokt met een bende woeste krokodillen en nog geen stuiver winst gemaakt.'
'Al die krokodillehuiden,..' begon Smek.
'Nauwelijks genoeg voor de onkosten.' Hakmaranman maakte een paar vegende bewegingen met zijn hand. Alsof hij letterlijk Smek's argument van tafel veegde. 'En nu duiken er, aan het eind van deze ellendige en onwinstgevende dag, opeens twee kinderen op die hartstikke veel geld op kunnen brengen, zodat ik nét een beetje winst heb, en nou wil jij die dure kinderen weggooien! Ik snap het wel, maar ja, jouw wraakzucht gaat mij wel mooi tienduizend ballen kosten.'
'Okee,' gromde Smek, 'als jij dan echt alleen maar aan geld kunt denken, dan geef ik je toch gewoon geld? Tienduizend, als ik ze in de Majmburger-maak-machine mag gooien.'
'Hè hè, we zijn d'r uit!' grijnsde Hakmaranman. Hij knorde bijna van tevredenheid. 'Was dat nou zo moeilijk? Voor tienduizend mag je met ze doen wat je wilt, wat mij betreft.'
'Hee!' riep ik. 'Worden mijn zusje en ik nou verhandeld als ordinaire koe-beesten? Begrijp ik dat goed?'
Ze reageerden niet eens. Alsof ik echt niet weer was dan een loeiend kalfje.
'Moet ik ze nu meteen naar je machine brengen?' vroeg Hakmaranman.
'Ja, graag,' knikte Smek opgelucht. 'Anders ontsnappen ze vast weer. Die kinderen zijn duivels, let op mijn woorden.'
'Nou,' lachte Hakmaranman, 'deze keer zijn ze in mijn handen gevallen. En daaruit zullen ze niet ontsnappen!'
Op dat moment klonk er een vreselijk lawaai bij de deur van de container.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE