BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Het was meneer Clusjes.
'Hallo jongens,' zei hij. 'Bevalt de kamer een beetje? Mooi. Ik kwam eigenlijk... hee, Fitz! Wat doe jij hier nog?'
'Ik help de familie Laarmans even met het uizetten van de computers.'
'Wat een onzin!' riep meneer Clusjes. 'Computers moet je juist áánzetten!'
'Dáár hebben we niet echt hulp bij nodig,' zei papa droog.
Fitz holde zo haastig naar zijn baas toe dat het vloerkleed weer aan ging. Het wilde nog steeds weten of wij op zoek waren naar een vriendinnetje.
'Nee,' snauwde papa. 'Maar nu je toch aan staat: we willen wel iets te eten.'
'Wat wilt u over fietsen weten?' vroeg het vloerkleed.
'Ach, hou je smoel,' zei papa boos
'Bedoelde u: houten stoel? Ik geef de resultaten voor: fietsen met houten stoel. Uw vraagt heeft 1 resultaat opgeleverd, getiteld Man Slaat Fietsen Kapot Met Houten Stoel Bekijk Hier Het Filmpje.'
'Lijkt me lachen,' zei ik. 'Laat eens zien?'
'Nee!' brulde papa, en hij stampte net zo lang op het vloerkleed tot het uit ging.
Meneer Clusjes bulderde van het lachen.
'Ja, zo gaat dat,' grijnsde hij. 'Mensen van uw leeftijd snappen computers niet meer.'
'Puh,' deed papa. 'U bent ouder dan ik.'
'Maar ik ben jong van geest. Okee. Ik kwam eigenlijk Josephine halen. We moeten haar BOF-praatje even oefenen.'
'We wilden eigenlijk net iets gaan eten,' zei papa.
Clusjes haalde zijn schouders op. 'Nou, dan gáát u toch eten? Ik houd u niet tegen! Maar Josephine komt met mij mee. Er kan gewerkt worden! Dan moet je niet gaan zitten eten. Anders bereik je nooit de top!'
'Ja schat,' zei mama, 'gaan jullie maar even wat eten of zo. Ik kom strakjes wel!' Ze verdween, samen met Clusjes. Fitz drentelde achter hen aan als een hondje. Een nogal bleek en peer-vormig hondje.
'Nou ja, ' zei Gaby, 'laten wij dan maar wat te eten bestellen.
Het kostte ons een kwartiertje experimenteren, maar toen hadden we een eetkamerstoel zo ver dat onze bestelling door kon geven.
We bestelden pizza's.
Mama's lievelings-pizza's, de hele hele dure die je alleen kon krijgen in een speciaal restaurantje bij ons in de stad. Die hadden ze hier ook. Niet precies dezelfde, want zulke hele hele dure pizza's hebben altijd een Geheim Recept, maar ze waren net zo duur en net zo luxe, dus mama zou ze wel lusten, dachten wij. We bestelden er voor haar ook alvast één. Haar lievelings, met oesters en Japanse Kogelvis. Daar zou ze wel blij mee zijn, als ze zo dadelijk terugkwam van het oefenen!
Maar ze kwam niet terug.
Urenlang niet.
Toen Gaby en Kwetter en ik naar bed gingen, elk in onze eigen slaapkamer, was ze er nog altijd niet.
Midden in de nacht werd ik wakker, omdat ik even naar het wc moest.
Tijdens mijn plas ging opeens de spiegel aan aan hup, daar had je het filmpje met de blote mensen weer. Het was een reuze interessant filmpje, daar niet van, maar het geluid stond zo hard dat ik bang was dat mama er wakker van zou worden Dus ik deed mijn uiterste best om de spiegel weer uit te krijgen.
Gaby en Kwetter werden wakker van de herrie en kwamen met slaperige ogen kijken wat er aan de hand was.
'Niks,' zei ik. 'Ga maar weer slapen. En doe een beetje stil, anders wordt mama wakker.'
'Daar hoeft jij niet bang voor te zijn,' zei Kwetter. 'Wij bent net wezen kijken. Mama ligt niet in haar bedje. Mama bent nog altijd weg.'
'Dat bevalt me niks,' zei ik.
Gaby keek me aan. 'Oh nee, niks d'r van' zei ze. 'Als je het maar laat. En ik ga niet mee.'
'Jawel,' zei ik. 'We gaan haar zoeken.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 42. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 42. Alle posts tonen
maandag 7 april 2014
woensdag 19 december 2012
Zo normaal dat het eng is
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij boog zich weer over zijn computer en ging aan het werk, alsof wij er helemaal niet waren.
Mama drukte nog een paar keer op de knopjes van de lift, maar er gebeurde niets.
Wat nu?
We stonden hier eigenlijk een beetje voor joker. De Moeflon had een enorme smak geld gekregen om ons hier te brengen, en nu deed Cockel alsof we er niet eens waren. Ik snapte er niets meer van.
'Ahum,' kuchte de Moeflon.
In zijn hand zagen we iets wat er eerder niet was geweest. Een pistool.
Het was maar een klein, smal pistooltje. Helemaal niet het soort pistool dat bedoeld is om mensen mee bang te maken. Meer het soort dat bedoeld is om in je jaszak te dragen zonder dat iemand het merkt, en dan op een onverwacht moment mensen dood te schieten.
'Stapt u de lift maar uit,' zei hij vriendelijk.
Ik heb wel eens een maniak in de ogen gekeken, die mij met een kettingzaag in plakjes wilde hakken. Dat was best wel eng. Ook was er een keer een wapenfabrikant, die zijn bazooka op me wilde uitproberen. Was ook geen pretje.
Maar voor dit wezelige mannetje met zijn kleine pistooltje was ik zeker zo bang als voor die andere twee. Het enge was niet dat hij een gevaarlijke gek was, zoals die anderen. Het enge was dat hij zo normaal was. Gewoon een brave hardwerkende meneer, die zijn werk deed. Zoals een metselaar een muurtje bouwt, zo hield deze man zich bezig met misleiding en verraad. Zo gedachtenloos als een metselaar een steen vastpakt, zou dit mannetje ons neerschieten. Zonder er zelfs maar een seconde spijt van te hebben. Een metselaar heeft ook geen spijt van zijn muurtje.
Wij stapten de lift uit.
'Tot bij het bureau,' ried de Moeflon ons aan.
Wij liepen naar het bureau van meneer Cockel.
Die keek op van zijn computer.
'Ah, daar bent u dan. U heeft zich bedacht, zie ik. Mooi. Ik wilde eigenlijk alleen maar vragen: wat is nu eigenlijk uw plan? U wilt mij opblazen, dat hoeft u verder niet uit te leggen...'
'Hoho,' viel mama hem in de rede. 'Ik blaas nooit mensen op. Alleen gebouwen en spullen.'
Meneer Cockel glimlachte dunnetjes. 'Heel nobel van u. Maar ik vraag me af wat uw bedoeling is. U bent tegen vervuiling? Daar ben ik óók tegen. U vindt het zielig dat de boeren en vissers zullen omkomen van de honger, op den duur? Vind ik ook zielig. Maar weet u: op deze manier maak ik de meeste winst. En als ik het niet op deze manier doe, dan zal er iemand anders komen die het doet. Want de manier die het meeste geld oplevert is...' Hij zocht naar woorden. 'Nee, het is niet de beste manier, het is... het is de onvermijdelijke manier. Het geld, mevrouw, regeert deze wereld. Het geld maakt zijn eigen wetten, en daaraan kan niemand ontkomen. Datgene, wat het meeste geld oplevert, zal gedaan worden. Door wie dan ook. Dus wat wilt u nou eigenlijk bereiken?'
We keken allemaal naar mama.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Hij boog zich weer over zijn computer en ging aan het werk, alsof wij er helemaal niet waren.
Mama drukte nog een paar keer op de knopjes van de lift, maar er gebeurde niets.
Wat nu?
We stonden hier eigenlijk een beetje voor joker. De Moeflon had een enorme smak geld gekregen om ons hier te brengen, en nu deed Cockel alsof we er niet eens waren. Ik snapte er niets meer van.
'Ahum,' kuchte de Moeflon.
In zijn hand zagen we iets wat er eerder niet was geweest. Een pistool.
Het was maar een klein, smal pistooltje. Helemaal niet het soort pistool dat bedoeld is om mensen mee bang te maken. Meer het soort dat bedoeld is om in je jaszak te dragen zonder dat iemand het merkt, en dan op een onverwacht moment mensen dood te schieten.
'Stapt u de lift maar uit,' zei hij vriendelijk.
Ik heb wel eens een maniak in de ogen gekeken, die mij met een kettingzaag in plakjes wilde hakken. Dat was best wel eng. Ook was er een keer een wapenfabrikant, die zijn bazooka op me wilde uitproberen. Was ook geen pretje.
Maar voor dit wezelige mannetje met zijn kleine pistooltje was ik zeker zo bang als voor die andere twee. Het enge was niet dat hij een gevaarlijke gek was, zoals die anderen. Het enge was dat hij zo normaal was. Gewoon een brave hardwerkende meneer, die zijn werk deed. Zoals een metselaar een muurtje bouwt, zo hield deze man zich bezig met misleiding en verraad. Zo gedachtenloos als een metselaar een steen vastpakt, zou dit mannetje ons neerschieten. Zonder er zelfs maar een seconde spijt van te hebben. Een metselaar heeft ook geen spijt van zijn muurtje.
Wij stapten de lift uit.
'Tot bij het bureau,' ried de Moeflon ons aan.
Wij liepen naar het bureau van meneer Cockel.
Die keek op van zijn computer.
'Ah, daar bent u dan. U heeft zich bedacht, zie ik. Mooi. Ik wilde eigenlijk alleen maar vragen: wat is nu eigenlijk uw plan? U wilt mij opblazen, dat hoeft u verder niet uit te leggen...'
'Hoho,' viel mama hem in de rede. 'Ik blaas nooit mensen op. Alleen gebouwen en spullen.'
Meneer Cockel glimlachte dunnetjes. 'Heel nobel van u. Maar ik vraag me af wat uw bedoeling is. U bent tegen vervuiling? Daar ben ik óók tegen. U vindt het zielig dat de boeren en vissers zullen omkomen van de honger, op den duur? Vind ik ook zielig. Maar weet u: op deze manier maak ik de meeste winst. En als ik het niet op deze manier doe, dan zal er iemand anders komen die het doet. Want de manier die het meeste geld oplevert is...' Hij zocht naar woorden. 'Nee, het is niet de beste manier, het is... het is de onvermijdelijke manier. Het geld, mevrouw, regeert deze wereld. Het geld maakt zijn eigen wetten, en daaraan kan niemand ontkomen. Datgene, wat het meeste geld oplevert, zal gedaan worden. Door wie dan ook. Dus wat wilt u nou eigenlijk bereiken?'
We keken allemaal naar mama.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 27 april 2012
Woest, meneer, woest!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Er was geschreeuw, en gejank van kettingzagen. In alle herrie was er één woord dat telkens terugkwam: krokodil.
Waaraan je kunt zien dat de houthakkers er geen verstand van hadden, want het waren alligators.
De deur knalde open en de twee lijfwachten sprongen naar binnen. Haastig smeten ze de deur achter zich dicht en deden hem op slot. Hun gezichten waren grauw en bezweet.
'Wat is er aan de hand?' Hakmaranman's stem klonk rustig, maar niet geruststellend. Ik bedoel: een tikkende tijdbom is ook rustig. En daar ga je ook niet op je gemak tegenaan hangen om eens lekker bij te kletsen.
De houthakkers keken onzeker naar hun baas. 'Er is een krokodil in het kamp, m'neer.'
'Alligator,' mompelde Gaby op de grond, maar niemand lette op haar.
'Geeneens geen grote krokodil - maar woest, m'neer, woest! En wij maar schieten! En maar hakken! Maar we krijgen hem niet te pakken.'
Op dat moment klonk er een luide bonk tegen de ijzeren deur van de container. Alsof er een beest uit alle macht tegenaan gesprongen was. Daarna kwam er nog een bonk, en nog een. De woede van het beest galmde oorverdovend door de ijzeren kamer.
De twee houthakker krompen ineen en verstopten zich achter het bankstel.
'Hah,' deed Hakmaranman laatdunkend, 'zijn jullie nou kerels? Ik zal jullie eens wat laten zien!' Met die woorden beende hij naar de deur. Hij zette zijn zaag aan, plantte zijn poten schrap op het tapijt en trok de deur open.
De alligator, die net aan een nieuwe bonk begonnen was, vlóóg naar binnen. Tussen de benen van Hakmaranman door.
Meneer Smek sprong met een gil op de tafel. Ik balde mijn vuisten en ging tussen mijn zusje en het monster in staan. Niet dat ik het van een kwaaie alligator kan winnen, natuurlijk, maar wat moest ik anders. Gaby lag gewond op de grond, die kon zich niet redden. En als ik dit alles overleefde en terugkwam bij mama, wat moest ik dan zeggen? Dat ik haar gewoon had laten liggen?
Dat dus niet.
Dan knokte ik net zo lief met een alligator.
Maar dat was niet nodig. De alligator kwam niet eens onze kant op. Het beest richtte al zijn aandacht op meneer Hakmaranman. Het probeerde dicht bij hem te komen, zonder meteen in stukjes gezaagd te worden.
Dat lukte wonderwel. De alligator was razendsnel en kon springen en duikelen zoals ik nooit een alligator heb zien duikelen. Op een gegeven moment maakte hij zelfs een salto.
Meneer Hakmaranman was lang zo snel niet. Maar ja, hij had een kettingzaag en dat is ook wat waard. Met grote woedende halen zwaaide zijn zaag in de richting van het dier. Daarbij raakte hij van alles: tafeltjes, het luxe bankstel, zijn eigen doos met grote dikke sigaren, en bijna meneer Smek. Stukken leer, splinters hout en friemeltjes tabak vlogen door de container. Maar de alligator bleef ongedeerd. Die was telkens nét weggesprongen als de zaag ergens neerkwam.
Het was trouwens een heel klein alligatortje, zag ik nu.
En het gekke is: hij kwam een paar keer vlak bij meneer Hakmaranman – en toch beet hij die schurk niet.
Waarom niet?
Wat kwam dat beest hier doen, als hij niet kwam bijten?
Kwam hij alleen maar hier alleen maar om meneer Hakmaranman te jennen? Het leek er allemachtig veel op, zo onderhand, en het lukte ook heel aardig. Hakmaranman werd steeds roder en zweteriger, steeds wilder en wilder maaide hij in het rond met zijn zaag. Zijn ogen waren groot en woest en hij gromde als een beest.
Dat kon onmogelijk goed aflopen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Er was geschreeuw, en gejank van kettingzagen. In alle herrie was er één woord dat telkens terugkwam: krokodil.
Waaraan je kunt zien dat de houthakkers er geen verstand van hadden, want het waren alligators.
De deur knalde open en de twee lijfwachten sprongen naar binnen. Haastig smeten ze de deur achter zich dicht en deden hem op slot. Hun gezichten waren grauw en bezweet.
'Wat is er aan de hand?' Hakmaranman's stem klonk rustig, maar niet geruststellend. Ik bedoel: een tikkende tijdbom is ook rustig. En daar ga je ook niet op je gemak tegenaan hangen om eens lekker bij te kletsen.
De houthakkers keken onzeker naar hun baas. 'Er is een krokodil in het kamp, m'neer.'
'Alligator,' mompelde Gaby op de grond, maar niemand lette op haar.
'Geeneens geen grote krokodil - maar woest, m'neer, woest! En wij maar schieten! En maar hakken! Maar we krijgen hem niet te pakken.'
Op dat moment klonk er een luide bonk tegen de ijzeren deur van de container. Alsof er een beest uit alle macht tegenaan gesprongen was. Daarna kwam er nog een bonk, en nog een. De woede van het beest galmde oorverdovend door de ijzeren kamer.
De twee houthakker krompen ineen en verstopten zich achter het bankstel.
'Hah,' deed Hakmaranman laatdunkend, 'zijn jullie nou kerels? Ik zal jullie eens wat laten zien!' Met die woorden beende hij naar de deur. Hij zette zijn zaag aan, plantte zijn poten schrap op het tapijt en trok de deur open.
De alligator, die net aan een nieuwe bonk begonnen was, vlóóg naar binnen. Tussen de benen van Hakmaranman door.
Meneer Smek sprong met een gil op de tafel. Ik balde mijn vuisten en ging tussen mijn zusje en het monster in staan. Niet dat ik het van een kwaaie alligator kan winnen, natuurlijk, maar wat moest ik anders. Gaby lag gewond op de grond, die kon zich niet redden. En als ik dit alles overleefde en terugkwam bij mama, wat moest ik dan zeggen? Dat ik haar gewoon had laten liggen?
Dat dus niet.
Dan knokte ik net zo lief met een alligator.
Maar dat was niet nodig. De alligator kwam niet eens onze kant op. Het beest richtte al zijn aandacht op meneer Hakmaranman. Het probeerde dicht bij hem te komen, zonder meteen in stukjes gezaagd te worden.
Dat lukte wonderwel. De alligator was razendsnel en kon springen en duikelen zoals ik nooit een alligator heb zien duikelen. Op een gegeven moment maakte hij zelfs een salto.
Meneer Hakmaranman was lang zo snel niet. Maar ja, hij had een kettingzaag en dat is ook wat waard. Met grote woedende halen zwaaide zijn zaag in de richting van het dier. Daarbij raakte hij van alles: tafeltjes, het luxe bankstel, zijn eigen doos met grote dikke sigaren, en bijna meneer Smek. Stukken leer, splinters hout en friemeltjes tabak vlogen door de container. Maar de alligator bleef ongedeerd. Die was telkens nét weggesprongen als de zaag ergens neerkwam.
Het was trouwens een heel klein alligatortje, zag ik nu.
En het gekke is: hij kwam een paar keer vlak bij meneer Hakmaranman – en toch beet hij die schurk niet.
Waarom niet?
Wat kwam dat beest hier doen, als hij niet kwam bijten?
Kwam hij alleen maar hier alleen maar om meneer Hakmaranman te jennen? Het leek er allemachtig veel op, zo onderhand, en het lukte ook heel aardig. Hakmaranman werd steeds roder en zweteriger, steeds wilder en wilder maaide hij in het rond met zijn zaag. Zijn ogen waren groot en woest en hij gromde als een beest.
Dat kon onmogelijk goed aflopen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)