Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 49. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 49. Alle posts tonen

woensdag 23 april 2014

Een hok van ijzer

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


We werden wakker in een hok van ijzer. Alles was donker om ons heen.
'Waar zijn we?' vroeg Gaby.
'Wij bent op een boot, denkt ik,' antwoordde Kwetter somber. 'Ik bent eerder in zo'n bak geweest. Toen Snoet mij meeneemde uit Boegoe-boegoe hebt ik drie weken in zo'n bak gezit.'
'Bak?' vroeg ik. 'Wat voor bak?'
'Wij bent in zo'n hele grote bak waarmee ze spullen over zee brengt. Ze doet een paar honderd van zulke bakken op een boot en...'
'Zee-containers,' zei Gaby. 'We zitten in een zee-container.'
Ik voelde om me heen. Alles wat ik voelde was van ijzer – dat klopte alvast met Kwetter's idee. Maar al snel kwam ik tegen een muur aan, en heel snel daarna had ik nog twee muren gevonden.
'We zitten in een heel klein hokje,' kondigde ik aan. 'Zeecontainers zijn heel groot. Dus dit is geen container. Dit kán geen container zijn.'
'Je moog eigenlijk geen kindertjes in zeecontainers doen,' zei Kwetter. 'Dat weet jij toch wel? Daarom maakt boeven soms een geheim hokje achterin, en daar doet ze dan kindertjes in. Of wapens of drugs of zo.'
'Een dubbele wand,' zei ik, want zo heet dat en ik weet dat.
'Jep,' zuchtte Gaby. 'Dubbele wand. En daar zitten we drie weken in.'
'Of twee,' protesteerde ik. 'Of vier. Wie weet waar we heen gaan? Wie weet hoe lang we al onderweg zijn.'
'We zijn nog niet onderweg,' zei Gaby. We zijn nog niet eens de haven uit.'
'Oh? En hoe weet jij dat, mevrouwtje wijsneus?'
Op dat moment klonk er, overal om ons heen maar toch vanuit de verte, een donker, zoemend brommen. Daarna begon het schip te bewegen. Je kon het nauwelijks merken, zo langzaam gingen we vooruit. We konden ook niet naar buiten kijken. Als je in de trein zit, kun je aan de reclameborden op het perron wel zien of je vooruit komt of niet.
Hier was dat anders. Ik had geen idee of we vooruit kwamen. Maar heen en weer gingen we wel. En – het klinkt misschien gek voor iemand die maandenlang op een duikboot heeft gewoond – daar kan ik dus niet tegen.
Echt niet.
Ik deed heus wel mijn best om alles binnen te houden. Heel erg mijn best zelfs. Maar mijn maag was sterker dan ik. Of zwakker, 't is maar net hoe je 't wilt zeggen.
In ieder geval: bloelk! De hele super-de-luxe pizza van gisteravond kwam naar buiten.
Maar niet meer in de vorm van een pizza, natuurlijk.
'Zó wist ik dat,' zei Gaby. 'Als wij op zee zitten, word jij altijd ziek. Ligt er geen kots op de grond, dan zijn we niet op zee. Zo simpel is dat. En daar zitten we dan nog drie weken in. Bedankt, broer!'
'Jij moog niet gemeen doen tegen die arme Michael. Die bent heel misselijk. Dat bent zielig. Ik gaat hem kuffelen, dat gaat ik doen!'
'Dat ga je helemaal niet,' grinnikte Gaby, 'want op dit moment knuffel je mij.'
'Het bent hier ook zo donker,' klaagde Kwetter. 'Michael? Waar bent jij?'
Ik zei niks. Ik was zo al misselijk genoeg.
'Bent jij hier? Oh bah nee, dit bent de pizza van gisteren. Waar... oh, aha, hierrrr, bent jij!'
'Geen tijd,' piepte ik. 'We hebben geen tijd om te knuffelen!'
'Tijd bent het enige wat we hebben,' zei Kwetter.
'Wacht eens! Ik bedenk me opeens iets!' riep ik.
'Dat zegt jij maar,' mompelde Kwetter met haar neus in mijn hals. 'Omdat jij een beetje verlegen is.'
Maar ik had me echt iets bedacht.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 4 januari 2013

Goedkope vloerbedekking

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Met een dromerig glimlachje nam mama een van haar flesjes en gooide een paar paarse druppeltjes op het vloerkleed. Onmiddellijk begon het kleed te roken en te borrelen alsof het in de fik stond. Dikke, stinkende, giftige rook vulde de gang. Je zag geen hand voor ogen meer, en iedereen zette het op een hoesten.
'Naar de lift, schatjes,' kuchte mama.
We wandelden op ons gemak naar de lift, terwijl achter ons een ruzie uitbrak tussen de Moeflon en de bewakers.
'Schiet dan toch, sukkels!'
'Maar we zien niks! Hoe kun je nou schieten als je niks ziet?'
'Je weet toch waar ze net stonden, idioot. Schiet gewoon in die richting. Altijd beter dan niks.'
'Maar op de Bewaakschool zeiden ze dat dat niet mag...'
'Schieten, zei ik!'
Er klonk een schot, en als je goed luisterde hoorde je ook het 'kapinggg' van een kogel die afketst en in een willekeurige richting terugkaatst.
Daarna riep de Moeflon 'Auw!' gevolgd door een reeks vloeken die zó erg waren, dat papa er tranen van in zijn ogen kreeg.
Grinnikend stapten we in de lift. Snel naar beneden, naar buiten en wegwezen hier!
'Nee nee,' zei mama. 'We gaan naar verdieping... 43, schat ik zo.'
'Waarom?' vroeg Kwetter.
Mama legde niks uit, maar drukt op het knopje voor 43. Toen we daar aankwamen, rende ze naar de plankjes aan de muur en zocht daar een flesje uit. Ze grabbelde nog gauw even twee potjes mee en holde terug naar de lift.
'Twee verdiepingen omlaag,' beval ze.
We gingen twee verdiepingen naar beneden, en terwijl de lift op weg was, mixte mama haar nieuw-gevonden flesje met een potje dat ze bij zich had. Het resultaat was een lichtgevend geel drabje dat ze mij in de handen duwde.
'Bewaar jij dit even? Niet mee schudden, hoor, anders zijn ze er geweest!'
Op verdieping 41 haalde ze weer een paar flesjes van de muur. En zo ging dat maar door.
Gedurende de hele rooftocht bleef het inbraakalarm afgaan. Af en toe kwamen we in de gang bewakers tegen, en later zelfs politiemensen, en telkens ontsnapten we met behulp van een paar paarse druppeltjes en het vloerkleed.
'Weet je nog, schat, toen we de woonkamer verbouwden, dat ik geen nylon vloerkleed wilde?' vroeg mama op een gegeven moment.
'Jazeker,' zei papa. 'Ik weet nog dat ik dacht: nylon is natuurlijk weer niet duur genoeg voor mevrouw. Omdat je altijd zo'n hekel hebt aan goedkope dingen, weet je wel? Maar nu ik die rookwolken zie, snap ik dat dat spul gewoon troep is.'
'Goedkope dingen zijn opvallend vaak troep,' zei mijn moeder tevreden. 'Dure dingen ook, trouwens. Maar al te vaak zijn dure dingen gewoon goedkope troep, maar dan van een bekend, populair merk. Daarom moet je je altijd afvragen: is dit ding echt duur, of kost het alleen maar veel geld?'
'Eh... sorry dat ik stoor,' zei ik, 'maar... waarom praten jullie hier over? Hebben we niet iets anders aan ons hoofd? Ontsnappen, bijvoorbeeld. En we gingen ook nog dit hele gebouw opblazen, als ik me niet vergis. Trouwens: er komt ook weer zo'n bende agenten op ons af. Wat geen probleem zou zijn, als je nog van die paarse druppeltjes zou hebben, maar volgens mij zijn die op.'
Mama keek naar haar flesje. Nul paarse druppeltjes.
Daarna keek ze voor zich.
Zeven agenten met getrokken pistool.
'Juist ja,' zei mama. 'Ik zie wat je bedoelt.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 16 mei 2012

Zwakke oude vrouw?

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik stapte midden op zijn rug, en dat was mazzel. Een alligator is geen slang, dus hij kan zich niet in een rondje buigen om te bijten wie er op zijn rug staat.
Dat wil niet zeggen dat het beest zich zomaar bij de situatie neer wilde leggen. Het draaide zich op zijn zij zodat ik van zijn rug af viel. Bovenop een andere alligator.
Binnen hap-afstand van nog drie alligators.
Dus ja.
Dat zag er niet zo best uit.
Gelukkig was Oma in de buurt. Ze kwam aangerend voordat de monsters me konden bijten, en met een paar goed gemikte schoppen en prikken joeg ze de alligators piepend weg.
Kijk eens aan, dacht ik. Dus alligators kunnen piepen. Nooit geweten. Wel grappig, eigenlijk.
Dat was wel een beetje een rare gedachte; zo kun je zien hoe verward ik was.
Een veel betere gedachte zou bijvoorbeeld zijn geweest: Nee maar, Oma kan net zo goed alligators meppen als de knieënman.
Of bijvoorbeeld: Laat ik dat oude vrouwtje maar eens heel erg bedanken, want ze heeft mijn leven gered.
Of zelfs: laat ik nooit meer met mijn ogen dicht tussen de alligators stappen.
Dat dacht ik allemaal niet, ik dacht: hihi, piepende reuzenalligators, wat mal.
In rare situaties denk je rare dingen, blijkbaar.
Kwetter hielp me overeind, en ze hield mijn hand vast terwijl we achter Oma door de grot liepen. Misschien wilde ze me geruststellen. Misschien wilde ze alleen maar zorgen dat ik niks doms kon doen. Misschien vond ze het gewoon fijn om mijn hand vast te houden, als een soort knuffelen, in verband met die verliefdheid en zo.
Hoe dan ook: ik liet het maar zo. Ik kon mijn hand toch niet lostrekken want Kwetter is dus, nou, zeg maar, uhm, een beetje sterker dan ik.
Oma baande zich met kalme schoppen en meppen een weg door de alligators. Wij bleven natuurlijk vlak achter haar, en zo kwamen we aan het andere uiteinde van de grot.
Daar was een soort verhoging, een nis hoog in de wand van de grot, Er hing een soort liaan voor, waarlangs je naar boven kon klimmen en dan was je helemaal veilig voor de alligators.
Ik klom als eerste naar boven, na mij kwam Kwetter en als laatste Oma met Gaby op haar schouder.
In de nis lag een grote stapel kokosnoten, en nokonootjes, en een bergje van gedroogd gras en bladeren.
Was dat Oma's bed?
'U wonen hier?' vroeg ik. 'Niet in bos?'
'Niet in het bos,' knikte Oma. 'daar zijn teveel beesten, dat is niet prettig voor een zwakke oude vrouw als ik.'
Teveel beesten in het bos? Ik keek nog eens naar de grot vol alligators en krabde achter mijn oor.
Daarna dacht ik aan de moeiteloze manier waarop zij zich een weg door de monsters had gemept. Zwakke oude vrouw? Ik krabde nog eens.
Intussen legde Oma Gaby neer naast het bedje van bladeren.
Ernaast ja. Want het bedje as geen bedje, het was een soort voorraadkast. Hier bewaarde Oma haar kruiden en andere nuttige plantjes en dingetjes.
Ze grabbelde een paar stokjes tevoorschijn en bond die langs Gaby's arm, nadat ze die netjes had rechtgetrokken.
Daarna ging ze met allerlei kruiden in de weer, maar dat merkte ik niet, want ik was in slaap gevallen.



BEGIN / VORIGE / VOLGENDE