BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Mijn ouders keken Gaby aan met een mengeling van vertedering en spot.
'Lieve kind,' zei papa, 'je begrijpt geloof ik nog niet hoe ongelooflijk briljant meneer Clusjes is. Het is onmogelijk te voorspellen wat hij zal verzinnen. Wij kunnen daar niet eens naar ráden.'
'Kweenie hoor,' zei Gaby, 'maar alle voorbeelden van hoe slim meneer Clusjes is gaan erover dat hij een computer heeft gemaakt van iets wat helemaal niet leek op een computer. Dus die auto-ongelukken zal hij ook wel oplossen door van auto's computers te maken.'
'Ach schatje toch,' glimlachte mama 'jij doet alsof het allemaal maar heel simpel is. Maar ik kan je verzekeren...'
'Ik doe helemaal niet alsof het simpel is!' riep Gaby geprikkeld. 'Ik snap heus wel dat het heel moeilijk is om computers te maken, vooral om computers te maken van dingen die helemaal niet op computers lijken. En ik vind het heel knap dat meneer Clusjes dat allemaal in zijn eentje heeft uitgevonden. Maar...'
Ik proestte van het lachen. Zo zie je maar weer, dacht ik. Meisjes snappen echt helemaal niks van computers. Meneer Clusjes doet dat natuurlijk niet allemaal in zijn eentje. Zelfs hij kan dat niet. Het knappe is niet het maken van die computers - hoewel dat heel knap is. Het knappe is dat hij de beste uitvinders weet te vinden, ze inhuurt voor zijn bedrijf en ze dan zo ver weet te krijgen dat zij zijn briljante plannen uitvoeren. Of nee: het knappe is natuurlijk dat hij al die briljante plannen verzint. En dat doet hij. Dus... ja...
'Wat ik de hele tijd al wil weten,' begon papa. 'Waar belde meneer Clusjes jou eigenlijk voor? Wil hij je vragen voor zijn bedrijf? Je bent ten slotte een hele goede wetenschapper, dus misschien kan hij je wel gebruiken om die auto-ongelukken de wereld uit te helpen. Stel je toch eens voor! Dat jij zou mogen werken voor meneer Clusjes! Zou dat niet fantastisch zijn?'
'Het is nog veel mooier,' glunderde mama.
Papa keek haar vol verwachting aan. Hoe kon het nou nóg mooier?
'Ik mag... een BOF-praatje houden!' straalde mama.
Papa pakte ontroerd haar handen vast en stamelde 'Dat... dat is geweldig, lieve schat.'
Hmmm. Nu zat ik in de problemen.
Want ik wist dus niet wat een BOF-praatje was. Aan mijn ouders te zien moest het iets heel fijns wezen, maar ik had geen idee waar ze zo opgewonden over deden. En ik wilde dat heel graag weten.
Maar ik kon er niet naar vragen. Want ik weet dus ongeveer alles van computers en zo. Niet precies hoe ze werken, maar wel waar ze allemaal in zitten, en wie meneer Clusjes is, en welke spelletjes er op dit moment in de mode zijn. De basis-dingen, zeg maar.
Het probleem met vragen stellen is, dat iedereen je kan horen. En als mensen horen dat jij een vraag stelt, dan weten ze meteen dat jij het antwoord nog niet weet – anders hoefde je de vraag niet te stellen. Dus als ik nou zou vragen: wat is een BOF-praatje – dan wisten Gaby en Kwetter meteen dat ik niet alles van computers weet. Dus... ja...
Gelukkig is Kwetter altijd vreselijk nieuwsgierig, dus zij vroeg meteen: 'Wat bent een BOF-praatje precies?'
Ik maakte een tsk-geluidje en draaide een beetje met mijn ogen, om aan te geven hoe dom ik het wel niet vond, als iemand niet wist wat een BOF-praatje was. Daarna wachtte ik in spanning wat mama zou gaan zeggen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 24. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 24. Alle posts tonen
maandag 24 februari 2014
maandag 5 november 2012
Goed en slecht
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ik?' vroeg mama ijzig. 'Hoe zou ik nou kunnen bepalen wie er een schurk is? Nee hoor, dat doen die schurken helemaal zelf. Zij kiezen ervoor om schurkenstreken uit te halen, daar hebben ze mij niet bij nodig.'
'Hij bedoelt,' kreunde papa terwijl hij met een pijnlijk gezicht over zijn been wreef, 'dat het allemaal heel ingewikkeld ligt. Wat is goed en wat is slecht? Dat soort vragen.'
'Nou,' zei Michael, 'dat lijkt me nogal duidelijk. Goede dingen zijn goed en slechte dingen zijn slecht. Dus... Ja...'
Ik schaamde me dood. Michael is twaalf, die hoort niet met grote mensen over zulke dingen te praten. Dan staat-ie voor gek. Ik bedoel, goed en slecht en politiek en zo, dat is allemaal heel ingewikkeld. Daar worden kranten en boeken over volgeschreven. Daar moeten heel geleerde mensen hun leven lang op studeren. Dus hoe kan een jongetje van twaalf nou denken dat-ie snapt hoe het zit?
Willem en papa glimlachten vertederd naar hem. Och ja, zag je ze denken, als je twaalf bent denk je dat alles heel eenvoudig is.
'Groot gelijk, jongen,' zei mama. 'Het is allemaal heel eenvoudig, eigenlijk.'
Nu keken papa en Willem naar mama. Ze glimlachten niet vertederd. Oh nee. Ze vonden het ongelooflijk dat een groot mens, een heel intelligent groot mens nog wel, net zo kon denken als een jongetje van twaalf.
En ze keken ook een beetje paniekerig, omdat dit grote mens zoveel bommen kon maken als ze maar wilde. En laten we heel eerlijk zijn: jongetjes van twaalf moeten eigenlijk niet met bommen spelen. Daar komen ongelukken van.
Ik ken mama langer dan vandaag. Ik kan wel zo'n beetje zien wanneer ze pret heeft en wanneer ze boos is, dat soort dingen. En nu had ze duidelijk enorme lol, omdat papa en Willem niet meer wisten wat ze van haar moesten denken.
'Kom kom, heren,' zei ze, 'Slechte dingen zijn slecht, ja of nee?'
Willem zei: 'Zo eenvoudig is het niet. Wat u 'slecht' noemt, kan iemand anders wel 'goed' vinden.'
'Dan heeft-ie ongelijk,' besliste mama. 'Dat is heel goed mogelijk. Mensen hebben zo vaak ongelijk.'
'U zou dus ook ongelijk kunnen hebben,' zei Willem met een gezicht van nou-heb-ik-je.
Daar moest mama even over nadenken. 'Nee,' zei ze tenslotte. 'Ongelijk hebben, daar begin ik niet aan. Dat vind ik zonde van mijn tijd. Het is een omslachtig iets hoor, de ongelijkhebberij, daar komt een hoop gedoe bij kijken. Dat vergeten mensen nog wel eens. En mijn tijd is beperkt. Ik wil mijn aandacht dus graag even bij het terrorisme houden, als jullie het niet erg vinden. En als ik terrorisme zeg, bedoel ik niet dat ik af en toe eens iets opblaas. Ik bedoel dat er slechteriken zijn, die dingen opblazen. Die drie vriendelijke heren bijvoorbeeld, die ons hierheen hebben gebracht. Weet u dat die het koraalrif opblazen? Dat hoort een goeierik niet te doen. Iedereen kan wel eens een foutje maken...'
Plotseling moest ik hoesten. Misschien zou je kunnen zeggen dat mijn hoest een beetje klonk als het woord 'walvis'. In ieder geval gaf Michael me weer een stomp.
'… maar het rif zit vol gaten. Dat is niet “een foutje”, dat is boze opzet. Dus ik ben wel benieuwd wat er hier aan de hand is. Ik zou nkiet graag de verkeerde opblazen namelijk.'
Willem keek mijn moeder tevreden aan. 'Ik hoopte al dat u zoiets zou zeggen,' glimlachte hij.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ik?' vroeg mama ijzig. 'Hoe zou ik nou kunnen bepalen wie er een schurk is? Nee hoor, dat doen die schurken helemaal zelf. Zij kiezen ervoor om schurkenstreken uit te halen, daar hebben ze mij niet bij nodig.'
'Hij bedoelt,' kreunde papa terwijl hij met een pijnlijk gezicht over zijn been wreef, 'dat het allemaal heel ingewikkeld ligt. Wat is goed en wat is slecht? Dat soort vragen.'
'Nou,' zei Michael, 'dat lijkt me nogal duidelijk. Goede dingen zijn goed en slechte dingen zijn slecht. Dus... Ja...'
Ik schaamde me dood. Michael is twaalf, die hoort niet met grote mensen over zulke dingen te praten. Dan staat-ie voor gek. Ik bedoel, goed en slecht en politiek en zo, dat is allemaal heel ingewikkeld. Daar worden kranten en boeken over volgeschreven. Daar moeten heel geleerde mensen hun leven lang op studeren. Dus hoe kan een jongetje van twaalf nou denken dat-ie snapt hoe het zit?
Willem en papa glimlachten vertederd naar hem. Och ja, zag je ze denken, als je twaalf bent denk je dat alles heel eenvoudig is.
'Groot gelijk, jongen,' zei mama. 'Het is allemaal heel eenvoudig, eigenlijk.'
Nu keken papa en Willem naar mama. Ze glimlachten niet vertederd. Oh nee. Ze vonden het ongelooflijk dat een groot mens, een heel intelligent groot mens nog wel, net zo kon denken als een jongetje van twaalf.
En ze keken ook een beetje paniekerig, omdat dit grote mens zoveel bommen kon maken als ze maar wilde. En laten we heel eerlijk zijn: jongetjes van twaalf moeten eigenlijk niet met bommen spelen. Daar komen ongelukken van.
Ik ken mama langer dan vandaag. Ik kan wel zo'n beetje zien wanneer ze pret heeft en wanneer ze boos is, dat soort dingen. En nu had ze duidelijk enorme lol, omdat papa en Willem niet meer wisten wat ze van haar moesten denken.
'Kom kom, heren,' zei ze, 'Slechte dingen zijn slecht, ja of nee?'
Willem zei: 'Zo eenvoudig is het niet. Wat u 'slecht' noemt, kan iemand anders wel 'goed' vinden.'
'Dan heeft-ie ongelijk,' besliste mama. 'Dat is heel goed mogelijk. Mensen hebben zo vaak ongelijk.'
'U zou dus ook ongelijk kunnen hebben,' zei Willem met een gezicht van nou-heb-ik-je.
Daar moest mama even over nadenken. 'Nee,' zei ze tenslotte. 'Ongelijk hebben, daar begin ik niet aan. Dat vind ik zonde van mijn tijd. Het is een omslachtig iets hoor, de ongelijkhebberij, daar komt een hoop gedoe bij kijken. Dat vergeten mensen nog wel eens. En mijn tijd is beperkt. Ik wil mijn aandacht dus graag even bij het terrorisme houden, als jullie het niet erg vinden. En als ik terrorisme zeg, bedoel ik niet dat ik af en toe eens iets opblaas. Ik bedoel dat er slechteriken zijn, die dingen opblazen. Die drie vriendelijke heren bijvoorbeeld, die ons hierheen hebben gebracht. Weet u dat die het koraalrif opblazen? Dat hoort een goeierik niet te doen. Iedereen kan wel eens een foutje maken...'
Plotseling moest ik hoesten. Misschien zou je kunnen zeggen dat mijn hoest een beetje klonk als het woord 'walvis'. In ieder geval gaf Michael me weer een stomp.
'… maar het rif zit vol gaten. Dat is niet “een foutje”, dat is boze opzet. Dus ik ben wel benieuwd wat er hier aan de hand is. Ik zou nkiet graag de verkeerde opblazen namelijk.'
Willem keek mijn moeder tevreden aan. 'Ik hoopte al dat u zoiets zou zeggen,' glimlachte hij.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 14 maart 2012
Boomtakken bijten niet
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dat ging niet goed.
Een reusachtige sissipi-slang liet zich langzaam uit de takken zakken, en strekte zich uit naar de kanoman. De arme kerel had niks in de gaten toen het beest haar muil wagenwijd opensperde. Terwijl sissipi-slangen toch een spectaculair slechte adem hebben, dus hij had het moeten ruiken. Kennelijk ging hij teveel op in zijn spel met de alligators.
Het gif droop van de enorme slagentanden, Als de man nu niet heel snel omkeek was er niks meer aan te doen.
Hij keek niet om.
'Joewieieie!' gilde Kwetter, en ze stortte zich naar beneden. Nogal roekeloos, want er zaten geen takken of lianen tussen haar en de grond. Die hadden er wel gezeten, maar ze waren verbrand met mama's vorige laboratorium.
Dus ja.
Het enige dat er tussen Kwetter en de snel naderbij komende grond zat, was de sissipi.
Dus aan de sissipi greep Kwetter zich vast.
Nou zijn er nogal wat verschillen tussen een slang en een boomtak. Boomtakken bijten niet, bijvoorbeeld, en slangen kunnen zichzelf voortbewegen, nou ja, noem maar op. Het belangrijkste verschil, op dit moment, is dat een tak aan een boom vastzit.
En een slang zit nergens aan vast.
Vandaar dat de Kwetter met slang en al naar beneden duikelde.
Een alligator sperde zijn muil wijdopen.
Wat er toen gebeurde, was ongelooflijk. Ik was toch al heel wat gewend van Kwetters rappe handigheid, maar dit had ik niet voor mogelijk gehouden.
Ze gaf de slang een flinke zet. Naar beneden, zodat het beest eerder in de bek van de aligator terecht kwam dan zijzelf. De alligator klapte onmiddellijk zijn kaken op elkaar om de slang doormidden te bijten. De sissippi spartelde in doodsnood met zijn staart, en omdat Kwetter het puntje van die staart nog vasthad werd zij woest heen en weer geslingerd. Op precies het juiste moment liet ze los. Ze werd met grote kracht door de lucht geslingerd en ze belandde... precies in de kano! Op de blote roze knieën van de kanoman.
Die was behoorlijk verbaasd.
Zat daar opeens een meisje op zijn schoot! Een poedelnaakt oranje meisje, met etensresten in haar haar.
'Interessant,' zei de man. Hij bekeek onze vriendin van top tot teen. 'Zeer interessant.' Hij haalde een opschrijfboekje uit zijn borstzak en klikte een balpen tevoorschijn. 'Hebt u altijd al deze kleur gehad? Ach, u spreekt natuurlijk geen Nederlands. Mijn excuses... Ach! “Mijn excuses”, dat verstaat u natuurlijk ook niet! Sorry. Verstaat u sorry? Ik bedoel...'
'Ik verstaat u wel, hoor,' zei Kwetter koket. 'Ik verstaat u uitstekelvarken.'
Kwetter zegt nooit uitstekend. Ze zegt altijd uitstekelvarken. Dat vind ik een grappig woord, en aangezien ze Nederlands heeft geleerd van mij (en, okee, ook een beetje van mijn zusje), weet ze niet beter of het is het enige juiste woord.
Haha.
'U spreekt Nederlands?' vroeg de man verbaasd. 'Interessant. Heel interessant.' Hij krabbelde iets in zijn opschrijfboekje. Daarna prikte hij met zijn pen in de neus van een alligator, die zich kermend uit de voeten maakte. 'Waar hebt u Nederlands leren spreken, als ik vragen mag?'
'Ik hebt het geleerd van Gaby en Michael,' zei Kwetter, terwijl ze met een peddel een slang uit de boot wipte. 'Zij is daarboven, in het laboratorium.'
'In het wát?' De kanoman kon zijn oren niet geloven,
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dat ging niet goed.
Een reusachtige sissipi-slang liet zich langzaam uit de takken zakken, en strekte zich uit naar de kanoman. De arme kerel had niks in de gaten toen het beest haar muil wagenwijd opensperde. Terwijl sissipi-slangen toch een spectaculair slechte adem hebben, dus hij had het moeten ruiken. Kennelijk ging hij teveel op in zijn spel met de alligators.
Het gif droop van de enorme slagentanden, Als de man nu niet heel snel omkeek was er niks meer aan te doen.
Hij keek niet om.
'Joewieieie!' gilde Kwetter, en ze stortte zich naar beneden. Nogal roekeloos, want er zaten geen takken of lianen tussen haar en de grond. Die hadden er wel gezeten, maar ze waren verbrand met mama's vorige laboratorium.
Dus ja.
Het enige dat er tussen Kwetter en de snel naderbij komende grond zat, was de sissipi.
Dus aan de sissipi greep Kwetter zich vast.
Nou zijn er nogal wat verschillen tussen een slang en een boomtak. Boomtakken bijten niet, bijvoorbeeld, en slangen kunnen zichzelf voortbewegen, nou ja, noem maar op. Het belangrijkste verschil, op dit moment, is dat een tak aan een boom vastzit.
En een slang zit nergens aan vast.
Vandaar dat de Kwetter met slang en al naar beneden duikelde.
Een alligator sperde zijn muil wijdopen.
Wat er toen gebeurde, was ongelooflijk. Ik was toch al heel wat gewend van Kwetters rappe handigheid, maar dit had ik niet voor mogelijk gehouden.
Ze gaf de slang een flinke zet. Naar beneden, zodat het beest eerder in de bek van de aligator terecht kwam dan zijzelf. De alligator klapte onmiddellijk zijn kaken op elkaar om de slang doormidden te bijten. De sissippi spartelde in doodsnood met zijn staart, en omdat Kwetter het puntje van die staart nog vasthad werd zij woest heen en weer geslingerd. Op precies het juiste moment liet ze los. Ze werd met grote kracht door de lucht geslingerd en ze belandde... precies in de kano! Op de blote roze knieën van de kanoman.
Die was behoorlijk verbaasd.
Zat daar opeens een meisje op zijn schoot! Een poedelnaakt oranje meisje, met etensresten in haar haar.
'Interessant,' zei de man. Hij bekeek onze vriendin van top tot teen. 'Zeer interessant.' Hij haalde een opschrijfboekje uit zijn borstzak en klikte een balpen tevoorschijn. 'Hebt u altijd al deze kleur gehad? Ach, u spreekt natuurlijk geen Nederlands. Mijn excuses... Ach! “Mijn excuses”, dat verstaat u natuurlijk ook niet! Sorry. Verstaat u sorry? Ik bedoel...'
'Ik verstaat u wel, hoor,' zei Kwetter koket. 'Ik verstaat u uitstekelvarken.'
Kwetter zegt nooit uitstekend. Ze zegt altijd uitstekelvarken. Dat vind ik een grappig woord, en aangezien ze Nederlands heeft geleerd van mij (en, okee, ook een beetje van mijn zusje), weet ze niet beter of het is het enige juiste woord.
Haha.
'U spreekt Nederlands?' vroeg de man verbaasd. 'Interessant. Heel interessant.' Hij krabbelde iets in zijn opschrijfboekje. Daarna prikte hij met zijn pen in de neus van een alligator, die zich kermend uit de voeten maakte. 'Waar hebt u Nederlands leren spreken, als ik vragen mag?'
'Ik hebt het geleerd van Gaby en Michael,' zei Kwetter, terwijl ze met een peddel een slang uit de boot wipte. 'Zij is daarboven, in het laboratorium.'
'In het wát?' De kanoman kon zijn oren niet geloven,
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)