BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
De weken daarna dacht mijn moeder maar aan één ding en dat was haar BOF-praatje.
Daar hadden we mooi mazzel mee, want ze dacht dus niet aan ons. Dat wil zeggen dat we computerspelletjes konden doen zo lang als we wilden, en dat we zo laat op konden blijven als we wilden, en dat we helemaal geen huiswerk hoefden te maken, en dat we niet verplicht moesten bewegen in de frisse buitenlucht omdat dat gezond was. Kwetter, die dol is op zwemmen, lag de hele dag in zee; het stukje oceaan waar we ronddobberden niet ver van de evenaar; het weer was heerlijk en het water was warm. Mijn zusje werd prachtig bruin, en dat zou Kwetter ook geworden zijn als ze niet krankzinnig oranje was geweest.
Ik werd helemaal niet bruin, want ik zat de hele dag binnen computerspelletjes te doen.
Papa gedroeg zich als de ideale ouder: hij zorgde voor ons, bakte elke dag pannenkoeken en waste onze kleren en ruimde onze rommel op, maar wat hij niet deed (en wat veel ouders juist wel doen, veel meer dan al het andere) is die flauwekul die ze 'opvoeden' noemen. Zoals je weet bestaat opvoeden vooral uit: tegen je kinderen zeggen wat ze niet mogen en wel moeten. Dingen zeggen is veel minder werk dan pannenkoeken bakken, en dat is de reden dat de meeste ouders zich liever bezig houden met de opvoeding dan met de pannenkoeken.
Gelukkig is mijn vader geen watje: hij is een stoere, degelijke kerel die het niet erg vind zijn mouwen op te stropen en zichzelf in het zweet te werken. Pannenkoeken te bakken tot hij erbij neervalt.
Stoere kerels zijn zwijgzaam. Ze zeuren niet de hele dag aan kinderhoofdjes over wat kinderen wel en niet horen te doen. In het begin maakte mijn vader nog wel eens wat foutjes op dit punt; dan begon hij te meieren over kleren op de vloer, huiswerk, meehelpen met schoonmaken en dat soort onzin, maar als je maar lang genoeg deed of je het niet hoorde, dan hield hij er vanzelf mee op. Uiteindelijk probeerde hij het niet eens meer.
Bij mama kwam je daar nooit mee weg, maar ja, die had dus wat anders aan haar hoofd en in zijn eentje kon papa het domweg niet van ons winnen.
Mama bleef maar schrijven aan haar praatje, en opnieuw schrijven, en ze maakte er en mooie flitsende presentatie bij met beeldjes uit haar computerspel en allerlei gekleurde, bewegende grafiekjes en statistiekjes die in en uit beeld zoefden. Ze maakten bij het zoeven een soort van whoesj-geluidje, en mama was serieus een hele dag bezig met het kiezen uit honderden verschillende whoesj-geluidjes. Die liet ze allemaal aan ons horen, en dan moesten wij zeggen welke we het meest wetenschappelijk vonden klinken.
'Doe normaal!'gilden wij. 'Het zijn whoesj-geluidjes! Ie klinken niet naar wetenschap! Die klinken gewoon naar whoesj! Wat is dit voor een stomme vraag?'
'Ik wou dat je ophield met die flauwekul en je weer eens met ons bemoeide,' ging Gaby verder, maar ik zei snel: 'Hoho, Gaby, we moeten dat BOF-praatje wel serieus blijven nemen. Mama heeft echt een beetje tijd nodig, en het is onze taak om haar die tijd te geven en niet te gaan zeuren over dat we willen worden opgevoed of zo iets raars. Eh, eh... mam, moet je niet meer een soort Swisj-geluidje hebben? Dan een whoesj-geluidje?'
'Ik ben blij dat jij het tenminste serieus neemt,' zei mama.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Posts tonen met het label 30. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 30. Alle posts tonen
maandag 10 maart 2014
maandag 19 november 2012
Ik babbel er op los
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ja, jongedame,' zei Michael, 'gebruik jij je hersentjes maar eens.' Kwetter giechelde alsof hij iets leuks had gezegd of zo. Ik zweer je dat ik nooit verliefd ga worden. Ze zeggen dat het iets heel moois moet wezen, maar als je uit verliefdheid de flauwe pesterijtjes van mijn broer leuk gaat vinden dan kán het niet goed voor je zijn.
'Puh,' deed ik. 'Ik heb toevallig meer hersentjes in mijn kleine teen dan jij in je hele hoofd.'
'Oh ja? Wie heeft deze vuiligheid dan...'
'Makkelijk zat. Het is olie, ja? En wie, van alle gewetenloze schurken die papa kent, is de grote olie-baas?'
'Meneer Cockel,' zei Michael.
'Inderdaad. Dus die is het. Simpel zat.'
'Dat snapt ik niet,' zei Kwetter. 'Olie is toch heel duur spul? Waarom gooit meneer Cockel het dan op de grond? Zo kunt hij het toch niet meer verkopen?'
'Ja inderdaad,' knikte Michael. 'Goeie vraag Kwetter! Zo zie je maar weer, Gaby, het leven is helaas nooit 'simpel zat'. Bedankt voor het meedoen, tot nooit meer ziens, we gaan naar onze volgende kandidaat. En de volgende kandidaat is de heer Papa. Zeg het maar pap, wie heeft dit gedaan?'
'Meneer Cockel, natuurlijk,' glimlachte papa.
'Ja maar... waarom ligt het dan op de grond?'
'Leg jij hem dat maar eens uit, Gaby. Dan ziet hij dat zijn kleine zusje het ook snapt, als ze maar eventjes nadenkt.'
'Dat is niet eerlijk,' protesteerde Kwetter. 'Gaby is wel kleiner, maar ze is veel slimmer dan Michael!' Daar keek ik van op. Ik bedoel, ik wist natuurlijk wel dat het zo was, maar dat Kwetter het ondanks haar verliefdheid ook had gemerkt, dat had ik niet verwacht. Puntje voor Kwetter.
Helaas moest ik nu wel iets uitleggen waar ik geen flauw benul van had. Ik begon maar gewoon een beetje te babbelen, in de hoop dat het uiteindelijk ergens op zou slaan. Soms werkt dat, soms niet; het is in elk geval beter dan niets.
'Nou kijk, dat zit zo namelijk, eh, olie is wel duur, maar het is heel moeilijk op te ruimen, dus laten liggen is goedkoper dan opruimen. Ja toch?' Papa knikte. Dat gaf mij goede moed, en ik ging vrolijk verder: 'En er komt hier nogal wat olie op de grond terecht. Dat komt doordat... eh... de Zuid- Mallotiërs heel bijgelovig zijn en eh.. ze offeren het aan... hun... god...' Ik viel stil omdat aan papa's gezicht duidelijk te zien was dat ik pure onzin stond te verkondigen. 'Mmmmmmaar het komt vooral door meneer Cockel,' verbeterde ik snel. 'Die is zo gierig dat eh, eh, als er ergens een lek is in de olieleiding, dan repareert hij het niet.'
'Bijna goed,' zei papa. 'Hij repareert de boel natuurlijk wel, als er echt veel olie weglekt. Hij kijkt gewoon wat er duurder is: repareren of weg laten lekken. Lekken zou altijd duurder zijn, als hij zijn rommel netjes op zou ruimen. Maar dat doet hij dus niet.'
'Inderdaad,' zei Willem. 'De mensen hier kunnen geen eten meer verbouwen, en ze worden ziek van de giftige olie. Kortom, die Cockel is een boef, en het wordt hoog tijd dat er hiert eens het een en ander wordt opgeblazen. Ik zou zeggen, mevrouw de Donderkat: zet hem op!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ja, jongedame,' zei Michael, 'gebruik jij je hersentjes maar eens.' Kwetter giechelde alsof hij iets leuks had gezegd of zo. Ik zweer je dat ik nooit verliefd ga worden. Ze zeggen dat het iets heel moois moet wezen, maar als je uit verliefdheid de flauwe pesterijtjes van mijn broer leuk gaat vinden dan kán het niet goed voor je zijn.
'Puh,' deed ik. 'Ik heb toevallig meer hersentjes in mijn kleine teen dan jij in je hele hoofd.'
'Oh ja? Wie heeft deze vuiligheid dan...'
'Makkelijk zat. Het is olie, ja? En wie, van alle gewetenloze schurken die papa kent, is de grote olie-baas?'
'Meneer Cockel,' zei Michael.
'Inderdaad. Dus die is het. Simpel zat.'
'Dat snapt ik niet,' zei Kwetter. 'Olie is toch heel duur spul? Waarom gooit meneer Cockel het dan op de grond? Zo kunt hij het toch niet meer verkopen?'
'Ja inderdaad,' knikte Michael. 'Goeie vraag Kwetter! Zo zie je maar weer, Gaby, het leven is helaas nooit 'simpel zat'. Bedankt voor het meedoen, tot nooit meer ziens, we gaan naar onze volgende kandidaat. En de volgende kandidaat is de heer Papa. Zeg het maar pap, wie heeft dit gedaan?'
'Meneer Cockel, natuurlijk,' glimlachte papa.
'Ja maar... waarom ligt het dan op de grond?'
'Leg jij hem dat maar eens uit, Gaby. Dan ziet hij dat zijn kleine zusje het ook snapt, als ze maar eventjes nadenkt.'
'Dat is niet eerlijk,' protesteerde Kwetter. 'Gaby is wel kleiner, maar ze is veel slimmer dan Michael!' Daar keek ik van op. Ik bedoel, ik wist natuurlijk wel dat het zo was, maar dat Kwetter het ondanks haar verliefdheid ook had gemerkt, dat had ik niet verwacht. Puntje voor Kwetter.
Helaas moest ik nu wel iets uitleggen waar ik geen flauw benul van had. Ik begon maar gewoon een beetje te babbelen, in de hoop dat het uiteindelijk ergens op zou slaan. Soms werkt dat, soms niet; het is in elk geval beter dan niets.
'Nou kijk, dat zit zo namelijk, eh, olie is wel duur, maar het is heel moeilijk op te ruimen, dus laten liggen is goedkoper dan opruimen. Ja toch?' Papa knikte. Dat gaf mij goede moed, en ik ging vrolijk verder: 'En er komt hier nogal wat olie op de grond terecht. Dat komt doordat... eh... de Zuid- Mallotiërs heel bijgelovig zijn en eh.. ze offeren het aan... hun... god...' Ik viel stil omdat aan papa's gezicht duidelijk te zien was dat ik pure onzin stond te verkondigen. 'Mmmmmmaar het komt vooral door meneer Cockel,' verbeterde ik snel. 'Die is zo gierig dat eh, eh, als er ergens een lek is in de olieleiding, dan repareert hij het niet.'
'Bijna goed,' zei papa. 'Hij repareert de boel natuurlijk wel, als er echt veel olie weglekt. Hij kijkt gewoon wat er duurder is: repareren of weg laten lekken. Lekken zou altijd duurder zijn, als hij zijn rommel netjes op zou ruimen. Maar dat doet hij dus niet.'
'Inderdaad,' zei Willem. 'De mensen hier kunnen geen eten meer verbouwen, en ze worden ziek van de giftige olie. Kortom, die Cockel is een boef, en het wordt hoog tijd dat er hiert eens het een en ander wordt opgeblazen. Ik zou zeggen, mevrouw de Donderkat: zet hem op!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 28 maart 2012
Jongens voelen dat aan
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Kwetter en Gaby luisterden goed.
Dat was voor mij een probleem, want ik had geen idee wat ik moest zeggen. Ik haalde diep adem en begon: 'Wat we gaan doen is het volgende...'
De dames keken mij verwachtingsvol aan.
Ik sloot mijn ogen. Achter mijn oogleden zag ik, geheel volgens verwachting maar toch een beetje teleurstellend, géén goed plan. Oh, wat zou het makkelijk zijn als daar in vurige letters geschreven stond hoe ik die alligators kon verschalken! Maar nee hoor: pure duisternis. Of nou ja, duisternis doorsneden met kleurige flitsen en vurige ballen en strepen. Dat zie ik altijd als ik mijn ogen dichtdoe.
Dat is dus geen plan. Dat is duisternis met flitsen en vuurballen.
Eh...
Wácht eens even...
'We wachten tot het donker is...' begon ik.
'Dat heeft geen zin,' zei Kwetter. 'Er is altijd wel een paar alligators wakker. Zij gaat nooit allemaal tegelijk slapen want zij is ook niet gek.'
'Maar luister nou even,' zei ik. 'Ik zie het helemaal voor me. In het doinker. Flitsen. Vuurballen. We nemen gewoon een paar van mama's bommen mee...'
'Als mama bommen had gehad,' snibde Gaby, 'dan zaten we hier niet.'
Tja. Daar had ze wel een beetje gelijk in, natuurlijk. Maar dat kon ik natuurlijk niet hardop toegeven. Wie was hier de grote broer? Zij of ik? Nou dan!
'Ach,' zei ik, 'het kan ook best zonder bommen, mijn plan. De bommen waren eigenlijk meer voor de show, snap je wel?'
Nee. Dat snapten ze geen van beiden. Nou ja – ze waren ook maar meisjes, tenslotte, en alleen een jongen snapt meteen dat elk plan beter wordt met een paar bommen. Wij voelen dat aan. Dat kun je niet uitleggen. Meisjes snappen domweg het verband niet tussen – pak 'm beet – een picknick en een ontploffing. Terwijl iedere jongen onmiddellijk ziet dat 'laten we gaan picknicken' een veel minder goed plan is dan 'laten we gaan picknicken en her en der wat dingen opblazen'.
'Laat maar,' zei ik, 'vergeet de bommen. We wachten tot het donker is, en dan...'
'Donker maakt niet ui-huit!' zei Kwetter op zo'n vervelend, zangerig toontje.'De alligators gaat niet sla-pen!'
'Nee, dat weet ik wel,' legde ik geduldig uit. 'Maar eh, eh, eh... de houthakkers wel! Die gaan slapen 's nachts! Dáár gaat het om!'
'Oh? Hoezo dat?'
'Nou, dan kunnen we hun kamp binnensluipen enneh, eh, gewoon pakken wat we nodig hebben.'
'Wat dan?' vroeg Kwetter.
'Puh,' deed Gaby, 'zeker zo'n kettingzaag. Ik ken hem langer dan vandaag, hoor. Is echt iets voor hem, zo'n kettingzaag. Denkt-ie. Maar ten eerste: die dingen zijn hartstikke groot en zwaar, die zijn niet bedoeld voor jongetjes van elf. Ten tweede: de houthakkers hebben kettingzagen en die kunnen het niet winnen van de alligators. En ten derde: Toen jij vanmiddag een gevecht zag tussen een aligotr en een kettingzaag, mannetje, wat deed jij toen? Hm? Weet je nog? Even ter herinnering: het begint met een K. En het rijmt op botsen!'
Bla, bla, bla. Als mijn zusje eenmaal begint te katten, dan gaat ze ook meteen lekker dóór. Dat kwam mij niet slecht uit, want ik luister er toch niet naar dus ik had lekker even tijd om een plan te verzinnen. Een plan zonder kettingzaag.
Dus toen ze was uitgeraasd kon ik met een uitgestreken gezicht zeggen: 'Dat weet ik allemaal ook wel. Maar mijn plan heeft toevallig helemaal niets met kettingzagen te maken. Nee, we gaan bij die houthakkers iets héél anders halen....'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Kwetter en Gaby luisterden goed.
Dat was voor mij een probleem, want ik had geen idee wat ik moest zeggen. Ik haalde diep adem en begon: 'Wat we gaan doen is het volgende...'
De dames keken mij verwachtingsvol aan.
Ik sloot mijn ogen. Achter mijn oogleden zag ik, geheel volgens verwachting maar toch een beetje teleurstellend, géén goed plan. Oh, wat zou het makkelijk zijn als daar in vurige letters geschreven stond hoe ik die alligators kon verschalken! Maar nee hoor: pure duisternis. Of nou ja, duisternis doorsneden met kleurige flitsen en vurige ballen en strepen. Dat zie ik altijd als ik mijn ogen dichtdoe.
Dat is dus geen plan. Dat is duisternis met flitsen en vuurballen.
Eh...
Wácht eens even...
'We wachten tot het donker is...' begon ik.
'Dat heeft geen zin,' zei Kwetter. 'Er is altijd wel een paar alligators wakker. Zij gaat nooit allemaal tegelijk slapen want zij is ook niet gek.'
'Maar luister nou even,' zei ik. 'Ik zie het helemaal voor me. In het doinker. Flitsen. Vuurballen. We nemen gewoon een paar van mama's bommen mee...'
'Als mama bommen had gehad,' snibde Gaby, 'dan zaten we hier niet.'
Tja. Daar had ze wel een beetje gelijk in, natuurlijk. Maar dat kon ik natuurlijk niet hardop toegeven. Wie was hier de grote broer? Zij of ik? Nou dan!
'Ach,' zei ik, 'het kan ook best zonder bommen, mijn plan. De bommen waren eigenlijk meer voor de show, snap je wel?'
Nee. Dat snapten ze geen van beiden. Nou ja – ze waren ook maar meisjes, tenslotte, en alleen een jongen snapt meteen dat elk plan beter wordt met een paar bommen. Wij voelen dat aan. Dat kun je niet uitleggen. Meisjes snappen domweg het verband niet tussen – pak 'm beet – een picknick en een ontploffing. Terwijl iedere jongen onmiddellijk ziet dat 'laten we gaan picknicken' een veel minder goed plan is dan 'laten we gaan picknicken en her en der wat dingen opblazen'.
'Laat maar,' zei ik, 'vergeet de bommen. We wachten tot het donker is, en dan...'
'Donker maakt niet ui-huit!' zei Kwetter op zo'n vervelend, zangerig toontje.'De alligators gaat niet sla-pen!'
'Nee, dat weet ik wel,' legde ik geduldig uit. 'Maar eh, eh, eh... de houthakkers wel! Die gaan slapen 's nachts! Dáár gaat het om!'
'Oh? Hoezo dat?'
'Nou, dan kunnen we hun kamp binnensluipen enneh, eh, gewoon pakken wat we nodig hebben.'
'Wat dan?' vroeg Kwetter.
'Puh,' deed Gaby, 'zeker zo'n kettingzaag. Ik ken hem langer dan vandaag, hoor. Is echt iets voor hem, zo'n kettingzaag. Denkt-ie. Maar ten eerste: die dingen zijn hartstikke groot en zwaar, die zijn niet bedoeld voor jongetjes van elf. Ten tweede: de houthakkers hebben kettingzagen en die kunnen het niet winnen van de alligators. En ten derde: Toen jij vanmiddag een gevecht zag tussen een aligotr en een kettingzaag, mannetje, wat deed jij toen? Hm? Weet je nog? Even ter herinnering: het begint met een K. En het rijmt op botsen!'
Bla, bla, bla. Als mijn zusje eenmaal begint te katten, dan gaat ze ook meteen lekker dóór. Dat kwam mij niet slecht uit, want ik luister er toch niet naar dus ik had lekker even tijd om een plan te verzinnen. Een plan zonder kettingzaag.
Dus toen ze was uitgeraasd kon ik met een uitgestreken gezicht zeggen: 'Dat weet ik allemaal ook wel. Maar mijn plan heeft toevallig helemaal niets met kettingzagen te maken. Nee, we gaan bij die houthakkers iets héél anders halen....'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)