BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Aan de andere kant van de deuren was een groot kantoor. Het was, in tegenstelling tot wat ik verwachtte, niet heel erg duur of luxe ingericht. Niet heel veel goud of marmer. Niet overal zachte banken of kistjes met dure sigaren. Geen schilderijen aan de muur, geen foto's van meneer Cockel zelf. Alleen een bureau met een computer en een vulpen erop. Maar alle muren, en het plafond, waren helemaal van glas, zodat je alles kon zien. De blauwe hemel. De stad Jalsk, de Parel van Zuid-Mallotië, en het land eromheen, tot aan een blauwe schittering in de verte waar de zee lag. Dit was de hoogste verdieping van het hoogste gebouw van de stad; wie hier achter zijn bureau zat, wist dat hij de hoogste baas was van het hele land, machtiger zelfs dan de Sultan. Die voelde zich zo hoog als God. En dat is een luxe die je voor geld niet kunt kopen. Behalve dan voor heel, heel veel geld.
Achter het bureau zat meneer Cockel. Achter meneer Cockel stonden twee enorm grote kerels. Ze zagen er allebei uit alsof ze zonder moeite een gorilla in de knoop konden leggen. Zonder te bewegen stonden ze daar, ze keken niet naar ons of naar de journalist. Ook niet naar meneer Cockel. Ze keken nergens naar. Als ze robots waren geweest, zou je zeggen dat ze uit stonden.
Meneer Cockel was druk aan het werk op zijn computer.
Mama drukt snel op het liftknopje voor 'omlaag'.
Er gebeurde niets.
Ze drukte nog eens, en nog eens.
'Ik vrees dat dat geen zin heeft, mevrouw,' zei Cockel zonder op te kijken. 'Die knopjes doen helemaal niets. De lift werkt op afstandsbediening.'
'Waarom zitten ze er dan!?' riep mijn moeder verontwaardigd.
'Dat doet er niet toe,' zei Cockel. 'Mijn tijd is kostbaar. Ik ga niet over knopjes babbelen.' Voor het eerst keek hij op van zijn computer. 'Ik wilde alleen maar even zeker weten dat u het echt was. Welnu, u bent het echt. Knap werk, meneer de Moeflon. Geeft u, als u straks naar buiten gaat, uw bankrekeningnummer maar aan de portier. Dan wordt uw beloning binnen drie dagen op uw rekening gestort.'
'Liever niet,' zei de journalist, die kennelijk De Moeflon heette. 'Ik word altijd contant betaald. Een supergeheime spion met een bankrekening, dat bestaat niet.'
Meneer Cockel en papa schudden allebei hun hoofd.
'Ouderwets,' mompelde meneer Cockel.
'Amateur,' schamperde papa.
'Kom kom, meneer Laarmans,' glimlachte de Moeflon. 'U weet drommels goed dat geld niet veilig is, wanneer het op een bank staat. U doet niks anders dan via de computer banken leegplunderen. Maar zelfs het grootste genie ter wereld kan geen cent niet uit mijn broekzak computeren, zeg ik altijd maar.'
Meneer Cockel haalde een dikke stapel briefgeld uit zijn bureau en gooide het naar de Moeflon. Die ving het behendig op en telde het na.
Cockel keek naar ons. 'Staat u nou nog steeds in die lift?' vroeg hij streng. 'Komt u binnen!'
'Liever niet,' zei mama. 'Wij staan hier uitstekend.'
Cockel zuchtte. 'Zoals u wilt,' zei hij. 'Ik kan u niet dwingen.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
maandag 17 december 2012
vrijdag 14 december 2012
Een man met belangrijke vrienden
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Het is voor elkaar,' zei hij. 'Het kan nu meteen, zelfs. Mijn vriend heeft het wel druk, want hij is een belangrijk man, maar hij is dol op bouwkunst, net als u, en hij wil er graag over praten.'
'Geweldig,' zei mama. En dat was het inderdaad. Het is de droom van elke terrorist: een gebouw dat je op wilt blazen, op je gemak van binnen bekijken terwijl iemand je precies vertelt hoe het allemaal in elkaar zit. Waar de belangrijkste balken lopen, en zo. Een klein gebouwtje, zoals een tankstation of een mjamburger-bar, dat is makkelijk genoeg op te blazen. Gewoon een grote bom erin, en knal boem klaar. Maar zo'n torenflat als Cockel's hoofdkantoor is een heel ander verhaal. Daarvan moet je heel zorgvuldig de belangrijkste balken opblazen, zodat het gebouw zijn eigen gewicht niet meer kan dragen en instort. Gewoon ergens een bommetje plaatsen heeft geen enkel nut, dan maak je alleen maar een gat in een paar muren. Of je moet een kernbom nemen, maar daar begint mijn moeder niet aan. Kernbommen zijn verschrikkelijk moeilijk te maken, heel erg duur, en ze geven enorm veel troep die je bijna niet meer opgeruimd krijgt. Daar is mijn moeder veel te netjes voor.
We stapten uit de wagen en de journalist bracht ons naar een lift. We zwaaiden nog even naar de bewaker en stapten in. De journalist drukte op het knopje voor 'omhoog'.
'Wat raar,' zei ik. 'Deze lift heeft maar twee knopjes, één voor omhoog en één voor omlaag. Terwijl dit gebouw minstens veertig verdiepingen heeft!'
'Vijftig,' zei de journalist. 'Maar deze lift gaat alleen naar de bovenste. Daar werken de belangrijkste mensen, zoals die vriend van mij. Belangrijke mensen willen graag een eigen lift. Dat vinden die lui fijn.'
'U keek zelf ook behoorlijk tevreden, toen u op het knopje duwde,' grinnikte papa. 'Volgens mij zou u best een eigen lift willen hebben.'
'Oh, ik hoef geen eigen lift,' glimlachte de journalist. 'Maar ik vind het wel leuk als ik de lift van belangrijke mensen mag gebruiken. Want dan weet ik: in dit gebouw is meneer Cockel belangrijk, maar voor meneer Cockel ben ik belangrijk.'
'Meneer Cockel?' schrok mama. 'Is dat uw vriend? Meneer Cockel zelf?'
'Ik geloof niet, dat meneer Cockel mijn vriend is,' zei de journalist kalm. 'Meneer Cockel heeft geen vrienden. Maar hij is inderdaad degene naar wie we nu op weg zijn.'
Daar wedden wij even stil van. Bezorgd keken we elkaar aan. In een ontmoeting met meneer Cockel – de meest gewetenloze man die je je voor kunt stellen – hadden we niet erg veel zin.
Michael zei zwakjes: 'M... maar u was toch tégen meneer Cockel? U ging toch schrijven over de vieze troep, die...'
'Lieve schat,' zei mama somber, 'misschien is deze meneer niet helemaal eerlijk tegen ons geweest. Ik denk eerlijk gezegd dat hij niet eens een journalist is.'
'Dat denkt u dan goed, mevrouw Laarmans! En jullie zijn geen onschuldige toeristen. Maar ik had u meteen al door, en u merkt het nu pas...'
Op dat moment zei de lift 'Ping' en de deuren schoven open.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Het is voor elkaar,' zei hij. 'Het kan nu meteen, zelfs. Mijn vriend heeft het wel druk, want hij is een belangrijk man, maar hij is dol op bouwkunst, net als u, en hij wil er graag over praten.'
'Geweldig,' zei mama. En dat was het inderdaad. Het is de droom van elke terrorist: een gebouw dat je op wilt blazen, op je gemak van binnen bekijken terwijl iemand je precies vertelt hoe het allemaal in elkaar zit. Waar de belangrijkste balken lopen, en zo. Een klein gebouwtje, zoals een tankstation of een mjamburger-bar, dat is makkelijk genoeg op te blazen. Gewoon een grote bom erin, en knal boem klaar. Maar zo'n torenflat als Cockel's hoofdkantoor is een heel ander verhaal. Daarvan moet je heel zorgvuldig de belangrijkste balken opblazen, zodat het gebouw zijn eigen gewicht niet meer kan dragen en instort. Gewoon ergens een bommetje plaatsen heeft geen enkel nut, dan maak je alleen maar een gat in een paar muren. Of je moet een kernbom nemen, maar daar begint mijn moeder niet aan. Kernbommen zijn verschrikkelijk moeilijk te maken, heel erg duur, en ze geven enorm veel troep die je bijna niet meer opgeruimd krijgt. Daar is mijn moeder veel te netjes voor.
We stapten uit de wagen en de journalist bracht ons naar een lift. We zwaaiden nog even naar de bewaker en stapten in. De journalist drukte op het knopje voor 'omhoog'.
'Wat raar,' zei ik. 'Deze lift heeft maar twee knopjes, één voor omhoog en één voor omlaag. Terwijl dit gebouw minstens veertig verdiepingen heeft!'
'Vijftig,' zei de journalist. 'Maar deze lift gaat alleen naar de bovenste. Daar werken de belangrijkste mensen, zoals die vriend van mij. Belangrijke mensen willen graag een eigen lift. Dat vinden die lui fijn.'
'U keek zelf ook behoorlijk tevreden, toen u op het knopje duwde,' grinnikte papa. 'Volgens mij zou u best een eigen lift willen hebben.'
'Oh, ik hoef geen eigen lift,' glimlachte de journalist. 'Maar ik vind het wel leuk als ik de lift van belangrijke mensen mag gebruiken. Want dan weet ik: in dit gebouw is meneer Cockel belangrijk, maar voor meneer Cockel ben ik belangrijk.'
'Meneer Cockel?' schrok mama. 'Is dat uw vriend? Meneer Cockel zelf?'
'Ik geloof niet, dat meneer Cockel mijn vriend is,' zei de journalist kalm. 'Meneer Cockel heeft geen vrienden. Maar hij is inderdaad degene naar wie we nu op weg zijn.'
Daar wedden wij even stil van. Bezorgd keken we elkaar aan. In een ontmoeting met meneer Cockel – de meest gewetenloze man die je je voor kunt stellen – hadden we niet erg veel zin.
Michael zei zwakjes: 'M... maar u was toch tégen meneer Cockel? U ging toch schrijven over de vieze troep, die...'
'Lieve schat,' zei mama somber, 'misschien is deze meneer niet helemaal eerlijk tegen ons geweest. Ik denk eerlijk gezegd dat hij niet eens een journalist is.'
'Dat denkt u dan goed, mevrouw Laarmans! En jullie zijn geen onschuldige toeristen. Maar ik had u meteen al door, en u merkt het nu pas...'
Op dat moment zei de lift 'Ping' en de deuren schoven open.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 12 december 2012
Kerken, kastelen en moderne gebouwen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Het was een heel eind rijden. De wijken met arme mensen bléven maar voortduren. Het gekke is: hoe droevig en akelig de aanblik ook was, na een tijdje wenden we eraan.
'Jaja,' mompelde Michael zelfs na een half uurtje, 'nou weten we het wel.'
Niet lang daarna reden we de rijke buurt binnen. Blinkend witte Villa's stonden daar achter grote hekken van prikkeldraad. Er stonden bewakers bij de poorten en het prikkeldraad stond onder stroom.
Tenslotte kwamen we in de zakenwijk. Daar stonden torenhoge flats met spiegelende ruiten, groot en glimmend, alsof ze een wedstrijdje hielden wie het het hoogst was, en wie er het meeste blonk.
Het was wel duidelijk wie dat wedstrijdje won. Het allerhoogste, meest glanzende gebouw was dat van Cockels Olie Maatschappij.
'Sodeju,' fluisterde mama.
'Niet vloeken,' fluisterde papa. 'Maar ik begrijp wat je bedoelt, schat.'
'Indrukwekkend he?' glimlachte de journalist. 'Al dat spiegelglas! Maar laat je niet voor de gek houden, hoor. Dat is geen gewóón glas, dat is dertiendubbel staalglas. Het sterkste glas ter wereld, sterker dan een betonnen muur. Daar zou je zelfs met een bom nog geen gat in kunnen maken. Niet dat iemand Cockels Olie Maatschappij zou willen bombarderen, natuurlijk.'
'Nee,' zei mama 'natuurlijk niet.'
'Auw!' riep Kwetter. 'Ik zegde geeneens wat! Waarom hoeft jij mij dan te schoppen?'
'Ging per ongeluk, Kwettertje-lief,' zei mama. 'Ik ben ook zo, eh, onder de indruk!'
'Houdt u van mooie gebouwen?' vroeg de journalist. 'Is dat het?'
' Eh, ja, nou en of,' zei mama vlug. 'Oude kerken en zo. Daar gaan we op vakantie altijd naar kijken, he jongens?'
'Ja,' zuchtten wij, want het was helaas maar al te waar. Wij hadden in ons leven al tientallen keren door kerken moeten sjokken. In verre landen, op prachtige zonnige dagen waarop ieder verstandige vakantieganger naar het strand ging, moesten wij weer zo'n kerk in. Mama had dan altijd boekjes, waarin stond wanneer de kerk gebouwd was, en met wat voor steen enzovoort. Die boekjes wilde ze hélemaal lezen. En het allerergste was dat ze daarna alles aan ons wilde vertellen. Vele uren van ons leven waren verspild aan die onzin.
'Met kastelen heb ik dat ook,' vertelde mama. Wij knikten. Was ook waar, helaas. Hoewel Michael de kastelen nog wel mooi vond, vooral als er oude wapens te zien waren of, als-ie heel erg geluk had, martel-werktuigen.
Jongens zijn namelijk ziek in hun hoofd.
'Maar dus ook,' ging mama verder, 'dit soort dingen. Moderne gebouwen.'
'Dan heeft u geluk,' zei de journalist. 'Dit is het modernste van het modernste! Zeg, daar bedenk ik me opeens iets. Een vriend van mij werkt hier. Hij zou u vast een rondleiding kunnen geven, als u dat wilt. Lijkt u dat wat?'
'Ach,' zei mama, 'waarom ook niet?'
De journalist reed van de hoofdweg af, naar een weggetje dat onder het Cockel-gebouw verdween. En parkeergarage, onder de grond.
Bij de ingang van de garage stond een bewaker. Een grote kerel met een spiegelzonnebril en een uniform dat strak stond van de spieren. De journalist stapte uit om met hem te praten. In het Zuid-Mallotisch, dus we verstonden hen niet, maar blijkbaar zat het wel goed, want de bewaker pratte met een luidsprekertje in de muur en even later kwam de journalist met een zeer tevreden gezicht op ons af.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Het was een heel eind rijden. De wijken met arme mensen bléven maar voortduren. Het gekke is: hoe droevig en akelig de aanblik ook was, na een tijdje wenden we eraan.
'Jaja,' mompelde Michael zelfs na een half uurtje, 'nou weten we het wel.'
Niet lang daarna reden we de rijke buurt binnen. Blinkend witte Villa's stonden daar achter grote hekken van prikkeldraad. Er stonden bewakers bij de poorten en het prikkeldraad stond onder stroom.
Tenslotte kwamen we in de zakenwijk. Daar stonden torenhoge flats met spiegelende ruiten, groot en glimmend, alsof ze een wedstrijdje hielden wie het het hoogst was, en wie er het meeste blonk.
Het was wel duidelijk wie dat wedstrijdje won. Het allerhoogste, meest glanzende gebouw was dat van Cockels Olie Maatschappij.
'Sodeju,' fluisterde mama.
'Niet vloeken,' fluisterde papa. 'Maar ik begrijp wat je bedoelt, schat.'
'Indrukwekkend he?' glimlachte de journalist. 'Al dat spiegelglas! Maar laat je niet voor de gek houden, hoor. Dat is geen gewóón glas, dat is dertiendubbel staalglas. Het sterkste glas ter wereld, sterker dan een betonnen muur. Daar zou je zelfs met een bom nog geen gat in kunnen maken. Niet dat iemand Cockels Olie Maatschappij zou willen bombarderen, natuurlijk.'
'Nee,' zei mama 'natuurlijk niet.'
'Auw!' riep Kwetter. 'Ik zegde geeneens wat! Waarom hoeft jij mij dan te schoppen?'
'Ging per ongeluk, Kwettertje-lief,' zei mama. 'Ik ben ook zo, eh, onder de indruk!'
'Houdt u van mooie gebouwen?' vroeg de journalist. 'Is dat het?'
' Eh, ja, nou en of,' zei mama vlug. 'Oude kerken en zo. Daar gaan we op vakantie altijd naar kijken, he jongens?'
'Ja,' zuchtten wij, want het was helaas maar al te waar. Wij hadden in ons leven al tientallen keren door kerken moeten sjokken. In verre landen, op prachtige zonnige dagen waarop ieder verstandige vakantieganger naar het strand ging, moesten wij weer zo'n kerk in. Mama had dan altijd boekjes, waarin stond wanneer de kerk gebouwd was, en met wat voor steen enzovoort. Die boekjes wilde ze hélemaal lezen. En het allerergste was dat ze daarna alles aan ons wilde vertellen. Vele uren van ons leven waren verspild aan die onzin.
'Met kastelen heb ik dat ook,' vertelde mama. Wij knikten. Was ook waar, helaas. Hoewel Michael de kastelen nog wel mooi vond, vooral als er oude wapens te zien waren of, als-ie heel erg geluk had, martel-werktuigen.
Jongens zijn namelijk ziek in hun hoofd.
'Maar dus ook,' ging mama verder, 'dit soort dingen. Moderne gebouwen.'
'Dan heeft u geluk,' zei de journalist. 'Dit is het modernste van het modernste! Zeg, daar bedenk ik me opeens iets. Een vriend van mij werkt hier. Hij zou u vast een rondleiding kunnen geven, als u dat wilt. Lijkt u dat wat?'
'Ach,' zei mama, 'waarom ook niet?'
De journalist reed van de hoofdweg af, naar een weggetje dat onder het Cockel-gebouw verdween. En parkeergarage, onder de grond.
Bij de ingang van de garage stond een bewaker. Een grote kerel met een spiegelzonnebril en een uniform dat strak stond van de spieren. De journalist stapte uit om met hem te praten. In het Zuid-Mallotisch, dus we verstonden hen niet, maar blijkbaar zat het wel goed, want de bewaker pratte met een luidsprekertje in de muur en even later kwam de journalist met een zeer tevreden gezicht op ons af.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 10 december 2012
De Parel van Zuid-Mallotië
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We hadden nog nooit zo een lelijke, droevige stad gezien. Zelfs niet in onze ergste dromen. De huizen waren verschrikkelijk armoedig, gemaakt van modder en vuilnis, sommige waren kleiner dan mijn kamertje aan boord van de Tsaar Peter, andere waren juist weer heel erg groot want de hele wereld zat erin. Dat wil zeggen: ze hadden geeneens vier muren, dus je kon niet zien waar het huis precies ophield en waar de rest van de wereld begon. Overdekte hoekjes, meer waren het niet, en in die overdekte hoekjes woonde een heel gezin plus een oma en opa. Kleuters scharrelden rond in hun blote gat, spelend met een paar lege batterijen die ze langs de weg hadden gevonden of knagend op een appelkroosje. Oma kookte eten op een vuurtje, gestookt van een oude autoband.
Wat ze kookte was kennelijk zó vies dat haar kinderen en kleinkinderen liever dood gingen dan het op te eten. Of het was gewoon heel erg weinig. Of allebei. In ieder geval waren alle mensen hier zo afschuwelijk mager, dat je bijna door ze heen kon kijken.
Met holle ogen doolden ze rond tussen hun huizen, op zoek naar iets te eten. Iets dat door alle andere Jalskers over het hoofd was gezien; dat zou bijna toverij moeten zijn, want er waren heel veel Jalskers. Heel, heel erg veel. De smerige krotten bedekten het land zo ver als je maar kon zien.
'Zozo,' zei papa ontdaan. 'Dus dit is de Parel van Zuid-Mallotië.'
Daar moest de journalist om lachen. 'Ik begrijp wat u bedoelt, meneer! Ziet er niet fraai uit, he? Maar dit zijn alleen maar de buitenwijken, waar de armen wonen. Wacht maar tot u de paleizen van de rijkelui ziet! Schit-te-rend gewoon!'
'Hm,' deed mama.
De journalist vertelde van alles over de rijkelui van Zuid-Mallotië: over een voetballer bijvoorbeeld, die krankzinnig veel geld verdiende terwijl hij nog veel dommer was dan alle andere voetballers. En over de sultan, die altijd de rijkste man van het land was geweest maar die nu op de tweede plaats stond, omdat zijn kroonjuwelen vorig jaar gestolen waren.
'En die waren een hoop geld waard,' zei de journalist. 'Ik heb nog nooit iemand zo hard horen schreeuwen als de Sultan toen. En weet je? Het geld kon hem niet eens zo veel schelen. Maar dat hij nu niet meer de rijkste is, daar kon hij niet tegen.'
'Wie is er nu dan de rijkste?' vroeg ik.
'Iemand die niet eens uit Zuid-Mallotië komt,' vertelde de journalist. 'Hij woont hier alleen maar, omdat hij dan geen belasting hoeft te betalen. Het is de baas van de Cockel oliemaatschappij, daar heb je misschien wel eens van gehoord.'
'Van hem gehoord?' riep Kwetter. 'Ik zul jou eens wat vertellen... auwie!'
'Sorry Kwetter,' zei mama.
'Jullie hebben dus van hem gehoord,' glimlachte de journalist. Dan zul je het wel interessant vinden dat die torenflat aan onze rechterkant, daar in de verte, zijn hoofdkantoor is.
Papa, Kwetter, Michael en ik probeerden allemaal tegelijk door de raampjes aan de rechterkant te kijken. We drukten zo plotseling onze neuzen tegen het glas, dat de auto bijna omviel.
'Vinden jullie dat interessant?' vroeg de journalist geamuseerd. 'Ik kan er wel wat dichter langs rijden, als jullie dat willen...'
Nou en of wij dat wilden!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We hadden nog nooit zo een lelijke, droevige stad gezien. Zelfs niet in onze ergste dromen. De huizen waren verschrikkelijk armoedig, gemaakt van modder en vuilnis, sommige waren kleiner dan mijn kamertje aan boord van de Tsaar Peter, andere waren juist weer heel erg groot want de hele wereld zat erin. Dat wil zeggen: ze hadden geeneens vier muren, dus je kon niet zien waar het huis precies ophield en waar de rest van de wereld begon. Overdekte hoekjes, meer waren het niet, en in die overdekte hoekjes woonde een heel gezin plus een oma en opa. Kleuters scharrelden rond in hun blote gat, spelend met een paar lege batterijen die ze langs de weg hadden gevonden of knagend op een appelkroosje. Oma kookte eten op een vuurtje, gestookt van een oude autoband.
Wat ze kookte was kennelijk zó vies dat haar kinderen en kleinkinderen liever dood gingen dan het op te eten. Of het was gewoon heel erg weinig. Of allebei. In ieder geval waren alle mensen hier zo afschuwelijk mager, dat je bijna door ze heen kon kijken.
Met holle ogen doolden ze rond tussen hun huizen, op zoek naar iets te eten. Iets dat door alle andere Jalskers over het hoofd was gezien; dat zou bijna toverij moeten zijn, want er waren heel veel Jalskers. Heel, heel erg veel. De smerige krotten bedekten het land zo ver als je maar kon zien.
'Zozo,' zei papa ontdaan. 'Dus dit is de Parel van Zuid-Mallotië.'
Daar moest de journalist om lachen. 'Ik begrijp wat u bedoelt, meneer! Ziet er niet fraai uit, he? Maar dit zijn alleen maar de buitenwijken, waar de armen wonen. Wacht maar tot u de paleizen van de rijkelui ziet! Schit-te-rend gewoon!'
'Hm,' deed mama.
De journalist vertelde van alles over de rijkelui van Zuid-Mallotië: over een voetballer bijvoorbeeld, die krankzinnig veel geld verdiende terwijl hij nog veel dommer was dan alle andere voetballers. En over de sultan, die altijd de rijkste man van het land was geweest maar die nu op de tweede plaats stond, omdat zijn kroonjuwelen vorig jaar gestolen waren.
'En die waren een hoop geld waard,' zei de journalist. 'Ik heb nog nooit iemand zo hard horen schreeuwen als de Sultan toen. En weet je? Het geld kon hem niet eens zo veel schelen. Maar dat hij nu niet meer de rijkste is, daar kon hij niet tegen.'
'Wie is er nu dan de rijkste?' vroeg ik.
'Iemand die niet eens uit Zuid-Mallotië komt,' vertelde de journalist. 'Hij woont hier alleen maar, omdat hij dan geen belasting hoeft te betalen. Het is de baas van de Cockel oliemaatschappij, daar heb je misschien wel eens van gehoord.'
'Van hem gehoord?' riep Kwetter. 'Ik zul jou eens wat vertellen... auwie!'
'Sorry Kwetter,' zei mama.
'Jullie hebben dus van hem gehoord,' glimlachte de journalist. Dan zul je het wel interessant vinden dat die torenflat aan onze rechterkant, daar in de verte, zijn hoofdkantoor is.
Papa, Kwetter, Michael en ik probeerden allemaal tegelijk door de raampjes aan de rechterkant te kijken. We drukten zo plotseling onze neuzen tegen het glas, dat de auto bijna omviel.
'Vinden jullie dat interessant?' vroeg de journalist geamuseerd. 'Ik kan er wel wat dichter langs rijden, als jullie dat willen...'
Nou en of wij dat wilden!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 7 december 2012
Op volksliederen kun je vertrouwen
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Kwetter hield haar mond.
Ze hield 'm zo stijf dicht dat je alleen nog maar een streepje zag.
Gelukkig had de journalist niks gehoord, want die zat al een tijdje te staren naar de wijzertjes van zijn auto. Hij tikte een paar keer op de wijzerplaatjes en zei toen: 'Dat is gek. U had gelijk, mevrouw!'
'Zo gek is dat niet hoor,' zei mama. 'Ik heb altijd gelijk.'
'Maar... Ik bedoel... Mijn wagen verbruikt nu veel minder benzine! De knapste koppen van de autofabriek proberen al jarenlang een motor te maken die minder benzine gebruikt, en het lukt ze niet, en u doet dat zo maar eventjes.'
'Misschien zijn die knapste koppen niet zo knap als ik,' zei mama. 'Dat zou heel goed kunnen. Of ze doen niet echt hun best.'
'Maar waarom heeft u dit niet al jaren geleden aan de autofabriek? Dat zou een hoop vervuiling gescheeld hebben?'
'Wist ik veel,' zei mama geërgerd. 'Ik heb vandaag voor het eerst zo'n motor van dichtbij bekeken. Ik dacht altijd: die dingen zullen wel goed zijn.'
De journalist schudde zijn verbaasde hoofd. 'Dat u nog niet we-reld-beroemd bent!'
'Ja,' glimlachte mama, 'daar snap ik ook niks van.'
Papa begon een lang verhaal over een wereldberoemd zangeresje, dat volgens hem meer succes dan hersens had.
De journalist zei dat ze alleen maar zoveel succes had omdat ze zo'n mooie meid was, die ook nog eens blote jurkjes droeg.
'Oh,' zei papa, 'is dat een jurkje. Ik dacht dat het een bikini was.'
'Dat zegt u goed,' lachte de journalist. 'En weet u wie er ook veel te veel succes heeft?'
Papa dacht een internationale voetballer. De journalist bedoelde een filmster, maar dat van die voetballer klopte ook, sodeknetter, nou en of, wat een stoethaspel was dat zeg.
Twee uur lang bleven de journalist en papa praten over beroemde mensen die niks konden.
Daar waren er heel veel van, kennelijk.
Daarna zei de journalist: 'Kijk eens aan, we zijn er al! In het prachtige Jalsk, de parel van Zuid-Mallotië, het warme, gulle hart van dit land, dat van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God is, als we het volkslied mogen geloven. En dat mogen we, want waarom zouden mensen liegen in hun volkslied? Dan sta je voor aap, iedere keer als je een medaille wint. Of een kampioenschap. Dan zit de hele wereld naar de t.v. te kijken, en dan wordt het volkslied gespeeld, en iedereen ter wereld zit zo'n beetje mee te knikken en dan wordt er gezongen van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God, en dan zegt iedereen ter wereld “Neeeh, dat is echt onzin, die rare Zuid-Mallotiërs toch, die kletsen maar een eind raak”. Dan sta je voor joker. Nee, op volksliederen kun je vertrouwen hoor, dat wordt echt wel goed gecontroleerd voor ze het opschrijven, en ieder jaar wordt er even gekeken of het nog klopt, stel ik me zo voor...'
We luisterden nauwelijks naar hem, want we keken uit het raampje naar de stad Jalsk, de Parel van Zuid-Mallotië, en we konden onze ogen nauwelijks geloven.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Kwetter hield haar mond.
Ze hield 'm zo stijf dicht dat je alleen nog maar een streepje zag.
Gelukkig had de journalist niks gehoord, want die zat al een tijdje te staren naar de wijzertjes van zijn auto. Hij tikte een paar keer op de wijzerplaatjes en zei toen: 'Dat is gek. U had gelijk, mevrouw!'
'Zo gek is dat niet hoor,' zei mama. 'Ik heb altijd gelijk.'
'Maar... Ik bedoel... Mijn wagen verbruikt nu veel minder benzine! De knapste koppen van de autofabriek proberen al jarenlang een motor te maken die minder benzine gebruikt, en het lukt ze niet, en u doet dat zo maar eventjes.'
'Misschien zijn die knapste koppen niet zo knap als ik,' zei mama. 'Dat zou heel goed kunnen. Of ze doen niet echt hun best.'
'Maar waarom heeft u dit niet al jaren geleden aan de autofabriek? Dat zou een hoop vervuiling gescheeld hebben?'
'Wist ik veel,' zei mama geërgerd. 'Ik heb vandaag voor het eerst zo'n motor van dichtbij bekeken. Ik dacht altijd: die dingen zullen wel goed zijn.'
De journalist schudde zijn verbaasde hoofd. 'Dat u nog niet we-reld-beroemd bent!'
'Ja,' glimlachte mama, 'daar snap ik ook niks van.'
Papa begon een lang verhaal over een wereldberoemd zangeresje, dat volgens hem meer succes dan hersens had.
De journalist zei dat ze alleen maar zoveel succes had omdat ze zo'n mooie meid was, die ook nog eens blote jurkjes droeg.
'Oh,' zei papa, 'is dat een jurkje. Ik dacht dat het een bikini was.'
'Dat zegt u goed,' lachte de journalist. 'En weet u wie er ook veel te veel succes heeft?'
Papa dacht een internationale voetballer. De journalist bedoelde een filmster, maar dat van die voetballer klopte ook, sodeknetter, nou en of, wat een stoethaspel was dat zeg.
Twee uur lang bleven de journalist en papa praten over beroemde mensen die niks konden.
Daar waren er heel veel van, kennelijk.
Daarna zei de journalist: 'Kijk eens aan, we zijn er al! In het prachtige Jalsk, de parel van Zuid-Mallotië, het warme, gulle hart van dit land, dat van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God is, als we het volkslied mogen geloven. En dat mogen we, want waarom zouden mensen liegen in hun volkslied? Dan sta je voor aap, iedere keer als je een medaille wint. Of een kampioenschap. Dan zit de hele wereld naar de t.v. te kijken, en dan wordt het volkslied gespeeld, en iedereen ter wereld zit zo'n beetje mee te knikken en dan wordt er gezongen van alle landen op deez' aard het meest geliefd door God, en dan zegt iedereen ter wereld “Neeeh, dat is echt onzin, die rare Zuid-Mallotiërs toch, die kletsen maar een eind raak”. Dan sta je voor joker. Nee, op volksliederen kun je vertrouwen hoor, dat wordt echt wel goed gecontroleerd voor ze het opschrijven, en ieder jaar wordt er even gekeken of het nog klopt, stel ik me zo voor...'
We luisterden nauwelijks naar hem, want we keken uit het raampje naar de stad Jalsk, de Parel van Zuid-Mallotië, en we konden onze ogen nauwelijks geloven.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 5 december 2012
Excuses
Vanwege de zenuwen (de Sint komt vandaag, en ik weet niet helemaal zeker of ik braaf ben geweest) heden geen aflevering van Donderkat.
Vrijdag weer!
Vrijdag weer!
maandag 3 december 2012
In de luxe auto
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Klaar!' zei mama tevreden.
De journalist keek onzeker naar het slangetje. 'Zou dat niet belangrijk wezen?' vroeg hij. 'Ik bedoel: het zal wel niet voor niks in die motor gezeten hebben...'
'Ik heb wat verbeteringen aangebracht,' zei mama achteloos. 'Uw wagen gebruikt nu zo'n vijftien procent minder benzine. Kan ook veertien wezen. Of zestien. In ieder geval kunt u er weer mee de weg op.'
'Mooie wagen, hoor,' zei papa.
'Oh nou en of,' zei de journalist. 'En hij rijdt heerlijk. Eh... hij rééd heerlijk. Ik weet niet of-ie nu...'
'Als mijn vrouw zegt dat-ie beter rijdt, dan rijdt-ie beter,' zei papa. 'Daar kunt u rustig vanuit gaan.'
'Gelukkig maar, want hiermee ben ik binnen drie uur in Jalsk. En hoe! De stoelen van deze wagen, meneer, zijn als wolken zo zacht. Hier buiten is het al behoorlijk warm, al is het nog ochtend, maar in mijn auto waan je je in een schaduwrijk dal, met je voeten in een kabbelende bergbeek. Ik heb de keuze uit honderden rustgevende muziekjes, en – u zult me wel een rare kerel vinden, maar ik geef het gewoon eerlijk toe: ik heb ook altijd een paar flesjes reukwater in de wagen, zodat het er altijd lekker ruikt.'
Michael en ik keken elkaar aan. We konden wel janken als we dachten aan het helse busje, waarin wij zouden moeten rijden, als we op weg gingen naar Cockel's kantoor.
'Mam,' fluisterde ik, 'dat hoofdkantoor van Cockel, staat dat toevallig in Jalsk?'
Mama knikte. 'Ik begrijp wat je bedoelt,' fluisterde ze terug. 'Ik had het ook al bedacht.' Hardop zei ze tegen de journalist: ´Wat een toeval, dat u naar Jalsk gaat. Daarheen zijn wij óók op weg.'
'Nee maar!' riep de journalist. 'Dat is inderdaad wel héél toevallig. Waarom rijdt u niet met mij mee? Als bedankje voor het repareren. Plaats genoeg in de auto.'
'Graag,' zei mama. 'Nog even een paar spullen halen, en dan kunnen we.' Ze verdween met Willem en kwam even later terug met een grote koffer. Die had ik nog nooit eerder gezien, maar ik kon wel raden wat erin zat.
Even later zaten we in de grote, luxe auto van de journalist. Inderdaad waren de stoelen heerlijk zacht.
'Wat gaat u doen in het mooie Jalsk?' vroeg de journalist.
'Oh gewoon,'zei papa, 'niks bijzonders. Beetje rondkijken. Wij zijn toeristen, namelijk.'
'Ach, bent u op vakantie? Wat heerlijk! Dat zou ik ook wel eens willen, even lekker ertussenuit. Maar ja, u weet hoe het is. Als ik wat meer geld had, dan zou ik óók wel op vakantie willen. Soms denk ik: ik beroof gewoon een keer een bank.'
'Dat moet u niet doen,' zei papa ernstig. 'Banken beroven is slecht.'
'Behalve de Doggersbank!' riep Kwetter. 'Meneer Dogger is een schurk, he papa?'
'Ik weet niet waar je 't over hebt,' zei papa.
'Au!' riep Kwetter. 'Waarom schopt jij mij?'
'Ik schopte niet,'zei mama, 'mijn voet botste per ongeluk tegen je been. Kwam door een hobbel in de weg.'
'Er is geeneens hobbels in de weg.'
'Oh jawel,' zei mama.
'Ja, die is er wel, maar wij voelt ze niet want wij zit in een mooie luxe auto.'
'Luister,' fluisterde mama, 'niemand mag weten wie we zijn en wat we komen doen. Dus we mogen niks laten merken. We moeten zo gewoon mogelijk doen.'
Kwetter knikte begrijpend. Gewoon doen. Dingen de lucht in boemen.'
'Nee Kwetter. Dat is niet gewoon.'
'Maar dat doet wij altijd! Is toch gewoon?'
'Hou nou maar gewoon je mond,' fluisterde mama dringend.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Klaar!' zei mama tevreden.
De journalist keek onzeker naar het slangetje. 'Zou dat niet belangrijk wezen?' vroeg hij. 'Ik bedoel: het zal wel niet voor niks in die motor gezeten hebben...'
'Ik heb wat verbeteringen aangebracht,' zei mama achteloos. 'Uw wagen gebruikt nu zo'n vijftien procent minder benzine. Kan ook veertien wezen. Of zestien. In ieder geval kunt u er weer mee de weg op.'
'Mooie wagen, hoor,' zei papa.
'Oh nou en of,' zei de journalist. 'En hij rijdt heerlijk. Eh... hij rééd heerlijk. Ik weet niet of-ie nu...'
'Als mijn vrouw zegt dat-ie beter rijdt, dan rijdt-ie beter,' zei papa. 'Daar kunt u rustig vanuit gaan.'
'Gelukkig maar, want hiermee ben ik binnen drie uur in Jalsk. En hoe! De stoelen van deze wagen, meneer, zijn als wolken zo zacht. Hier buiten is het al behoorlijk warm, al is het nog ochtend, maar in mijn auto waan je je in een schaduwrijk dal, met je voeten in een kabbelende bergbeek. Ik heb de keuze uit honderden rustgevende muziekjes, en – u zult me wel een rare kerel vinden, maar ik geef het gewoon eerlijk toe: ik heb ook altijd een paar flesjes reukwater in de wagen, zodat het er altijd lekker ruikt.'
Michael en ik keken elkaar aan. We konden wel janken als we dachten aan het helse busje, waarin wij zouden moeten rijden, als we op weg gingen naar Cockel's kantoor.
'Mam,' fluisterde ik, 'dat hoofdkantoor van Cockel, staat dat toevallig in Jalsk?'
Mama knikte. 'Ik begrijp wat je bedoelt,' fluisterde ze terug. 'Ik had het ook al bedacht.' Hardop zei ze tegen de journalist: ´Wat een toeval, dat u naar Jalsk gaat. Daarheen zijn wij óók op weg.'
'Nee maar!' riep de journalist. 'Dat is inderdaad wel héél toevallig. Waarom rijdt u niet met mij mee? Als bedankje voor het repareren. Plaats genoeg in de auto.'
'Graag,' zei mama. 'Nog even een paar spullen halen, en dan kunnen we.' Ze verdween met Willem en kwam even later terug met een grote koffer. Die had ik nog nooit eerder gezien, maar ik kon wel raden wat erin zat.
Even later zaten we in de grote, luxe auto van de journalist. Inderdaad waren de stoelen heerlijk zacht.
'Wat gaat u doen in het mooie Jalsk?' vroeg de journalist.
'Oh gewoon,'zei papa, 'niks bijzonders. Beetje rondkijken. Wij zijn toeristen, namelijk.'
'Ach, bent u op vakantie? Wat heerlijk! Dat zou ik ook wel eens willen, even lekker ertussenuit. Maar ja, u weet hoe het is. Als ik wat meer geld had, dan zou ik óók wel op vakantie willen. Soms denk ik: ik beroof gewoon een keer een bank.'
'Dat moet u niet doen,' zei papa ernstig. 'Banken beroven is slecht.'
'Behalve de Doggersbank!' riep Kwetter. 'Meneer Dogger is een schurk, he papa?'
'Ik weet niet waar je 't over hebt,' zei papa.
'Au!' riep Kwetter. 'Waarom schopt jij mij?'
'Ik schopte niet,'zei mama, 'mijn voet botste per ongeluk tegen je been. Kwam door een hobbel in de weg.'
'Er is geeneens hobbels in de weg.'
'Oh jawel,' zei mama.
'Ja, die is er wel, maar wij voelt ze niet want wij zit in een mooie luxe auto.'
'Luister,' fluisterde mama, 'niemand mag weten wie we zijn en wat we komen doen. Dus we mogen niks laten merken. We moeten zo gewoon mogelijk doen.'
Kwetter knikte begrijpend. Gewoon doen. Dingen de lucht in boemen.'
'Nee Kwetter. Dat is niet gewoon.'
'Maar dat doet wij altijd! Is toch gewoon?'
'Hou nou maar gewoon je mond,' fluisterde mama dringend.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)