BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Papa zat in zijn kantoortje. Dat was een klein kamertje; aan boord van een duikboot zijn alle kamers klein, maar deze wat echt minuscuul. Er stond een bureau met een computer erop, en een stoel. Meer paste er niet in. Meer was trouwens ook niet nodig. Papa is een bankrover, maar dan een moderne. Dat wil zeggen, een saaie. Hij berooft banken zonder dynamiet en zonder automatische wapens of vluchtauto's. Hij heeft voor zijn plundertochten niets anders nodig dan zijn computer en een gemakkelijke stoel.
'Het ook niet echt plunderen, hoor, wat ik doe,' probeerde hij me ooit uit te leggen.
'Oh. Wat is het dan?'
'Het is, zeg maar, handelen. Kopen en verkopen. Aandelen in bedrijven bijvoorbeeld. En geld.'
'Je koopt aandelen met geld, bedoel je.'
'Nee nee, dat is niet wat ik bedoel. Ik koop geld met geld. Ik betaal bijvoorbeeld honderd Argentijnse Pesos aan een bank. Die geeft mij in ruil daarvoor een bedrag in Amerikaanse Dollars. Bij een andere bank ruil ik mijn dollars voor Zuid-Afrikaanse Rands, en die ruil ik weer voor Japanse Yens, die ik ruil voor Braziliaanse Reals, en voor die Reals koop ik tenslotte honderdvijftig Argentijnse Peso's. En dan heb ik er vijftig Pesos bij. Snap je?'
'Nee,' zei ik. 'Geld ruilen bij een bank, dat mag iedereen toch gewoon doen? Dat is toch geen roven?'
Papa schudde een beetje met zijn hoofd. 'Niet precies,' zei hij aarzelend. 'Kijk: er zijn regels voor dat soort dingen. Die regels zijn bedacht door de banken, om te zorgen dat de bank rijker wordt als er iemand geld wisselt. Maar als ik geld wissel, houd ik me niet aan de regels. Daardoor wordt de bank armer, en ik word rijker.'
'Maar... hoe gaat dat dan?' vroeg ik met m'n stomme kop.
'Wat leuk dat je dat vraagt!' Papa's gezicht klaarde helemaal op, en hij begon enthousiast aan een langdradig verhaal, waarin het woord 'percentage' heel vaak voorkwam. En ook getallen, met heel veel cijfers achter de komma. En nog meer moeilijke woorden, zoals 'derivaat' en 'renteval'. Die laatste had papa zelf bedacht, geloof ik. Hij was daar buitengewoon trots op, en als ik het goed begrepen heb werd zijn roverij pas mogelijk doordat hij dat woord bedacht had.
'Dat klopt wel zo ongeveer,' zei papa tevreden.
'Maar... wat maakt het nou uit, welk woord je verzint?'
'Ach,' zei papa, 'wat is geld? Een papiertje, met een plaatje en wat nummertjes erop. Geld is alleen maar iets waard doordat we dat met z'n allen afspreken. Snap je het nog? Nou, en als je een nieuw woord verzint, dan kun je nieuwe dingen afspreken. Die daarvóór nog niet konden. En die nieuwe dingen zijn natuurlijk in het voordeel van degene, die het woord verzint. Banken doen dat al eeuwenlang zo.'
'Pfff,' deed ik. 'Geef mij mama's moleculen maar. Die zijn tenminste écht.'
Papa glimlachte meewarig en zweeg.
En nu stormden mama's moleculen papa's woorden-kantoortje binnen en mama zei: 'Eduard, mag ik even een paar miljoen?'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
vrijdag 31 januari 2014
woensdag 29 januari 2014
De rechten zijn geschonden
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Daarna gingen er twee, drie, vier weken voorbij. Er gebeurde bijna niks. Gelukkig hadden we een paar spelletjes die we urenlang mochten doen, maar zelfs dat hadden we na een week of twee wel gezien.
Ik verveelde me vreselijk; ik speelde het moleculen-spel zo vaak achter elkaar uit dat ik, op het laatst, dat suffe Buckminsterfullereen (C60) kon maken met mijn ogen dicht.
Nou, dan ben je ver héén, hoor.
Ik hing de hele dag met holle, verlangende ogen rond de computer. In de hoop dat het nieuwe spel, eindelijk aan zou komen.
Maar toen het eindelijk kwam, na vier lange weken, wachtte mij een akelige verrassing.
Het spel zelf was prima in orde, hoor, daar niet van.
Het was zelfs véél en véél beter dan de oude spelletjes – en dat wil wat zeggen.
De plaatjes waren mooier, er zaten allemaal kleine grapjes in, en leuke muziekjes, en je kon het met andere mensen samen spelen via het internet. Je kon het winnen van andere mensen via het internet. Je kon mensen hun geld inpikken, en hun springstoffen, via het internet. En waarschijnlijk kon je nog veel meer leuke dingen doen, maar daar kwam ik niet achter want toen overkwam mij die akelige verrassing.
Die bestond eruit dat mama zei: 'Zo! Sla je spelletje maar op, schat – je halve uurtje is om.'
Ik verbleekte. 'Maar...' stamelde ik. 'Dat van dat halve uurtje, dat geldt toch niet meer? Dat is iets van vroeger! Van toen ik nog klein was!'
'Dat is iets van twee maanden geleden,' zei mama. 'En ook iets van nu. En voortaan. De afgelopen twee maanden mochten jullie het spelletje uittesten, maar dat hoeft nu niet meer. Het spel is af.'
'Je... je hebt ons gewoon gebruikt!' riep ik. 'Als proefkonijntjes! Als apen in een kooi. Je eigen kinderen – hoe kun je?'
Mama glimlachte. Ze glimlachte niet blij, en ook niet gemeen of arrogant. Was het maar waar. Nee, ze deed iets afschuwelijks: ze glimlachte vertederd. Zoals je kijkt wanneer een peuter probeert een sneeuwbal naar je te gooien, en het erop uitdraait dat-ie dan zelf een snoet vol sneeuw heeft.
Zo glimlachte ze, en daar werd ik natuurlijk nog bozer van.
'Dat mag geeneens, wat jij doet!' riep ik. 'Dat is tegen de wet! Tegen de rechten van het kind! Toevallig!'
'Volgens mij,' kirde mama, 'zie ik hier een jongetje dat vooral heel boos is dat-ie geen proefkonijn meer mag zijn. Volgens mij zou jij het helemaal niet erg vinden als ik nog wat meer tegen de rechten van het kind in ging.'
'Welles! Dat zou ik heel erg vinden!'
'Nou,' grijnsde mama. 'Dan zal ik je niet meer als proefkonijn gebruiken. Weet je wat? Ik beloof plechtig dat je nooit meer een minuut langer mag computeren dan een half uur per dag. Afgesproken?'
'Eh... nou...' zei ik zenuwachtig. Met dit soort dingen moet je heel erg uitkijken bij mijn moeder. Die is in staat om zich genadeloos aan zo'n afspraak te houden. 'Daar hebben we het nog wel eens over, goed?'
Mama knikte tevreden en aaide mij over mijn bol. 'Kom mee,' zei ze troostend. 'Dan gaan we papa pesten. Dat is óók leuk, en leerzaam bovendien.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Daarna gingen er twee, drie, vier weken voorbij. Er gebeurde bijna niks. Gelukkig hadden we een paar spelletjes die we urenlang mochten doen, maar zelfs dat hadden we na een week of twee wel gezien.
Ik verveelde me vreselijk; ik speelde het moleculen-spel zo vaak achter elkaar uit dat ik, op het laatst, dat suffe Buckminsterfullereen (C60) kon maken met mijn ogen dicht.
Nou, dan ben je ver héén, hoor.
Ik hing de hele dag met holle, verlangende ogen rond de computer. In de hoop dat het nieuwe spel, eindelijk aan zou komen.
Maar toen het eindelijk kwam, na vier lange weken, wachtte mij een akelige verrassing.
Het spel zelf was prima in orde, hoor, daar niet van.
Het was zelfs véél en véél beter dan de oude spelletjes – en dat wil wat zeggen.
De plaatjes waren mooier, er zaten allemaal kleine grapjes in, en leuke muziekjes, en je kon het met andere mensen samen spelen via het internet. Je kon het winnen van andere mensen via het internet. Je kon mensen hun geld inpikken, en hun springstoffen, via het internet. En waarschijnlijk kon je nog veel meer leuke dingen doen, maar daar kwam ik niet achter want toen overkwam mij die akelige verrassing.
Die bestond eruit dat mama zei: 'Zo! Sla je spelletje maar op, schat – je halve uurtje is om.'
Ik verbleekte. 'Maar...' stamelde ik. 'Dat van dat halve uurtje, dat geldt toch niet meer? Dat is iets van vroeger! Van toen ik nog klein was!'
'Dat is iets van twee maanden geleden,' zei mama. 'En ook iets van nu. En voortaan. De afgelopen twee maanden mochten jullie het spelletje uittesten, maar dat hoeft nu niet meer. Het spel is af.'
'Je... je hebt ons gewoon gebruikt!' riep ik. 'Als proefkonijntjes! Als apen in een kooi. Je eigen kinderen – hoe kun je?'
Mama glimlachte. Ze glimlachte niet blij, en ook niet gemeen of arrogant. Was het maar waar. Nee, ze deed iets afschuwelijks: ze glimlachte vertederd. Zoals je kijkt wanneer een peuter probeert een sneeuwbal naar je te gooien, en het erop uitdraait dat-ie dan zelf een snoet vol sneeuw heeft.
Zo glimlachte ze, en daar werd ik natuurlijk nog bozer van.
'Dat mag geeneens, wat jij doet!' riep ik. 'Dat is tegen de wet! Tegen de rechten van het kind! Toevallig!'
'Volgens mij,' kirde mama, 'zie ik hier een jongetje dat vooral heel boos is dat-ie geen proefkonijn meer mag zijn. Volgens mij zou jij het helemaal niet erg vinden als ik nog wat meer tegen de rechten van het kind in ging.'
'Welles! Dat zou ik heel erg vinden!'
'Nou,' grijnsde mama. 'Dan zal ik je niet meer als proefkonijn gebruiken. Weet je wat? Ik beloof plechtig dat je nooit meer een minuut langer mag computeren dan een half uur per dag. Afgesproken?'
'Eh... nou...' zei ik zenuwachtig. Met dit soort dingen moet je heel erg uitkijken bij mijn moeder. Die is in staat om zich genadeloos aan zo'n afspraak te houden. 'Daar hebben we het nog wel eens over, goed?'
Mama knikte tevreden en aaide mij over mijn bol. 'Kom mee,' zei ze troostend. 'Dan gaan we papa pesten. Dat is óók leuk, en leerzaam bovendien.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 27 januari 2014
Twee grote mokken
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Waarom doet jij niet dat andere spelletje?' vroeg Kwetter. 'Die vindt ik veel leuker!'
'Die is ook wel leuk,' gaf ik toe. 'Maar er gaat niks kapot. Dat is toch minder, natuurlijk.'
'Wat vind jij, Gaby?' vroeg mama.
Gaby haalde haar schouders op. 'Ik vind ze allebei wel aardig.'
Daar hadden we dus niks aan. Maar ja, dat heb je met kleine zusjes. Die zouden allemaal verplicht met een bordje rond moeten lopen, waarop staat: “aan mij heb je eigenlijk niks”. Dat zou een hoop misverstanden schelen.
Papa kuchte. 'Mag ik ook nog zeggen wat ik vind?'
'Nou nee, liever niet,' zei mama koeltjes. 'Ik wil het vooral horen van mensen die de spelletjes gespeeld hebben.'
'Nou, ja, ach, misschien heb ik ook wel een paar keer een half uurtje gespeeld of zo. Als jullie op bed lagen.'
'Papa,' zei ik, 'je houdt ons heus niet voor de gek hoor. Het nieuwe spel is pas net doorgemaild. Ik ben de eerste die het speelt.'
'Niet helemaal,' zei papa. 'Het is gisteravond binnengekomen namelijk, en toen heb ik meteen, eh héél eventjes, eh, eh...'
We keken nog eens goed naar papa.
Zijn kin was een grote massa baardstoppels. Zijn ogen waren rood, alsof hij er heel veel in gewreven had. Er zaten dikke zwarte kringen om zijn ogen. Naast zijn enorme mok met koffie stond – dat viel me nu pas op – nóg een enorme mok met koffie.
Hij keek glazig voor zich uit en leek met veel moeite een geeuw te onderdrukken.
'Papa,' zei ik streng, 'heb jij soms de hele nacht door zitten spelen?'
'Eh... nou, ach, wel een paar uurtjes ja.'
'Dat moet je niet doen, schat,' zei mama bezorgd. 'Dat is niet gezond.'
'Ik doe het ook niet,' verdedigde papa zich geprikkeld. 'Alleen... behalve soms, ja... dan doe ik het een keertje wel. Dat mag. Ik ben een groot mens. Die mogen dat zelf kiezen.'
'Tuurlijk schat,' zei mama poeslief. 'Maar je bent wel mijn grote mens, dus ik vind het beter als je voortaan even met mij overlegt. Goed?'
Papa knikte geeuwend. 'Is goed, Josephine. Mag ik dan nu nog even vertellen wat ik te zeggen had? Ik vind ook allebei de spelletjes leuk. Maar wat ik vooral leuk vind is de afwisseling. Ik bedoel: dat spel met die ballen gaat om snelheid en behendigheid, en dat andere is meer een soort van puzzel. Welke ingrediënten heb ik nodig voor mijn springstof en waar vind ik die? Ik bedoel: soms heb je even genoeg van puzzelen, en dan wil je wel weer eens lekker van tak-tak-tak met die kleine blauwe rot-balletjes.'
'Schat,' zei mama tevreden, 'je bent briljant. We maken er één spel van! Waarin je eerst de ingrediënten voor de springstof bij elkaar moet zoeken, en dan de springstof-moleculen in elkaar moet knutselen. Dát is nog eens leerzaam.'
'Mooi,' zei papa. 'Dan ga ik nu heel eventjes liggen, als jullie het niet erg vinden. Ik heb een beetje slecht geslapen de laatste tijd.' Hij goot de tweede mok met koffie in zijn keel.
'Hoe kun je nou slapen als je zoveel koffie drinkt?' vroeg mama hoofdschuddend.
Papa stond op, slofte de kamer uit en mompelde iets. Het klonk verdacht veel als: 'Die koffie heb ik nodig om de slaapkamer te halen.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Waarom doet jij niet dat andere spelletje?' vroeg Kwetter. 'Die vindt ik veel leuker!'
'Die is ook wel leuk,' gaf ik toe. 'Maar er gaat niks kapot. Dat is toch minder, natuurlijk.'
'Wat vind jij, Gaby?' vroeg mama.
Gaby haalde haar schouders op. 'Ik vind ze allebei wel aardig.'
Daar hadden we dus niks aan. Maar ja, dat heb je met kleine zusjes. Die zouden allemaal verplicht met een bordje rond moeten lopen, waarop staat: “aan mij heb je eigenlijk niks”. Dat zou een hoop misverstanden schelen.
Papa kuchte. 'Mag ik ook nog zeggen wat ik vind?'
'Nou nee, liever niet,' zei mama koeltjes. 'Ik wil het vooral horen van mensen die de spelletjes gespeeld hebben.'
'Nou, ja, ach, misschien heb ik ook wel een paar keer een half uurtje gespeeld of zo. Als jullie op bed lagen.'
'Papa,' zei ik, 'je houdt ons heus niet voor de gek hoor. Het nieuwe spel is pas net doorgemaild. Ik ben de eerste die het speelt.'
'Niet helemaal,' zei papa. 'Het is gisteravond binnengekomen namelijk, en toen heb ik meteen, eh héél eventjes, eh, eh...'
We keken nog eens goed naar papa.
Zijn kin was een grote massa baardstoppels. Zijn ogen waren rood, alsof hij er heel veel in gewreven had. Er zaten dikke zwarte kringen om zijn ogen. Naast zijn enorme mok met koffie stond – dat viel me nu pas op – nóg een enorme mok met koffie.
Hij keek glazig voor zich uit en leek met veel moeite een geeuw te onderdrukken.
'Papa,' zei ik streng, 'heb jij soms de hele nacht door zitten spelen?'
'Eh... nou, ach, wel een paar uurtjes ja.'
'Dat moet je niet doen, schat,' zei mama bezorgd. 'Dat is niet gezond.'
'Ik doe het ook niet,' verdedigde papa zich geprikkeld. 'Alleen... behalve soms, ja... dan doe ik het een keertje wel. Dat mag. Ik ben een groot mens. Die mogen dat zelf kiezen.'
'Tuurlijk schat,' zei mama poeslief. 'Maar je bent wel mijn grote mens, dus ik vind het beter als je voortaan even met mij overlegt. Goed?'
Papa knikte geeuwend. 'Is goed, Josephine. Mag ik dan nu nog even vertellen wat ik te zeggen had? Ik vind ook allebei de spelletjes leuk. Maar wat ik vooral leuk vind is de afwisseling. Ik bedoel: dat spel met die ballen gaat om snelheid en behendigheid, en dat andere is meer een soort van puzzel. Welke ingrediënten heb ik nodig voor mijn springstof en waar vind ik die? Ik bedoel: soms heb je even genoeg van puzzelen, en dan wil je wel weer eens lekker van tak-tak-tak met die kleine blauwe rot-balletjes.'
'Schat,' zei mama tevreden, 'je bent briljant. We maken er één spel van! Waarin je eerst de ingrediënten voor de springstof bij elkaar moet zoeken, en dan de springstof-moleculen in elkaar moet knutselen. Dát is nog eens leerzaam.'
'Mooi,' zei papa. 'Dan ga ik nu heel eventjes liggen, als jullie het niet erg vinden. Ik heb een beetje slecht geslapen de laatste tijd.' Hij goot de tweede mok met koffie in zijn keel.
'Hoe kun je nou slapen als je zoveel koffie drinkt?' vroeg mama hoofdschuddend.
Papa stond op, slofte de kamer uit en mompelde iets. Het klonk verdacht veel als: 'Die koffie heb ik nodig om de slaapkamer te halen.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 24 januari 2014
De regering staat machteloos
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Deel twee?' vroeg Kwetter nieuwsgierig. 'Wat bent deel twee?'
'Ja, wat denk je? Ik zet het spelletje op het internet, natuurlijk. Gratis! Voor iedereen! En dan... dan zullen honderden kinderen het spelen! Duizenden! Denk je dat eens in: duizenden kinderen die leren hoe moleculen in elkaar zitten, en die weten welke stofjes met elkaar kunnen reageren om nieuwe stofjes te maken... Al die kinderen hebben straks, als ze naar de middelbare school gaan, een enorme voorsprong in het vak Scheikunde. En wat je goed kunt, dat vind je leuk – dat geldt voor iedereen, volgens mij. Duizenden kinderen die van scheikunde houden! Is het niet verrukkelijk? Die willen straks allemaal naar de universiteit. Daar moeten ze les krijgen, nietwaar? Dus de universiteiten zullen ontzettend veel nieuw personeel nodig hebben. Ze zullen alle wetenschappers opbellen, en ze op hun knieën smeken of ze terug willen komen. Ik bedoel, of ze voor hen willen komen werken.'
Met een stralend gezicht keek mama ons aan.
Ik was eerlijk gezegd een ietsiepietsie teleurgesteld. Toen mama begon over 'deel twee van haar plannetje' had ik eigenlijk gehoopt dat ze een ander soort plan had. Iets om meneer Dogger en zijn kwalijke vrienden eens en voor altijd te verslaan. Of, nog mooier, dat ze een supergrote bom kon bouwen. Om de grootste knal aller tijden te maken.
Maar niet dus. “Meer baantjes voor wetenschappers”, dát wilde ze. Ik snapte dat wel: ze is zelf ten slotte een wetenschapper. En ze heeft geen baan. Dus... ja...
Papa, die al die tijd zwijgend aan een enorme mok koffie had zitten nippen, zette zijn mok neer en zei zachtjes: 'Lieverd, ik denk niet dat je terug zult kunnen naar de universiteit. We kunnen nooit meer terug naar ons oude leven. Ik niet, de kinderen niet, en jij al helemaal niet. Hoe groot het tekort aan wetenschappers ook is. Je bent een terrorist. Meneer Dogger heeft een prijs op je hoofd gezet. Twaalf miljoen, schat. Daar kan de universiteit niks tegen beginnen.'
'Ja maar...' zei mama. Ze klonk een klein beetje wanhopig. 'Als het tekort nou écht groot is. Zo groot dat de regering de noodtoestand uitroept en...'
Ik schudde mijn hoofd. 'Mam,' zei ik streng, 'doe effe normaal. Je weet toch met wie we te maken hebben? Bankdirecteuren. Oliebazen. Wapenhandelaars. Ik bedoel: ik ben pas twaalf, maar zelfs ik weet al dat de regering niks tegen dat soort lui kan beginnen. De schurken hebben geld, mam, heel veel geld. En regeringen hebben altijd geld nodig. Dus... Ja...'
'Jongen,' zei papa, 'dat heb jij heel goed gezien. Ik ben trots op je.'
'Ik hebde dat ook gezien, hoor!' riep Kwetter. 'Ik denkte dat de hele tijd al. Echt hoor!' Ze keek zó oprecht dat je haar bijna zou geloven. Volgens mij geloofde ze het zelf in ieder geval wel.
'Ja, als we zo gaan beginnen,' zei Gaby, 'dan geloofde ik het gisteren al.'
'Ik ben trots op jullie alle drie,' glimlachte papa vertederd.'
'Nou ja,' zei mama grimmig. 'Hoe dan ook: ik ga mijn plannetje lekker tóch uitvoeren. Zullen we zien wie er gelijk heeft.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Deel twee?' vroeg Kwetter nieuwsgierig. 'Wat bent deel twee?'
'Ja, wat denk je? Ik zet het spelletje op het internet, natuurlijk. Gratis! Voor iedereen! En dan... dan zullen honderden kinderen het spelen! Duizenden! Denk je dat eens in: duizenden kinderen die leren hoe moleculen in elkaar zitten, en die weten welke stofjes met elkaar kunnen reageren om nieuwe stofjes te maken... Al die kinderen hebben straks, als ze naar de middelbare school gaan, een enorme voorsprong in het vak Scheikunde. En wat je goed kunt, dat vind je leuk – dat geldt voor iedereen, volgens mij. Duizenden kinderen die van scheikunde houden! Is het niet verrukkelijk? Die willen straks allemaal naar de universiteit. Daar moeten ze les krijgen, nietwaar? Dus de universiteiten zullen ontzettend veel nieuw personeel nodig hebben. Ze zullen alle wetenschappers opbellen, en ze op hun knieën smeken of ze terug willen komen. Ik bedoel, of ze voor hen willen komen werken.'
Met een stralend gezicht keek mama ons aan.
Ik was eerlijk gezegd een ietsiepietsie teleurgesteld. Toen mama begon over 'deel twee van haar plannetje' had ik eigenlijk gehoopt dat ze een ander soort plan had. Iets om meneer Dogger en zijn kwalijke vrienden eens en voor altijd te verslaan. Of, nog mooier, dat ze een supergrote bom kon bouwen. Om de grootste knal aller tijden te maken.
Maar niet dus. “Meer baantjes voor wetenschappers”, dát wilde ze. Ik snapte dat wel: ze is zelf ten slotte een wetenschapper. En ze heeft geen baan. Dus... ja...
Papa, die al die tijd zwijgend aan een enorme mok koffie had zitten nippen, zette zijn mok neer en zei zachtjes: 'Lieverd, ik denk niet dat je terug zult kunnen naar de universiteit. We kunnen nooit meer terug naar ons oude leven. Ik niet, de kinderen niet, en jij al helemaal niet. Hoe groot het tekort aan wetenschappers ook is. Je bent een terrorist. Meneer Dogger heeft een prijs op je hoofd gezet. Twaalf miljoen, schat. Daar kan de universiteit niks tegen beginnen.'
'Ja maar...' zei mama. Ze klonk een klein beetje wanhopig. 'Als het tekort nou écht groot is. Zo groot dat de regering de noodtoestand uitroept en...'
Ik schudde mijn hoofd. 'Mam,' zei ik streng, 'doe effe normaal. Je weet toch met wie we te maken hebben? Bankdirecteuren. Oliebazen. Wapenhandelaars. Ik bedoel: ik ben pas twaalf, maar zelfs ik weet al dat de regering niks tegen dat soort lui kan beginnen. De schurken hebben geld, mam, heel veel geld. En regeringen hebben altijd geld nodig. Dus... Ja...'
'Jongen,' zei papa, 'dat heb jij heel goed gezien. Ik ben trots op je.'
'Ik hebde dat ook gezien, hoor!' riep Kwetter. 'Ik denkte dat de hele tijd al. Echt hoor!' Ze keek zó oprecht dat je haar bijna zou geloven. Volgens mij geloofde ze het zelf in ieder geval wel.
'Ja, als we zo gaan beginnen,' zei Gaby, 'dan geloofde ik het gisteren al.'
'Ik ben trots op jullie alle drie,' glimlachte papa vertederd.'
'Nou ja,' zei mama grimmig. 'Hoe dan ook: ik ga mijn plannetje lekker tóch uitvoeren. Zullen we zien wie er gelijk heeft.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 22 januari 2014
Met mes en vork, natuurlijk!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Daar kwam ik snel genoeg achter. Mijn poppetje ontplofte toen ik een lading buskruit te dicht bij een kaars zette.
Buskruit bij een kaars – dom, dom! Ik had het kunnen weten.
Het zag er op zich wel grappig uit, maar ik had mijn spel niet opgeslagen dus ik moest weer opnieuw beginnen met dat ellendige waterstof-gas.
Na een paar uur spelen kon ik Vloeibare Nitroglycerine maken en toen werd het écht belangrijk om mijn spel steeds op te slaan. Dat spul ontploft al bij het minste of geringste.
Het ontplofte omdat mijn poppetje de hik had. Serieus. Je poppetje moet af en toe eten, anders gaat-ie dood van de honger, dus ik koos een mooie pizza en ging daarna op weg om een bankgebouw op te blazen.
En plotseling: boem. Poppetje in gruzelementen.
Op het scherm verscheen de tekst:
Je hebt te haastig je pizza gegeten. Daardoor kreeg je de hik. Jouw gehik en geschud hebben de nitroglycerine laten ontploffen. Eet de volgende keer met mes en vork!
'Doe normaaaal!' brulde ik tegen de computer.
'Is er iets, lieverd?' vroeg mama, die aan tafel een kopje koffie zat te drinken. 'Werkt het spel niet goed? Loopt-ie vast?'
'Nee, hij loopt prima. Dat is het niet. Maar dat je ontploft wanneer je niet met mes en vork eet, dat is... dat is...'
'Dat is buitengewoon leerzaam,' zei mama tevreden. 'Dat vind ik nou zo aardig aan computerspelletjes. In het echt kun je geen mensen opblazen wegens onfatsoenlijk gedrag. Dan kun je wel aan de gang blijven. Als je alle neuspeuteraars zou opblazen, dan moest de halve wereldbevolking eraan geloven. De wereld zou wel een mooiere plek worden,' ging ze peinzend verder, 'maar om dat daadwerkelijk te doen... wat een verschrikkelijke hoeveelheid werk zou dat zijn! Plus dat het eigenlijk ook niet erg netjes is om mensen op te blazen, maar goed, de neuspeuteraars zijn begonnen dus eigen schuld dikke bult.'
'Ik ben blij dat ik mijn spel had opgeslagen,' mompelde ik.
Mama knikte met een tevreden glimlachje waar ik acute moordneigingen van kreeg.
Ik was zo verschrikkelijk kwaad dat ik mijn poppetje een universiteit liet opblazen, met alle wetenschappers er nog in.
Toen moest ik natuurlijk weer opnieuw beginnen.
'Dat doe ik morgen wel,' zuchtte ik. 'Voor vandaag heb ik er even genoeg van.'
'Hoera! Eindelijk!' juichte Kwetter. 'Gaby! Hoort jij dat? Wij is aan de beurt!'
Even later zat ik te kijken hoe mijn kleine zusje met haar Vloeibare Nitro geen universiteit opblies, maar een bankgebouw. Na sluitingstijd, natuurlijk, en ze lokte eerste de nachtwaker naar buiten.
Daar kreeg ze twee miljoen voor, en toen kon ze pas echt mooie springstoffen kopen.
Ik had opeens vreselijk veel spijt dat ik die universiteit had vernield. 'Gaby? Mag ik nu weer? Please, please, please? Dan doe ik vanavond in jouw plaats de afwas.'
Mama keek me met grote ogen aan. 'Jij biedt aan om de afwas te doen, Michael? Nou – ik denk dat we kunnen zeggen dat dit spel een compleet succes is. Tijd voor deel twee van mijn plannetje.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Daar kwam ik snel genoeg achter. Mijn poppetje ontplofte toen ik een lading buskruit te dicht bij een kaars zette.
Buskruit bij een kaars – dom, dom! Ik had het kunnen weten.
Het zag er op zich wel grappig uit, maar ik had mijn spel niet opgeslagen dus ik moest weer opnieuw beginnen met dat ellendige waterstof-gas.
Na een paar uur spelen kon ik Vloeibare Nitroglycerine maken en toen werd het écht belangrijk om mijn spel steeds op te slaan. Dat spul ontploft al bij het minste of geringste.
Het ontplofte omdat mijn poppetje de hik had. Serieus. Je poppetje moet af en toe eten, anders gaat-ie dood van de honger, dus ik koos een mooie pizza en ging daarna op weg om een bankgebouw op te blazen.
En plotseling: boem. Poppetje in gruzelementen.
Op het scherm verscheen de tekst:
Je hebt te haastig je pizza gegeten. Daardoor kreeg je de hik. Jouw gehik en geschud hebben de nitroglycerine laten ontploffen. Eet de volgende keer met mes en vork!
'Doe normaaaal!' brulde ik tegen de computer.
'Is er iets, lieverd?' vroeg mama, die aan tafel een kopje koffie zat te drinken. 'Werkt het spel niet goed? Loopt-ie vast?'
'Nee, hij loopt prima. Dat is het niet. Maar dat je ontploft wanneer je niet met mes en vork eet, dat is... dat is...'
'Dat is buitengewoon leerzaam,' zei mama tevreden. 'Dat vind ik nou zo aardig aan computerspelletjes. In het echt kun je geen mensen opblazen wegens onfatsoenlijk gedrag. Dan kun je wel aan de gang blijven. Als je alle neuspeuteraars zou opblazen, dan moest de halve wereldbevolking eraan geloven. De wereld zou wel een mooiere plek worden,' ging ze peinzend verder, 'maar om dat daadwerkelijk te doen... wat een verschrikkelijke hoeveelheid werk zou dat zijn! Plus dat het eigenlijk ook niet erg netjes is om mensen op te blazen, maar goed, de neuspeuteraars zijn begonnen dus eigen schuld dikke bult.'
'Ik ben blij dat ik mijn spel had opgeslagen,' mompelde ik.
Mama knikte met een tevreden glimlachje waar ik acute moordneigingen van kreeg.
Ik was zo verschrikkelijk kwaad dat ik mijn poppetje een universiteit liet opblazen, met alle wetenschappers er nog in.
Toen moest ik natuurlijk weer opnieuw beginnen.
'Dat doe ik morgen wel,' zuchtte ik. 'Voor vandaag heb ik er even genoeg van.'
'Hoera! Eindelijk!' juichte Kwetter. 'Gaby! Hoort jij dat? Wij is aan de beurt!'
Even later zat ik te kijken hoe mijn kleine zusje met haar Vloeibare Nitro geen universiteit opblies, maar een bankgebouw. Na sluitingstijd, natuurlijk, en ze lokte eerste de nachtwaker naar buiten.
Daar kreeg ze twee miljoen voor, en toen kon ze pas echt mooie springstoffen kopen.
Ik had opeens vreselijk veel spijt dat ik die universiteit had vernield. 'Gaby? Mag ik nu weer? Please, please, please? Dan doe ik vanavond in jouw plaats de afwas.'
Mama keek me met grote ogen aan. 'Jij biedt aan om de afwas te doen, Michael? Nou – ik denk dat we kunnen zeggen dat dit spel een compleet succes is. Tijd voor deel twee van mijn plannetje.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 20 januari 2014
Hun dierbaarste bezit
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat ding zit tjokvol benzine,' grijnsde ik. 'Dat gaat een lekkere klap geven. Huppetee!'
Op het scherm verscheen de mededeling:
Je hebt geprobeerd een tankstation op te blazen.
BEN JIJ ZIEK IN JE HOOFD OF ZO??? Daar zaten nog mensen in, idioot!
En daar zat ik weer in de cel, in een dwangbuis, en ik moest weer van voren af aan beginnen.
Goed, zei ik tegen mezelf. Dat weten we dus. Nooit, nooit, nooit meer een gebouw opblazen waar nog mensen in zitten.
'Als je dat maar weet,' zei mama tevreden. Alsof ze had gehóórd wat ik dacht of zo.
'Toevallig,' zei ik wijsneuzerig tegen mama, 'dacht ik helemaal niet van: ik ga nooit meer gebouwen opblazen met mensen erin. Ik dacht iets heel anders!'
'Oh ja?' vroeg mama met een lachje dat duidelijk zei: “Liegbeest!”
'Toevallig wel,' zei ik. 'Toevallig dacht ik... uhhhh... ik dacht... Ja! Ik weet het al: ik dacht dat ik voortaan mijn spelletjes beter moest oplsaan.'
'Het scherm “Ben jij ziek in je hoofd of zo” wist alle opgeslagen spellen,' antwoordde mama.
'Wat?' riep ik ontzet. 'Dat... dat is... dat is gemeen! Dat is door en door slecht! Dan maak je mensen hun dierbaarste bezit kapot!'
'Het is misschien slecht en gemeen,' zei mama onvermurwbaar, 'maar het is in elk geval niet onbeleefd. En mensen opblazen is wel onbeleefd. Dus dat is altijd nog erger.'
Tja. Onbeleefd. Ik had het kunnen weten. Er zijn maar heel weinig dingen die mama erger vindt dan onbeleefdheid. Als mensen mij of Gabyu proberen dood te maken, ja, dat vindt ze het ergste wat er is. Maar doodmaken is ook een vorm van onbeleefdheid, vindt mama.
Het enige wat ze belangrijker vindt dan beleefdheid, is haar wetenschap. Ze zou alle beleefdheid zonder aarzelen overboord gooien, als ze bang was dat beleefdheid haar wetenschappelijke resultaten zou beïnvloeden.
Wacht eens...
'Het is niet alleen slecht en gemeen,' zei ik koeltjes. 'Het is bovendien niet logisch.'
Mama keek alsof ze door een wesp was gestoken.
'Niet logisch? Mijn idee, niet logisch? Hoezo?'
'Nou,' zei ik triomfantelijk, 'Spelletjes bewaar je alleen voor als het misgaat. Dus als de bewaarde spelletjes gewist worden als het misgaat, dan heeft het geen enkel nut om spelletjes op te slaan. Dus de optie 'spelletjes opslaan' had je beter weg kunnen laten.'
Mama keek opgelucht. Kennelijk was ze echt een beetje bang geweest dat ik haar op een logische fout had betrapt.
Dat vond ik best wel stoer van mezelf.
Meestal weet mama alles beter dan iedereen. En zelf vindt ze, dat ze altijd alles beter weet dan iedereen. Dus dat ze nu even had gevreesd dat ze misschien wel ongelijk had, dat was heel erg bijzonder.
Ik kan niet goed uitleggen, hoe ik mij voelde. Niemand kan begrijpen hoe verschrikkelijk dat is, een moeder die altijd gelijk heeft. Een moeder die altijd zegt: “Zie je wel, dat zei ik toch” - dat is erg, hoor!
En het is nog erger als ze het niet hardop zegt, maar het wel denkt. Dat kun je dan zien aan haar ogen. Brrrr.
Ook nu liepen mij de rillingen weer over de rug, toen mama heel zelfingenomen zei: 'Ik zou mijn spelletje toch maar opslaan als ik jou was. Wie weet waar het goed voor is...'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Dat ding zit tjokvol benzine,' grijnsde ik. 'Dat gaat een lekkere klap geven. Huppetee!'
Op het scherm verscheen de mededeling:
Je hebt geprobeerd een tankstation op te blazen.
BEN JIJ ZIEK IN JE HOOFD OF ZO??? Daar zaten nog mensen in, idioot!
En daar zat ik weer in de cel, in een dwangbuis, en ik moest weer van voren af aan beginnen.
Goed, zei ik tegen mezelf. Dat weten we dus. Nooit, nooit, nooit meer een gebouw opblazen waar nog mensen in zitten.
'Als je dat maar weet,' zei mama tevreden. Alsof ze had gehóórd wat ik dacht of zo.
'Toevallig,' zei ik wijsneuzerig tegen mama, 'dacht ik helemaal niet van: ik ga nooit meer gebouwen opblazen met mensen erin. Ik dacht iets heel anders!'
'Oh ja?' vroeg mama met een lachje dat duidelijk zei: “Liegbeest!”
'Toevallig wel,' zei ik. 'Toevallig dacht ik... uhhhh... ik dacht... Ja! Ik weet het al: ik dacht dat ik voortaan mijn spelletjes beter moest oplsaan.'
'Het scherm “Ben jij ziek in je hoofd of zo” wist alle opgeslagen spellen,' antwoordde mama.
'Wat?' riep ik ontzet. 'Dat... dat is... dat is gemeen! Dat is door en door slecht! Dan maak je mensen hun dierbaarste bezit kapot!'
'Het is misschien slecht en gemeen,' zei mama onvermurwbaar, 'maar het is in elk geval niet onbeleefd. En mensen opblazen is wel onbeleefd. Dus dat is altijd nog erger.'
Tja. Onbeleefd. Ik had het kunnen weten. Er zijn maar heel weinig dingen die mama erger vindt dan onbeleefdheid. Als mensen mij of Gabyu proberen dood te maken, ja, dat vindt ze het ergste wat er is. Maar doodmaken is ook een vorm van onbeleefdheid, vindt mama.
Het enige wat ze belangrijker vindt dan beleefdheid, is haar wetenschap. Ze zou alle beleefdheid zonder aarzelen overboord gooien, als ze bang was dat beleefdheid haar wetenschappelijke resultaten zou beïnvloeden.
Wacht eens...
'Het is niet alleen slecht en gemeen,' zei ik koeltjes. 'Het is bovendien niet logisch.'
Mama keek alsof ze door een wesp was gestoken.
'Niet logisch? Mijn idee, niet logisch? Hoezo?'
'Nou,' zei ik triomfantelijk, 'Spelletjes bewaar je alleen voor als het misgaat. Dus als de bewaarde spelletjes gewist worden als het misgaat, dan heeft het geen enkel nut om spelletjes op te slaan. Dus de optie 'spelletjes opslaan' had je beter weg kunnen laten.'
Mama keek opgelucht. Kennelijk was ze echt een beetje bang geweest dat ik haar op een logische fout had betrapt.
Dat vond ik best wel stoer van mezelf.
Meestal weet mama alles beter dan iedereen. En zelf vindt ze, dat ze altijd alles beter weet dan iedereen. Dus dat ze nu even had gevreesd dat ze misschien wel ongelijk had, dat was heel erg bijzonder.
Ik kan niet goed uitleggen, hoe ik mij voelde. Niemand kan begrijpen hoe verschrikkelijk dat is, een moeder die altijd gelijk heeft. Een moeder die altijd zegt: “Zie je wel, dat zei ik toch” - dat is erg, hoor!
En het is nog erger als ze het niet hardop zegt, maar het wel denkt. Dat kun je dan zien aan haar ogen. Brrrr.
Ook nu liepen mij de rillingen weer over de rug, toen mama heel zelfingenomen zei: 'Ik zou mijn spelletje toch maar opslaan als ik jou was. Wie weet waar het goed voor is...'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 17 januari 2014
Spel nummer twee
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ik kreeg het maar niet voor elkaar. Telkens als ik een stuk of twintig C-ballen aan elkaar had gehaakt, kwam er weet zo'n rottig blauw H-balletje tussen. Of ik maakte een ringetje van zeven ballen, in plaats van zes. Ik werd er zo nijdig van dat ik de computer wel uit het raam wilde gooien, pardon: de patrijspoort. Maar dat ding paste niet. Bovendien zou het niet erg verstandig zijn om het raam open te doen want we waren tweehonderd meter diep onder zee, dus... ja...
Gelukkig kreeg mama het nieuwe spelletje doorgemaild.
Het heette Donderkat en het ging over, nou ja, over mama.
Als je het spel speelde was je een blonde mevrouw in een witte laboratorium-jas. Je stond in een huiskamer en je kreeg opdrachtjes. Bijvoorbeeld: zoek de elektriciteitskabel. Dan moest je een elektriciteitskabel zoeken. Daarna moest je water zoeken dat je onder stroom kon zetten. Dan kwam er een gas uit het water dat, en nu werd het mooi, kon ontploffen. Daar moest je dan iets mee opblazen. Je kon kiezen uit een bankgebouw, een politiewagen, een kindercrêche en nog zo wat dingen.
Als je het bankgebouw koos, gebeurde er niks.
Je kreeg alleen de mededeling:
Je hebt geprobeerd een bankgebouw op te blazen.
Helaas, de explosieve kracht van jouw waterstofgas is niet groot genoeg voor een bankgebouw. Missie mislukt!
Prima, dacht ik grijnzend. Dan blaas ik die kindercrêche wel op.
Ik maakte een nieuwe lading waterstofgas en dit keer koos ik de crêche. Als resultaat kreeg ik de volgende mededeling:
Je hebt geprobeerd een kindercrêche op te blazen.
BEN JIJ ZIEK IN JE HOOFD OF ZO???
Daarna zag je hoe een politiemannetje de blonde mevrouw arresteerde en afvoerde naar een cel met matrassen als muren. Zo'n cel waar gevaarlijke gekken in worden opgesloten. De mevrouw kreeg een dwangbuis aan, op het scherm stond GAME OVER en ik moest weer opnieuw beginnen.
Okee, dacht ik. De politie-wagen dus.
Ja hoor, die lukte.
En hoe! Met een behoorlijk kabaal en een prachtige vuurbal vloog het ding in duizend stukje uiteen.
Daarna kwam missie twee: ik moest met mijn waterstofgas een vrachtwagen vol met landmijnen, clusterbommen en ander smerig wapentuig opblazen.
Dát gaf nog eens een knal!
Daarna moest een geldautomaat van de Doggersbank eraan geloven. Makkelijk zat. Boemberdeboem, en daar dwarrelden de briefjes van vijftig als bloesemblaadjes in het rond.
Op het scherm verscheen de mededeling:
Missie succesvol. Je hebt nu dertigduizend euro. Voor vijfentwintigduizend euro kun je de optie 'Buskruit' kopen.
Dat deed ik natuurlijk meteen, en toen moest het blonde mevrouwtje weer aan de slag. Buskruit maken. Van houtskool en vogelpoep en zwavel. De zwavel kon het mevrouwtje niet in haar huiskamer vinden: dat moest je kopen. Gelukkig had ik nog wat briefjes gehouden
Met dat buskruit kon je ook weer van alles opblazen, en met de combinatie buskruit + waterstof al helemaal.
'Mama,' zei ik tevreden, 'dit is nu eens echt een goed spel. Let maar eens op hoe ik dat tankstation opblaas.'
'Ik ben reuze benieuwd,' zei mama met een glimlach. En glimlach die om één of andere reden weinig goeds voorspelde.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Ik kreeg het maar niet voor elkaar. Telkens als ik een stuk of twintig C-ballen aan elkaar had gehaakt, kwam er weet zo'n rottig blauw H-balletje tussen. Of ik maakte een ringetje van zeven ballen, in plaats van zes. Ik werd er zo nijdig van dat ik de computer wel uit het raam wilde gooien, pardon: de patrijspoort. Maar dat ding paste niet. Bovendien zou het niet erg verstandig zijn om het raam open te doen want we waren tweehonderd meter diep onder zee, dus... ja...
Gelukkig kreeg mama het nieuwe spelletje doorgemaild.
Het heette Donderkat en het ging over, nou ja, over mama.
Als je het spel speelde was je een blonde mevrouw in een witte laboratorium-jas. Je stond in een huiskamer en je kreeg opdrachtjes. Bijvoorbeeld: zoek de elektriciteitskabel. Dan moest je een elektriciteitskabel zoeken. Daarna moest je water zoeken dat je onder stroom kon zetten. Dan kwam er een gas uit het water dat, en nu werd het mooi, kon ontploffen. Daar moest je dan iets mee opblazen. Je kon kiezen uit een bankgebouw, een politiewagen, een kindercrêche en nog zo wat dingen.
Als je het bankgebouw koos, gebeurde er niks.
Je kreeg alleen de mededeling:
Je hebt geprobeerd een bankgebouw op te blazen.
Helaas, de explosieve kracht van jouw waterstofgas is niet groot genoeg voor een bankgebouw. Missie mislukt!
Prima, dacht ik grijnzend. Dan blaas ik die kindercrêche wel op.
Ik maakte een nieuwe lading waterstofgas en dit keer koos ik de crêche. Als resultaat kreeg ik de volgende mededeling:
Je hebt geprobeerd een kindercrêche op te blazen.
BEN JIJ ZIEK IN JE HOOFD OF ZO???
Daarna zag je hoe een politiemannetje de blonde mevrouw arresteerde en afvoerde naar een cel met matrassen als muren. Zo'n cel waar gevaarlijke gekken in worden opgesloten. De mevrouw kreeg een dwangbuis aan, op het scherm stond GAME OVER en ik moest weer opnieuw beginnen.
Okee, dacht ik. De politie-wagen dus.
Ja hoor, die lukte.
En hoe! Met een behoorlijk kabaal en een prachtige vuurbal vloog het ding in duizend stukje uiteen.
Daarna kwam missie twee: ik moest met mijn waterstofgas een vrachtwagen vol met landmijnen, clusterbommen en ander smerig wapentuig opblazen.
Dát gaf nog eens een knal!
Daarna moest een geldautomaat van de Doggersbank eraan geloven. Makkelijk zat. Boemberdeboem, en daar dwarrelden de briefjes van vijftig als bloesemblaadjes in het rond.
Op het scherm verscheen de mededeling:
Missie succesvol. Je hebt nu dertigduizend euro. Voor vijfentwintigduizend euro kun je de optie 'Buskruit' kopen.
Dat deed ik natuurlijk meteen, en toen moest het blonde mevrouwtje weer aan de slag. Buskruit maken. Van houtskool en vogelpoep en zwavel. De zwavel kon het mevrouwtje niet in haar huiskamer vinden: dat moest je kopen. Gelukkig had ik nog wat briefjes gehouden
Met dat buskruit kon je ook weer van alles opblazen, en met de combinatie buskruit + waterstof al helemaal.
'Mama,' zei ik tevreden, 'dit is nu eens echt een goed spel. Let maar eens op hoe ik dat tankstation opblaas.'
'Ik ben reuze benieuwd,' zei mama met een glimlach. En glimlach die om één of andere reden weinig goeds voorspelde.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)