Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!

vrijdag 15 juni 2012

Met een luidkeels 'Woei'

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

Een uurtje later zaten we in een boom bij het houthakkerskamp. Niet al te dicht bij, natuurlijk, want de bomen dicht bij het kamp gingen als eerste tegen de vlakte. Het ging langzaam – van de meeste houthakkers ontbraken een paar stukjes, zoals armen of benen, en dan gaat alles wat minder vlot. Ze zaagden er lekker op los, dat wel, maar in dit tempo zou het nog maanden duren voordat ze heel Boegoe-Boegoe van bomen hadden ontdaan.
Toch was er, rondom het houthakkerskamp, al een grote kale vlakte ontstaan. Alleen vlak naast de containers stonden nog een paar vreemde, heel grote struiken.
Van de helikopter was nergens een spoor te bekennen.
Die wist natuurlijk nog niet dat wij hem al hadden gezien, dus die vloog nog ergens boven Boegoe-boegoe, met papa eronder als een worm aan een vishaakje.
'Goed,'zei Gaby. 'Wat doen we nou?'
'Wij heeft toch al een plannetje?' vroeg Kwetter. Ze klonk een beetje teleurgesteld. 'Mijn plannetje heeft wij.'
'Ja maar Kwetter,' zei mijn zus zo lief mogelijk, 'weet je nog dat mijn broer het slechtste plan aller tijden had? Toen met die alligatorhuiden?'
'Dat was een prima plan,' bromde ik. 'Het is toch gelukt allemaal? We hebben het ei, we zijn er allemaal heelhuids vanaf gekomen...'
'Ahum!?' Gaby keek nadrukkelijk naar haar arm. Die was heel aardig genezen intussen, maar ze kon er nog altijd niet mee liaanzwieren.
'Nou ja,' zei ik ongemakkelijk, 'ik bedoel, we zijn niet tot mjamburger gehakt. Dus het heeft best goed gewerkt.'
'We hebben heel veel mazzel gehad, zul je bedoelen. De enige reden dat jouw plan niet het stomste aller tijden was, is dat er sinds kort een nog stommer plan bestaat. Namelijk het plannetje van Kwetter.'
'Mijn plan is niet stom!' Kwetter keek niet boos. Kwetter keek sip.
'Het spijt me, Kwetter, maar “wij gooit gewoon de houthakkers in de mjamburgermachine”, dat is... het is niet eens een plan!'
'Is welles.'
'Is nietes. Een plan gaat van ik doe dit, dan doe jij dat, dan doen die anderen zus of zo, en dan gebeurt er weet ik veel en dan kunnen wij... enzovoort. Begrijp je?'
Kwetter knikte ernstig. 'Ik dit, dan jij dat, dan zij zus of zo en dán gooit we ze in de vleeshakker. Beter. Veel beter.'
'Luister nou eens even,' zei Gaby wanhopig. 'Stel: we krijgen ze die machine in. En dan? Dat ding staat niet eens aan! En we kunnen hem ook niet aanzetten, want we weten niet hoe-die werkt.'
'Oh,' zei Kwetter luchtig, 'dat doet Michael wel. Michael kunt alles.'
Euh...
Wat kon ik daar nou op zeggen?
Ik zei wat elke verstandige elfjarige jongen zou zeggen: 'Nou, ik kan heus niet alles hoor. Maar zo'n machine, ach, hoe ingewikkeld kan dat nou helemaal zijn? Gewoon een kwestie van knopjes en hendeltjes en dingetjes. Als je maar lang genoeg probeert, dan doet-ie het vanzelf. Net als in een computerspelletje.'
Daarmee hadden we alle mogelijke problemen grondig besproken, dus ons plan was wel zo ongeveer af.
Vond Kwetter.
Ze greep een liaan en met een luidkeels 'Woeiiii!' zwierde ze in de richting van het houthakkerskamp.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 13 juni 2012

En de bommen dan?

BEGIN / VORIGE /VOLGENDE


'Wat voor een experimentje?' vroeg mijn moeder scherp.
'Een wetenschappelijk experimentje,' haastte de knieënman zich te zeggen. 'Puur wetenschappelijk. Niks meer en niks minder.'
'Oh,' zei mama. 'dan is het goed.'
Ooh... keej?
'Eh... mama...' merkte ik op, 'jij bent zelf niet zo heel erg kritisch en nieuwsgierig, als ik het even mag zeggen. Ik bedoel: die meneer hoeft alleen maar te zeggen dat het wetenschap is, en jij slikt het meteen! Wetenschap, dat kan iedereen wel zeggen. Maar is het goede wetenschap of slechte wetenschap? Nuttige of zinloze? Veilige of onveilige?'
'Jongen,' antwoordde mama, 'dat soort vragen mogen wetenschappers nooit stellen. Want als ik aan Alexander vraag of zijn plannen wel goed zijn, of nuttig, of veilig, dan is het hek van de dam! Dan kunnen we het wel aan iedereen gaan vragen. Dan gaan mensen het misschien wel aan mij vragen. En als ze dan vinden dat mijn onderzoek slecht is, of nutteloos, dan krijgt mijn laboratorium misschien geen geld meer. En geloof me: dat heeft een e-nor-me invloed op de resultaten.'
'Jouw onderzoek?' vroeg Gaby zich af. 'Jij hebt toch al bijna een jaar geen onderzoek meer gedaan?'
'Dat is waar,' zuchtte mama. Er kwam een wazige, droevige blik in haar ogen. 'Ik mis het wel een beetje, eerlijk gezegd.'
'Mevrouw Laarmans,' zei Alexander met een kleine buiging, 'u hoeft de wetenschap niet langer te missen. Ik ben er nu. We bouwen een nieuw lab en dan begin ik meteen met mijn experiment. Het zou mij een eer en een genoegen zijn, als u mij daarbij behulpzaam was.'
'Hoho,' zei ik, 'en de bommen dan? We moeten toch bommen hebben om de houthakkers tegen te houden?'
Mama haalde haar schouders op. 'Ach, die houthakkers houden zich wel even koest. Ze zijn allemaal gewond, en hun baas is waarschijnlijk op ditzelfde moment op weg naar het ziekenhuis vanwege zijn afgehakte arm. Nee, voorlopig hebben we van die mensen weinig te vrezen.'
'Puh,' zei papa. 'Dat zeg je alleen maar omdat je lekker wilt gaat wetenschappen. Denk je nou echt dat lui als Smek zich laten afschrikken doordat er een paar houthakkers gewond zijn? Ze laten gewoon nieuwe komen. En denk maar niet dat ze voor die gewonden ziektekosten betalen.'
'Dat doet er allemaal niet toe,' wuifde mama. 'Hakmaranman is zelf gewond, en ik heb zo het idee dat-ie dat wél heel erg vindt. Dus we hebben wel even de tijd, hoor.'
'Puh,' deed papa nog eens.
'Ga dan kijken, als je me niet gelooft.'
'Ga ik zeker doen. Gaan jullie mee, jongens?'
Dat deden we. En het klinkt misschien gek, maar ergens hoopten we dat mama ongelijk had. Dat de houthakkers gewoon het bos aan het slopen waren. Dan zou mama lekker bommen gaan maken en dan kon die Alexander de pip krijgen, met zijn experiment.
Het zou ook gewoon fijn zijn voor papa, als hij ook eens een keer gelijk had. Hij zat er al zo vreselijk naast, met die dino's. En hij kon geen bommen maken. Hij kon geeneens liaanzwieren.
Dus ja.
Toen we het houthakkerskamp volkomen verlaten aantroffen, zei Gaby troostend: 'Ze kunnen elk moment terugkomen, hoor.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 11 juni 2012

Altijd is alle tijd

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Even plotseling als hij was begonnen, hield de knieënman weer op met zijn gespring en zijn ge-mwoehaha. Met haastige stem zei hij tegen mama: 'Nou, waar wachten we nog op? We moeten een nieuw lab hebben, we kunnen hier niet de hele dag staan babbelen!'
'Je heb gelijk,' zei mama, 'die bommen maken zichzelf niet.'
'Bommen?' Alexander keek warrig in het rond. 'Welke bommen? Wat voor bommen?'
'De bommen,' herhaalde mijn moeder. 'De bommen om de mjamburgermachine op te blazen. En de autoweg van de houthakkers. De bommen waarmee we de alligators gaan redden.'
'Alligators?' de knieënman keek nog warriger dan daarnet.
Mama tikte met een vinger op zijn ei.
'Ohhh,' zei de knieënman, 'die alligators. Tja, die redden zichzelf wel hoor. Ze zijn groot en sterk genoeg om... En dat ouwe omaatje is er ook nog, vergeet het ouwe omaatje niet. Die beesten zijn in goede handen, er is geen enkele haast bij die bommen. Nou, aan het werk!'
'Hoho,' zei Gaby, 'hier klopt iets niet.'
Ik gaf haar een schop. 'Dat wou ik zeggen!'
'Au,' riep Gaby verontwaardigd. 'Doe effe normaal, joh!'
'Ik doe ook normaal,' snoof ik. 'Ik doe hartstikke normaal. Jij zit toch altijd te klagen toch dat ik jou altijd schop? Nou, dan is het dus heel normaal als ik jou schop.'
'Ik zeg helemaal niet dat je mij altijd schopt!
'Jawel. Toen we op vakantie waren in Duitsland, toen zei je dat.'
'Ja, toen schopte je ook de hele tijd. Maar dat is alweer twee jaar geleden.'
'Nou en? Altijd is altijd. Als je twee jaar gelden altijd zei, dan geldt het nu ook nog. Want altijd is alle tijd, dus ook twee jaar later.'
'Okee,' zei Gaby, 'maar jij zei dat ik altijd zat te klagen, en niet alleen twee jaar geleden. Altijd is alle tijd heb je zelf gezegd, dus...'
'Kinderen,' zei mama, 'ik ben trots op jullie.'
Daar werden we even stil van. Meestal zegt ze precies het tegenovergestelde, als we zo ruziën om niks.
'Jazeker, trots! Jullie hebben allebei gezien dat er iets niet klopt – dat is ding één om trots op te zijn. En ding twee is dat jullie het niet alleen hebben gezien, maar er ook iets aan willen doen. Jullie willen het zeggen. Jullie willen uitzoeken wat er aan de hand is. Kortom: jullie zijn kritisch en slim en nieuwsgierig, en dat is precies wat kinderen moeten zijn. Zeg samen maar tegen Alexander wat jullie wilden zeggen.'
'Als u niet...' begon Gaby.
'…geïnteresseerd bent...' ging ik verder.
'…in het maken...'
'...van bommen...'
'...waarom wilt u dan...'
'...het laboratorium...'
'...weer opbouwen?' besloot Gaby.
'Legt u dat maar eens uit,' zei ik haastig, want anders had Gaby het laatste woord.
'En een beetje snel,' plakte Gaby er snel aan vast.
'A.u.b.' wist ik er nog achteraan te foefelen, en toen was de zin echt helemaal af dus ik had gewonnen.
We keken allemaal naar de knieënman. Die glimlachte vaagjes en keek verliefd naar zijn ei. Geloof het of niet: hij aaide zijn ei alsof het een baby was. 'Ik wil graag een proefneming doen,' zei hij. 'Gewoon, een klein experimentje.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 8 juni 2012

Eindelijk het ei!

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Mama was behoorlijk woest toen ze hoorde dat de houthakkers ons hadden beschoten en gevangen en dat Smek en Hakmaranman ons in de Mjamburger-Machine hadden willen gooien. Ze gaf Kwetter een dikke, dankbare knuffel omdat die net op tijd tussenbeide was gekomen.
Het verhaal over de grot van Oma vonden mijn ouders heel interessant.
'Ohhh,' knikte mama, 'ik vroeg me al af waar al die alligators gebleven waren! We hebben hier de laatste paar dagen naar hartenlust kunnen blussen, tenslotte. Dat was toch een heel stuk moeilijker geweest als die rotbeesten hier nog hadden rondgezwommen.'
'Ja,' zei papa, 'maar veel begrijpelijker wordt het er allemaal niet op. Hoe heeft dat ene stokoude vrouwtje al die beesten de grot in gejaagd? En, nu ze daar eenmaal zijn, wat hebben ze daar te eten?'
'Ze hebben niet veel nodig,' antwoordde de knieënman. 'Vooral niet als ze in een koude, donkere grot zitten. Alligators zijn koudbloedige dieren. Dat wil zeggen dat ze vooral actief zijn als het warm is. In een koude grot liggen ze maar zo'n beetje te liggen, denk ik, en dan hebben ze niet veel nodig.'
'Tja,' zei papa zuur, 'jij zult het wel weten. Maar dat wil nog niet zeggen...'
'Eerlijk gezegd,' ging de knieënman verder, 'heb ik het antwoord op de allerbelangrijkste vraag nog niet gehoord. Namelijk: hebben jullie een alligator-ei kunnen bemachtigen?'
'Ik wil niet flauw doen,' snauwde mijn vader, 'en je zult me vast heel emotioneel en onwetenschappelijk vinden, maar dat lijkt mij niet de belangrijkste vraag. De belangrijkste vraag is of mijn kinderen hun avonturen heelhuids overleefd hebben.'
'Daar heb je helemaal gelijk in, schat,' zei mama kalmerend. 'Aan de andere kant: dat is misschien wel de belangrijkste vraag maar niet bepaald de slimste, want je kinderen staan recht voor je neus dus je weet het antwoord al. Dus nu komen we aan de op-één-na belangrijkste vraag: Hoe kunnen we zo snel mogelijk de spullen opblazen van de gemene schurken die mijn kinderen wilden vermjamburgeren? Kom op, Alexander, we moeten een laboratorium herbouwen en proeven doen en bommen maken. Er is geen tijd te verliezen. En laat ik niet merken dat je nog een keer instrumenten achterhoudt, anders word ik boos. En vraag maar aan meneer Smek wat ik doe als ik boos word.'
'Jaja, zo dadelijk, zo dadelijk,' zei Alexander. 'Maar ik wil eerst nog even weten of dat met dat ei gelukt is.'
'Nou, eventjes dan. Hebben jullie zo'n ei?'
'Tuurlijk, mama,' zei ik op een toon alsof ik elke dag een doosje reuzen-alligator-eieren haalde bij de supermarkt. Terwijl ik het zei haalde ik het ei tevoorschijn en hield het omhoog.
Dat had een opmerkelijk effect op Alexander.
Tranen van geluk sprongen hem in de ogen en hij zonk op zijn knieën. 'Mag... mag ik het even vasthouden?' fluisterde hij.
Hij had het ding nog niet in zijn handen of hij sprong op en danste wild in het rond terwijl hij het ei hoog boven zijn hoofd hield. Hij leek helemaal niet meer op de verlegen, onhandige en ietwat vadsige knieënman van de afgelopen dagen. 'Mwoehahahaha!' lachte hij brullend. 'Het ei! Eindelijk het ei! Nu heb ik alles, nu kan mijn Grote Experiment beginnen! Mwoehaha! We zullen wel eens zien wie er gelijk heeft! We zullen wel eens zien wie er hier gek is! Ze zullen allemaal voor mij door het stof kruipen, de sukkels! Mwoehaha!'
Gaby en ik keken elkaar aan.
'Ik weet opeens niet meer zo zeker dat het hem om de alligators te doen was,' zei ik.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

donderdag 7 juni 2012

Het wachten is op de brekingscoëfficiënt

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Ik maakte wilde gebaren naar mijn zusje, dat ze mama moest tegenhouden.
'Mijn arm doet zeer!' riep ze.
'Dat gaat vanzelf over,' zei mama. 'En de brand gaat niet vanzelf over.'
Daar had ze gelijk in. De brand ging niet vanzelf over; hij ging over omdat de Boegoenezen weer heerlijk met water aan het knoeien waren, steeds precies op het juiste moment op de juiste plaats. Ik kon nog altijd niet zien of het gewoon toeval was of slimme berekening; het zag eruit als een lollig watergevecht, maar hoe kon het dan dat het vuur zo doelmatig werd geblust?
'Ik geloof niet in dinosaurussen!' riep mijn zusje. 'Ze staan niet in de bijbel!'
Dat hielp. Mama stond stokstijf stil, draaide zich langzaam om en zei streng: 'Wat hoor ik daar, jongedame?' Daarna begon ze een lang en oersaai verhaal over fossielen en strata. Dat laatste is geloof ik zoiets als 'laagjes verschillende soorten steen boven op mekaar'. Schijnt heel interessant te wezen. Daarna kwamen koolstof en radioactiviteit en genetica en mutatiesnelheid, kortom, het wachten was nog op de brekingscoëfficiënt en dan was het lijstje onbegrijpelijke woorden weer compleet.
Maar de brekingscoëfficiënt kwam niet, want het vuur was intussen uit. Ik stak mijn duim op naar Gaby en die zei poeslief: 'Oh, ja, als je het zó uitlegt dan geloof ik toch wel in dino's, geloof ik. Dank je wel hoor!'
Mijn moeder draaide zich triomfantelijk naar papa, alsof ze wilde zeggen: hoor je dat? Je dochter is verstandiger dan jij!
Maar papa hoorde niks, want die zat al een half uur lang met zijn vingers in zijn oren een bijbels liedje te neuriën (dat gimg van 'zij spreken tegen mij met een leugentong', wat ik eigenlijk een beetje overdreven vond).
Hoofdschuddend liep mama terug naar de brand. Die er dus niet meer was.
'Hee!' riep ze, 'waar is al dat vuur gebleven?'
'Dat is helemaal vanzelf uitgegaan,' antwoordde de knieënman Alexander, die druk bezig was zijn spullen bij elkaar te zoeken. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerde hij alles te poetsen met een vochtig doekje. Helaas was het doekje wel vochtig, maar niet schoon: het zat vol modder en zand en roet. Alles wat Alexander poetste werd bruin-zwart en vlekkerig en bekrast. Al snel gaf hij het op, en hij wandelde onze kant op.
Wij waren intussen druk bezig al onze avonturen te vertellen aan papa en mama.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 4 juni 2012

Soms recht, soms scheef

BEGIN / VORIGE


'Hoho,' riep mama streng, 'wat denken jullie dat je aan het doen bent?'
Kwetter, die al lang met de andere Boegoenezen meedeed, riep behulpzaam: 'Wij speelt met de mooie spulletjes! De spulletjes van de knieënman is prachtig, daar past zo veel water in - veel meer dan in een kokosnoot!'
'Spelen?' riep mijn moeder ontzet. 'Zijn jullie nou helemaal? Er is hier brand! Straks staat het hele bos in de hens! Lieve help, als ik er niet was om de boel de organiseren... Jullie daar, vorm een beetje een nette rij, ja? En dóórgeven, dat water!'
Ze sprak nog steeds geen Boegoenees, dus Kwetter vertaalde braaf wat mama gezegd had en al gauw stonden de Boegoenezen in een nette rij. Ze keken opgetogen, nieuwsgierig naar het nieuwe spelletje dat mama voor hen bedacht had. Ook al leek het in het begin vrij saai, ze hadden goede hoop dat er snel iets interessants zou gebeuren.
En dat gebeurde ook. In zekere zin.
Wat er gebeurde was dat er één stukje van de brand zeer grondig werd geblust – dat was het stukje bij het uiteinde van de rij. Helaas kon op andere plekken het vuur ongehinderd verder woeden, zodat de brand – die al bijna uit was – nieuwe kracht kreeg en zijn gloeiende vingers weer uitstrekte naar het bos.
'Dat gaat niet goed,' zei ik.
'Volgens mij ging het beter toen de Boegoenezen hun gang konden gaan,' knikte Gaby. 'Mama maakt het alleen maar erger.' Ze zwaaide naar mama en riep 'Joehoe, we zijn er weer,' in de hoop dat ze naar ons toe zou komen, zodat de Boegoenezen ongehinderd het vuur konden doven.
Maar helaas. Mama keek even op, zwaaide terug en ging verder met haar werkzaamheden als blusbaas.
'Ik heb mijn arm gebroken!' schreeuwde Gaby.
'Wat?'
'Arm ge-bro-ken!!'
'Dat regelt papa wel,' riep mama terug. 'Ik kan hier even niet gemist worden.'
Daar dachten wij anders over.
Gaby begon zich kwaad te maken. 'Papa regelt niks!' gilde ze. 'Papa zit alleen maar te mokken de hele tijd, omdat jij zo nodig aan zijn kop moest zeuren over dino's, die geeneens bestaan!'
Dat hielp. Met een bezorgd gezicht haastte mama zich naar ons toe. 'Kindje toch, wat zeg je me nou?'
Gaby begon over haar gebroken arm, maar mama zei: 'Dat komt wel goed, het is al gespalkt zie ik dus dat groeit allemaal weer keurig recht. Jullie moeten me straks echt eens vertellen wat er allemaal gebeurd is. Jullie zijn lang weggebleven, dus je hebt vast veel beleefd en dat wil ik allemaal horen straks. Maar wat ik jou niet meer wil horen zeggen, jongedame, is dat er geen dino's bestaan. Die hebben wel degelijk bestaan en dat weet je heel goed.'
'Nou ja, zeg,' protesteerde Gaby, 'het lijkt wel of je die stomme dino's belangrijker vindt dan mij!'
'He? Wat? Oh, in verband met die arm bedoel je. Nou kijk: een gebroken arm, die groeit vanzelf weer aan elkaar. Soms recht, soms scheef, maar met een scheve arm kun je ook nog heel behoorlijk je vork en mes vasthouden. Maar je denkvermogen, dat is een heel ander geval. Met een scheef denkvermogen kun je nooit meer behoorlijk denken namelijk. Dus het is mijn moederplicht om daar extra goed op te letten. Dus onthoud: er zijn talloze bewijzen voor het bestaan van dinosaurussen. En bewijzen mogen wij nooit negeren. Dat dat zou namelijk invloed hebben op de resultaten. Begrepen? En nu ga ik weer blussen.'
Dat leek mij een slecht idee, want het ging net weer de goede kant op.


BEGIN / VORIGE

vrijdag 1 juni 2012

Terwijl de wetenschappers kibbelen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Papa zuchtte nog eens. 'Jullie moeder, ' zei hij, 'is niet altijd even makkelijk in de omgang. Weet je wat ze deed, gisteravond? Ze noemde mij dom! Alleen maar omdat ik niet in dino's geloof.'
'Eh, pap....' zei ik. 'Dat is ook dom. Niet in dino's geloven is net zoiets als niet in haaien geloven.' Ik had nog meer te zeggen, maar Gaby viel mij in de rede: 'Nou, maar ik vind het naar voor je, hoor papa! Dat was helemaal niet aardig van mama, en bovendien klopt het niet. Ik bedoel als je één enkel keertje iets doms zegt, dan ben je toch niet meteen dom? Ik bedoel: je bent heus niet van-top-tot-teen en van-voor-naar-achter dom om één zo'n dingetje.'
Papa keek naar beneden, waar mama bezig was het bluswerk te organiseren. Tenminste, dat probeerde ze. De Boegoenezen deden echter gewoon waar ze zin in hadden. Sommigen speelden zelfs een soort van tikkertje tussen de brandende takken. Achter haar stond Alexander, die handenwringend toekeek hoe al zijn bezitting drijfnat werden of juist in de brand vlogen. 'Niet die kist,' riep hij bijvoorbeeld. 'Kist is niet voor het blussen, ja? Kist is voor het bewaren van hele dure meet-instrumenten, en...'
Ranggg, daar ging de inhoud van de kist aan diggelen op de grond. Sprakeloos van ellende zakte Alexander op zijn knieën in de modder.
Mama wierp een blik over zijn schouder. 'Oho, wat zie ik daar? Een spectrometer? Tut tut tut, dat is niet erg netjes van je, om die achter te houden. Die hadden we goed kunnen gebruiken in ons laboratorium...'
'Ja,' zei de knieënman bitter, terwijl hij in de modder rondgrabbelde naar de resten van zijn spectrometer, 'in ons laboratorium ja, dan was-ie nu ontploft. En/of verbrand.'
'Oh, daar heb je waarschijnlijk gelijk in,' glimlachte mama. 'En dat zou heel erg zijn, want als-ie verbrand was had hij nu niet kapot kunnen vallen. En dat zou jammer zijn, he? Want het is natuurlijk heel fijn dat het ding nu in gruzels op de grond ligt. Veel beter dan ontploft. Aan de andere kant: misschien was ons lab niet eens ontploft als we de juiste apparatuur hadden gehad. Zoals, bijvoorbeeld, een spectrometer.'
Terwijl de twee wetenschappers zo kibbelden, blusten de Boegoenezen er lustig op los. Nu mijn moeder hen niet meer vertelde wat ze moesten doen, ging het eigenlijk steeds minder op blussen lijken. En steeds meer op een soort watergevecht.
Lachend en joelend zaten de Boegoenezen elkaar achterna in en om het brandende laboratorium. Behendig sprongen ze onder vlammende takken door en over hoopjes gloeiende sintels. Het zag er levensgevaarlijk uit, maar ze hadden de grootste pret en terwijl ze elkaar met water bekogelden, blusten ze bij toeval ook netjes de brand.
Sterker nog: het leek wel of net blussen sneller ging nu mijn moeder het overzicht niet meer hield. Elke plens water kwam – door een wonderlijk toeval? - steeds precies terecht op die plek waar-ie het hardst nodig was. Na een kwartiertje was het grootste deel van het vuur verdwenen.
Dat liet mijn moeder niet zomaar gebeuren.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE