BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
We keken elkaar aan. Zouden we dooreten of niet? We hadden machtig veel zin om weer op ontploffen te gaan, maar we beseften ook dat we daarvoor een lange reis in het helse busje zouden moeten maken. Een moeilijke keuze!
Op dat moment werd er aangebeld. Willem ging opendoen en kwam even later terug met een bezoeker. Een tenger mannetje met glad, achterovergekamd haar en een heel dun snorretje. Op zijn neus stond een zonnenbril met grote, spiegelende glazen.
'Goedemorgen,' zei hij vriendelijk, 'en sorry dat ik stoor. Eet u vooral rustig verder. Prettige voortzetting.'
Willem schoof en extra stoel bij de tafel en gaf de man een kop koffie. Aan ons vroeg hij: 'Weten jullie iets van auto's? Deze meneer heeft motorpech, namelijk.'
Inderdaad,' zei het mannetje. 'Een gloednieuwe wagen, ruim en comfortabel, maar rijden? Ho maar!'
'Wat vervelend voor u,' zei mama.
'Ja, nou en of, want ik moet nog een heel eind. Helemaal naar Jalsk namelijk. De hoofdstad, weet u wel? Ik ben journalist voor De Zuid-Mallotische Beschouwer, de grootste krant hier, en ik heb onderzoek gedaan voor een artikel over de olie-problemen hier. Wist u dat die vervuiling echt verschrikkelijk is?'
Wij knikten. Wisten we.
'Er zijn veel mensen die dat niet weten,' zei de journalist. 'Daarom heb ik er een stuk over geschreven. Zodat iedereen boos wordt, en de regering er iets aan doet. Ik weet alleen niet of mijn baas het stuk in de krant zal willen zetten. Onze krant krijgt veel geld van meneer Cockel. Voor advertenties en zo. Weten jullie wie meneer Cockel is?'
Wij knikten. Wisten we.
'Dan weten jullie ook wel, dat hij niet blij zal zijn als ik iedereen vertel over de smerige troep, die hij maakt. En mijn baas wil graag dat Cockel blij is, want dan geeft-ie meer geld. Ik zal enorm moeten slijmen en zeuren bij mijn baas, om dat stuk in de krant te krijgen. Maar ik kan er niet heen, want de auto is dus stuk. Weet u iets van auto's, meneer?'
'Ik weet heel veel van auto's,' antwoordde papa. 'Ik weet niet alleen hoe duur ze zijn, ik weet zelfs hoe duur de fabrieken zijn, waarin ze gemaakt worden! Maar hoe ze gemaakt worden, of hoe de motor precies werkt – nee, dat weet ik helaas niet.'
'Och toch, wat jammer,' zuchtte de journalist. 'Ik ook niet, en meneer Willem ook niet. Het is ook allemaal zo technisch en wetenschappelijk en zo! Nou ja, dan zal ik moeten lopen...'
Om mama's mond verscheen een dun, strak glimlachje. 'U kunt er natuurlijk niets aan doen,' zei ze kalm, 'want hier in Zuid-Mallotië weet men niet beter, maar er is geen enkele reden om te denken dat dames niet minstens even zo goed zijn in wetenschap en techniek als heren. Ik zou zeggen, laat u mij dat autootje van u maar eens zien.'
'Ach,' zei de journalist, 'wat dom van mij! Mijn excuses, mevrouw, u heeft helemaal gelijk.'
Na het ontbijt liepen we met z'n allen naar de wagen van de journalist, die een klein eindje buiten het dorp stond.
De journalist deed de motorkap open en mama, die een gereedschapskist van Willem had geleend, ging aan het werk. Ze trok draadjes los, draaide moertjes van hun plek, peuterde onderdeeltjes uit elkaar en stalde alles uit op de grond. Ze neuriede een vrolijk liedje, af en toe onderbroken door gemompel van 'Ahaaa!' of 'Eigenaardig' of 'Wat is dit nu weer voor een ding?'
'Eh... mevrouw?' vroeg de journalist na drie kwartier. 'Hoeveel weet u eigenlijk precies van, eh... van auto's?'
'Helemaal niet,' antwoordde mama opgewekt. 'Maar ik dacht: ach zo'n auto, hoe ingewikkeld kan dat nou helemaal zijn? Nou, best ingewikkeld eigenlijk, ontdek ik nu! Maar geen zorgen, hoor, ik heb nu wel zo'n beetje door hoe het allemaal werkt, dus ik denk wel dat ik de boel weer netjes in mekaar gezet krijg.'
En zo was het ook. Na een half uur zat de motor weer in elkaar, en mama had maar drie schroefjes en een rubber slangetje over.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!
vrijdag 30 november 2012
woensdag 28 november 2012
Mindless Violence IV
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Hè, schat,' zei papa teleurgesteld, 'ik vond het nou juist zo verstandig van je, dat je geen dingen op wilde blazen.'
Mama trok haar wenkbrauwen hoog op. 'Soms, lieverd,' zei ze ernstig, 'ga ik bijna denken dat je het niet leuk vindt om dingen op te blazen.'
Papa mompelde iets onverstaanbaars. Mama antwoordde: 'Dat verstond ik niet, maar hoe dan ook: Het gaat niet om leuk of niet leuk. Daar mág het niet eens om gaan; andermans spullen opblazen voor je plezier is verkeerd. Zo simpel is dat. Je moet het doen omdat het je plicht is, en anders niet. Maar als het dan je plicht is, dan kun je er maar beter van genieten. Vind ik.'
'En ik vindt,' verklaarde Kwetter, 'dat wij de aller-, allerleukste plicht heeft. Boemen is prachtig!'
Michael knikte enthousiast, maar ik vroeg aan mama: 'Je vond het toch juist heel dom om zo'n pijpleiding op te blazen? Omdat de olie er dan uit liep?'
'Ik ben blij, dat er nog iemand iets verstandigs zegt,' zei mama. 'Inderdaad. De pijpleidingen en boortorens laten we met rust. En vanavond overleg ik met Willem over wat we dan wel de lucht in laten vliegen. Maar eerst gaan jullie naar bed, want het is weer een druk dagje geweest.'
Dat vonden wij niet eerlijk, lieten we luidkeels weten, maar mama zei verveeld 'de wereld is nou eenmaal niet eerlijk, jongens,' en toen gingen we maar naar boven.
Nauwelijks lagen we in bed of Michael sprong er al weer uit. 'Ik weet niet wat jullie gaan doen,' grijnsde hij, 'maar ik ga naar beneden. Aan de deur luisteren.'
'Dat hoorde ik nou eens net,' riep mama door het sleutelgat van de slaapkamerdeur.
Moedeloos ging Michael weer liggen. 'Nooit,' zuchtte hij. 'Nooit, nooit, nooit zullen we het van haar winnen.'
'Als je dat maar weet,' klonk het uit het sleutelgat.
De volgende ochtend waren mama en Willem in een opperbest humeur, maar papa zat zeer sikkeneurig met zijn vork in zijn ontbijt te prikken.
'En,' vroegen wij, 'wat gaat er de lucht in?'
'Het hoofdkantoor,' glunderde Willem.
'Van de Cockel Olie Maatschappij,' legde mama uit. 'Niet het internationale hoofdkantoor, hoor, alleen het Zuid-Mallotische.'
Papa leunde zuchtend met zijn gezicht op zijn handpalmen. 'Cockel,' mompelde hij. 'Van alle schurken waar je ruzie mee kunt zoeken, kiest ze uitgerekend Cockel. De gevaarlijkste.'
'Dat is juist slim, pap,' legde Michael uit. 'De gevaarlijkste moet je altijd als eerste doen. Als je een computerspelletje doet, Mindless Violence IV bijvoorbeeld, dan...'
Papa sloeg met zijn vuist op tafel. 'Bazel niet over computerspelletjes!' bulderde hij. 'Ben ik dan de enige hier die onze toestand serieus neemt? De werkelijkheid is geen computerspelletje! Dat zijn twee compleet verschillende dingen! Die lijken niet eens op elkaar!'
'Precies wat ik wilde zeggen,' zei Michael onverstoorbaar. 'Daarom moet je in het echte leven juist het tegenovergestelde doen als in een computerspelletje. En bij computerspelletjes doe je de gevaarlijkste slechterik altijd als laatste. Dus... ja...'
Mama aaide Michael over zijn bol. 'Wat is-ie slim he,' zei ze tegen de wereld in het algemeen. Kwetter knikte heftig.
'Nou,' zei mama, 'eten jullie eens een beetje door. Na het eten gaan we op pad.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Hè, schat,' zei papa teleurgesteld, 'ik vond het nou juist zo verstandig van je, dat je geen dingen op wilde blazen.'
Mama trok haar wenkbrauwen hoog op. 'Soms, lieverd,' zei ze ernstig, 'ga ik bijna denken dat je het niet leuk vindt om dingen op te blazen.'
Papa mompelde iets onverstaanbaars. Mama antwoordde: 'Dat verstond ik niet, maar hoe dan ook: Het gaat niet om leuk of niet leuk. Daar mág het niet eens om gaan; andermans spullen opblazen voor je plezier is verkeerd. Zo simpel is dat. Je moet het doen omdat het je plicht is, en anders niet. Maar als het dan je plicht is, dan kun je er maar beter van genieten. Vind ik.'
'En ik vindt,' verklaarde Kwetter, 'dat wij de aller-, allerleukste plicht heeft. Boemen is prachtig!'
Michael knikte enthousiast, maar ik vroeg aan mama: 'Je vond het toch juist heel dom om zo'n pijpleiding op te blazen? Omdat de olie er dan uit liep?'
'Ik ben blij, dat er nog iemand iets verstandigs zegt,' zei mama. 'Inderdaad. De pijpleidingen en boortorens laten we met rust. En vanavond overleg ik met Willem over wat we dan wel de lucht in laten vliegen. Maar eerst gaan jullie naar bed, want het is weer een druk dagje geweest.'
Dat vonden wij niet eerlijk, lieten we luidkeels weten, maar mama zei verveeld 'de wereld is nou eenmaal niet eerlijk, jongens,' en toen gingen we maar naar boven.
Nauwelijks lagen we in bed of Michael sprong er al weer uit. 'Ik weet niet wat jullie gaan doen,' grijnsde hij, 'maar ik ga naar beneden. Aan de deur luisteren.'
'Dat hoorde ik nou eens net,' riep mama door het sleutelgat van de slaapkamerdeur.
Moedeloos ging Michael weer liggen. 'Nooit,' zuchtte hij. 'Nooit, nooit, nooit zullen we het van haar winnen.'
'Als je dat maar weet,' klonk het uit het sleutelgat.
De volgende ochtend waren mama en Willem in een opperbest humeur, maar papa zat zeer sikkeneurig met zijn vork in zijn ontbijt te prikken.
'En,' vroegen wij, 'wat gaat er de lucht in?'
'Het hoofdkantoor,' glunderde Willem.
'Van de Cockel Olie Maatschappij,' legde mama uit. 'Niet het internationale hoofdkantoor, hoor, alleen het Zuid-Mallotische.'
Papa leunde zuchtend met zijn gezicht op zijn handpalmen. 'Cockel,' mompelde hij. 'Van alle schurken waar je ruzie mee kunt zoeken, kiest ze uitgerekend Cockel. De gevaarlijkste.'
'Dat is juist slim, pap,' legde Michael uit. 'De gevaarlijkste moet je altijd als eerste doen. Als je een computerspelletje doet, Mindless Violence IV bijvoorbeeld, dan...'
Papa sloeg met zijn vuist op tafel. 'Bazel niet over computerspelletjes!' bulderde hij. 'Ben ik dan de enige hier die onze toestand serieus neemt? De werkelijkheid is geen computerspelletje! Dat zijn twee compleet verschillende dingen! Die lijken niet eens op elkaar!'
'Precies wat ik wilde zeggen,' zei Michael onverstoorbaar. 'Daarom moet je in het echte leven juist het tegenovergestelde doen als in een computerspelletje. En bij computerspelletjes doe je de gevaarlijkste slechterik altijd als laatste. Dus... ja...'
Mama aaide Michael over zijn bol. 'Wat is-ie slim he,' zei ze tegen de wereld in het algemeen. Kwetter knikte heftig.
'Nou,' zei mama, 'eten jullie eens een beetje door. Na het eten gaan we op pad.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 26 november 2012
Kwetter is gezond zat
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Zo zien we maar weer,' grijnsde Willem, 'Hoogmoed komt voor de val. Laat ik dus maar niet gaan lopen roepen van "haha, eigen schuld, had je maar moeten doen wat ik vroeg," of zelfs maar "u kunt veilig bij mij logeren als u mij mijn zin geeft". Nee,dat zou hoogmoedig zijn van mij. Ik kijk wel mooi uit. U kunt gewoon bij overnachten hoor. Zo lang als het nodig is.'
We reden terug naar het dorp en Willem begon meteen met spulletjes te rommelen. Hij had een enorm groot huis, dat naast de kerk stond; veel te groot voor een man alleen. In de meeste kamers lagen er lakens over de meubel, tegen het stof, omdat er nooit iemand kwam. Maar nu gingen de lakens eraf, de ramen werden opengezet en de matrassen opgeklopt.
Papa en mama gingen in de keuken aan de slag.
'Die man kan onmogelijk alles zelf doen,' zeiden ze. 'Én de slaapkamers én het eten, nee hoor, dat gaat niet.'
'Gaat wel,' galmde Willem vanaf de bovenverdieping. 'Gaat prima, hoor! Duurt alleen even, dus de kinderen liggen er vrij laat in, maar dat is niet erg, of wel jongens?'
'Neeee!' riepen wij, maar dat was eigenlijk vooral beleefdheid, want we waren best moe en die Willem had geeneens televisie. Dat hadden we al lang gezien. Dus laat opblijven betekende vandaag: heel lang wakker blijven en je mond houden terwijl de grote mensen praten.
Nou, dan ga ik net zo lief naar bed.
Gelukkig kwam papa een uurtje later met een grote, dampende stapel pannenkoeken de keuken uit.
'Pannenkoeken,' zei Willem, die net op dat moment de trap af kwam, 'dát is lang geleden, zeg! Vroeger was dat mijn lievelings-eten. Gek eigenlijk, dat ik ze niet meer gegeten heb sinds ik een groot mens ben.'
'Waarom eet jij niet elke dag pannenkoeken?' vroeg Kwetter verwonderd. 'Als ik een groot mens was, dan weette ik het wel! Dan eette ik elke dag pannenkoeken, en niemand die zegde van: dat is ongezond voor je.'
'Eh, Kwetter,' zei ik, 'je eet nu ook elke dag pannenkoeken.'
'Ja, maar papa en mama zegt steeds van: dat is ongezond voor je. Daar luistert ik wel niet naar, maar het is tóch niet leuk.'
'Je moet altijd naar je vader en moeder luisteren, meisje,' zei Willem ernstig.
'Kunt jij dit?' vroeg Kwetter. Ze ging op haar handen staan en wandelde door de kamer met haar voeten in de lucht. Daarna sprong ze, nog steeds met alleen haar handen, naar een hoge boekenkast en ze greep mat haar tenen de bovenste plank vast. Zo bleef ze tevreden hangen. 'Ik kunt dit wel, namelijk. Dus ik is gezond zat, vindt ik.'
Mama kwam uit de keuken met een grote schaal, waarop een soort pakketjes van bananenbladeren lagen.
'Zijn jullie nog niet aan de pannenkoeken begonnen?' vroeg ze verwonderd. 'Ze koelen af, hoor!' Daar had ze gelijk in; we gingen snel aan tafel. Een half uur later was er geen pannenkoek meer te bekennen.
'Haaa,' zuchtte Willem vergenoegd, terwijl hij achterover leunde en over zijn buik wreef. 'Dat was ouderwets lekker. Je hebt gelijk, Kwetter. Waarom eet ik dit niet elke dag? Maar nou ben ik toch zó benieuwd, mevrouw Laarmans, met wat voor een toetje u ons gaat verrassen. Wat zit er in die bananenbladeren?'
'Oh, dat is geen toetje,' zei mama. 'Maar het is wél een verrassing.'
Wij kennen mama langer dan vandaag, dus wij hadden meteen door wat de verrassing was.
'Joewieieie,' riep Kwetter. 'Boemmm!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Zo zien we maar weer,' grijnsde Willem, 'Hoogmoed komt voor de val. Laat ik dus maar niet gaan lopen roepen van "haha, eigen schuld, had je maar moeten doen wat ik vroeg," of zelfs maar "u kunt veilig bij mij logeren als u mij mijn zin geeft". Nee,dat zou hoogmoedig zijn van mij. Ik kijk wel mooi uit. U kunt gewoon bij overnachten hoor. Zo lang als het nodig is.'
We reden terug naar het dorp en Willem begon meteen met spulletjes te rommelen. Hij had een enorm groot huis, dat naast de kerk stond; veel te groot voor een man alleen. In de meeste kamers lagen er lakens over de meubel, tegen het stof, omdat er nooit iemand kwam. Maar nu gingen de lakens eraf, de ramen werden opengezet en de matrassen opgeklopt.
Papa en mama gingen in de keuken aan de slag.
'Die man kan onmogelijk alles zelf doen,' zeiden ze. 'Én de slaapkamers én het eten, nee hoor, dat gaat niet.'
'Gaat wel,' galmde Willem vanaf de bovenverdieping. 'Gaat prima, hoor! Duurt alleen even, dus de kinderen liggen er vrij laat in, maar dat is niet erg, of wel jongens?'
'Neeee!' riepen wij, maar dat was eigenlijk vooral beleefdheid, want we waren best moe en die Willem had geeneens televisie. Dat hadden we al lang gezien. Dus laat opblijven betekende vandaag: heel lang wakker blijven en je mond houden terwijl de grote mensen praten.
Nou, dan ga ik net zo lief naar bed.
Gelukkig kwam papa een uurtje later met een grote, dampende stapel pannenkoeken de keuken uit.
'Pannenkoeken,' zei Willem, die net op dat moment de trap af kwam, 'dát is lang geleden, zeg! Vroeger was dat mijn lievelings-eten. Gek eigenlijk, dat ik ze niet meer gegeten heb sinds ik een groot mens ben.'
'Waarom eet jij niet elke dag pannenkoeken?' vroeg Kwetter verwonderd. 'Als ik een groot mens was, dan weette ik het wel! Dan eette ik elke dag pannenkoeken, en niemand die zegde van: dat is ongezond voor je.'
'Eh, Kwetter,' zei ik, 'je eet nu ook elke dag pannenkoeken.'
'Ja, maar papa en mama zegt steeds van: dat is ongezond voor je. Daar luistert ik wel niet naar, maar het is tóch niet leuk.'
'Je moet altijd naar je vader en moeder luisteren, meisje,' zei Willem ernstig.
'Kunt jij dit?' vroeg Kwetter. Ze ging op haar handen staan en wandelde door de kamer met haar voeten in de lucht. Daarna sprong ze, nog steeds met alleen haar handen, naar een hoge boekenkast en ze greep mat haar tenen de bovenste plank vast. Zo bleef ze tevreden hangen. 'Ik kunt dit wel, namelijk. Dus ik is gezond zat, vindt ik.'
Mama kwam uit de keuken met een grote schaal, waarop een soort pakketjes van bananenbladeren lagen.
'Zijn jullie nog niet aan de pannenkoeken begonnen?' vroeg ze verwonderd. 'Ze koelen af, hoor!' Daar had ze gelijk in; we gingen snel aan tafel. Een half uur later was er geen pannenkoek meer te bekennen.
'Haaa,' zuchtte Willem vergenoegd, terwijl hij achterover leunde en over zijn buik wreef. 'Dat was ouderwets lekker. Je hebt gelijk, Kwetter. Waarom eet ik dit niet elke dag? Maar nou ben ik toch zó benieuwd, mevrouw Laarmans, met wat voor een toetje u ons gaat verrassen. Wat zit er in die bananenbladeren?'
'Oh, dat is geen toetje,' zei mama. 'Maar het is wél een verrassing.'
Wij kennen mama langer dan vandaag, dus wij hadden meteen door wat de verrassing was.
'Joewieieie,' riep Kwetter. 'Boemmm!
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 23 november 2012
Een onaangename verrassing
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
De Tsaar Peter was weg.
'Schat,' zei mama geërgerd, 'ik zei nog zo: doe de duikboot op slot. Je weet maar nooit, zei ik.'
'Maar ik heb 'm op slot gedaan,' riep papa klaaglijk.
'Misschien is-ie even onder water?' vroeg ik. Dat-ie, als je 'm een tijdje niet gebruikt, vanzelf uit het zicht gaat? Net als een computerscherm, weet je wel, dat op zwart gaat als je even een kwartiertje pauze neemt of zo.'
'Natuurlijk niet,' zei papa. 'Dat zou echt belachelijk zijn. Als-ie onder water gaat terwijl er niemand in zit, hoe moet je er dan ooit weer binnen komen? Nee, dat kan het niet wezen.'
'Ik weet het zo net nog niet,' zei Michael duister. 'Van de idioten die die handleiding hebben verzonnen, kun je alles verwachten.'
'Misschien is hij gewoon weggedrijfd,' dacht Kwetter. 'Dat kan best. Hij ligde in het water, en in het water drijf je weg.'
'Kwetter,' zei mama, 'dat is helemaal niet dom opgemerkt. Natúúrlijk is het ding weggedreven. En we kunnen hem ook makkelijk terugvinden. We springen gewoon op de Jet Ski's en we skoeteren met de stroom mee tot we de Tsaar Peter inhalen.
'Behalve dan,' zei papa, 'dat de Jet Ski's óók weg zijn. En die lagen op het strand, dus die zijn zéker niet weggedreven. Hier is duidelijk opzet in het spel.'
'En nou?' vroeg ik. 'Wat moeten we nou?'
'Nou gaat wij op avontuuuuur!' joelde Kwetter en ze ging op haar handen staan. 'Wij hoeft eindelijk niet meer in kleine ijzeren kamertjes opgesloten te zitten! Wij gaat weer eens wat beleeeeven! Joewieieie!' Ze begon aan een lange reeks radslagen, salto's en flikflaks en bleef maar 'Joewie' roepen.
'Kwetter,' zei papa streng, 'we zitten serieus in de problemen. Dit lijkt me geen moment om vrolijk...'
'Ach schat,' zei mama, 'laat haar toch. Boegoeneesjes horen niet in onderzeeërs, daar worden ze heel ongelukkig van. En trouwens: ze heeft groot gelijk. Met ernstig kijken krijgen we onze duikboot niet terug. We kunnen maar beter proberen er het beste van te maken.' Ze wendde zich tot Willem, die ons naar het strand had gebracht en die nog altijd naast ons stond. 'Meneer Willem,' zei ze, 'het spijt me dat ik daarstraks wat kortaf ben geweest. Dat was dom van mij, onvergeeflijk dom. Niet omdat ik ongelijk had – want dat had ik niet – maar omdat ik onbeleefd was. Gelijk hebben is nooit een excuus voor onbeleefdheid, en ik bied u dan ook nederig mijn verontschuldigingen aan. Nu denkt u misschien: dat zegt ze alleen maar omdat ze in de nesten zit. Omdat ze mijn hulp nodig heeft. Nou, daar heeft u dan gelijk in. Maar zoals ik al zei: gelijk hebben is nooit een excuus voor onbeleefdheid, en ik hoop dan ook dat u de beleefdheid zult hebben om ons een onderdak voor de nacht aan te bieden.'
Daar moest Willem heel hard om lachen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
De Tsaar Peter was weg.
'Schat,' zei mama geërgerd, 'ik zei nog zo: doe de duikboot op slot. Je weet maar nooit, zei ik.'
'Maar ik heb 'm op slot gedaan,' riep papa klaaglijk.
'Misschien is-ie even onder water?' vroeg ik. Dat-ie, als je 'm een tijdje niet gebruikt, vanzelf uit het zicht gaat? Net als een computerscherm, weet je wel, dat op zwart gaat als je even een kwartiertje pauze neemt of zo.'
'Natuurlijk niet,' zei papa. 'Dat zou echt belachelijk zijn. Als-ie onder water gaat terwijl er niemand in zit, hoe moet je er dan ooit weer binnen komen? Nee, dat kan het niet wezen.'
'Ik weet het zo net nog niet,' zei Michael duister. 'Van de idioten die die handleiding hebben verzonnen, kun je alles verwachten.'
'Misschien is hij gewoon weggedrijfd,' dacht Kwetter. 'Dat kan best. Hij ligde in het water, en in het water drijf je weg.'
'Kwetter,' zei mama, 'dat is helemaal niet dom opgemerkt. Natúúrlijk is het ding weggedreven. En we kunnen hem ook makkelijk terugvinden. We springen gewoon op de Jet Ski's en we skoeteren met de stroom mee tot we de Tsaar Peter inhalen.
'Behalve dan,' zei papa, 'dat de Jet Ski's óók weg zijn. En die lagen op het strand, dus die zijn zéker niet weggedreven. Hier is duidelijk opzet in het spel.'
'En nou?' vroeg ik. 'Wat moeten we nou?'
'Nou gaat wij op avontuuuuur!' joelde Kwetter en ze ging op haar handen staan. 'Wij hoeft eindelijk niet meer in kleine ijzeren kamertjes opgesloten te zitten! Wij gaat weer eens wat beleeeeven! Joewieieie!' Ze begon aan een lange reeks radslagen, salto's en flikflaks en bleef maar 'Joewie' roepen.
'Kwetter,' zei papa streng, 'we zitten serieus in de problemen. Dit lijkt me geen moment om vrolijk...'
'Ach schat,' zei mama, 'laat haar toch. Boegoeneesjes horen niet in onderzeeërs, daar worden ze heel ongelukkig van. En trouwens: ze heeft groot gelijk. Met ernstig kijken krijgen we onze duikboot niet terug. We kunnen maar beter proberen er het beste van te maken.' Ze wendde zich tot Willem, die ons naar het strand had gebracht en die nog altijd naast ons stond. 'Meneer Willem,' zei ze, 'het spijt me dat ik daarstraks wat kortaf ben geweest. Dat was dom van mij, onvergeeflijk dom. Niet omdat ik ongelijk had – want dat had ik niet – maar omdat ik onbeleefd was. Gelijk hebben is nooit een excuus voor onbeleefdheid, en ik bied u dan ook nederig mijn verontschuldigingen aan. Nu denkt u misschien: dat zegt ze alleen maar omdat ze in de nesten zit. Omdat ze mijn hulp nodig heeft. Nou, daar heeft u dan gelijk in. Maar zoals ik al zei: gelijk hebben is nooit een excuus voor onbeleefdheid, en ik hoop dan ook dat u de beleefdheid zult hebben om ons een onderdak voor de nacht aan te bieden.'
Daar moest Willem heel hard om lachen.
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
woensdag 21 november 2012
Mama is geen hond
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Mama keek heel erg tevreden. Niet alleen omdat ze iets heel fijns mocht doen, maar vooral omdat het iets fijns was waar ze recht op had. En ze had er recht op, niet omdat ze het verdiend had, maar omdat ze was wie ze was; omdat ze zo bijzonder was, en zo geweldig, dat ze automatisch recht had op alle leuke dingen ter wereld. Zo moet een poes zich voelen, die voor de open haard een schoteltje room leeg mag likken terwijl zijn favoriete mens op zijn knieën naast haar blijft zitten om haar de hele tijd te aaien.
'En wat,' zo spinde mama, 'zou je willen dat ik opblies?'
'Oh,' zei Willem gul, 'doe maar wat. Een olieleiding, een paar boortorens, net wat je leuk vindt.'
Mama keek nog steeds als een tevreden poes. Maar wie haar goed kende, zag een kleine maar belangrijke verandering in haar ogen. Dit was niet langer een poes die voor de haard zat te spinnen. Dit was een poes die een hele dikke, domme muis had gevonden om langzaam en op een vermakelijke manier dood te maken.
'Olieleiding, boortorens, staat genoteerd,' antwoordde ze. Willem knikte blij. 'Trouwens,' ging mijn moeder verder, 'als ik even tussendoor een vraagje mag stellen: wat denk je precies dat er gebeurt, als ik een olieleiding opblaas? Denk je dat de vervuiling dan plotseling ophoudt? Of denk je dat er opeens duizenden en duizenden liters ruwe olie over jullie veldjes zullen stromen?'
'Eh,' zei Willem, 'eh, dat laatste, denk ik. Nu je het zo zegt.'
'Zo zo, denk je dat, nu ik het zeg? Dus uit jezelf had je het nog niet bedacht?'
Willem's hoofd werd rood.
'En nu ik toch vragen aan het stellen ben: jullie hebben toch dynamiet? Waarom blazen jullie de boel niet zelf op? Begrijp me goed: ik ben blij dat jullie het niet doen, hoor, want daar moet je goed bij nadenken en dat is duidelijk niet jouw sterkste punt. Maar in zijn algemeenheid zou ik zeggen: als je flink genoeg bent om een koraalrif op te blazen, wees dan een vent en blaas ook wat van Cockel's spulletjes op.'
'Ik?' schrok Willem. 'Maar ik... ik... ik ben een man van de kerk! Wij mogen dat niet doen.'
'En ik,' zei mama, 'ik wil het niet doen. Ten eerste heb ik geen zin om iedereen z'n problemen op te lossen, en ten tweede lossen bommen niks op. Maar ze luchten wel enorm op, als je kwaad bent bijvoorbeeld. Wees maar blij dat ik niet kwaad genoeg ben om dingen op te blazen, meneertje man-van-de-kerk die te beroerd is om zelf een vinger uit te steken, en die denkt dat-ie mij kan commanderen als een valse hond, want als ik op dit moment iets op zou blazen, dan zou het jouw mooie kerkgebouw zijn. Dan zou niks je meer tegenhouden om zelf eens aan de slag te gaan. Maar je hebt geluk, mijn man is dol op kerken en hij wil niet dat ik ze opblaas. Kom, lieverds, we gaan terug naar de Tsaar Peter.'
'Niet boem?' vroeg Kwetter teleurgesteld.
'Ander keertje weer boem,' troostte mama. 'Weet je wat? We halen een paar torpedo's en we knallen die Engel des Doods uit het water. Vinden we dat leuk?'
'Jeueuh!' deden wij.
Maar er wachtte ons een onaangename verrassing
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Mama keek heel erg tevreden. Niet alleen omdat ze iets heel fijns mocht doen, maar vooral omdat het iets fijns was waar ze recht op had. En ze had er recht op, niet omdat ze het verdiend had, maar omdat ze was wie ze was; omdat ze zo bijzonder was, en zo geweldig, dat ze automatisch recht had op alle leuke dingen ter wereld. Zo moet een poes zich voelen, die voor de open haard een schoteltje room leeg mag likken terwijl zijn favoriete mens op zijn knieën naast haar blijft zitten om haar de hele tijd te aaien.
'En wat,' zo spinde mama, 'zou je willen dat ik opblies?'
'Oh,' zei Willem gul, 'doe maar wat. Een olieleiding, een paar boortorens, net wat je leuk vindt.'
Mama keek nog steeds als een tevreden poes. Maar wie haar goed kende, zag een kleine maar belangrijke verandering in haar ogen. Dit was niet langer een poes die voor de haard zat te spinnen. Dit was een poes die een hele dikke, domme muis had gevonden om langzaam en op een vermakelijke manier dood te maken.
'Olieleiding, boortorens, staat genoteerd,' antwoordde ze. Willem knikte blij. 'Trouwens,' ging mijn moeder verder, 'als ik even tussendoor een vraagje mag stellen: wat denk je precies dat er gebeurt, als ik een olieleiding opblaas? Denk je dat de vervuiling dan plotseling ophoudt? Of denk je dat er opeens duizenden en duizenden liters ruwe olie over jullie veldjes zullen stromen?'
'Eh,' zei Willem, 'eh, dat laatste, denk ik. Nu je het zo zegt.'
'Zo zo, denk je dat, nu ik het zeg? Dus uit jezelf had je het nog niet bedacht?'
Willem's hoofd werd rood.
'En nu ik toch vragen aan het stellen ben: jullie hebben toch dynamiet? Waarom blazen jullie de boel niet zelf op? Begrijp me goed: ik ben blij dat jullie het niet doen, hoor, want daar moet je goed bij nadenken en dat is duidelijk niet jouw sterkste punt. Maar in zijn algemeenheid zou ik zeggen: als je flink genoeg bent om een koraalrif op te blazen, wees dan een vent en blaas ook wat van Cockel's spulletjes op.'
'Ik?' schrok Willem. 'Maar ik... ik... ik ben een man van de kerk! Wij mogen dat niet doen.'
'En ik,' zei mama, 'ik wil het niet doen. Ten eerste heb ik geen zin om iedereen z'n problemen op te lossen, en ten tweede lossen bommen niks op. Maar ze luchten wel enorm op, als je kwaad bent bijvoorbeeld. Wees maar blij dat ik niet kwaad genoeg ben om dingen op te blazen, meneertje man-van-de-kerk die te beroerd is om zelf een vinger uit te steken, en die denkt dat-ie mij kan commanderen als een valse hond, want als ik op dit moment iets op zou blazen, dan zou het jouw mooie kerkgebouw zijn. Dan zou niks je meer tegenhouden om zelf eens aan de slag te gaan. Maar je hebt geluk, mijn man is dol op kerken en hij wil niet dat ik ze opblaas. Kom, lieverds, we gaan terug naar de Tsaar Peter.'
'Niet boem?' vroeg Kwetter teleurgesteld.
'Ander keertje weer boem,' troostte mama. 'Weet je wat? We halen een paar torpedo's en we knallen die Engel des Doods uit het water. Vinden we dat leuk?'
'Jeueuh!' deden wij.
Maar er wachtte ons een onaangename verrassing
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
maandag 19 november 2012
Ik babbel er op los
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ja, jongedame,' zei Michael, 'gebruik jij je hersentjes maar eens.' Kwetter giechelde alsof hij iets leuks had gezegd of zo. Ik zweer je dat ik nooit verliefd ga worden. Ze zeggen dat het iets heel moois moet wezen, maar als je uit verliefdheid de flauwe pesterijtjes van mijn broer leuk gaat vinden dan kán het niet goed voor je zijn.
'Puh,' deed ik. 'Ik heb toevallig meer hersentjes in mijn kleine teen dan jij in je hele hoofd.'
'Oh ja? Wie heeft deze vuiligheid dan...'
'Makkelijk zat. Het is olie, ja? En wie, van alle gewetenloze schurken die papa kent, is de grote olie-baas?'
'Meneer Cockel,' zei Michael.
'Inderdaad. Dus die is het. Simpel zat.'
'Dat snapt ik niet,' zei Kwetter. 'Olie is toch heel duur spul? Waarom gooit meneer Cockel het dan op de grond? Zo kunt hij het toch niet meer verkopen?'
'Ja inderdaad,' knikte Michael. 'Goeie vraag Kwetter! Zo zie je maar weer, Gaby, het leven is helaas nooit 'simpel zat'. Bedankt voor het meedoen, tot nooit meer ziens, we gaan naar onze volgende kandidaat. En de volgende kandidaat is de heer Papa. Zeg het maar pap, wie heeft dit gedaan?'
'Meneer Cockel, natuurlijk,' glimlachte papa.
'Ja maar... waarom ligt het dan op de grond?'
'Leg jij hem dat maar eens uit, Gaby. Dan ziet hij dat zijn kleine zusje het ook snapt, als ze maar eventjes nadenkt.'
'Dat is niet eerlijk,' protesteerde Kwetter. 'Gaby is wel kleiner, maar ze is veel slimmer dan Michael!' Daar keek ik van op. Ik bedoel, ik wist natuurlijk wel dat het zo was, maar dat Kwetter het ondanks haar verliefdheid ook had gemerkt, dat had ik niet verwacht. Puntje voor Kwetter.
Helaas moest ik nu wel iets uitleggen waar ik geen flauw benul van had. Ik begon maar gewoon een beetje te babbelen, in de hoop dat het uiteindelijk ergens op zou slaan. Soms werkt dat, soms niet; het is in elk geval beter dan niets.
'Nou kijk, dat zit zo namelijk, eh, olie is wel duur, maar het is heel moeilijk op te ruimen, dus laten liggen is goedkoper dan opruimen. Ja toch?' Papa knikte. Dat gaf mij goede moed, en ik ging vrolijk verder: 'En er komt hier nogal wat olie op de grond terecht. Dat komt doordat... eh... de Zuid- Mallotiërs heel bijgelovig zijn en eh.. ze offeren het aan... hun... god...' Ik viel stil omdat aan papa's gezicht duidelijk te zien was dat ik pure onzin stond te verkondigen. 'Mmmmmmaar het komt vooral door meneer Cockel,' verbeterde ik snel. 'Die is zo gierig dat eh, eh, als er ergens een lek is in de olieleiding, dan repareert hij het niet.'
'Bijna goed,' zei papa. 'Hij repareert de boel natuurlijk wel, als er echt veel olie weglekt. Hij kijkt gewoon wat er duurder is: repareren of weg laten lekken. Lekken zou altijd duurder zijn, als hij zijn rommel netjes op zou ruimen. Maar dat doet hij dus niet.'
'Inderdaad,' zei Willem. 'De mensen hier kunnen geen eten meer verbouwen, en ze worden ziek van de giftige olie. Kortom, die Cockel is een boef, en het wordt hoog tijd dat er hiert eens het een en ander wordt opgeblazen. Ik zou zeggen, mevrouw de Donderkat: zet hem op!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
'Ja, jongedame,' zei Michael, 'gebruik jij je hersentjes maar eens.' Kwetter giechelde alsof hij iets leuks had gezegd of zo. Ik zweer je dat ik nooit verliefd ga worden. Ze zeggen dat het iets heel moois moet wezen, maar als je uit verliefdheid de flauwe pesterijtjes van mijn broer leuk gaat vinden dan kán het niet goed voor je zijn.
'Puh,' deed ik. 'Ik heb toevallig meer hersentjes in mijn kleine teen dan jij in je hele hoofd.'
'Oh ja? Wie heeft deze vuiligheid dan...'
'Makkelijk zat. Het is olie, ja? En wie, van alle gewetenloze schurken die papa kent, is de grote olie-baas?'
'Meneer Cockel,' zei Michael.
'Inderdaad. Dus die is het. Simpel zat.'
'Dat snapt ik niet,' zei Kwetter. 'Olie is toch heel duur spul? Waarom gooit meneer Cockel het dan op de grond? Zo kunt hij het toch niet meer verkopen?'
'Ja inderdaad,' knikte Michael. 'Goeie vraag Kwetter! Zo zie je maar weer, Gaby, het leven is helaas nooit 'simpel zat'. Bedankt voor het meedoen, tot nooit meer ziens, we gaan naar onze volgende kandidaat. En de volgende kandidaat is de heer Papa. Zeg het maar pap, wie heeft dit gedaan?'
'Meneer Cockel, natuurlijk,' glimlachte papa.
'Ja maar... waarom ligt het dan op de grond?'
'Leg jij hem dat maar eens uit, Gaby. Dan ziet hij dat zijn kleine zusje het ook snapt, als ze maar eventjes nadenkt.'
'Dat is niet eerlijk,' protesteerde Kwetter. 'Gaby is wel kleiner, maar ze is veel slimmer dan Michael!' Daar keek ik van op. Ik bedoel, ik wist natuurlijk wel dat het zo was, maar dat Kwetter het ondanks haar verliefdheid ook had gemerkt, dat had ik niet verwacht. Puntje voor Kwetter.
Helaas moest ik nu wel iets uitleggen waar ik geen flauw benul van had. Ik begon maar gewoon een beetje te babbelen, in de hoop dat het uiteindelijk ergens op zou slaan. Soms werkt dat, soms niet; het is in elk geval beter dan niets.
'Nou kijk, dat zit zo namelijk, eh, olie is wel duur, maar het is heel moeilijk op te ruimen, dus laten liggen is goedkoper dan opruimen. Ja toch?' Papa knikte. Dat gaf mij goede moed, en ik ging vrolijk verder: 'En er komt hier nogal wat olie op de grond terecht. Dat komt doordat... eh... de Zuid- Mallotiërs heel bijgelovig zijn en eh.. ze offeren het aan... hun... god...' Ik viel stil omdat aan papa's gezicht duidelijk te zien was dat ik pure onzin stond te verkondigen. 'Mmmmmmaar het komt vooral door meneer Cockel,' verbeterde ik snel. 'Die is zo gierig dat eh, eh, als er ergens een lek is in de olieleiding, dan repareert hij het niet.'
'Bijna goed,' zei papa. 'Hij repareert de boel natuurlijk wel, als er echt veel olie weglekt. Hij kijkt gewoon wat er duurder is: repareren of weg laten lekken. Lekken zou altijd duurder zijn, als hij zijn rommel netjes op zou ruimen. Maar dat doet hij dus niet.'
'Inderdaad,' zei Willem. 'De mensen hier kunnen geen eten meer verbouwen, en ze worden ziek van de giftige olie. Kortom, die Cockel is een boef, en het wordt hoog tijd dat er hiert eens het een en ander wordt opgeblazen. Ik zou zeggen, mevrouw de Donderkat: zet hem op!'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
vrijdag 16 november 2012
De Tegenboog
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Voorzichtig stapten we uit.
'Lieve help,' zei papa, 'wat is hier gebeurd? Waar zijn we?'
'We zijn,' vertelde Willem, 'op het vruchtbare boerenland van Zuid-Mallotië.'
'Is het werkelijk?' vroeg mama. 'Ik geloof niet dat ik iets zou willen eten wat hier groeit.'
'Maakt u zich maar geen zorgen, mevrouw. Er groeit hier niks.'
Inderdaad. Het landschap om ons heen zag er akelig en spookachtig uit. Zover je kon zien was de grond overdekt met een dikke laag drab. Zwarte prut, die vreselijk stonk, een beetje zoals benzine ruikt maar dan veel viezer. De smurrie glansde vettig; waar de zon erop scheen leek het spul alle kleuren van de regenboog te hebben. Of nou ja, niet van de regenboog, want regenbogen zijn mooi en goed. Maar als je een regenboog zou maken van lelijke kleuren - snot-groen, puist-geel, verrotte-aubergine-bruin enzovoort - dan kreeg je de glans van de zwarte smurrie die hier de grond bedekte. Een soort anti-regenboog: een tegenboog.
Niet alleen was de drab lelijk en vies-ruikend, hij was blijkbaar ook giftig. Er waren maar weinig planten hier, en bijna geen dieren. Her en der zag je een dode boom uit de gore modder steken, of een polletje zieltogend onkruid aan de rand van een glanzende poel staan. Af en toe zoemde of kroop er een insect voorbij; in de verte was een onvoorzichtig eendje geland op een van de plassen, die als zwerende wonden in het verwoeste landschap lagen. Het eendje was overdekt geraakt met de plakkerige, zwarte troep en worstelde om los te komen.
'Gezellige boel hier,' merkte Michael op.
'Wat is er aan de hand?' vroeg ik. 'Wat is dat zwarte spul?'
'Olie,' zei mama. Ze snoof. 'Ruwe aardolie. Waar benzine van gemaakt wordt. En plastic en nog duizend andere nuttige dingen. In onbewerkte vorm, zoals hier, is het gevaarlijk spul. Giftig en zo. Het zat ook op het koraalrif, weten jullie nog? Eén van de redenen waarom dat koraal dood is, denk ik.'
'Ga daar maar van uit,' zei Willem. 'Alles gaat dood door dat spul.'
Ik keek nog even, vol medelijden, naar het eendje. Maar dat was nergens meer te zien.
'Wat ik niet snap, ' zei mama, 'is wat dat spul hier doet. Meestal zit het diep onder de aarde, en het kost een hoop geld en moeite om het eruit te halen. Waarom zou iemand die moeite doen, om vervolgens de troep hier op de grond te laten lopen?'
'Dat kan papa je wel vertellen,' mompelde ik.
'Hoezo?' vroeg papa fronsend.
'Nou,' zei ik. 'Dit is iet heel naars, iets afschuwelijks, iets wat alleen een echte schurk zou doen. En als het over schurkenstreken gaat, is papa de expert. Want hij heeft bij de bank gewerkt.'
Papa knikte traag. 'Ik geloof niet dat ik het helemaal eens ben met je redenering,' zei hij. 'Maar toevallig weet ik inderdaad wel zo'n beetje wie dit gedaan heeft, en waarom.'
Mama keek me streng aan. 'En jij, jongedame, zou dat ook weten als je die hersentjes van je een beetje gebruikte.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Voorzichtig stapten we uit.
'Lieve help,' zei papa, 'wat is hier gebeurd? Waar zijn we?'
'We zijn,' vertelde Willem, 'op het vruchtbare boerenland van Zuid-Mallotië.'
'Is het werkelijk?' vroeg mama. 'Ik geloof niet dat ik iets zou willen eten wat hier groeit.'
'Maakt u zich maar geen zorgen, mevrouw. Er groeit hier niks.'
Inderdaad. Het landschap om ons heen zag er akelig en spookachtig uit. Zover je kon zien was de grond overdekt met een dikke laag drab. Zwarte prut, die vreselijk stonk, een beetje zoals benzine ruikt maar dan veel viezer. De smurrie glansde vettig; waar de zon erop scheen leek het spul alle kleuren van de regenboog te hebben. Of nou ja, niet van de regenboog, want regenbogen zijn mooi en goed. Maar als je een regenboog zou maken van lelijke kleuren - snot-groen, puist-geel, verrotte-aubergine-bruin enzovoort - dan kreeg je de glans van de zwarte smurrie die hier de grond bedekte. Een soort anti-regenboog: een tegenboog.
Niet alleen was de drab lelijk en vies-ruikend, hij was blijkbaar ook giftig. Er waren maar weinig planten hier, en bijna geen dieren. Her en der zag je een dode boom uit de gore modder steken, of een polletje zieltogend onkruid aan de rand van een glanzende poel staan. Af en toe zoemde of kroop er een insect voorbij; in de verte was een onvoorzichtig eendje geland op een van de plassen, die als zwerende wonden in het verwoeste landschap lagen. Het eendje was overdekt geraakt met de plakkerige, zwarte troep en worstelde om los te komen.
'Gezellige boel hier,' merkte Michael op.
'Wat is er aan de hand?' vroeg ik. 'Wat is dat zwarte spul?'
'Olie,' zei mama. Ze snoof. 'Ruwe aardolie. Waar benzine van gemaakt wordt. En plastic en nog duizend andere nuttige dingen. In onbewerkte vorm, zoals hier, is het gevaarlijk spul. Giftig en zo. Het zat ook op het koraalrif, weten jullie nog? Eén van de redenen waarom dat koraal dood is, denk ik.'
'Ga daar maar van uit,' zei Willem. 'Alles gaat dood door dat spul.'
Ik keek nog even, vol medelijden, naar het eendje. Maar dat was nergens meer te zien.
'Wat ik niet snap, ' zei mama, 'is wat dat spul hier doet. Meestal zit het diep onder de aarde, en het kost een hoop geld en moeite om het eruit te halen. Waarom zou iemand die moeite doen, om vervolgens de troep hier op de grond te laten lopen?'
'Dat kan papa je wel vertellen,' mompelde ik.
'Hoezo?' vroeg papa fronsend.
'Nou,' zei ik. 'Dit is iet heel naars, iets afschuwelijks, iets wat alleen een echte schurk zou doen. En als het over schurkenstreken gaat, is papa de expert. Want hij heeft bij de bank gewerkt.'
Papa knikte traag. 'Ik geloof niet dat ik het helemaal eens ben met je redenering,' zei hij. 'Maar toevallig weet ik inderdaad wel zo'n beetje wie dit gedaan heeft, en waarom.'
Mama keek me streng aan. 'En jij, jongedame, zou dat ook weten als je die hersentjes van je een beetje gebruikte.'
BEGIN / VORIGE / VOLGENDE
Abonneren op:
Posts (Atom)