Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!

woensdag 27 februari 2013

Pang pang, hartstikke dood, haha!

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE



Ik was de eerste die bedacht dat er in de keukendeur een sleutelgat zat, en dat sleutelgaten zijn gemaakt om doorheen te kijken. Ik was dan ook de eerste die keek, en toen Michael probeerde mij weg te duwen deed ik van sssst, straks horen ze ons, dus ik was zelfs de enige die keek.
Helaas was er niet veel te zien. De ZMB-knullen kwamen met kratten op hun schouders binnen, liepen de gang door en verdwenen uit het zicht.
Er was maar één manier om te ontdekken waar ze de geheimzinnige pakketjes naar toe brachten: de keuken uit komen en achter ze aan sluipen. Zoals een held uit een film of een boek. Een geheim agent bijvoorbeeld. Of een paar slimme, dappere kinderen die met gevaar voor eigen leven een boevenbende te grazen nemen.
Nou, daar ging ik dus niet aan beginnen. Vooral vanwege dat 'gevaar voor eigen leven'. In de films en boeken loopt het altijd wel goed af, maar ja, ze maken natuurlijk geen films of over de keren dat het niet goed afloopt. Of misschien maken ze die wel, maar worden ze pas uitgezonden als kinderen al in bed liggen. Misschien is het iets wat grote mensen leuk vinden om te zien: haha, die stomme dappere kinderen, wie gaat er nou achter een bende gewapende schurken aansluipen door een huis dat hij niet kent? Pang pang, ja hoor, daar heb je het al, hartstikke dood, hahaha, eigen schuld sukkels.
Kinderen mogen alleen de films zien waarin het wel goed afloopt. Lekker onverantwoordelijk, mensen van de TV! Nu denken alle kinderen: ik sluip wel even achter die lui aan, er gebeurt toch niks ergs...
Michael en Kwetter en ik hebben al heel wat meegemaakt: kettingzagen, alligators, een reusachtige gehaktmolen, een bazooka en weet ik veel wat. Geloof me, als je een paar keer bijna door schurken om zeep geholpen bent, in het echt bedoel ik, dan denk je niet zo snel: oh, dat komt wel goed. Dan denk je: dit wil ik dus nooit meer meemaken.
Dus je gaat niet achter een bende aansluipen.
'Wat zie je?' fluisterde Michael.
'Ze zijn naar binnen gegaan,' fluisterde ik terug. 'Ik zie ze niet meer.'
'Waar wachten we nog op?' vroeg Michael verontwaardigd. 'Achter ze aan, slome!'
Ik schudde zuchtend mijn hoofd. 'Dat computerspelletje van jou,' vroeg ik, 'verlies je dat ook wel eens?'
'Oh ja, zo vaak. Ik word meestal binnen een half uur al doodgeschoten. Maar wat heeft dat er mee te maken? Laten we achter die schurken aansluipen!'
'Zou het misschien kunnen dat je steeds doodgeschoten wordt, omdat je altijd zulke domme beslissingen neemt?'
'Kijk eens aan,' fluisterde ik zo zacht als ik kon, 'daar hebben we de ZMB-ers weer. Terug voor de tweede lading. Die waren we dus recht in de armen gelopen, als we zo dom waren geweest om...'
Michael zei niks.
Maar hij gaf me wel een stomp. Een harde.
'Au!' riep ik.
'Sssst!' deed Michael.
'Als je niet wilt dat ik au roep, moet me niet stompen, idioot!'
'Houd nou je muil, straks horen ze ons!'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 25 februari 2013

Overbellerig

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Dat is gewoon een auto,' zei Michael.
'Neenee,' verbeterde ik hem, 'wat je daar hoort is niet gewoon een auto. Wat je daar hoort is hee, een auto, wat raar, die hoor je hier normaal nooit. Snap je het verschil?
'Ik hoor de hele dag door auto's' protesteerde Michael. 'De auto's van de snelweg, in de verte.'
Daar had hij gelijk in, maar ik had ook gelijk: we zaten nu al een week lang elke dag de hele dag op ons binnenplaatsje, en we hadden nog niet één keer een auto langs horen komen. In de pauperbuurten van Jalsk waren geen auto's. Niemand hier kon ze betalen. Een auto, dat was hier een grote bezienswaardigheid.
En nu stopte er één – een grote zware wagen zo te horen – vlak voor het hoofdkwartier van het ZMB.
'Gaat wij even een kijkje nemen?' vroeg Kwetter hoopvol.
Ja, wat dacht je.
We slopen het plaatsje over en openden het buitendeurtje op een kier.
Vlak voor ons stonden de soldaten van het ZMB. Netjes in de rij, met het geweer voor de borst.
Tegenover hen stond een kleine vrachtwagen met een open laadbak. In de laadbak zaten twee kerels met donkere zonnebrillen op. Ze hadden trouwens ook nog hele grote snorren; samen met de enorme spiegelbrillen bedekten die dingen zo ongeveer hun halve gezicht. Ze droegen net zulke geweren als het ZMB.
Uit de cabine van de vrachtwagen stapten twee kerels met de grootste snorren die ik ooit gezien had. Ze liepen op de veldmaarschalk af, gaven hem een hand en kletsten een tijdje in het Zuid-Mallotisch. Miguel gaf hen een klein, zwart koffertje.
'Geld,' fluisterde Michael. 'Dat koffertje zit tot de rand toe vol met geld.'
'Je meent het,' zei ik.
'Ja, echt hoor! Dat soort dingen weet ik allemaal, want ik...'
'...want jij speelt Bloederige Maffia-toestanden III,' vulde ik aan. 'Dat weten we nou onderhand wel. Heel leerzaam. Maar er zijn heus wel meer leerzame dingen: films en tv-series en zo. En iedereen die wel eens tv heeft gekeken, weet waar die koffertjes voor dienen. Die zijn er om vol te stoppen met bankbiljetten. Om precies te zijn: biljetten met niet-opeenvolgende serienummers. Wat dat ook wil zeggen.'
Michael moest tot zijn schaamte bekennen dat ook zijn leerzame spel niet precies had uitgelegd wat er precies zo fijn was aan niet-opeenvolgende serienummers, of wat dat eigenlijk waren.
Intussen waren de ZMB-soldaten, geholpen door de twee mannen uit de laadbak, de vrachtwagen aan het uitladen.
De wagen lag kennelijk vol met pakketjes, ongeveer zo groot als een volkorenbrood. De pakketjes zaten in kratten, die vanuit de laadbak op de schouders van de ZMB-jongens werden gelegd.
'Wegwezen,' fluisterde ik.
We renden sluipend terug naar de gang (sluipen en rennen tegelijkertijd is niet makkelijk. Mijn broer noemt dat 'slennen', maar ja, waarom zou je overal een nieuw woord voor moeten verzinnen? Dan heb je op het laatst net zoveel woorden als er dingen zijn, en dat zijn veel meer woorden dan een mens kan onthouden. Hoe kun je elkaar dan nog begrijpen? Dat 'slennen'-gedoe van mijn broer is overbodig en aanstellerig. Of, zoals hij het waarschijnlijk zou noemen: 'overbellerig') en verstopten ons in de keuken.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 22 februari 2013

De stukjes die mogen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Kwetter kwam achter ons aan.
'Waar gaat wij heen?' vroeg ze.
'Geen idee,' zei Michael. 'Wij kennen hier de weg niet. Dus het plan is heel simpel: we sluipen zomaar wat in het rond, tot we ontdekken wat er hier aan de hand is.'
'Goed plan,' knikte Kwetter.
'Ik wilde eigenlijk beginnen met rondsluipen in de stukjes die we wel kennen,' zei ik.
'Nog beter plan!' zei Kwetter onder de indruk.
Daar had ze natuurlijk gelijk in. Helaas kenden we maar heel weinig stukjes van het ZMB-hoofdkwartier. De binnenplaats, de drie gangetjes waardoor naar onze slaapkamer konden komen, en onze slaapkamer. En de gang die vandaaruit naar de ondergrondse vergaderzaal ging.
Dat was alles.
Van de Veldmaarschalk mochten we niet zomaar op verkenning uit. 'Anders verdwalen jullie misschien in de pauperbuurt van Jalsk,' had hij gezegd. 'En daar is het gevaarlijk. Vooral voor kindertjes van rijke buitenlanders, zoals jullie.' Helaas gaven mijn ouders hem gelijk, en dus hadden we na een week nog altijd geen idee waar we waren of hoe het er hier uitzag.
Maar dat zou snel veranderen.
Want in de drie gangetjes was niks bijzonders te zien. Geen neuspoeder, geen verdachte rondsluipers (onszelf niet meegerekend), geen geheime brieven of schatkaarten, niks.
'En nou?' vroeg ik.
'Nou hebben we alles gedaan wat we mogen,' antwoordde Michael. 'Dus nou gaan we doen wat er niet mag.' Op goed geluk opende hij een deur, heel voorzichtig op een kiertje, en hij probeerde te zien wat er achter zat.
'En?' vroeg Kwetter.
'Donker,' zei Michael.
'Komt misschien doordat het avond is,' sneerde ik. In Zuid-Mallotië wordt het elke dag heel vroeg donker namelijk. Altijd rond een uur of zeven. 'Ga nou maar naar binnen. Of naar buiten. In elk geval: ga door die deur heen. Anders komen we nooit ergens.'
Michael opende de deur iets wijder en glipte erdoor. Kwetter en ik volgden hem en deden haastig de deur achter ons dicht.
Pikkedonker.
Gitzwarte duisternis.
'Waar zijn we?' fluisterde ik.
'Ik weet het niet zeker,' antwoordde Michael, 'maar gezien de grote hoeveelheid bezems waar ik net tegenaan ben gelopen zou ik zeggen: in de bezemkast.'
We deden de deur weer open, zodat het licht uit de gang naar binnen viel. En ja hoor: bezemkast.
'Ik denk niet dat we hier veel verdachte spullen zullen vinden,' zei ik.
Volgende deur. Een slaapkamer.
Volgende deur. De keuken. In de duisternis ontwaarden we nog net de grote pan met bonen die stond af te koelen voor het ontbijt van morgen.
Volgende deur. Een binnenplaatsje dat sprekend leek op dat van ons. Iets minder computers en iets meer plantenbakken, dat was het voornaamste verschil. Op ons eigen binnenplaatsje brandde meestal een kaal gloeilampje, dat boven de tafel in de muur geschroefd zat. Hier kwam het enige licht van een paar zwakke sterretjes aan de hemel.
'Bingo!' zei Michael.
'Wat nou, bingo? Er is hier helemaal niks?'
'Behalve een die deur daar,'grijnsde Michael. Wedden dat die naar buiten gaat?'
'Stil jullie eens,' zei Kwetter. 'Ik hoort wat.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 20 februari 2013

Kanoënde zombies en alles-etende konijnen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Na het eten zei mama: "Ik zal vanavond maar eens wat bommen gaan maken, dan hebben we die alvast.' Ze gaf Michael en mij en Kwetter alledrie een kus op ons hoofd, zei dat we nog anderhalf uur computerspelletjes mochten doen en dat we daarna braaf moesten gaan slapen.
Wij konden onze oren niet geloven. Computerspelletjes? Anderhalf uur lang? Dat was drie keer zo veel als thuis! We renden naar de computers en zochten een site met leuke spelletjes. Helaas konden we maar twee sites openen. De ene heette "Letterpret" en had niks anders dan spellingsoefeningen die dunnetjes vermomd waren als spelletjes. Dat er bijvoorbeeld een zombie door het beeld liep, met een praatwolkje waar een werkwoord in stond ("Kanoën" bijvoorbeeld. Welke zombie zegt er nou Kanoën? Ze zeggen dingen als Hongerrr en Herrrsensss, bij mijn weten. Maar ja, dat zijn geen werkwoorden) Als je het voltooid deelwoord intypte viel de zombie om. Helemaal vanzelf, met geeneens bloed of losse stukjes.
Bleek staarde Michael naar het scherm. 'Dit... dit is afschuwelijk,' mompelde hij. 'Hoe kunnen mensen zo wreed zijn? Onschuldige zombies inzetten om voltooid deelwoorden te leren... Monsters. Monsters zijn het, zeg ik je!'
De tweede site was nog erger. Die heette 'Rekenvreugd' en daar was je een boer die vijf konijnen had, die elk een kwart krop sla aten, en zeven geiten die elk tweederde krop aten, en dan moest je intypen hoeveel kroppen sla er van het land gehaald moesten worden. Als je het goed had sprongen de konijntjes op en neer, en de geiten kwispelden. Dat was dan het hele spel, en daarna kwam er een nieuwe opgave maar dan met pompoenen en aubergines en aardappels, allemaal dingen die konijnen niet eens lusten (ik had vroeger een vriendinnetje dat thuis twee dwergkonijntjes had, daarom weet ik dat allemaal).
Na tien minuten verveelden we ons helemaal kapot.
'Michael,' zei ik, 'ik ga iets anders doen. Ik ga uitzoeken wat die veldmaarschalk aan het uitspoken is.'
'Hoezo?'
'Hoezo, hoezo?'
Al snel bleek dat Michael tijdens het eten niet op had gelet, en de opmerking over de neus-poederende dame niet gehoord had.
'Ik denk dat het een soort code was,' verklaarde ik. 'Zo keek hij er wel bij, namelijk. De veldmaarschalk.'
'Grote hemel,' zei Michael geringschattend. 'Ik kan wel zien dat jij nooit een echt leerzaam computerspelletje hebt gespeeld. Zoals Bloederige Maffia-toestanden III. Anders had je wel geweten wat Miguel bedoelde. Poeder voor je neus, dat is cocaïne. Een van de ergste drugs.'
'Nu wil ik zéker weten wat die Miguel van plan is,' zei ik.
Michael en Kwetter knikten.
Er waren nog maar twee jongens op de binnenplaats: Jamal en iemand die wij meestal Sukkal noemden, omdat hij nog dommer was dan luitenant Ernesto. Verder was iedereen met Miguel meegegaan. Jamal en Sukkal waren druk bezig met spellingsoefeningen.
Jamal, die een engelengeduld had, blééf de boel maar uitleggen.
Ze keken niet eens op van hun werk toen Michael en ik op onze tenen de binnenplaats verlieten.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 18 februari 2013

Dames poederen hun neus

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Zo ging er een week voorbij. In de ochtend moest iedereen schoolwerkjes doen en in de middag gaf mijn moeder les in 'hoe hoort het eigenlijk'.
'Want dat is nog veel belangrijker,' vond ze.
Veldmaarschalk Miguel was het niet met haar eens, zozeer zelfs dat hij helemaal paars werd en we dachten dat hij ter plekke dood zou vallen. Maar met kleinigheden als paars worden en doodvallen win je het niet van onze moeder, dus aan het eind van de week kon het hele Zuid-Mallotische Bevrijdingsleger met mes en vork eten zonder zijn ellebogen op tafel te zetten.
Mama had ze trouwens ook nog les gegeven in 'hoe hoort het in Boegoe-Boegoe' dus eten in elkaars keel spugen konden ze ook. Maar ze aten liever met mes en vork.
Luitenant Ernesto kon al plus-sommen onder de tien, maar het alfabet bleef hij lastig vinden.
Toen de week voorbij was, kwam de veldmaarschalk naar ons toe om te vragen of we nou eindelijk eens klaar waren met die school-flauwekul.
'Oh nee,' lachte mama, 'dat gaat nog járen duren.'
'Maar wanneer gaan we dan dingen opblazen?' vroeg hij wanhopig.
'Op woensdagmiddag,' zei mama, 'want dan is er geen school. Dat kan ieder kind je uitleggen.'
'Hoera!' riep Miguel, en zijn luitenants riepen nog veel harder hoera. Vooral omdat er op woensdagmiddag geen school was.
'Vanavond gaan we plannen maken,' zei mama. 'En dinsdag maak ik bommen.'
'Vanavond plannen?' vroeg Miguel. Hij keek opeens een beetje zenuwachtig. 'Vanavond kan ik niet. Dan, eh, dan heb ik een afspraakje. Met een dame.'
'Dan morgenavond,' zei mama en ze haalde haar schouders op.
'Een afspraakje met een dame?' grijnsde Ernesto. 'Dan kunt u beter niet naar een restaurant gaan, baas! U bent de enige die nog niet met mes en vork eet. En dames houden van nette manieren, hè, mevrouw de Donderkat?'
'Zeker,' zei mijn moeder.
'Deze dame maakt het geen bal uit waar ik mee eet,' zei Miguel. 'Als zij maar af en toe haar neus kan poederen.'
'Heel goed, Miguel!' prees mijn moeder hem blij verrast. 'Zó zeg je dat. Dames gaan niet naar het wc, dames gaan “even hun neus poederen”. En heren gaan “even hun handen wassen”. Oh, verhip, handen wassen, nu ik het zeg zie ik het opeens! Altijd even je handen wassen voordat je aan tafel gaat, Miguel! Vooral wanneer je een afsprak hebt met een dame.'
'Zal ik doen,' zei Miguel met een vreemd glimlachje.
Mama keek tevreden.
Maar mama had ook niet gezien wat ik had gezien.
Bij de woorden “neus” en “poederen” had Miguel hele dikke knipogen gegeven aan zijn luitenants. Was het een soort code? Over iets wat mama niet mocht weten?


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

zaterdag 16 februari 2013

Vormpjes en kleurtjes

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Jamal deed Michael voor hoe je moest staan. Ze oefenden de hele dag, en op het laatst kon Michael schieten zonder om te vallen en hij wist bijna elke keer de muur te raken. Soms zelfs in de buurt van het blikje.
Bij het avondeten vertelde hij trots aan mama wat hij die dag geleerd had.
Mama vond het niet zo leuk om te horen.
'Mijn eigen kind,' zei ze ontdaan, 'een kindsoldaat... wat afschuwelijk. Weten jullie wel dat dat één van de ergste dingen is die er zijn, kindsoldaten?'
'Weet jij wel dat je ons de hele dag met vijf kindsoldaten op de binnenplaats hebt laten zitten?' vroeg ik boos.
'Ja, ik dacht, die kinderen gaan leuk met elkaar spelen, wie weet hebben die van mij een goede invloed op die soldaatjes...'
'Andersom dus,' stelde Michael droog vast.
'Daar zullen we dan eens gauw iets aan veranderen,' besloot mama. 'Verrukkelijke rijst met bonen, trouwens,' zei ze tegen de dikke dame die het eten bracht. 'Maar niet nóg een portie, dank u wel.'
De volgende dag, na het ontbijt ( Rijst. Bonen. Koud. Jamal kreeg die van Michael.) bracht mama twee laptops naar de binnenplaats.
'Kijk eens wat ik geregeld heb? Nu kunnen jullie de hele dag spellingsoefeningen maken. Jullie zijn nu al zo lang niet naar school geweest... Kom jij eens hier, jongeman!' Ze wekte Jamal. 'Ja, ik bedoel jou. Nee, leg dat geweer maar weg. Wegleggen, zei ik. Pangpang oppe grond, ja?'
Een beetje beduusd kwam de jongen naar mama toe. Ze zette hem met zijn kont op een stoel en schoof een laptop voor zijn neus. 'Zuid-Mallotische spellingsoefeningen,' zei ze tevreden. 'Een goeie terrorist kan lezen en schrijven. En rekenen, maar dat komt morgen wel. Over een uur kom ik kijken of jullie een beetje zijn opgeschoten.'
Ze had haar hielen nog niet gelicht of Michael ging op zoek naar een website met schietspelletjes. Maar zodra hij een website probeerde op te starten, verscheen er in grote letters op het scherm : SPELLINGSOEFENINGEN ZEI IK.
Jamal had van hetzelfde laken een pak, aan zijn teleurgestelde gezicht te zien.
Na een uur was mama terug, samen met luitenant Ernesto. Mama controleerde de Nederlandse spellingsoefeningen en Ernesto de Zuid-Mallotische.
Tenminste, dat was de bedoeling. Maar Ernesto keek zo onzeker naar de laptop van Jamal, dat het mijn moeder al snel duidelijk werd dat hij zelf ook niet bepaald een talenwonder was. Toen moest Ernesto ook spellingsoefeningen maken.
De volgende dag waren er nog zeven extra laptops.
Die middag kwam de veldmaarschalk naar de binnenplaats, op zoek naar zijn luitenants. Toen hij zag dat iedereen vlijtig taal- een rekenoefeningen zat te maken, werd hij pimpelpaars van woede.
'Wat is dit!?' bulderde hij. 'Ik heb hier een terroristenleger, geen kleuterklasje!'
'Oh, maar ze maken ook geen kleuter-werkjes,' zei mama. 'Sommige van uw soldaten zijn al slim genoeg voor groep vijf, wist u dat? Hoewel,' fluisterde ze, 'die luitenant Ernesto, die heb ik terug moeten zetten naar de kleuters.'
Toevallig stak net op dat moment Ernesto zijn vinger op.
'Ik moet plassen, mevrouw!'
'Alweer? Je bent een kwartier geleden nog geweest! Maak nou eerst even de oefening af, dan krijg je een sticker. Goed?'
Met hernieuwd enthousiasme wierp Ernesto zich op zijn oefening (vormpjes en kleurtjes herkennen). De veldmaarschalk ontplofte bijna, maar mama zei: 'Hoho! Wie is hier de internationale ster? Juist. En de internationale ster zegt: een terroristenleger moet een goede basis hebben. En onderwijs is de beste basis. En nu moet ik ergens stickers vandaan zien te halen, anders zitten we straks met een huilende Ernesto.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 13 februari 2013

Twee dingen met één kogel

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Het was Jamal, en hij begon enthousiast tegen Michael te praten. In het Zuid-Mallotisch, helaas, dus we verstonden er geen bal van. Behalve dan dat hij heel vaak 'Maikool' zei. Hij wees blij naar mijn broer, en naar zijn geweer. En naar de deur van de binnenplaats.
'Ja hoor,' knikte Michael, 'van mij mag je de deur doodschieten. Of je geweer achter de deur leggen. Of de deur eruit slopen en er je geweer mee plat slaan. Zie maar wat je doet.'
Toen hij Michael zo goedkeurend zag knikken, rende Jamal vrolijk naar binnen.
'Heb ik weer,' zei Michael.
Even later kwam Jamal terug met een oud, leeg blikje. Hij zette het op de grond, bij de achterste muur van de binnenplaats, en wenkte ons. We slenterden naar hem toe.
Hij drukte Michael het geweer in de handen en wees op het blikje.
Toen begreep mijn broer wat de bedoeling was.
Zijn ogen werden groot van blije verbazing. 'Mag... mag ik op dat blikje schieten? Met jouw geweer? Woooow!'
Ik zuchtte. Mijn broer denkt dat schieten met een geweer iets moois is. Dat komt doordat hij een jongetje is en zoals je misschien weet zijn alle jongetjes op een haartje na maniakken. Bij het minste of geringste krijgen ze de behoefte om een machinegeweer te grijpen, of een kettingzaag, en dan gaat het van hatsekidee.
Tenminste, dat denken jongens. En dat zeggen jongens. Mijn broer vertelt soms hele verhalen, over hoe hij met een kettingzaag een bende schurken te lijf ging, maar Kwetter was erbij en die vertelt dat het meer een kwestie was van een op hol geslagen kettingzaag die met mijn broer aan de haal ging.
Michael had daar niet veel van geleerd, kennelijk. Hij dacht: dat blikje, dat zal ik wel eens even schieten, en hij haalde de trekker over.
Je kunt wel raden wat er gebeurde.
Helemaal niets.
De vijf jongens van het ZMB lachten zich een ongeluk, en Jamal liet grijnzend zien welke piefje er op welke manier moest klikken om de beveiliging eraf te halen.
Michael klikte het piefje in de juiste stand en haalde nog een keer de trekker over.
Het volgende moment lag hij huilend op de grond.
'Wie deed dat?' vroeg hij onder boos gesnik. 'Ik hou van een grapje, en ik kan best tegen een beetje stompen als het erop aankomt, maar dit was echt hard.'
'Niemand heeft jou gestompt, hoor,' zei ik. 'Je viel helemaal vanzelf om. Ik zag niet precies wat er gebeurde, maar ik heb wel eens iets gehoord over, eh... de... terugklap?'
'Terugslag,' mompelde Michael. 'Dezelfde kracht die de kogel vooruit heeft, heeft de geweerkolf achteruit. Maar omdat een geweer een stuk zwaarder is dan een kogel, gaat-ie minder hard. Of zoiets. Maar toch nog een stuk harder dan ik dacht. Nou ja... heb ik dan ik elk geval dat blikje geraakt?'
Tot mijn grote vreugde moest ik helaas zeggen: 'Je hebt helemaal niets geraakt.'
'Behalve dan de muur,' zei Michael moedeloos.
'Nuh-uh,' deed grijnzend. 'De lucht, die heb je geraakt. Maar maak je geen zorgen, een kogel die omhoog gaat komt vanzelf weer naar beneden, en dan heb je twee dingen geraakt: de lucht en de grond. Knap hoor.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE