Dit is het vervolg op mijn boek Donderkat. Ben je niet op zoek naar Donderkat, maar naar informatie over mij, kijk dan hier.

Donderkat wordt in stukjes op het net geplaatst terwijl ik het schrijf. Als het af is, maak ik er een boek van.
Let op: ik maak er een boek van. Je mag het lezen, doorsturen aan je vrienden, uitprinten en bewaren voor mijn part, maar wat je er niet mee mag doen is: boek van maken en verkopen. Ik moet ook ergens van leven, nietwaar?
Elke maandag, woensdag en vrijdag zet ik er een nieuw stukje bij; meestal 's nachts.
Veel plezier ermee!

woensdag 16 januari 2013

Bravo voor de gordels

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Mama keek achter ons.
'Ik zie niks,' zei ze.
Ze keek vóór ons. Niks. Rechts niks en links niks.
'Niks,' herhaalde ze.
'Ma-ham,' deed Michael. 'Ben je nou doof, of doe je alsof? Hoor je dat geluid niet? Dat Rrrrrrrr?'
'Ik vind het eigenlijk meer klinken als d-d-d-d-d-d-d-d,' zei ik.
'Welnee, het is tjoef-tjoef-tjoef-tjoef,' zei papa
'Nou, dat is het in elk geval niet,' zeiden Michael en ik tegelijk.
Mama keek uit het raampje. 'Oh, het is een helikopter! Dan hebben jullie allemaal ongelijk hoor, helikopters, dat weet iedereen, die doen van...'
Ze kon helaas haar zin niet afmaken, want de helikopter maakte opeens een heel nieuw geluid: het whoesjjjjjjj-BOEM dat je krijgt als je een raket afschiet.
Vlak vóór ons sloeg de raket in. Papa wist hem nog net te ontwijken, door zo hard aan het stuur te draaien dat we even op twee wielen reden.
'Woeoehoeoe!' riep Michael, 'op twee wielen! Woeoeoe! Ik wist niet eens dat je dat kon, pap!'
'Ik ook niet,' mompelde papa bleekjes. 'Ik weet trouwens ook niet hoe ik 'm weer recht moet krijgen.'
'Toch is het knap van je,' ze mama. 'Kom hier schat, dan krijg je een zoen.' Ze leunde in zijn richting voor een zoen en dat was niet slim. De auto zakte uit zijn evenwicht en viel om. Als-ie op zijn wielen terecht was gekomen had mama ongetwijfeld 'dat is dat' gezegd, alsof het allemaal precies de bedoeling was geweest.
Maar we vielen dus de andere kant op.
Over de kop en van de weg af.
De snelweg waarop we reden lag iets hoger dan de straten ernaast, en we tuimelden wel tien misselijk makende meters naar beneden, ondersteboven en bovenste-onder, terwijl met een akelig kraken de sirene eraf brak.
En de zijspiegels ook.
Als door een wonder kwamen we op onze wielen terecht.
Mama keek even om zich heen. Toen ze zag dat niemand van ons erg gewond was, zei ze op tevreden toon: 'Dat is dat,' alsof ze het allemaal precies zo bedoeld had.
Papa klapte in zijn handen. 'Bravo voor de politie,' riep hij. 'Vanwege hun uitstekende autogordels.'
'Ja,' zei Michael, 'en weg met de smerissen, vanwege hun helikopter. Ik bedoel: wat moet een politiehelikopter nou met een raketwerper? Is dat voor als er een tank door rood rijdt of zo? Voor een straaljager zonder achterlichtje?'
Op dat moment hoorden we het ge-d-d-d-d-d-d-d van de helikopter weer, en meteen daarna een oorverdovend geknal en geratel.
'Wat is dat?' vroeg Kwetter nieuwsgierig.
Ik keek uit het raampje. 'Zo te zien is het een groepje mensen met een hekel aan politiehelikopters,' zei ik. 'En met automatische wapens en granaatwerpers.'
Het d-d-d-d-d klonk steeds zachter. De heli vertrok.
'Nou,' zei papa, 'daar komen we wel héél erg goed mee weg.'
'Ik ben bang dat je ongelijk hebt, schat,' fluisterde mama. 'Die mensen die een hekel hebben aan politiehelikopters, zijn waarschijnlijk ook niet al te dol op politie-auto's. Zoals die waar wij op dit moment in zitten. Heeft er iemand van jullie iets bij zich, wat we als witte vlag kunnen gebruiken?'
'Nee,' zei ik. Papa had ook niks, en Kwetter ook niet.
'Alleen mijn onderbroek,' zuchtte Michael. 'Die moet ik zeker uitdoen?'
'Graag,' zei mama. 'En het liefst vóórdat ze beginnen te schieten.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 14 januari 2013

Papa lost het file-probleem op

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

'De pistolen van de politie,' ging hij verder, 'die laten we natuurlijk liggen. Maar die mensen hebben harstikke geinige auto's, die gaan heel hard en dat is handig.'
'Jeuh!' riep Michael, 'we pikken een politiewagen! Mag dan ook de sirene aan?'
'Ach ja, dat kunnen we wel doen,' zei papa. Hij probeerde een gezicht te trekken alsof de sirene hem eigenlijk helemaal niet interesseerde.
'Adem inhouden, jongens,' zei mama terwijl ze naar de deur stapte. 'Misschien hangt er buiten nog een beetje slaapgas.'
De deur schoof open en met dichtgeknepen neuzen liepen we naar buiten. De grond was bezaaid met glasscherven van de ontplofte bovenverdieping, en op een parkeerplaatsje vlak bij de ingang zagen we de auto van meneer Cockel. Tenminste, ik neem aan dat het zijn auto was want het was een krankzinnig dure, luxe, glimmende wagen en op het nummerbord stond C0-CK-E1. Tot ons grote genoegen zagen we dat de wagen in puin lag. Hij zag eruit alsof er vanaf de vijftigste verdieping een krankzinnig dure, luxe, glimmende bureaustoel op gegooid was.
En dat was ook zo.
Niet expres – Kwetter had wel iets anders aan haar hoofd gehad dan mikken – maar het toeval kan soms een heel mooi ding zijn.
Papa zocht een mooie politieauto uit aan de rand van de slapende menigte. Het eerste wat hij deed, toen we waren ingestapt, was de sirene aanzetten.
Dat was niet zo slim, want door de herrie werd de helft van de politiemensen weer wakker.
'Oeps,' zei papa, 'wegwezen maar.' En daar gingen we, ta-tuu ta-tuu op topsnelheid door de stad. We konden lekker doorscheuren, want iedereen ging voor ons aan de kant.
'Heerlijk,' zei papa. 'Wat ben ik hier toch dol op zeg. Rijden met sirene is het mooiste wat er is. Nooit meer last van files! Hé zeg, daar los ik me toch ineens het file-probleem op... Ze moeten niet de wegen verbreden, ze moeten gewoon iedereen een sirene geven!'
'Schat,' zei mama streng. 'Je praat pure onzin. Als iedereen een sirene heeft, dan moet iedereen voor iedereen opzij. Dat wordt gegarandeerd een zootje. De hele snelweg één groot verkeersongeluk. Een ongeluk is geen file, dus de files zijn dan inderdaad weg, in zekere zin, maar... '
Michael onderbrak haar: 'Trouwens, iedereen hier in Zuid-Mallotië hééft al een sirene. Kijk maar eens achter ons. Alleen maar auto's met sirenes!'
'Dat zijn allemaal politiewagens, sukkel,' zei ik, 'volgens mij zit de hele politiemacht van Jalsk ons op de hielen.'
'Weet ik ook wel. Ik maakte een grapje.'
'Oh. Ha. Ha. Ha,' deed ik.
'Nou, ík vond hem leuk hoor,' troostte Kwetter. 'Kijk maar, nu gaat ik lachen: hihihihi!'
Achter ons klonken knallen.
Er werd vanuit de politiewagens op ons geschoten.
'Duiken, jongens,' zei mama. We doken weg. Net op tijd, want boven ons werd de achterruit tot gruis geschoten.
Mama deed de inhoud van twee van haar potjes bij elkaar, en het resultaat gooide ze het raam uit. Dikke zwarte rookwolken rolden over het wegdek.
Ze gooide er nog een flesje achteraan.
BOEM.
Vlak achter de rookwolken zat nu een diepe krater in de weg.
'Ik hoop maar dat die agenten hun gordel aanhebben,' zei ze luchtig.
'Vast wel,' zei papa. 'De politie moet het goede voorbeeld geven, nietwaar?'
Achter ons klonk het geluid van dertig politiewagens die in een krater donderden en tegen elkaar aan botsten.
'En dat is dat,' zei mama tevreden.
'Eh... niet helemáál, ben ik bang,' zei ik.


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 11 januari 2013

Vluchten en pret maken

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Naar huis,' wilde ik zeggen, en plotseling sprongen er tranen in mijn ogen. Want we hadden geen huis, al bijna een jaar niet meer. Eerst hadden we een paar weken in een vakantiehuisje gewoond, op de vlucht voor meneer Dogger en zijn kornuiten. Daarna een half jaar in een boom in het oerwoud van Boegoe-Boegoe, maar een boom telt niet als een huis, vind ik. Een huis hoort een dak te hebben.
Na Boegoe-Boegoe hadden we een maand lang rondgezworven, totdat papa de Tsaar Peter kon kopen. De Tsaar Peter had wel een dak, natuurlijk, want een onderzeeër zonder bovenkant noem je geen onderzeeër. Dat noem je gewoon een gezonken boot. Maar een dak is niet genoeg: een huist hoort vast te zitten aan de grond, zodat je altijd weet waar het is. Zodat je ernaar terug kunt als je even geen zin meer hebt in buiten spelen.
Of in gebouwen opblazen of zo.
Papa en mama stonden te overleggen of we terug zouden gaan naar de kerk van Willem.
Michael stond verlekkerd te kijken naar de slapende agenten op straat – of liever gezegd naar hun pistolen, die daar voor het grijpen lagen.
Kwetter aaide over mijn hoofd en fluisterde: 'Waarom huilt jij?'
'Ik huil niet,' fluisterde ik terug.
'Nee, nu niet meer, want jij hebt je tranen aan je mouw gedaan, maar daarnet hebde jij tranen, dus toen huilde jij wel. Hebt jij ergens pijn?'
'Vind jij het jammer, dat wij mama's mooie boemen niet kunt ophalen uit de kelder? Dat geeft niks hoor. Kijkt jij maar eens naar al die flesjes en potjes die mama heeft, daar zit nog veel mooiere boemen in.'
'Ik wil gewoon naar huis,' zei ik, en toen ik het hardop zei kreeg ik weer tranen in mijn ogen. 'Ik wil gewoon een plek war ik me veilig kan voelen.'
'Veilig?' fronste Kwetter. 'Veilig weet ik niet. Daar heeft wij geen woord voor, in Boegoe-Boegoe. Wij heeft alleen woorden voor vluchten, dat doet wij als er een Sissipi-slang achter ons aan zit bijvoorbeeld, en voor pret maken, dat doet wij als we niet aan het vluchten is. Daarom is ik ook zo dol op mama. Zij maakt boemen, en boemen is pret, en zij maakt zelfs boemen tijdens het vluchten.'
Grappig genoeg zei mama precies op dat moment tegen papa: 'Het kan me niet schelen waar we heen gaan. We moeten hier in elk geval zo snel mogelijk weg, want die agenten kunnen elk moment wakker worden. Dus ik hou een paar bommen bij de hand.'
'Zullen we ook een paar pistolen meenemen?' vroeg Michael. Hij probeerde een gezicht te trekken alsof pistolen hem eigenlijk helemaal niet interesseerden.
'Niks ervan,' zei mama. 'Pistolen zijn hartstikke gevaarlijk en bovendien is dreigen met een pistool heel onbeleefd. En schieten met een pistool al helemaal. Nee hoor, aan een paar bommen hebben we wel genoeg.'
Inderdaad,' zei papa. 'Maar Michael heeft me wel op een idee gebracht.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 9 januari 2013

De nieuwe Rembrandt

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


We keken uit het raam.
Onder ons zagen we de straat. Die stond helemaal vol met politiemensen en bewakers. Er waren loeiende sirenes, dranghekken, luidsprekers en heel veel pistolen.
'Mooi,' zei mama, 'ze staan lekker dicht bij elkaar.' Ze pakte haar potje met slaap-spul en zei: 'Doen jullie even het raam open? Ik denk dat ik nog nét genoeg heb om die meute daar beneden in slaap te krijgen.'
'Dit raam kan niet open,' zag ik.
'Moet jij eens opletten,' zei mama. 'Ik krijg dit raam zó ontzettend open, dat het nooit meer dicht kan. Wedden?'
We maakten ons uit de voeten, want het was wel duidelijk wat ze van plan was. Nadat we de hoek om waren gerend, lieten we ons op de grond vallen. Handen over de oren, mond open en maar wachten op de klap.
Die niet kwam.
Wat er kwam was een heel beleefd, klein plofje.
Mama kwam de hoek om, om te kijken waar we gebleven waren. 'Wat doen jullie daar op de grond?' vroeg ze verwonderd.
Wij deden onze monden dicht.
'We dachten dat je een enorme knal ging maken,' legde papa uit.
'Dat zou niet erg artistiek zijn geweest, of wel?' vroeg mama met een glimlach. 'Dingen opblazen is niet alleen een leuke hobby, als je er goed over nadenkt is het zelfs een soort Kunst. En ik durf wel te zeggen dat ik van die kunstvorm de Rembrandt ben. Én de Van Gogh én de Picasso, allemaal tegelijk. Kom eens kijken?'
We kwamen kijken.
In het raam zat een klein gat, waar het potje met slaapspul precies doorheen paste.
Na een gepast applaus zei papa: 'Hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Alleen maar een gat, en verder niet het kleinste barstje! Je bent niet alleen de Rembrandt, je bent ook de Mozart en de Shakespeare en noem ze allemaal maar op.'
'Klopt,' zei mama, en ze gooide het potje met slaapspul door het gat.
Daarna namen we de lift naar de begane grond.
'Moeten we niet naar de kelder?' vroeg ik. 'Daar staat de auto van de Moeflon, en daar zit jouw koffer met bommen nog achterin.'
'Meidje, meidje,' zei mama, 'wat ben je toch een slimmerik. Wist je ik die koffer al helemaal vergeten was?' Ik moet er wel bij zeggen dat dat komt doordat het maar eenvoudige huis-, tuin- en keukenbommetjes zijn hoor, die erin zitten. Vergeleken met wat ik hier in mijn handen heb zijn dat niet meer dan een paar onnozele vuurpijltjes. Maar wie het kleine niet eert is het grote niet weerd, en bovendien is het niet netjes om spullen te laten slingeren. Op naar de kelder, dus!'
'Hoho,' zei Michael, 'en als er in de kelder nou eens politie staat? Wat dan? We kunnen ze niet in slaap maken, want we kunnen er niet bij. Misschien beginnen ze wel te schieten, zodra de liftdeuren opengaan.'
'Ook al weer zo slim!' riep mama enthousiast. 'Wat heb ik toch een verrukkelijke kinderen. Schietende politiemensen – je moet er maar opkomen!'
Puh. Michael denkt altijd aan schieten, daar is verder weinig slims aan.
'Goed. Niet naar de kelder dus,' zei papa. 'Eh... iemand een idee waarheen dan wel?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

maandag 7 januari 2013

Fatsoenlijke terroristen

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Vangen!' riep ze. Ze draaide een potje met geel spul open en gooide het naar de agenten. De middelste agent ving het op. Zoiets doe je zonder erbij na te denken. Gelukkig maar want als hij erbij nagedacht had, had hij dat potje nooit aangeraakt. Want dat was best wel dom. Zijn collega's begonnen woedend tegen hem te schreeuwen. Maar dat duurde niet lang, want binnen vijf seconden vielen ze allemaal in slaap.
Mama gaf mij de deksel van het potje. 'Knijp je neus goed dicht,' zei ze.
'Moet ik dat potje ophalen?' vroeg ik verontwaardigd.
'Ja, wat denk je,' zei mama. 'En doe het een beetje snel, anders komt het slaapgas bij ons en dat zou jammer zijn.'
'Waarom ik?' protesteerde ik.
'Omdat ik anders boos word,' legde mama uit. 'Vooral als je niet heel erg opschiet,' voegde ze er behulpzaam aan toe.
Ik schoot heel erg op.
Op de volgende verdieping, waar we agenten tegenkwamen, was Michael aan de beurt om het potje terug te halen, en daarna Kwetter en daarna papa. Zo ging het verder, om de beurt tot we bijna beneden waren.
Alleen papa hoefde niet meer, op het laatst, want die sjouwde een enorme lading potjes en flesjes mee. Allemaal chemische spulletjes die mama vrolijk bij elkaar had geknutseld in het aardolie-museum.
'Wat ís dit toch allemaal, schat?' vroeg hij een beetje zenuwachtig.
'Oh, van alles,' zei mama luchtig. 'Allerlei handige dingen. Slaapgas, traangas, dat soort spul, weet je wel? Maar vooral veel explosieven. Ja, genoeg om dit gebouw wel vijf keer op te blazen, schat ik.'
'Mooi,' zei Michael. 'Laten we dat meteen doen, dan is dat alvast klaar en anders komt het er misschien niet meer van.'
Mama stond stokstijf stil. 'Heb jij even geluk,' zei ze tegen Michael, 'dat ik nooit kinderen sla. Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Wij. Blazen. Geen. Mensen. Of. Dieren. Op. Het ligt hierboven vol slapende agenten en bewakers. Die mensen hebben allemaal een moeder, die nu al bezig is om eten voor haar brave, dappere jongen te koken. Of kindjes, die wachten tot papa thuiskomt zodat ze kunnen paardjerijden op zijn knie. Kijk: er zijn verschillende soorten terroristen. De gewone terrorist is iemand met een ideaal, een idee over hoe het moet gaan in de wereld, en dat idee is zo belangrijk voor hem dat hij daar alles aan opoffert. Hij blaast onschuldige mensen op, bijvoorbeeld. Hun levens vindt hij niet belangrijk. Hij vindt alleen zijn idee belangrijk, en verder niets. Dus ook niet, en nu komt het: eten met mes en vork, en elke dag onder je oksels wassen en schone sokken en al dat soort dingen. Ik meen het, hoor! Het begint met mensen opblazen, en als je niet uitkijkt eindigt het met in je neus peuteren. Neuspeuteren in gezelschap. Neem het maar van mij aan: gewone terroristen zijn vies en ongemanierd. Dat zijn wij dus niet. Wij zijn fatsoenlijke terroristen, onthoud dat goed.'
'Ja mama,' zei Michael kleintjes.
'Eh... schat?' zei papa bezorgd. 'Kijk eens uit dit raam?'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

vrijdag 4 januari 2013

Goedkope vloerbedekking

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


Met een dromerig glimlachje nam mama een van haar flesjes en gooide een paar paarse druppeltjes op het vloerkleed. Onmiddellijk begon het kleed te roken en te borrelen alsof het in de fik stond. Dikke, stinkende, giftige rook vulde de gang. Je zag geen hand voor ogen meer, en iedereen zette het op een hoesten.
'Naar de lift, schatjes,' kuchte mama.
We wandelden op ons gemak naar de lift, terwijl achter ons een ruzie uitbrak tussen de Moeflon en de bewakers.
'Schiet dan toch, sukkels!'
'Maar we zien niks! Hoe kun je nou schieten als je niks ziet?'
'Je weet toch waar ze net stonden, idioot. Schiet gewoon in die richting. Altijd beter dan niks.'
'Maar op de Bewaakschool zeiden ze dat dat niet mag...'
'Schieten, zei ik!'
Er klonk een schot, en als je goed luisterde hoorde je ook het 'kapinggg' van een kogel die afketst en in een willekeurige richting terugkaatst.
Daarna riep de Moeflon 'Auw!' gevolgd door een reeks vloeken die zó erg waren, dat papa er tranen van in zijn ogen kreeg.
Grinnikend stapten we in de lift. Snel naar beneden, naar buiten en wegwezen hier!
'Nee nee,' zei mama. 'We gaan naar verdieping... 43, schat ik zo.'
'Waarom?' vroeg Kwetter.
Mama legde niks uit, maar drukt op het knopje voor 43. Toen we daar aankwamen, rende ze naar de plankjes aan de muur en zocht daar een flesje uit. Ze grabbelde nog gauw even twee potjes mee en holde terug naar de lift.
'Twee verdiepingen omlaag,' beval ze.
We gingen twee verdiepingen naar beneden, en terwijl de lift op weg was, mixte mama haar nieuw-gevonden flesje met een potje dat ze bij zich had. Het resultaat was een lichtgevend geel drabje dat ze mij in de handen duwde.
'Bewaar jij dit even? Niet mee schudden, hoor, anders zijn ze er geweest!'
Op verdieping 41 haalde ze weer een paar flesjes van de muur. En zo ging dat maar door.
Gedurende de hele rooftocht bleef het inbraakalarm afgaan. Af en toe kwamen we in de gang bewakers tegen, en later zelfs politiemensen, en telkens ontsnapten we met behulp van een paar paarse druppeltjes en het vloerkleed.
'Weet je nog, schat, toen we de woonkamer verbouwden, dat ik geen nylon vloerkleed wilde?' vroeg mama op een gegeven moment.
'Jazeker,' zei papa. 'Ik weet nog dat ik dacht: nylon is natuurlijk weer niet duur genoeg voor mevrouw. Omdat je altijd zo'n hekel hebt aan goedkope dingen, weet je wel? Maar nu ik die rookwolken zie, snap ik dat dat spul gewoon troep is.'
'Goedkope dingen zijn opvallend vaak troep,' zei mijn moeder tevreden. 'Dure dingen ook, trouwens. Maar al te vaak zijn dure dingen gewoon goedkope troep, maar dan van een bekend, populair merk. Daarom moet je je altijd afvragen: is dit ding echt duur, of kost het alleen maar veel geld?'
'Eh... sorry dat ik stoor,' zei ik, 'maar... waarom praten jullie hier over? Hebben we niet iets anders aan ons hoofd? Ontsnappen, bijvoorbeeld. En we gingen ook nog dit hele gebouw opblazen, als ik me niet vergis. Trouwens: er komt ook weer zo'n bende agenten op ons af. Wat geen probleem zou zijn, als je nog van die paarse druppeltjes zou hebben, maar volgens mij zijn die op.'
Mama keek naar haar flesje. Nul paarse druppeltjes.
Daarna keek ze voor zich.
Zeven agenten met getrokken pistool.
'Juist ja,' zei mama. 'Ik zie wat je bedoelt.'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE

woensdag 2 januari 2013

Jacques de Knacques de Hoepsiepoepsie

BEGIN / VORIGE / VOLGENDE


'Zou dat geluid er ook bij horen?' vroeg ik me af. 'Bij de museum-kunst, zeg maar?'
Michael begreep meteen wat ik bedoelde. 'Dat mwoeiii, mwoeiiii, mwoeiiiii, wil je zeggen? Ik denk het wel. Het is een kunstzinnige en belastingvrije weergave van de hupseflups de hatseflats.'
'Inderdaad,' zei ik, 'dit is, als ik mij niet vergis, een muziekstuk van de bekende componist Jacques de Knacques de Hoepsiepoepsie. Het heet: Inbraakalarm.'
'Zou daar geen mensen op af komen?' vroeg Kwetter zich af. 'Mensen van de beveiliging?'
'Jullie hebben gelijk, lieve schatten,' zei papa. 'We moeten hier weg, en snel ook. Vanaf deze verdieping gaan er vast liften. Echte liften, met knopjes die het doen. Schat! Kom je?'
Mama leek ons niet te horen. Liefdevol aaide ze de potjes en flesjes met chemische spulletjes, alsof het huisdieren waren die ze na een vakantie van drie maanden voor 't eerst weer zag. 'Jij bent giftig,' mompelde ze, 'maar jij smaakt naar aardbeien, en jou gebruiken ze als raketbrandstof maar van jou maken ze nylonkousen, en jij...' Ze keek verliefd naar een flesje met doorzichtige, blauwe vloeistof. '...kom jij maar met mij mee!'
'Mama,' zei ik, 'er is een tijd voor chemische stofjes, en er is een tijd om te rennen. En nu wordt het langzamerhand tijd om te gaan rennen. Het inbraakalarm gaat af, hoor je wel? Nou, de mensen van de beveiliging horen dat dus ook.'
'En zelfs als ze het niet hoorden,' vulde Michael aan, 'dan zouden ze vast wel een kijkje komen nemen. De bovenste verdieping is namelijk ontploft, en het zou best kunnen dat ze dat gemerkt hebben.'
'Hm-hm,' deed mama, en ze pakte nog een potje van de plank.
'Ma-ham, kom nou! Ze kunnen elk moment hier zijn!'
'Hm-hm. Nu even niet storen jongens, mama is met iets belangrijks bezig. Dit zijn heel wetenschappelijke stofjes, weten jullie dat wel?'
In de verte hoorden we het geluid van een liftdeur die openschoof. En van rennende voeten. Ze kwamen onze kant op.
'MA-HAM' brulden wij.
'Geef het maar op, jongens,' zei papa. 'Ze is geheel in de greep van de wetenschap.'
En inderdaad. Met een achteloos gebaar veegde mama de potjes en flesjes, die ze zojuist nog had staan liefkozen, van hun plankje af. Ze goot een paar potjes leeg (het begon verschrikkelijk te stinken) en gebruikte het glaswerk om de stofjes van haar keuze zorgvuldig te mengen. Vrolijk neuriënd liet ze een blauwe vloeistof en een fijn wit poeder samen een gele smurrie worden. Daarna veranderde ze glimmende korrels, samen met een bruine drab, in een paars wolkje dat ze handig opving in een glazen flesje. Enzovoort.
'Oh jongens,' zei ze. 'Dit is nog eens genieten! De zeldzaamste, zuiverste stofjes zó voor het grijpen. Ik zou wel uren lang door kunnen gaan!'
'Integendeel,' zei een stem achter ons. 'Het speelkwartier is voorbij. En dat niet alleen, u bent zélf bijna voorbij. Mannen! Ik tel tot drie en dan schieten jullie!'
We draaiden ons om.
Daar stond de Moeflon, met zijn akelige, platte pistooltje. Naast hem stonden vijf kerels in bewakings-uniformen. Ze hadden grote, akelige geweren. 'Sjotkuns,' mompelde Michael. Dat is geloof ik jongenstaal voor 'grote, akelige geweren'.
'Eén,' zei de Moeflon, 'twee...'


BEGIN / VORIGE / VOLGENDE